Mogen wij de rekening? Een jaar #lekkertellen

Lieve Lezers en Lezeressen,

Kent u het fenomeen van de hidden track op een cd (afkorting voor compact disc) nog? Was het al zeker 3 minuten stil in de kamer, kwam er nog een laatste verborgen nummer. Altijd spannend. Minstens zo spannend als de hidden track die ik voor u nog verborgen hield: een finaal overzicht van een jaar lang de Nederlandstalige boekenbijlage #lekkertellen. Van week 3 2016 (beginnend 21 januari 2016) tot en met week 2 2017 (beginnend 12 januari 2017) heb ik van de Vlaamse en Nederlandse boekenbijlagen Trouw, De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, De Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland geturfd hoeveel vrouwelijke en mannelijke auteurs er werden besproken, en hoeveel vrouwelijke en mannelijke critici ervoor schreven.

In deze allerlaatste post: eerst de cijfers van een jaar #lekkertellen op een rijtje en een stukje duiding naar de mensen toe. Vervolgens ga ik in op een veelgehoord tegenargument bij mijn data en tot slot: wat de grotere filosofie achter het telwerk was, en waarom het van belang is dit soort materiaal te verzamelen.

1. cijfers

Lees meer »

#lekkertellen week 47: Zestig tips voor literaire kerstcadeaus

Lieve Lezers en Lezeressen,

Geniet u ook altijd zo van een intens kneuterige zondagochtend? Wakker worden met Vroege vogels (favoriete onderdeel: het antwoordapparaat, #lekkervogelstellen met onder meer Frater Willibrordus), dan een krakend vers croissantje bij Vrije Geluiden, eerste kopje koffie bij VPRO Boeken en bij het tweede kopje koffie Buitenhof. Bij dat laatste programma maak ik  soms met de laptop op schoot alvast een ruwe schets voor de #lekkertellen-post van de week, want niet iedere bankdirecteur die uit komt leggen dat hij heus de crisis geweldig onder controle heeft kan me altijd even boeien, maar deze week zat ik goed op te letten.

Martha Nussbaum was in het programma, ik schreef vorige week al over haar boek Woede en vergeving. In Buitenhof werd er niet heel diep op haar boek ingegaan, maar was ze te gast in een algemenere discussie over het populisme en ‘de woede bij de burger’. Andere gast was Ian Buruma en Marcia Luyten was interviewer.

Er gebeurde iets opmerkelijks. Er werden negen onderwerpen behandeld, waarbij zes keer de eerste vraag aan Buruma gesteld werd, en maar drie keer aan Nussbaum. Hij werd dus meer dan zij geadresseerd als degene die een theorie/verklaring oppert voor het populisme, waarna Nussbaum vervolgens zijn verklaring kon weerleggen of ermee instemmen. En dat terwijl zij een nieuw boek uit heeft en zij degene is die in haar boek over woede heeft nagedacht, en dus het thema richting zou kunnen (moeten?) geven.  

Fig 1. It's a space issue
Fig 1. It’s a space issue

Was het dus een onevenwichtig gesprek? Zeker niet! Oké, Buruma dacht Nussbaum meteen in zijn eerste respons te kunnen verbeteren (ze had voor de term rancune moeten kiezen in plaats van woede) maar dat wist Nussbaum elegant doch krachtig te weerleggen. Maar hij zei tegelijkertijd ook herhaaldelijk ‘ik ben benieuwd hoe u daarover denkt’ – en Nussbaum returned this courtesy. Luyten gaf aan beide sprekers de ruimte, het was ook niet per se zo dat Buruma meer spreektijd kreeg. Maar zelfs in deze zeer beleefde, sympathieke context, met een zeer professionele vrouwelijke interviewer, is het dus nóg zo dat iemand van het kaliber Nussbaum ongemerkt meer in een passieve, reagerende positie dan in een actieve positie wordt geplaatst.

Misschien dus aardig om te bedenken hoe vrouwen behandeld worden die niet het statuur van Nussbaum hebben (pak ‘m beet, zo ongeveer álle vrouwen). Hoe gemakkelijk vrouwen met deskundigheid of autoriteit op het tweede plan worden geplaatst, ongemerkt en vaak ondanks alle goede wil. Redacties zuchten vaak ‘vrouwen willen niet komen’, maar zolang we niet kritischer kijken naar alle signalen die vrouwen krijgen dat een vrouw-als-deskundige ook niet zo veel ruimte hoeft in te nemen als een man, lossen we het raadsel van de geringe aanwezigheid van de vrouw in de openbaarheid niet op.

Dan nu de ebbs and flows van de boekenbijlagen deze week.

lekkertellen-47

Dieptepunt I: in De Morgen werden deze week alle artikelen geschreven door een man.

Hoogtepunt: de Groene Amsterdammer haalt deze week de Gulden Score, een perfecte 50/50 in auteurs en recensenten! Makes my week, Groene, zeker na jullie eveneens goede score vorige week.

Dieptepunt II: sinds kort sla ik elke week gelukzalig de Volkskrant open omdat ik al weet dat Maxim Hartman er niet in staat. De cijfers echter blijven week na week hetzelfde treurige patroon vertonen. Verder in de signalementen deze week geen vrouwen. Wel zeven mannen.

Opvallend: qua sterren scoren de besproken vrouwen in de Volkskrant dan wel weer bovengemiddeld: vier voor debutante Rowan Hisayo Buchanan, vijf voor Edna O’Brien en in de Kort & Goed-rubriek vier voor Magda Szabo, vier voor Mariette Baarda en vijf voor Mia You. Als we heel genereus willen zijn kunnen we zelfs de vijf sterren voor Charlotte Dematons Alleen op de wereld meetellen.

G3-alert: in Trouw een artikel van Gerwin van der Werf over Ammerlaans boek over de werkkamer van H.M., vooral een heiligdom voor wie heilig in de door H.M. zelf verzonnen mythe dat hij een Groot Schrijver was gelooft. Ineke Verwayen, die H.M.’s vriendin was in de jaren zestig, wordt gequote: ‘Want het is knoeien wat je doet, het is allemaal onduidelijk geknoei en daaruit kan niets goeds voorkomen.’ Die opmerking dient ongetwijfeld als achtergrondje waartegen het genie van H.M. nog extra glimt, maar dwars tegen de bewonderende retoriek van de recensie in vond ik het gewoon een verfrissend geluid tussen alle overdreven verering.

Dieptepunt III: het is december en dat betekent kerstkransjes, cadeautjes en jaarlijstjes! U kunt zich niet voorstellen hoe dol ik ben op cadeautjes en jaarlijstjes. Met de pen zwevend boven het verlanglijstje begon ik aan de 30 boekentips die De Standaard ons deze week aanreikt voor de perfecte literaire kerstcadeaus. Genereus gebaar van De Standaard, maar ergens halverwege heb ik de pen in de hoek gesmeten: de ene na de andere aanrader was een man. Om precies te zijn, kent de lijst slechts 11 vrouwelijke auteurs, tegenover 26 mannelijke. Ik schreef hier al eens dat mannelijke schrijvers veel meer prijzengeld verdienen dan vrouwelijke. Door nu juist in een maand met flinke impact op de royalties twee keer zoveel boeken van mannen aan te prijzen, ontzegt De Standaard vrouwelijke auteurs niet alleen cultureel maar ook keihard economisch kapitaal. Daarom, lieve lezers, als tegenwicht en cadeau-inspiratie, het beste lijstje dat ik deze week zag: ‘The Sixty Best Books by Women Every Man Should Read (But Could Always Ignore and Stick to Philip Roth)’.

#lekkertellen 45: Ironie als troostdekentje

Lieve lezers en lezeressen, voordat ik in de boekenbijlages duik (ik waarschuw nu alvast: als u niet tegen het geluid van het G3-alarm kunt, plaats dan vanaf de vierde alinea uw handen over uw oren) sta ik kort stil bij twee #lekkertellen-dieptepunten buiten de kranten en tijdschriften om.

Dieptepunt #1: de Tsjechische EU-commissaris Vera Jourova maakte deze week bekend dat een kwart van de Europeanen vindt dat seks zonder toestemming (lees: verkrachting) geoorloofd is als de vrouw dronken is, provocerend gekleed is, niet heel duidelijk nee zegt of zich niet verzet.

Dieptepunt #2: Radio 2 maakte deze week de complete lijst DJ’s bekend die dit jaar de Top 2000 zullen presenteren. Voor het eerst in 18 jaar wordt het populaire radioprogramma mede door vrouwen gepresenteerd. Hoera? Nou… Evelien de Bruijn en Marisa Heutink zijn de enige twee vrouwen (tegenover 9 mannelijke DJ’s) and guess what, ze hebben de geweldige, levendige, goed beluisterde timeslots toebedeeld gekregen van 00:00 tot 02:00 uur en van 02:00 tot 04:00. Uit solidariteit zal ik mijn best doen mijn ogen op te houden wanneer ik van onder mijn fleecedekentje de middelbare wittemannenmuziek door probeer te komen.

En dan nu, een volledig G3-alarm!

De biografie van Boudewijn Büch is all over de boekenbijlagen en daarmee ook de ‘Reve-tapes’, de opnamen van een interview met Gerard Reve uit 1983 die Büch-biograaf Eva Rovers mocht beluisteren. En wat blijkt: Büch had de racistische opmerkingen van Reve niet verzonnen (goh).

 

lekkertellen 45 - reve rebus
Figuur 1. De ReveRebus

Reve was aanhanger van de negentiende-eeuwse koloniale mythe van het ‘lege land’. Europese kolonisten beweerden dat vóór hun kolonisatie Zuid-Afrika grotendeels onbewoond was en dat er van gestolen land door dus geen sprake kon zijn. Het latere Apartheidsbewind maakte gretig gebruik van deze mythe (Reve: “De legende is dat er blanke overheersers naar Zuid-Afrika kwamen om de bruine en de zwarte mensen te onderdrukken. Dat is helemaal niet waar. De blanken vonden een totaal leeg land!”).Ook onderschreef Reve het standpunt van het Zuid-Afrikaanse Apartheidsbewind dat de zwarte bevolking democratie niet ‘aankon’. Stemrecht aan ze geven zou het einde van de democratie betekenen “Als je die zwarten en kleurlingen laat meestemmen, heb je direct de laatste verkiezingen.”

Ik ben Zuid-Afrika-kenner noch Revoloog, maar mij lijkt het dus evident dat Reve hier ideologische standpunten van het Apartheidsregime overnam. Misschien iets om eens een eerlijk debat over te hebben, als literaire wereld? Ik vrees echter nu al dat het debat (mocht er al een debat van komen…) blijft steken in de vraag of Reve het nu wel of niet ironisch bedoelde. Bert Wagendorp geeft er in zijn Volkskrant-column alvast een creatieve draai aan: ook als Reve in ernst al die dingen beweerd heeft, dan valt het de Nederlandse intelligentsia te prijzen dat ze zijn uitspraken altijd ironisch hebben opgevat, want daarmee zou Reves racisme onschadelijk zijn gemaakt. Racisme ironisch opvatten zou volgens de columnist een veel verstandiger strategie zijn dan die van hedendaagse anti-racisme activisten, die altijd alles ernstig nemen en mensen vervolgens ‘op de strontkar door het land rijden’. Hij stelt voor om ook alles wat Wilders zegt ironisch op te vatten. Ironie als een soort magisch schild tegen racisme: volgens mij zijn we hier eerder in het domein van het wensdenken dan in dat van de concrete analyse.

mm-week-47-meme
Figuur 2. Alanis Morissette en Grumpy Cat leggen het nog één keer uit.

Ten overvloede: een eerlijk debat over ideologische pijnpunten bij een literaire auteur is niet hetzelfde als de strontkar. In de nieuwe biografie van Piet Mondriaan wordt zijn antisemitisme ook onomwonden behandeld – het doet niets af aan de vernieuwing die Mondriaan in de schilderkunst bracht.

Dan, doorrrr naar W.F. Hermans. Criticus Edwin Krijgsman beweert in de Volkskrant over het vierde deel van Elena Ferrante’s Napolitaanse romancyclus dat ze op “Hermansiaanse wijze met het motief van het contrast” speelt. Fijn dat Krijgsman het contrastrijke olijke duo Dorbeck/Osewoudt ongetwijfeld vers in het geheugen heeft, maar helaas valt de manier waarop Ferrante nauwkeurig blootlegt hoe diep seksisme en patriarchale systemen ingrijpen in twee vrouwenlevens in de recensie vrijwel geheel weg.

Maria Vlaar schrijft in De Standaard over de rondleiding die ze van Robbert Ammerlaan kreeg door de werkkamers van Harry Mulisch, in het kader van Zijn eigen land, een tussenboekje van Ammerlaan voor de echte biografie, over vondsten uit de parafernalia uit Mulisch’ nalatenschap. Vlaar zit duidelijk in een spagaat, enerzijds die van de bewondering (of in ieder geval een vorm van eerbied), anderzijds zit ze — als vrouwelijke critica? — in haar maag met des schrijvers aperte vrouwonvriendelijkheid:

Wat ook opvalt in de boekenkast: op het eerste oog geen enkele vrouwelijke schrijver. De rol van de vrouw in Mulisch’ leven is een ander thema dat de biograaf nog wel wat hoofdbrekens zal kosten. De man die in zijn sporadisch bijgehouden dagboeken opschept dat hij met drie vrouwen per dag naar bed gaat (19 mei 1958: ‘Namiddag T. wederom en dadelijk weggewerkt.’) en halverwege de jaren 70 een feest geeft om zijn tweeduizendste verovering te vieren, liet geen vrouwen toe tot de discussies in de ‘herenclub’ waarmee hij eens per week dineerde, en heeft verder ook geen hoge dunk van de intellectuele vermogens van vrouwen.

Het zal mij benieuwen hoe deze kant van Mulisch er in de biografie van af zal komen. Kleine voorspelling: frivole literaire playboy met pijp.

Laat ik eindigen met een hoogtepunt: Mineke Bosch maakt in De Groene Amsterdammer met deskundige voortvarendheid gehakt van Ewald Engelens De mythe van de gemaakte vrouw. Engelen dacht in zijn boekje ‘het’ feminisme kritisch onder de loep te nemen, maar Bosch wijst feilloos op zijn blinde vlekken. Een paar malse brokjes uit de bespreking:

[W]at hij hap-snap over De Beauvoir te berde brengt oppervlakkig is en tegenstrijdig. […] Dat [verwijt van machtsbeluste mantelpakjesfeminisme – LdV] is er zo helemaal naast, en het is een zo ongelooflijk neerbuigend oordeel over al die pogingen om overal de genderverhoudingen te veranderen dat het mij direct deed denken aan de verbeten aanvallen van onze grote socialistische voorman Troelstra op de burgerlijke feministen rond 1900.

Burn, zoals we in de 21e eeuw zeggen.

Ten slotte de cijfers van deze week:

mm-week-47-tabel

 

 

Niet klagen maar turven en vragen om kracht: #lekkertellen 43

Lieve Lezeressen en Lezers,

Het is 2016 en nog steeds is de wereld niet klaar voor een vrouwelijke president. Heeft u het ook als u ‘s morgens wakker wordt, die halve seconde van unheimische onwetendheid, het omineuze gevoel dat er iets is, wat was het ook alweer, tot het als een natte handdoek keihard in uw nog kreukelige gezicht slaat? Een racistische en seksistische xenofoob komt makkelijker aan de macht dan een intelligente en capabele vrouw. Ik kan er niet aan wennen.

 

Sheila Sitalsing gaf daags na de uitslag een kleine proeve van de verschillende vormen van vrouwenhaat die Clinton tijdens de verkiezingscampagne met een bijna buitenaards incasseringsvermogen had weten te verstouwen. Met bewondering schrijft Sitalsing:

Ze heeft er niet over geklaagd, want klagen over seksisme garandeert enkel nog meer seksisme, bakken vol. Dus heeft ze zich er ijzerenheinig doorheen geslagen. En ongetwijfeld heeft ze ondertussen geturfd: jij en jij, jij ook, en hij daar. Een lange lijst vrouwenhaters tegen wie ze in gedachten een dikke, lange middelvinger zou opsteken, wanneer zij dáár zou staan en met haar hand op de Bijbel het hoogste ambt zou aanvaarden.

Hoezeer ik de loftuiting van Sitalsing aan het adres van Clinton ook onderschrijf – want ga er maar aanstaan -, het causale verband dat ze trekt baarde me zorgen. Had Clinton niet zonder nadelige gevolgen iets kunnen zeggen van de seksistische bagger die ze over zich uitgestort heeft gekregen zonder dat het als klagen was gezien? En als het benoemen en bekritiseren van manifest seksisme onherroepelijk tot nog meer seksisme zou leiden, welke manieren resten ons dan nog om er iets aan te doen?

Terwijl ik daarover peins, doe ik wat Clinton hoogstwaarschijnlijk ook deed: turven.

schermafbeelding-2016-11-15-om-08-51-31

NB. Er verscheen deze week geen Groene Amsterdammer wegens een dubbelnummer vorige week.

#lekkertellen week 40: Gekrenkte Mannelijkheid

Lieve Lezers en Lezeressen,

Bestudeert u eerst het verstopte doucheputje dat de cijfers ook deze week weer zijn, in de tabel alhier. Want warning: deze #lekkertellen is ouderwets #lekkerlang, omdat het nodig is wat langer bij de Volkskrant stil te staan.week-40

N.B. Deze week is er geen Vrij Nederland verschenen. De Groene Amsterdammer-bijlage over Crossing Border is niet meegeteld.

Een knauw voor je mannelijkheid

De meest onthullende quote vond ik deze week in de Volkskrant, in een interview met Britse auteur en televisiemaker Tim Samuels:

Voor mij betekende het werkende leven een proces van ontmannelijking. Andere mensen, zoals bazen, hebben controle over wat je doet, hoeveel je verdient en hoe je je voelt… Het verlies van vrijheid dat ik ervoer, betekende een knauw voor de mannelijkheid.

Mannelijkheid wordt zo dus alleen in de vorm van een verlies bespreekbaar. Als vrouw was ik overigens verbluft: hoezeer moet Samuels voordien in een geprivilegieerde mannelijke autonomie-bubbel hebben geleefd? Ik bedoel: hoezeer moest hij zich zó compleet heer en meester over eigen leven hebben gevoeld, om het ontvangen van opdrachten in een doodnormale werksituatie al als een krenking te ondergaan? Hij is er wel eerlijk over, zullen we maar zeggen.

Samuels is niet de enige auteur die zich over mannelijkheid buigt: het onderwerp hangt duidelijk ‘in de lucht’. En met reden, want zowel Brexit als Trump laten zien dat mannen significant vaker voor populisten stemmen dan vrouwen. Bovendien is het discours over doorgeslagen ‘feminisering’ en gekrenkte masculiniteit een belangrijke inhoudelijke component van veel populisme; zie wederom Trump en hier ten lande bijvoorbeeld Baudet.

En zo kwam ik bij de gehele boekenbijlage van de Volkskrant uit. Want áls we constateren dat gekrenkte mannelijkheid voorwaar geen grap is – maar dat in zekere zin een groot deel van onze politieke toekomst afhangt van hoe dit probleem te analyseren en te begrijpen – dan verbaast mij de lichtzinnigheid waarmee deze bijlage uiteindelijk terugvalt op clichébeelden over de man. Een probleem inzichtelijk willen krijgen is niet hetzelfde als het probleem voeden, beste Volkskrant.

Maxim Hartman heeft nog altijd zijn rubriek en Chef Boeken Wilma de Rek, zo bleek deze week, staat daar volkomen achter. Hartman is in mijn ogen de man die gewild is in VPRO/Volkskrant kringen omdat hij ze de illusie geeft dat ze óók heus de ‘gewone man’ weten te bereiken. Dat ze kiezen voor een auteur wiens retorisch vermogen niet verder reikt dan Hurt them before they can hurt  onthult ongewild hoe diep er toch nog altijd op die gewone man wordt neergekeken.

Hartman had geschreven over ‘Christenhonden’ (hallo, Theodor Holman ca. 1995??). Later volgde er iets spitsvondigs over ‘achterlijke Friezen’. Wilma de Rek verdedigde de Hartman-rubriek vurig, in het stuk dat de VK-ombudsvrouw hierover schreef (het regent namelijk klachten bij de Volkskrant, hoera, wakkere lezers!). In haar antwoord beroept De Rek zich – verrassend eerlijk – op een calculerend doelgroepdenken, plus bijbehorend stereotiep manbeeld dat tot tien jaar geleden hooguit bij bladen als Panorama en Nieuwe Revue de norm was:

Bij die keuze houden we rekening met hem [= Hartman, LdV] als vertegenwoordiger van een bepaald soort doelgroep: doorsnee man, geen enorme lezer, houdt van sport maar pakt ook weleens iets onverwachts uit de schappen.

Nu, ik begrijp dat boekenbijlages voortdurend onder druk staan om meer en dus een ander type lezers te bereiken. Maar waarom niet gedacht in precies de omgekeerde richting, namelijk die van een diversere doelgroep in plaats van richting de ‘doorsnee man’? En denk je die man wérkelijk te bereiken via iemand die consequent zijn eigen mannelijkheid alleen maar vorm kan geven door vrouwen – en anderen – te kleineren? En belangrijker nog: waarom wil je dat?

Dat was echter nog niet alles, want interessant genoeg was er voor gekozen om Harry Mulisch op de voorkant van de Sir Edmund te zetten (plus groot artikel), en Jan Cremer als opening van het boekenkatern (plus groot artikel). Er zal geen bewuste strategie achter zitten, maar alles bij elkaar opgeteld leek het één groot pleidooi voor de fantasie van de autonome man zoals deze ooit in de Letteren de dienst uitmaakte.

Over de nadelige effecten van deze juist in de literatuur groot geworden illusie van brute mannelijkheid wordt geen gesprek gevoerd. Terwijl het zó nodig is, maar we komen er pas aan toe als de boekenbijlages kritischer gaan kijken naar de keuzes die ze maken op het gendervlak.  Tot slot wil ik daarom de Volkskrant, en bij uitbreiding alle Grote Drie-Fetisjisten die de Vaderlandse boekenbijlages volpennen wijzen op Christophe Van Gerreweys bespreking  Korte gesprekken met afgrijselijke mannen van David Foster Wallace in De Standaard:

In 1997, twee jaar voor dit boek in Amerika verscheen, schreef Wallace een negatieve recensie over een roman van John Updike, die hij met Norman Mailer en Philip Roth als de ‘Grote Mannelijke Narcisten’ omschreef, omdat ze enkel over hun eigen problemen en seksualiteit schreven. Dat geldt ook voor Korte gesprekken met afgrijselijke mannen, met dat verschil dat deze mannen, en Wallace evenzeer, verloren lopen in de woorden en daden waar rollenpatronen hen toe aanzetten […].

Grote Mannelijke Narcisten, daar hadden ze het in Amerika in 1997 al over! Gaat het kwartje hier in 2016 dan ook vallen? A girl can hope… en een vrouw van middelbare leeftijd ook.

Zo dat is er uit, en dan nu nog een korte rijtje dieptepunten, gekkigheden en hoogtepunten.

Dieptepunten: Deze week worden er in De Groene Amsterdammer 0 vrouwen besproken en komen er 0 vrouwen als criticus aan het woord.

Voor meer dieptepunten: door naar De Morgen. Op de voorpagina van de krant wordt melding gemaakt van het onderzoek van Rekto Verso naar seksisme in de culturele sector. Mooi! Helaas staan er in het boekenkatern dan meteen een aantal zaken die recht dat onderzoek in hadden gekund. Te beginnen met de cartoon die als illustratie bij het hoofdartikel van het katern (over de Frankfurter Buchmesse) dient. Vier mannen aan een statafel, lege wijnglazen, vrouw komt hen meer wijn brengen, tekst: ‘Maaike, vlug, hoe zeg je “Achterwaards in de poes naaien” in het Duits?’.  

Schijn bedriegt: Voor het eerst in de #lekkertellen-geschiedenis van De Morgen worden er meer vrouwen dan mannen besproken! O, maar wacht, schijn bedriegt: geen van deze 9 schrijfsters kreeg een volledige recensie. Relatief gezien kregen de mannelijke auteurs dus alsnog meer aandacht. De Morgen veranderd? Who am I kidding?

Terug bij af: Na twee betrekkelijk evenwichtige weken voor Sir Edmund zijn we weer terug bij af. Drie vrouwen worden besproken in het Booker Prize-verhaal van Hans Bouman (keurig 3-3 dit jaar). Verder duiken ze pas op bij Kort & Goed (4).

De Grote Drie maar niet die drie: In Het Parool haalt Dirk Jan Arensman de Amerikaanse grote 3 light + 1 van stal in een lyrisch-vergoelijkende bespreking van debutant Nathan Hills Nix:

Maar iets ontwapenends heeft het wel: een debutant die een sociale en politieke satire, historische fictie en een coming-of-age-roman wilde schrijven, die thematisch en stilistisch in de voetsporen treedt van John Irving, David Foster Wallace, Michael Chambon en Thomas Pynchon en die het verwezenlijken van die tomeloze ambitie welbeschouwd nog een heel eind komt.

Gekkigheid: In Iets in ons boog diep van Jan Lauwereyns hebben we, volgens de samenvatting van de Groene-recensent, weer eens een man te pakken die meer emotionele respons heeft op een sekswerker die hij per toeval tegenkomt, dan op de mensen in zijn leven:

Vervolgens ziet hij een meisje lopen dat hij kent van een tijdje terug, Ayaka, het Cleopatra-meisje, toen hij balletklassen volgde. Hij volgt haar, het uitgaansleven in [helemáál niet als een griezelige stalker, LdV]. Hij ontdekt dat ze in een bar werkt, praat met haar, leeft van haar op, tot een yakuza-achtig figuur haar geld biedt om aan haar borsten te mogen zitten.

Et cetera. Zucht.

Hoogtepunten: diversiteit In De Groene schrijft Lofti El Hamidi (buiten de boekenrubriek) over Black Minds Matter, naar aanleiding van het rapport van de diversiteitscommissie van de UvA. Ik las ook het interview met Gloria Wekker over datzelfde onderwerp in de Volkskrant van deze week. En dan was er in NRC een paginagroot interview met Chimamanda Ngozi Nadichie, opdat wij maar nooit meer terug hoeven denken aan dat Buitenhof-interview met haar.

#lekkertellen #37: Bart Smit-statistiek

Joehoe! Op de dag dat Asha ten Broeke van Twitter werd verwijderd omdat trollen haar ‘gerapporteerd’ hadden vanwege haar commentaar op de nieuwe Bart Smit-folder (guess who daarin door een miniatuur-supermarkt loopt en wie speelgoed krijgt om ontdekkingen te doen?), is het zo ver: #lekkertellen, nieuwe stijl, namelijk #lekkerkort. Hoe zag de taakverdeling in het huishouden van de boekenbijlagen van deze week eruit en wat viel er op?

ldv_lekkertellen37_bartsmitfolder

De cijfers: een Bart Smit-huishouden

Deze week voldoet aan het model: rond de 30% vrouwen en 70% mannen. Niet aan een ideaalmodel dus, maar aan het Bart Smit-model dat zich nu al maanden achter elkaar aftekent in boekenbijlagenlandschap.

schermafbeelding-2016-10-04-om-22-24-12

hoogtes, dieptes, gekkigheden

  • Hoogte: veel aandacht voor Teju Cole, die vorige week in Nederland was. Zijn verhaal over kunst, racisme en Eurocentrisme werd integraal afgedrukt in De Groene, in Vrij Nederland staat een groot interview met hem en in NRC Handelsblad staat een bespreking van zijn essaybundel.
  • Gekkigheid: In De Standaard wordt de nieuwe roman van Stefan Hertmans besproken, die het verhaal van een vrouw uit 1100 vertelt. Grootste commentaar van de mannelijke recensent:

Maar hij offert haar nooit op voor zijn verhaal. Wellicht heeft hij te veel respect voor haar historische bestaan. Als de roman één zwakte heeft, ligt ze daar: we horen haar nooit. We zien haar bewegen, we krijgen signalen van haar pijn en verlangen, we zien wat zij ziet, maar het scherm van duizend jaar blijft staan. “Ik raak de oude putrand aan. Ik raak Hamoutal aan”, schrijft hij gloedvol in Caïro. Het blijft helaas een aanraking van steen in een roman vol zelfbeheersing die het grote schrijverschap van Stefan Hertmans zo typeert.

Dat dit vrouwelijke personage niet tot leven komt, is dat een gevolg van respect voor haar historische bestaan (hoe dan?), of toch eerder onwil of onvermogen van de schrijver om zich in te leven in een vrouw? En waarom met deze afstandelijkheid het personage niet voor het verhaal opgeofferd zou worden, is mij een raadsel.

  • Diepte: Nederland gidsland en de vrouwelijke niet-minister president.
    Co Welgraven geeft een wat matige bespreking van het boek Hare Excellentie. Zestig jaar vrouwelijke ministers in Nederland van Monique Leyenaar als hij zich verliest in een staaltje male innocence over het niet-minister-presidentschap van Marga Klompé. Nederland was reuze vooruitstrevend, dus het had maar een haartje gescheeld of we hadden een vrouwelijke premier gehad, aldus Welraven. Een zelf-uitgedeelde pluim voor Nederland dus. Maar Marga Klompé zei nee, en waarom? Ze vond dat ze over onvoldoende kennis op financieel-economisch terrein beschikte en dat “de situatie psychologisch niet rijp is om een vrouw tot minister-president te maken”. [mijn nadruk]
    Hoe vooruitstrevend is een land wérkelijk als vrouwen van het kaliber Klompé zichzelf nog altijd klein maken (‘onvoldoende kennis’) én inschatten dat het land in een onheilzame staat van emancipatiekramp zou schieten bij een vrouwelijke premier? De situatie is overigens psychologisch nog steeds niet rijp in ‘vooruitstrevend’ Nederland, waar we welgeteld één vrouwelijke lijsttrekker hebben (Marianne Thieme).
  • Gekkigheid: Carel Peeters pullt een Nesciootje als openingszin en Herman Brusselmans heeft een boek over een schrijver geschreven, en die schrijver is hij zelf.

 

 

 

#lekkertellen – de Grote Vakantie-recap

Lieve Lezers,

Na een zomer met minder komkommers en meer rampspoed dan me lief was, ligt mijn De Waard weer veilig op de vliering, heeft mijn elektrische fiets een onderhoudsbeurt gehad en heb ik mijn potloodjes weer geslepen. Het is tijd om weer verder te gaan met #lekkertellen. Omdat ik vermoed dat jullie de patronen inmiddels een beetje herkennen en ik vrees dat niet al mijn trouwe lezers het einde van mijn posts halen, pak ik het in dit nieuwe seizoen de presentatie van #lekkertellen een beetje anders aan, al blijven de harde statistieken natuurlijk gewoon dezelfde. Maar voordat het zover is: eerst de grote zomervakantie-recap!

ldv_tentopzolder
Mijn De Waard-tent ligt weer op zolder

Cijfers in plaatjes en tabellen

lekkertellen_zomervakantie

 

 

schermafbeelding-2016-09-26-om-09-55-34

Indrukken en andere zaken die me opvielen

  • In het eindklassement trof ik de bekende hekkensluiters: Vrij Nederland met 16% vrouwen in totaal (exclusieve Gentlemen’s Debating Society) en Het Parool met 20% vrouwen (Boys’ club met afgebladderde boomhut). Niet veel beter was de krant die als drie-na-laatste eindigde, NRC met 25 % (laat 19e-eeuwse liberale kiesrechtcommissie). Enfin, daarna schommelen bijna alle bijlagen rond de 30%, met als positieve uitschieter wederom Trouw – hoera toch weer voor deze krant.
  • de Volkskrant lijkt qua cijfers een aardige middenmoter, maar heeft een Parool-achtige desinteresse voor vrouwen; ze presteren het week na week het merendeel van alle grote stukken te reserveren voor de mannen, om de vrouwen pas in ultrakorte signalementen te… signaleren. Zonder die signalementen zou de Volkskrant dus direct kelderen in het klassement.  Verder bedacht de krant deze zomer een uiterst efficiënte methode om de boekenbijlage te vullen: ze lieten vrouwenhater (oh nee, lover, natuurlijk) Maxim Hartman de eerste tien pagina’s van een boek lezen. En voilá! Een hele spread gevuld vol respectloze en domme boekbesprekingen en evenveel interessante opmerkingen als Hartman haren op zijn hoofd heeft (lezers, sorry voor deze baldshaming, het moest even). Way to go, Volkskrant, weer een stapje dichter bij de afgrond.
  • in de zomermaanden werd Jeroen Vullings in Vrij Nederland vervangen door een vrouw, Nynke van Vershuer. Mooi! Helaas heb ik haar na de zomer niet meer terug gezien, dus ik vrees dat Vershuer weer veilig is opgeborgen in de binder full of women van de VN. Carel Peeters dacht er ook deze zomer nog niet over om te stoppen en schreef moedig door. Hij deed wel even lekker gek en besprak in al die weken één vrouw! Martha Nussbaum. Verrassende keuze.
  • In de dubbeldikke zomerspecial van VN was eindelijk ruimte voor wat meer titels dan in de doorgaans zeer dunne boekensectie. Eindelijk een mogelijkheid om het vrouwentekort wat weg te werken! Toch niet. Van de 13 besproken auteurs waren er 2 een vrouw.
  • De Standaard bedacht een vakantie-atlas: iedere week werd er een ander land/ andere regio besproken, met onder meer tips waar schrijvers zoal gewoond hebben. Dolletjes! Nou ja, dolletjes, het ging voor 99% om mannelijke schrijvers (Flaubert, Hemingway, the works). Ik ben van de weeromstuit lekker in de Beemster gaan kamperen, en heb aldaar aan alle Wolff en Deken parafernalia een bezoekje gebracht.
  • Nu we met Wolff en Deken toch in de Verlichting zijn beland: veel aandacht voor Thomas More’s Utopia de laatste weken in verschillende kranten, dat wordt heruitgegeven. Wat me opvalt: het zijn witte mannen onder elkaar die deze discussie voeren (Hans Achterhuis, Bas Heijne, Merijn Oudenampsen) en mannelijke auteurs naar wie verwezen wordt. Kwalijk om die blik niet wat breder te trekken bij een discussie over fundamentele politiek-theoretische kwesties. Daarbij, als we het debat gaan voeren over de erfenis van het Utopisch verlichtingsdenken, is het niet op z’n minst aardig om ook de lange traditie van feministische utopieën en Afrofuturism er bij te betrekken? Al was het maar omdat nu net in deze genres Verlichtingskritiek beoefend wordt, mét behoud van utopisch denken.
  • In de Groene Amsterdammer vallen twee zaken op: ten eerste het lage percentage schrijvende en besproken vrouwen, voor een tijdschrift dat zichzelf als progressief affichieert; ten tweede, dat de recensies geschreven door of over een vrouw vaak als eerste in het Dichters & Denkers-katern wordt afgedrukt. Ik ben er nog niet over uit of dit nu een oprechte poging tot affirmative action of toch eerder windowdressing is.

 

* door een technisch probleempje ontbreken in dit overzicht de cijfers van een aantal edities van De Morgen. Op de grote totaalpercentages zal dat weinig uitmaken. De cijfers van De Morgen zijn een stuk positiever deze zomer dan gebruikelijk, dat komt omdat het Boeken-katern in de zomer is teruggebracht tot één pagina: één recensie en signalementen. In die signalementen worden vaker boeken van vrouwelijke schrijvers genoemd dan in de ‘gewone’ recensies.

Zes maanden #lekkertellen: het overzicht

Lieve lezeressen en lezers,

U wordt in de boekenbijlagen al enige weken om de oren geslagen met leestips voor de vakantie. Ook ik heb mijn praktische fleecetrui uit de kast gehaald en de fietstassen ingeladen: summer is here! Ik turf en tel natuurlijk wel trouw door deze zomer, want van wekenlang voor de tent sudoku’s invullen wordt een mens ook niet vlugger. De wekelijkse blogposts over de cijfers komen echter na de zomer weer (mijn favoriete natuurcampings hebben geen wifi).

Fig. 1 In de zomer sluit De Lezeres de tent
Fig. 1 In de zomer sluit De Lezeres de tent

Maar voordat het zomerreces werkelijk begint, terug naar de basis: #lekkertellen 2016, eerste semester. Voor iedereen die denkt dat het wel meevalt heb ik hier de harde cijfers van de afgelopen 6 maanden nog even voor u op een rijtje gezet. Tip: bestudeer ze met een olijke sombrero op en een margarita in de hand, dat helpt om de stemming goed te houden, want de cijfers gaan dat niet doen.

U kent me ondertussen en weet hoeveel ik van orde hou: daarom eerst een klassement met het aantal besproken vrouwen (A). Daarbij alvast opgemerkt: naar schatting is ⅓ van alle uitgegeven auteurs vrouw (ik heb dit nog niet #gelekkerteld). Stelt u zich op het wat Droogstoppelige standpunt dat boekenbijlages geen enkele rol te vervullen hebben in het verbeteren van de positie van de vrouwelijke auteur en slechts ‘de markt’ hoeven te volgen, dan zou je een boekenbijlage die rond de 33% vrouwen bespreekt representatief kunnen noemen. Laat mij u alvast verklappen dat slechts 2 boekenbijlages daarbij in de buurt komen.

Vervolgens een ranglijst van de boekenbijlages met de minste en de meeste vrouwelijke recensenten (B).

A. Percentage / aantallen besproken vrouwelijke auteurs

Een handzame grafiek

LdV_lekkertellen24_aut

Uitleg bij de handzame grafiek

8. Amsterdam is een stad gebouwd op palen…

en bij Het Parool is gemiddeld 80% van de besproken auteurs man en 20% vrouw. Opmerkelijk genoeg haalde het katern in de week met 100% mannelijke recensenten ook het hoogste percentage besproken vrouwen: 43%. Return of the repressed? Er zijn twee weken geweest zonder besproken vrouwen, het omgekeerde (dus geen mannen besproken) kwam niet voor.

7. de Volkskrant houdt van overzichtelijke cijfers…

maar mooi zijn ze niet. Over het geheel gezien was in dit katern drie vierde (75%) van de auteurs man en één vierde (25%) vrouw. Onder de besproken titels van vrouwelijke auteurs telde ik bovengemiddeld vaak thrillers, kinderboeken en zo nu en dan een dieet- of lifestyleboek. Niks mis met zulke genres, maar het betekent wel dat vrouwen in de categorieën literatuur en wetenschap nog sterker ondervertegenwoordigd zijn.Ook wanneer je de aandacht meet in kolommen krijgen mannen veel meer ruimte. De grote interviews, de recensies van een of meer pagina’s, het zijn zelden vrouwen die deze ereplaatsen binnen het katern bezetten. Regelmatig moest ik doorbladeren tot aan de rubriek ‘Kort & goed (of niet)’ voordat ik de eerste vrouw tegenkwam. In de rubriek ‘Signalementen’ was de verhouding vaak 7-1. In goeie weken 6-2. Maar nooit, nooit eens andersom.Laat mij u tot slot verklappen dat de Volkskrant een keer een hele bijlage wijdde aan de geboortedag van Gerard Reve én eentje aan de mannelijke lezer. Verrassende keuzes.

5/6. Vrij Nederland en NRC Handelsblad

In de afgelopen 24 weken heeft Vrij Nederland 9 (negen) edities gehad zonder besproken vrouwen…  Bij alle kleinere redacties (De Groene, Het Parool, De Morgen en De Standaard) komt dat wel eens voor (geen excuus overigens, want omgekeerd hebben ze nooit edities zonder mannen), maar VN is de koning van de bowlingbaan met deze strikes. Ik hield het niet systematisch bij, maar durf mijn leesbril erom te verwedden dat ook de speciale avondjes discobowlen met de Grote Drie de club van VN verdomd goed af zouden gaan. Het aantal besproken vrouwen na 6 maanden is 26%. Bekijk je het per week, dan valt op dat met een kleine redactie de percentages nogal schommelen, en zodoende is VN ook het enig blad dat drie keer een nummer had met meer besproken vrouwen (67%). Ga ik nu iets aardigs zeggen? Ik kijk in mijn margarita en bedenk: niet zo een royale compensatie voor gemiddeld 93% mannelijke recensenten (zie hieronder).

ldv_grotedriebowlen

 

Ook bij NRC Handelsblad was slechts 26% van de besproken boeken van een vrouw. Tsja, wat moeten we zeggen over deze bijlage door en voor de leden van het geheime Karel van het Reve-adoratiegenootschap?

4. De Groene Amsterdammer is een matige middenmoter

Gemiddeld aandeel boeken geschreven door een vrouw: 28%. Maar gelijkmatig over de issues verdeeld is dat niet, meer dan de helft van de edities (13 van de 24) werd er geen of slechts één boek van een vrouwelijke auteur besproken: 6 van de 24 weken werd er geen enkel boek geschreven door een vrouw besproken, en nog eens zeven van de 24 weken slechts één.

3. De Standaard bleef in de plooi

Het was een terugkerende deceptie bij De Standaard: waren de vrouwen stevig vertegenwoordigd bij het schrijven van de kritieken (zie verderop), lieten ze het bij de vrouwelijke auteurs nogal eens afweten. Maar liefst drie keer stonden er nul vrouwen op de teller, nog eens drie keer bleef het percentage onder de 20%. Wel zat er drie keer een score in de 50’s tussen, maar gemiddeld schoot de mv-verdeling echter terug in de hardnekkige 70/30-plooi: 29% van de besproken auteurs was vrouw, wat betekent dat 71% man was.

2. De Morgen geeft minder dan ⅓ van de taart aan vrouwen

30% van de besproken boeken was van een vrouwelijke auteur. Opmerkelijk genoeg is De Morgen daarmee de een na hoogste wat betreft besproken vrouwen (terwijl ze zoals straks zal blijken de een na laatste zijn in het klassement wat betreft vrouwelijke recensenten). Dat is natuurlijk nogal relatief met die 30%. Bovendien zijn het vrijwel altijd kleinere recensies, of (nog kleinere) signalementen. En af en toe een groot (openings)stuk over een boek van een vrouw, met steevast een aantrekkelijke auteursfoto erbij.

1. En de winnaar is Trouw

Trouw leek vooral in de maanden april en mei het goede voorbeeld te gaan geven. De aantallen vrouwelijke schrijvers en mannelijke schrijvers lagen vaak niet ver uiteen, hoewel er toch altijd wel iets meer mannelijke schrijvers werden besproken. In het katern van 28 mei werden voor een keer meer vrouwelijke dan mannelijke schrijvers besproken (12-9) door bovendien meer vrouwelijke recensenten dan mannelijke (11-8). Trouw bewees daarmee: het kan dus gewoon wel — maar dit was in deze gehele periode #lekkertellen wel het enige bewijsstuk dat ik hiervan verzamelde.Helaas zakte het dagblad daarna af met als dieptepunt de bijlage van 25 juni waarin, afgezien van twee (!) signalementen maar 1 boek van een vrouwelijk auteur werd besproken. De verdeling onder de besproken auteurs kwam zo in totaal uit op 63% man en 37% vrouw.

B. Percentage / aantallen vrouwelijke critici in de boekenbijlages

Nog een handzame grafiek

LdV_lekkertellen24_rec

Uitleg bij de handzame grafiek

8. Vrij Nederland negeert dapper de 21e eeuw

De hekkensluiter is Vrij Nederland. Uithoudingsvermogen kun je ze niet ontzeggen, want Carel Peeters zit er al sinds 1973 (negentiendrieënzeventig) en die tovert nog steeds elke week getrouw één of meerdere boeken van mannen achter zijn oor vandaan. Omdat de bijlage zo klein is en ook Jeroen Vullings als vaste medewerker heeft, bungelde VN consequent onderaan het lijstje. Gedurende de gehele #lekkertellen-periode bevatte het tijdschrift gemiddeld 93% mannelijke recensenten. In 19 van de 23 nummers schreef geen enkele vrouw over literatuur.

7. De Morgen is uit evenwicht

Interessant: De Morgen bespreekt relatief veel vrouwelijke auteurs, maar slechts 13% van de bijdragen werd door vrouwen geschreven. Ik schrijf expres ‘bijdragen’, omdat het hier niet alleen over recensies gaat. Het leeuwendeel van deze werd ingevlogen voor de rubriek op de achterkant van de boekenbijlage, waarin een schrijver wordt gevraagd iets te vertellen over een bewonderde andere schrijver. Of vrouwen schreven de kleinere recensies. 16 van de 24 weken was geen enkel of slechts één stuk van de hand van een vrouw. Feels like 1973 to me. De Morgen zit in hetzelfde concern als de Volkskrant, en neemt zeer regelmatig stukken van ze over voor hun boekenbijlage, steevast stukken van de hand van een man. Kan dat anders, vraag ik mij dan af. Wat zich hier wreekt, is dat bij de Volkskrant vrouwen óók in de regel niet de grote stukken schrijven. Dat probleem is groter dan De Morgen alleen, zoals we ook zullen zien bij de volgende publicatie in dit rijtje.

6. Het Parool blijft een mannenreservaat

Deze bijage is vrij consequent: alleen week 17 was een glorieuze uitschieter met 57% besprekende vrouwen, maar verder zit de boekenbijlage trouw rond het droevige gemiddelde van 76% besprekende mannen en 24% vrouwen. Verder doet Het Parool aan strikte arbeidsdeling: vrouwen schrijven voornamelijk kleinere recensies over poëzie en kinderboeken, de mannen doen de grotere artikelen over alle overige genres. En nu is de  kinderboekenrubriek sinds kort ook nog opgeheven, dus de vraag is of Het Parool de komende tijd af zal zakken richting Vrij Nederland-percentages — of zullen ze wat betreft de genderverhoudingen eindelijk door hun puberteit heengroeien richting volwassenheid? Het blijft spannend.

5. Groei in De Groene?

Bij De Groene was het gemiddeld aandeel schrijvende vrouwen 29%. Vijf van de 24 weken schreef er geen enkele vrouw voor de Groene. Er was niet één week waarin er meer vrouwen dan mannen boeken recenseerden; zes edities hebben een 50/50-verdeling. Zulke uitschieters (dan weer nul, dan weer 50/50) krijg je natuurlijk al snel binnen zo’n klein katern, maar het blijft jammer dat de 50/50 nooit overschreden wordt. Hoeraatje: wel nieuwe vrouwelijke critici gespot de afgelopen maanden, en ze gaven mijn leesbril de ruimte.

4. NRC lijkt ook koers te wijzigen…

In het midden van het klassement de NRC, krant voor gepensioneerde artsen en anderen. Dat heeft een van de grootste bijlagen die ik heb geteld en 30% van de recensies werd door een vrouw geschreven. De krant kreeg er in de eerste editie van #lekkertellen meteen flink van langs: ik had nogal wat rode wijn nodig om de treurige getallen weg te spoelen: 7% van de recensies waren van een vrouw. Dra gloorde er hoop: er doken recensies op van nieuwe critici, onder meer de auteurs Roos van Rijswijk en Shira Keller. Ook Niña Weijers kreeg de ruimte: zij mocht Chris Kraus interviewen. En: NRC sloeg zelf aan het #lekkertellen (zie dit artikel over literaire prijzen) en wijdde een stuk aan de vraag wat er zou veranderen als meer vrouwelijke critici zouden zijn. Wel nog met de nadruk op “zou”: vooralsnog bleven de heren week na week ruimschoots in de meerderheid. Dat komt ook omdat het non-fictiedeel van de bijlage grotendeels door heren wordt volgepend.

3. de Volkskrant doet u de groeten

Bij de Volkskrant was twee derde (67%) van de recensenten man en één derde (33%) vrouw. Wat wel mooi is: de Volkskrant heeft in een boekenbijlage nooit minder dan drie vrouwelijke recensenten gehad. Nou ja, mooi… Andersom waren er per bijlage nooit minder dan acht mannelijke recensenten, die bovendien bijna altijd grotere stukken schreven dan de vrouwen.

2. Trouw: niet bang voor evenwicht

Trouw geeft het goede voorbeeld (het rijmt niet voor niets op ‘vrouw’, merkte ik al eerder op) en zit wat betreft recensenten bijijijna op 50-50: over de hele periode genomen 54% man en 46% vrouw. Bovendien zat Trouw geen enkele keer onder 30% vrouwelijke recensenten, een percentage dat andere kranten met moeite halen als maximum!

1. De Winnaar: De Standaard!

Maar de meest gelijkwaardige verhouding vinden we bij De Standaard: 53% van de recensenten is man, 47% is vrouw. Die verdeling was geen wekelijkse wetmatigheid, de fluctuaties waren groot. Zo was er een week waarin de hele bijlage werd volgeschreven door mannen, maar daar stonden dan weer zes weken tegenover waarin de vertrouwde 70/30-verhouding in het voordeel van de vrouwelijke critici uitviel. De Standaard der Letteren werd dan ook gaandeweg dit semester mijn hoop in bange dagen: in deze boekenbijlage bleek het geen uitzondering dat een vrouwelijke recensent als Kathy Mathys of Marijke Arijs het openingsstuk schrijft, en meer dan eens turfde ik meer dan twee grote stukken van vrouwelijke hand – bijvoorbeeld van Maria Vlaar, Veerle Beel, Vanessa Joosen of Katrien Steyaert – achter elkaar.

 

De Vrouw als Lyrisch Subject: #lekkertellen week 20

Lieve lezeressen en lezers, Maar liefst drie grote opstekers voor vrouwelijke auteurs, afgelopen week! Eerst won Esther Verhoef de Gouden Strop. Zij is daarmee de derde vrouwelijke winnaar van deze prijs in 30 jaar — des te opmerkelijker omdat het genre ‘literaire thriller’ door vrouwelijke auteurs wordt gedomineerd, zoals we vorige week nog in deze rubriek zagen. […]

De Lezeres en Het Lijk in de Boekenbijlage: #lekkertellen week 19

Lieve lezeressen en lezers,

De critici der lage landen buigen zich deze week over de kanshebbers voor de Gouden Strop. Als het over thrillers gaat, ben ik altijd op mijn hoede, want het schijnt mijn favoriete genre te zijn. Zo probeerde Arjen Ribbens zich in NRC Handelsblad in mij te verplaatsen om de dalende maar nog altijd hoge verkoopcijfers van de Nederthriller te verklaren, het genre waarbinnen vooral vrouwelijke schrijvers succesvol zijn: ‘Zijn de lezeressen van wat wel eens badinerend de “oestrogeenthriller” is genoemd uitgekeken op spannende boeken over kwaadaardige kraamhulpen?’

  1. De week in cijfers

Ondertussen zag ik mezelf voor een heel ander mysterie geplaatst: de score voor vrouwen in de literaire katernen duikt deze week weer onder de 30% — alsof schrijvende vrouwen buiten de thriller om maar niet interessant willen worden. Dol op misdaadromannetjes als ik ben vroeg ik me af: wie zou dit verontrustende beeld op z’n geweten hebben?

lekkertellen week 19

Is het Het Parool, mijn usual suspect, dat deze week weer een standaardbeeld laat zien? De enige twee vrouwelijke recensenten bespreken poëzie en jeugdliteratuur. Maarten Moll snijdt een man/vrouw-kwestie aan, maar is nog niet aan zelfreflectie op het boekenkatern toegekomen. Ik houd nu al mijn adem in! Of moeten we misschien ons vizier richten op de Volkskrant met slechts 18% vrouwelijke recensenten en 15% vrouwelijke auteurs? Een andere verdachte is NRC Handelsblad, dat van de 16 auteurs maar 3 vrouwelijke auteurs bespreekt. Eigenlijk is dat nog toeval ook, want waren er geen vrouwen genomineerd voor de Gouden Strop, dan had Robert Gooijer rustig Nog Meer Mannen gerecenseerd in zijn stuk over de vier kanshebbers. Mag u raden wie van hen ‘huiselijke horror’ schrijft.

image

In een goede whodunit schuilt de oplossing altijd in de details — een vertrapte sigarettenpeuk, een losgewaaide haar, een onverklaarbare deuk in een achterbumper. Deze week houd ik dus mijn vergrootglas boven de recensies: op welk spoor zetten de adjectieven die de critici gebruiken ons? Ontwaren we wellicht een opmerkelijk patroon in de bijvoeglijke naamwoorden voor mannelijke en vrouwelijke auteurs, voor hun stijl of thematiek? Zet uw leesbrilletje op en speur mee met De Lezeres!

  1. Thema  van de week: het bijvoeglijk naamwoord

Buiten het afzetlint

Hoewel Vrij Nederland een bekende is van de adjectievenpolitie, staat het blad deze week buiten verdenking. Vullings recenseert Het opzienbarende verhaal van Robert Coombes van Kate Summerscale en de bijvoeglijk naamwoorden die hij uit de kast trekt zijn louter positief: ze schrijft ‘in haar karakteristiek nuchtere, nauwgezet op feiten toegesneden’ manier ‘intrigerende true crime-proza’ dat ‘aangenaam’ is en ‘een imponerende wending’ kent. Ook De Standaard blijft buiten het afzetlint: Vervoort noemt Meester van Chahdortt Djavann ‘de verrassendste thriller van het voorjaar. Het boek combineert een doordachte structuur met een strak en onverbloemd taalgebruik’. Het gelukkigste meisje ter wereld van Jessica Knoll is ‘verbluffend sterk en verbazend knap geschreven’, en Hilde Vandermeeren is ‘een van onze grote talenten in het genre’.

Forensisch sporenonderzoek: intellect en universele emoties

Op het plaats delict treffen we interessante bewijsstukken aan. In NRC Handelsblad veel mannelijk intellect, zoals Pjeroo Robjee, die volgens Sebastiaan Kort ‘een onbegrensde woordenschat’ heeft en ‘zulke verrukkelijke archaïsmen en welluidende volzinnen’ schrijft — en van ‘spielerei’ is volgens Kort geen sprake, want hier heet het ‘bewuste overdaad’. Michel Krielaars kijkt mee met de Duitse historicus Ernst Piper die in zijn ‘voortreffelijke geschiedenis’ laat zien hoe — zo blijkt uit de recensie — alleen maar mannelijke ‘intellectuelen en kunstenaars aan de basis van WO I stonden’. Rob Hartmans is vol lof over de ‘eminente’ Duitse historicus Wolfram Siemann die een ‘briljant boek’ schreef over Metternich.

In de Volkskrant is Erik van de Berg bijzonder onder de indruk van het dagboek van dadaïst en ‘eenzame Europeaan’ Hugo Ball. De vlucht in de tijd geeft een ‘fascinerend’ inzicht in de denkwereld achter de dada-teksten, deze ‘serieuze’, ‘gekwelde’ en ‘koortsachtige’ ontleding van de Europese ideeëngeschiedenis is ‘intimiderend erudiet’, bevat ‘scherpgeslepen’ zinnen, ‘fameuze’ klankgedichten en geeft blijk van een ‘mateloos’ intellect. Begeesterd bladerde ik verder in de boekenbijlage, benieuwd of ook een vrouwelijke pen met zulke superlatieven overladen zou worden — daarover zo meer. Ook in de boekenbijlage van de Volkskrant een stuk over de briefwisseling van de ‘getrouwde’ André Brink, een ‘gerespecteerd’ auteur en professor, en de ‘gescheiden’ Ingrid Jonker. Slechts één van was overspelig, maar die partij heeft nu net niet het negatieve adjectief toebedeeld gekregen. De roem van de ‘manisch-depressieve’ Jonker groeide ‘onstuitbaar’ na haar zelfmoord, maar of dat een terechte waardering van haar schrijftalent is, laat Arjan Peters in het midden. Brinks pennenvruchten over de verhouding worden ‘openhartig’ en ‘weinig verhullend’ genoemd.

Wanneer mannen, al dan niet intellectueel, zich ook van hun kwetsbare en gevoelige kant durven te laten zien, komt dat ze vaak op waardering te staan. In NRC Handelsblad noemt Arjen Fortuin het nieuwe boek van Gerbrand Bakker ‘ontroerend’ en ‘prachtig’, geschreven ‘met zelfspot’ en ‘in imposante eerlijkheid’, en bij dat laatste — let goed op — ‘hoort’ volgens Fortuin een ‘zekere klagerigheid’. Uw Lezeres maakt hier een mentale notitie voor toekomstige zaken. In Het Parool bespreekt Dirk-Jan Arensman Max Porters ‘werkelijk fenomenale debuut’ Verdriet is het ding met veren in louter superlatieven. Het boek, over twee om hun vader rouwende broers ‘kan sentimenteel en larmoyant klinken’. De auteur is dan ook ‘kind of a pro-choche sentimentalist’ maar uiteindelijk is dat allemaal ‘een manier om een diepere, universele waarheid bloot te leggen’. Kortom, recensent en auteur doen hun uiterste best om te laten zien dat een roman over familie en rouw niet biografisch en niet sentimenteel is en dat mannen met hun emoties raken aan algemeen menselijke waarheden.

Forensisch sporenonderzoek: bemoeizucht en zelfbeklag

We drinken even een borrel bij Lowietje en gaan met frisse moed verder met de vrouwen. Vrouwen die geen blad voor de mond nemen, wekken blijkbaar weerstand op, zelfs als hun werk postuum verschijnt: in Trouw een groot stuk over de biografie van de geduchte Nederlandse opiniemaker Henriëtte Boas. Recensent Elias van der Plicht noemt haar brieven ‘schrijfsels’, heeft het over ‘haar zonderlinge bemoeizucht’ en stelt vast: ‘Mooi zijn de aan Boas gerichte brieven waarin de zenders haar onomwonden zeggen waar het op staat’. Om vervolgens twee lange alinea’s aan deze uiteraard mannelijke briefschrijvers te besteden.

image 2

Pas in de signalementen van de Volkskrant vinden we een recensie van een fictieboek geschreven door een vrouw. Een onmogelijke liefde van Christine Angot ontving weliswaar de Prix de Décembre, maar waarom, dat blijft gissen. ‘Misschien omdat het grappig is’ — maar bij vrouwen weet je dat natuurlijk nooit zeker! Ook het vrouwelijk intellect speelt zeer waarschijnlijk een marginale rol vergeleken met het geestelijke niveau van de mannen, wat deze week vooral blijkt uit de opmars van I love Dick van Chris Kraus. Hoewel dit cultboek naast liefdesbrieven aan Dick ook bol staat van de intertekstuele verwijzingen en jonge lezers inspireerde om de schrijvers en filosofen te lezen die in het boek vermeld worden, is de belezenheid of het intellect van Kraus geen thema in het de Volkskrant-stuk van Aimée Kleine.

Evenmin is dat het geval in de bespreking van I love Dick van Christophe Vekeman in De Morgen. Vekeman noemt het een ‘weinig lezenswaardige roman’ en een ‘sneu onboekje’. Dat klinkt een beetje onaardig, maar daar heeft Kraus het ook zelf naar gemaakt, ze slaagt er namelijk ‘op ongeveer geen enkel moment in haar “persoonlijke” problematiek invoelbaar, laat staan herkenbaar te maken’. Waarmee kan Vekeman zich dan wel goed identificeren, lieve lezers? U moet voor de finesses eigenlijk de recensie zelf even lezen, maar ik kan u wel vast dit verklappen: met Woody Allen, die de kunst verstaat ‘in zijn navel te staren en ons vervolgens iets te vertellen over ons en onze medemensen’. Natuurlijk! de Universele Kunst der Misantropen als argument om feministische literatuur als narcistisch zelfbeklag te diskwalificeren. ‘Nuff said, toch?

En trouwens, mocht u ooit nog iets willen schrijven over een schrijfstersleven in het interbellum, knoop dan het advies van Hans Renders in Het Parool aan Sylvia Heimans over haar biografie van de aan de vergetelheid ontrukte Josepha Mendels in je oren: ‘jammer is dat dit boek wordt ontsierd door een feministische riedeltje. Je mag best schrijven dat de literaire kritiek in het interbellum bevooroordeeld was ten opzichte van vrouwen, maar dan moet je er ook bij vermelden dat Annie Romein daarin vooropliep’. Juist, Annie Romein hield eigenhandig misogynie in stand in het interbellum. Goed dat wij dat nu ook weten.

  1. Uitglijders en Opstekers

Lieve moeders

De grootste uitglijder deze week is Vekemans bovengenoemde bespreking van Chris Kraus, een recensent die zich ook online niet van zijn beste kant laat zien (is dit een goede grap van Klara?). Als bonus nog twee kleine uitglijdertjes: in het interview van Sofie Cerutti vertelt Kristine Groenhart, schrijfster van Meisjesboeken van weleer, dat de Britse schrijfster Enid Blyton het zo druk had dat ze haar eigen kinderen naar kostschool stuurde. ‘Een lieve, hartelijke moeder was Blyton nooit’. Wij vragen ons af of mijnheer ‘Blyton’, die het ook zo druk had dat hij zijn eigen kinderen naar kostschool stuurde, wel een lieve, hartelijke vader was.

image 2

Lekkere wijven

Uitgeverij Karakter begint een offensief met boeken voor mannen. Tot Maarten Molls grote spijt, in zijn column in Het Parool, is het ‘spreekwoordelijke “lekker wijf” […] nergens te bekennen’. De hele column gaat erover hoe overbodig en clichématig dit fonds met mannenboeken is. Misschien kan Maarten Moll zijn eigen advies ook voor zijn toekomstige columns ter harte nemen. Bijvoorbeeld door een keer een vrouwelijke auteur te noemen.

Koloniale geschiedenis

Een opsteker komt van Alfred Birney, die zich in een belangrijk en interessant interview met Kester Freriks in NRC Handelsblad opwindt over het feit dat de koloniale geschiedenis nog altijd wordt geschreven vanuit een blank Nederlands perspectief. ‘Een soort apartheid in de Nederlandse canon’, noemt hij dat. Zijn roman De tolk van Java biedt een nieuw perspectief op deze geschiedenis, vanuit ‘een in Nederlands-Indië geboren man die zowel tijdens als na de koloniale oorlog zijn identiteit kwijtraakte’.

Vrouwelijke literatoren

Maar het meest robuuste stuk deze week is de brief die Bregje Hofstede in De Standaard aan Charles Baudelaire schrijft. Ze leest zijn Wenken voor jonge letterkundigen, waaruit blijkt dat het in Baudelaires ‘duisterste opiumdromen’ niet opkwam dat vrouwen ook literatoren zouden kunnen zijn. Dat het soms lijkt alsof de literatuur in de negentiende eeuw is blijven steken, blijkt uit Hofstedes schrijnende ervaringen:

Jullie, met penis behepte pennenlikkers – als jij de vrouwen over één kam scheert, neem ik dezelfde vrijheid – presteren het heden ten dage nog om boeken te signeren met “voor Bregje, iemands muze”. Je mannelijke collega’s slagen erin om me in één adem te complimenteren met mijn debuut en de omvang van mijn taille. Ik zie jouw nonchalante minachting terug in de idioot die me denkt te vleien met de opmerking dat ik “de eerste vrouw in zijn boekenkast” mag worden; in de veelvuldig geuite verbazing dat ik mij als vrouw succesvol in een mannelijk hoofdpersonage heb verplaatst; in het aantal, uitsluitend mannelijke collega’s dat mij van ongenood advies voorziet; en in de berichtjes van een redacteur met wie ik een professionele relatie probeer te onderhouden. Hij reageert nooit inhoudelijk op mijn stukken, maar laat me op nachtelijke uren weten dat hij me “sexy” vindt. Ergens daagt het hem dat er een ander soort evaluatie gewenst is, want hij voegt toe: “Of is dit ongepast?”

De tijden zijn veranderd, constateert Hofstede, ‘maar nog niet genoeg’. Was dit een aflevering van CSI, dan zouden we de Fransen vragen om het graf van Baudelaire te lichten om te achterhalen of daar wellicht onze dader lag. Of is het toch Annie Romein?