#lekkertellen week 48 Lifestyle-krentenbrood

Lieve Lezeressen en Lezers,

Moet u zich ook iedere dag zo inhouden om de kist met kerstpakket-wijn open te breken, de flessen uit het stro te tillen, te ontkurken, aan uw mond te zetten en in één lange gulp het jaar 2016 weg te spoelen? We doen het natuurlijk niet want helpen doet het niets, maar misery loves company staat wel in glitterende letters boven dit jaar geschreven. Enfin, met kerst en oud en nieuw geen #lekkertellen post, want in het Naturfreundehaus waar ik me deze vakantie terugtrek is hooguit een kwartier per dag wifi, en dan ook nog alleen als je met voldoende aluminiumfolie in de hand op het balkonnetje gaat staan. Heel graag tot ziens in 2017 kortom, en maak het zeer goed deze dagen. Dank voor uw trouwe lezen. Dat blijft een klein mirakel.

Fig. 1 De Lezeres richting vakantie

Gekkigheid: Vrij Nederland is nu een maandblad en wat betreft de vormgeving een heel eind richting de Linda opgeschoven. Lekker veel wit op de pagina als er letters op staan, veel paginavullende foto’s. De rubrieken zijn uiteraard zoveel als mogelijk gegoten in een lifestyle-format. ‘Bekende Nederlandse mannen die op Gerard Depardieu lijken’, ik verzin het niet – maar dat hoeft ook niet, de Vrij Nederland-redactie heeft het al verzonnen. Omdat alle nieuwlichterij zo zijn grenzen kent, wordt het blad zeker in het opiniërende deel grotendeels volgeschreven door dezelfde groep middelbare mannen die ook in het weekblad Vrij Nederland stond: Max van Weezel (1951), Carel Peeters (1944), Ko Colijn (1951), Jeroen Vullings (1962),  Sander Donkers (1967), de in deze omgeving piepjonge Arnon Grunberg (1971) en Micha Wertheim (1972). Enige uitzondering in dit rijtje ouwe-jongens-krentenbrood is de column van Fidan Ekiz.

krentebrood

Fig. 2 De nieuwe Vrij Nederland

Goh: Christiaan Weijts schreef in De Groene een aardig essay over politieke satire, maar noemt alleen maar mannelijke schrijvers.

Dieptepunt: O ja, hoe verging het de literatuur in het maandblad Vrij Nederland? Mannen over mannen, kijkt u maar naar de cijfers. Lang stuk van Jeroen Brouwers over Joost Zwagerman, en Jeroen Vullings bespreekt de nieuwe poëziebundel van Pieter Boskma, die hij erg goed vindt. Dat positieve oordeel wordt onderbouwd door een citaat uit een gedicht waarin: ‘een grootse, prachtige, ontstellend kalme vrouw’ wordt gevolgd, op ‘dooltocht’ door de Jordaan. De dichter fantaseert dat deze vrouw fantaseert over het citeren van louter mannelijke dichters waaronder, u raadt het al, Pieter Boskma zelf: ‘Hoe graag was zij daar [in café de Zwart, LdV] nog één keer aangeschoven, / zij proefde al het onvolprezen, volle, koude bier, / zij citeerde al een prachtgedicht van Pieter Boskma, / en een van Remco Campert, en stukjes proza / van Hafid Bouazza en P.F. Thomése, / want ook die behoorden tot de sublieme zangers.’

Zou dit dan die ‘ironie’ zijn waar ik zoveel over gehoord heb?

Interessante methode om een recensie te schrijven overigens, gewoon lang citeren en er dan ‘goed he!’ bij zetten. Zo, dames en heren, kan ik het ook. Maar het laat ons lezers wel met vragen achter. Hoe een (al dan niet crypto-)zelfverheerlijkend literair leven dat rond café de Zwart draait in zichzelf een argument is voor de conclusie dat we hier te maken hebben met sublieme poëzie, ontgaat mij even, Vullings veronderstelt een en ander als zelf-evident.

schermafbeelding-2016-12-20-om-12-02-57

Fig. 3. De cijfers van deze week (nb: De Standaard ontbreekt maar wordt later nog toegevoegd).

Dieptepunt: Voor ik mij helemaal verslik in het VN-krentenbrood, de cijfers deze week waren in een aantal publicaties droef, zeer droef. In NRC gaan slechts twee van de twaalf recensies over boeken van vrouwelijke auteurs (waarvan er dan ook nog één volledig aan een man is gewijd (de biografie van Wim Meijer door Margriet van Lith)). In VN was dat een van de zes besprekingen, in De Morgen een van de twaalf (in een van de signalementen), in het Parool een van de negen. Nat vuurwerk.

Ook de percentages vrouwelijke recensenten vielen niet mee deze week, voor VN en De Morgen schreef geen enkele vrouw een bijdrage (waarmee De Morgen op een eindscore van 5% vrouwen komt), De Volkskrant en Trouw scoren nog het hoogst met beiden 28.57% vrouwelijke bijdragen. Tijd voor een troost-musketkransje.

Hoogtepunt a.k.a. mollshoop: Maarten Moll noemt een vrouw in zijn Parool-openingscolumn!  Donna Tartt wordt in het voorbijgaan genoemd, in een verhaaltje over explosieven in de literatuur. A.F.Th. is het echte lichtende voorbeeld en onderwerp van dit op het gebied van ideeënrijkdom helaas zo weinig explosieve stukje. 

Hoogtepunt:  Het échte hoogtepunt is natuurlijk, zoals dit hele jaar al, de bijlage van Trouw, die zelfs in hun eindejaarslijstjes de verhoudingen mooi evenwichtig hebben: 10 vrouwelijke en 11 mannelijke recensenten deelden hun favoriete boeken, 30 boeken van een vrouwelijke schrijver om 37 van een mannelijke. Ter vergelijking, de eindejaarslijstjes in de Groene werden door drie vrouwelijke om elf mannelijke recensenten geschreven (overigens: in totaal wat betreft genoemde auteurs verder mooie cijfers voor de Groene deze week!). Doet u eens gek en trakteer uzelf op een abonnement.

lekkertellen #46: Man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met waardering

Lieve Lezeressen en Lezers,

Mocht u zich knarsetandend en met een opkomende migraineaanval gedwongen zien ‘traditioneel’ pakjesavond te vieren, lees dan eerst deze instructie. En dan nu, trouwe volgers, de cijfers! Het kan vriezen, het kan dooien deze week: in de boekenbijlage van De Groene Amsterdammer worden overwegend vrouwen besproken. En! Tromgeroffel… Carel Peeters bespreekt een boek van een vrouw, Lenteloos voorjaar van Hanny Michaelis! Helaas zijn er ook dieptepunten. Zo werd maar één van de dertien bijdragen aan NRC Boeken deze week door een vrouw geschreven, en slechts drie van de twaalf besproken boeken was van een vrouwelijke auteur.

schermafbeelding-2016-12-05-om-16-28-36

Gelukkig viel er nog wel iets leuks te beleven. Een hoogtepunt was het openingsartikel van de Groene, over A.S. Byatt (ook ruim besproken door Hans Bouman in de Volkskrant). Als feminist ‘tot in mijn vezels’ voelt ze artistieke, psychologische en politieke weerstand om één-op-één vastgeplakt te worden aan een enkele identiteit. En heeft ze een vast geloof in de rol die literatuur kan spelen bij het openbreken van zo’n benauwend plakkende identiteit. Dit speelt een rol in het hele schrijverschap van Byatt. Food for thought zijn haar opmerkingen over de invloed van het politiek feminisme op de mogelijkheden die vrouwelijke schrijvers voor zichzelf zien: ‘Toen ik begon met schrijven waren alle belangrijke Engelse schrijvers op dat moment vrouwen: Iris Murdoch, Doris Lessing en Muriel Spark. Nu is dat zeker niet het geval. En dit komt doordat vrouwen geloven dat ze zouden moeten schrijven over vrouwen voor vrouwen. (…) Doris schreef inzichtelijk over de problemen van vrouwen maar zonder een moment te denken dat ze niet zou kunnen schrijven. Maar toen ontstond het politiek feminisme, wat geweldig was en erg succesvol, maar het had als nadelige bijwerking dat vrouwen dachten dat ze alleen boeken door vrouwen over vrouwen mochten lezen en schrijven.’

Hoogtepunt: ik zou hier eigenlijk met een dieptepunt moeten beginnen, want lang is Woede en vergeving: wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid van Martha Nussbaum het enige boek van een vrouw in de hele boekenbijlage van De Standaard. Tegen het einde weet Kathy Mathys er toch nog twee boeken van vrouwen in te frommelen, maar dat maakt de cijfers niet minder treurig. Toch is de bespreking van Nussbaums boek een hoogtepunt, want: geschreven door een man, in lovende bewoordingen. Na bijna een jaar #lekkertellen kan ik u zeggen dat deze combinatie van verschijnselen – geleerde man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met zorg en waardering – een klein mirakel is. Rik Torfs constateert dat Nussbaum een ambitieus boek heeft willen schrijven en dat het haar gelukt is: Nussbaum maakt haar ambities waar ‘in een erudiet boek, waarin het Griekse denken aan de joods-christelijke cultuur wordt getoetst, terwijl woorden en daden van figuren zoals Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela onder de loep worden genomen. Tegelijk blijft ruimte over voor analyses van alledaagse voorvallen’, die hij ziet als observaties van een scherpe geest. Laatste voorbeeld van de manier waarop Torfs zonder voorbehoud toegeeft dat Nussbaum hem iets kan leren: ‘Boeken van Martha Nussbaum stemmen rustig. Ze vergroten de wereld.’ Kijk, daar doet een schrijver het voor.

drie-oude-mannen
Afb 1.  Stukje zelfreflectie

Niet een diepte- of hoogtepunt, maar toch gniffelwaardig, in Het Parool: ‘Oude mannen houden van het werk van Jacob Groot’, aldus Arie Storm, een onzekere bewonderaar, in de bespreking van Groots Geloof in mij, een bijbels boek over Teddie, Freddie en hun zoon Eddie. Groot wordt bejubeld door Piet Gerbrandy, Kees ‘t Hart én Wim Noordhoek. De recensent geeft deemoedig toe het ook niet altijd te kunnen volgen, ondanks héél aandachtig lezen. Stukje zelfreflectie.

Absoluut dieptepunt: Folkert Jensma raadt de nieuwste opruiende pennenvrucht van Paul Cliteur aan voor onder de kerstboom. ‘De progressieve krantenlezer’ krijgt volgens Jensma ‘lucide de les gelezen’ door Cliteur. De progressievelingen, zo meent Cliteur, hebben al die tijd moedwillig politiek correct weggekeken van het gewelddadige karakter van de islam (die zich niet zal laten seculariseren) waardoor er nu een culturele oorlog aan de gang is waar niemand iets aan doet. Dat Jensma zelf in de roerige beginjaren van de 21e eeuw hoofdredacteur was van die zogenaamd progressieve krant doet er blijkbaar niet toe, nu laat hij zich in elk geval maar wat graag de les lezen. Want wat lègt Cliteur het allemaal goed uit, zeg: ingebeelde  ‘koloniale schuldgevoelens’ zouden er ten onrechte toe leiden dat men bang is om ‘de moslims’ te beledigen. In plaats daarvan moet Europa de moderniteit verdedigen en zijn mensen uit landen waar de Islam de grootste godsdienst is niet welkom. Voor Jensma is dit misschien nieuws, maar feitelijk is het de same old retoriek die ‘nieuwe realisten’ al jaren van stal halen en waarmee ze de polarisatie in ons vaderlandje flink hebben aangewakkerd. De regelrechte oorlogsverklaring aan het einde van het stuk vind ik ronduit opruiend en kwalijk: ‘[een nuttig boek,] Ook voor wie nog geen dienst heeft genomen in de culturele oorlog tegen de islam.’ Dat er ondertussen in het Midden-Oosten echte oorlogen worden uitgevochten waar dat progressieve Westen mede debet aan is, daar hebben we het natuurlijk niet over – veel te ingewikkeld en ver weg voor verlichte denkers als Cliteur en Jensma.

 

 

#lekkertellen week 44: Arnon, je haar waait

Lieve Lezeressen en Lezers,

Terwijl een stormdepressie door het land trok met windstoten van soms wel 100 km/uur, was in het literaire landschap zoals gewoonlijk geen zuchtje wind te bekennen. De Jan Campert-Stichting bekroonde naar oud gebruik vier mannelijke schrijvers van middelbare leeftijd (of ouder), geprezen om de ironie en troosteloosheid in hun werk. Dit ter aanvulling op de lijst van laureaten die toch al overwegend uit mannen bestond.* In de meeste boekenbijlagen, zoals iedere week, vooral veel mannen over mannen, weliswaar met hier en daar het verfrissende geluid van een vrouwelijke stem (maar niet koel genoeg om de halfnaakt poserende Grunberg zijn kleren terug in te jagen, zie onder).

Wat de cijfers betreft wilde ik u deze week toch enige verandering presenteren en daarom heb ik de kolommen in de tabel maar eens omgewisseld: ladies first en daarna pas het mannelijk geslacht.

*Sad Fact: sinds 1947 zijn de Jan Campert-prijzen 282 maal uitgereikt, waarvan drie keer aan een organisatie, 226 keer aan een mannelijke auteur en slechts 53 keer aan een vrouwelijke schrijver (waarvan 15 keer in de categorie jeugdliteratuur). In percentages: 19% vrouwen, 80% mannen, 1% organisaties.

Fun Fact: de nieuwe jury van de VSB Poëzieprijs volgt duidelijk een andere koers en nomineerde afgelopen week drie vrouwen en twee mannen. Kunt u zich voorstellen hoe opgetogen mijn nichtje Vivianne was over deze resultaten!

tabel-week-44

Dieptepunt: op de achterkant van De Morgen schrijft kunstenaar, danser en filosoof Elisabeth van Dam over Van Ostaijens sjimpansee, en strooit ze vrolijk rond met het n-woord, alles in ‘gedurfde’ sfeer.

Gemiste kans: NRC organiseert deze week een poëzievertaalwedstrijd maar helaas zijn alle vijf afgedrukte gedichten ter vertaling van een man, te weten James Joyce, Bob Dylan, Peter Rühmkorf, Louis Aragon en Frederico Garcia Lorca. De vertaalcanon is blijkbaar mannelijk.

Gemiste kans: Het Parool besteedt aandacht aan de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer: Dieuwertje Mertens noemt evenveel vrouwen als mannen in haar openingsstuk, maar wat doet Maarten Moll… die noemt alleen maar mannen in zijn bespreking van dezelfde bloemlezing.

Gekkigheid: Arnon Grunberg met de handen in het haar in de Volkskrant:

Figuur 1: man van middelbare leeftijd
Figuur 1: man van middelbare leeftijd

Hoogtepunt: veel aandacht voor Zadie Smith (die zichzelf een vrouw van middelbare leeftijd noemt in NRC, yeay!)  en haar nieuwste roman Swing Time. Ze wordt in verschillende bijlagen uitgebreid geïnterviewd, onder meer door Niña Weijers in NRC en door Annelies Beck in De Standaard.

Meer hoogtepunten: Trouw laat zien dat het echt wel kan en bespreekt deze week meer vrouwelijke dan mannelijke auteurs!

Een bijzonderheid in Trouw: Medina Schuurman, die samen met Isa Hoes een boek over de overgang schreef, getiteld Te lijf – de kunst van het mooi ouder worden, zegt in een interview met Nicole Lucas: ‘We zijn tot het besef gekomen dat we de nieuwe feministen zijn. Nee, we gaan niet de barricades op of acties voeren als baas-in-eigen-buik. Maar er is nog genoeg te doen aan het vrouwenvraagstuk. Met dit boek hopen we vrouwen krachtiger te maken.’ Dat is prachtig gezegd, maar waarom hebben de schrijfsters er mee ingestemd dat de cover van hun boek (dat nota bene over de overgang gaat) geïllustreerd is met twee onrealistisch slanke, strakke vrouwenfiguren die nog het meest lijken op Barbies? En dan nog een vraag: waarom zou je ‘mooi’ ouder moeten worden? De schrijfsters bevestigen hiermee de eis van onze maatschappij dat vrouwen altijd jong en mooi moeten ogen.

Het G3-alarm: stond voor een derde AAN deze week! Robbert Ammerlaan heeft een boek over Mulisch geschreven en daar moet natuurlijk veel aandacht aan worden besteed, bijvoorbeeld door vol lof te roepen dat het boek ‘in de geest van Harry geschreven’ is (Jeroen Vullings in Vrij Nederland).

Gaaaaaap.

Lieve Lezeressen en Lezers, ik kruip terug onder mijn nieuw gebreide dekentje – kopje thee, iets te knabbelen en een laatste hoofdstukje Zadie Smith – maar niet voordat ik afsluit met het volgende bemoedigende bericht:

De dichter Tjitske Jansen kreeg de vraag voorgelegd waarom zij niet in de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer opgenomen wilde worden: ‘Pfeijffer heeft mij ooit, na een literaire avond waarop wij allebei hadden voorgelezen, uitgenodigd het bed met hem te delen. Ik heb deze uitnodiging beleefd afgeslagen. Vervolgens heeft hij op zijn website gezet “Tjitske Jansen is natuurlijk niets”.’

Shout-out voor Tjitske Jansen en alle andere dichters die zich publiekelijk distantiëren ‘van de Hollandse drinker in Genua, en diens buitengewone prestaties in de kroeg, op papier en in bed.’ De Lezeres hoopt dat velen hen zullen volgen!

Young Boys Network: #lekkertellen week 42

Lieve Lezers & Lezeressen,

Nog één (twee?) nachtje(s) slapen en dan weten we of de nieuwe wereldleider een vrouw zal zijn, dan wel een sadistische kleuter who would love to watch the world burn. Maar voor het zover is, eerst iets over politiek in het klein: aanstellingspolitiek bij krantenredacties.

Via de social media bereikte mij het bericht dat de NRC-boekenbijlage een nieuwe boekenredacteur heeft aangesteld. Het is de vierde jonge witte man op rij die daar een plek krijgt. Kijken we naar bijvoorbeeld de Groene Amsterdammer, dan zien we dat ook daar veelal mannelijke critici schrijven. En bij de Volkskrant? Een vrouw staat er aan het roer, maar de vaste redacteuren zijn mannen (Erik van den Berg, Arjan Peters), net als veel freelancers (bijvoorbeeld Olaf Tempelman). Vrij Nederland, Parool: we kennen de patronen.

Het is, kortom, niet alsof er een tekort is aan mannelijke boekenredacteuren in ons Vaderlandje. En het behoeft geen uitleg dat degenen met een vaste aanstelling meer invloed hebben dan de freelancers, meer zullen schrijven en zo ook het ‘gezicht’ van het boekenkatern bepalen. Daar komt nog bij dat voor sommigen de boekenredactie een instap is om door te groeien naar allround essayist die ook politieke onderwerpen onder de loep neemt.

Het gaat mij niet om de individuele kwaliteiten van de personen in kwestie. Die zullen meer dan in orde zijn. Het gaat mij ook niet om de eenvoudige aanname dat een vrouw, of een persoon met een biculturele achtergrond, direct ook inhoudelijke diversiteit meebrengt, terwijl deze jonge mannen dat niet zouden kunnen doen. Maar het is natuurlijk wel een verschil of diversiteit een van de onderwerpen is waar je over schrijft, of iets waar je niet omheen kunt. De afgelopen tijd heeft de NRC-boekenredactie veel aandacht besteed aan het diversiteitsdebat. Samen met andere deskundigen werd ik geïnterviewd over de vraag hoe de kritiek er uit zou zijn als er meer vrouwen criticus zouden zijn. Amatmoekrim kwam aan het woord over ‘cultural appropriation’. Arjen Fortuin schreef een gewetensvolle column over de neiging van critici om in jury’s te gaan zitten en er geen been in te zien aan zeer nabije collega-critici prijzen uit te reiken.

De repliek van Jamal Ouariachi op deze jureringskwestie was: de literaire wereld is nu eenmaal klein. Alsof die kleinheid een natuurgegeven is! Neen, de literaire wereld maakt zichzelf klein. Want was er met een openbare advertentie geworven voor een nieuwe literaire redacteur? Heeft NRC gepoogd in zo breed mogelijk kring kenbaar te maken dat ze een plaats vrij hadden en wílden ze ook werkelijk iets doen aan de interne diversiteit? Misschien wel en  is mij dat volledig ontgaan. Toch vrees ik soms dat  de ‘kleinheid’ van het eigen netwerk nog altijd niet als voldoende urgent gevoeld om het net breder uit te werpen, ondanks alle stukken die er tegelijkertijd aan het onderwerp diversiteit gewijd worden. If you talk the talk, walk the walk!

Het betekent wel dat de Nederlandse literaire wereld bereid moet zijn om uit de eigen comfort zone te stappen. Toen Sylvana Simons in mei 2016 bij DENK ging, twitterde een gezaghebbend criticus guitig dat hij jaren geleden Simons had geïnterviewd toen ze haar boekenprogramma Kaft had. Ze kon van ‘de Grote Drie niet 1 favoriet boek noemen’. (Overigens is het interview op LexisNexis na te lezen. Simons roemt daarin Nescio, en zegt alleen van W.F. Hermans niets gelezen te hebben. Dat het werk van Reve bol staat van het expliciete racisme en daarom allicht niet direct voor ‘favoriet boek’ in aanmerking kwam, was helaas geen onderwerp in het interview). De criticus zag de Grote Drie als ultieme maatstaf voor belezenheid, zodat de vraag niet eens gesteld werd of Simons er toevallig een andere canon op nahoudt, waarin, ik noem maar iets geks, Bea Vianen, Edgar Cairo of Toni Morrison de absolute must reads zijn. Waarmee ik maar wil zeggen: als je één stap buiten Nederland zet weet niemand meer wie de Grote Drie zijn – misschien ook goed om te beseffen en de criteria voor belezenheid net ietsjes ruimer te nemen. Een diversere staf betekent niet automatisch, maar wel zeer waarschijnlijk, ook dat je een redactie krijgt met een ander cultureel referentiekader. Dan gaan ook de lacunes en al te gemakkelijke aannames in het éigen referentiekader meer opvallen.

grote3fruitmachine

Zo’n aanstelling heeft bovendien een nog breder effect. Alle jonge vrouwen die nu een letterenstudie volgen hebben geen jonge vrouwelijke boekenredacteur (mét vaste aanstelling) tot voorbeeld. You can’t be what you can’t see, (#UcantBwhatUcantC, zoals Janneke van Heugten twittert). De jongens die zo’n studie volgen hebben voorbeelden te over. En wat schetst onze verbazing? Jonge mannelijke studenten voelen zelden enige belemmering om te gaan recenseren – je hoeft de literaire tijdschriften maar open te slaan en te zien wie daar in schrijven. Voor jonge vrouwelijke studenten is het vermoedelijk vaak wel een grote stap, want al zijn ze in de meerderheid in de collegebanken, als jonge scribenten zie je ze veel minder. Wellicht ligt hier een taak voor het onderwijs, maar óók voor de redacties, anders kan dit patroon zich iedere generatie opnieuw herhalen.

Ondertussen twitterde de kersverse nieuwe mannelijke redacteur een foto van de NRC-redactie, alwaar een meer dan levensgroot portret van Reve hing. Die ongetwijfeld zag dat het goed was. Ik schonk mezelf nog wat rode port in en zakte ondertussen diep weg in mijn chesterfield.

Lieve lezers, ik geloof dat ik soms mijzelf stiekem op de gedachte betrap: schrijf dan maar liever niet over diversiteit. Is het gewoon een onderwerp waarmee je kunt bewijzen dat je ‘bij de tijd’ bent? Dat je heus weet hoe de wind waait? Maar ondertussen draait de wereld gewoon door en blijft het jongensclubhuis nog altijd intact. Zonder structurele veranderingen nu, zijn we over een paar jaar weer terug bij af, wanneer het onderwerp diversiteit niet meer hip & happening is en weer als marginaal p-c geneuzel wordt weggezet. Al deze argumenten zijn namelijk in de jaren tachtig en negentig ook al over tafel gegaan, en er is sindsdien een hoop veranderd, maar toch ook nog een hoop niet of te weinig.

Grote Drie-alarm-jackpot. Dacht u dat met de Reve-poster op de NRC-burelen het Grote Drie nieuws van deze week #lekkertellen wel op zou zijn? Dan gaat u niet door voor de koelkast. De Grote Drie-fruitmachine geeft namelijk de mega-super-jackpot deze week: in de van mannen vergeven boekenbijlage van de NRC heb ik Hermans, Reve en Mulisch allemaal op een rij. De bijlage opent met Arjen Fortuins column die, ondanks dat een zombiebewerking van Max Havelaar de aanleiding is, de dubbelgangers Osewoudt en Dorbeck in de titel, die overigens ook al door mannelijkheid zijn geobsedeerd (ziet u, ook ik veronderstel hier enige kennis van het oeuvre van de machtige [vul hier naam in]). Nog op dezelfde openingsspread neemt Frank Westerman het Genie Reve als aanleiding voor zijn betoog over feit en fictie in zijn Verweylezing, die in ingekorte versie is afgedrukt. Helemaal achterin treffen we dan eindelijk Mulisch: zijn voormalige uitgever Robbert Ammerlaan publiceerde een voorproef van zijn biografie over Mulisch, die weinig meer lijkt te doen dan de Mulisch-mythe te omarmen. Ik zin om op middelen om mijn jackpot prijzengeld nuttig te besteden en de drie zuilen waarop de Nederlandse republiek der letteren gebouwd is omver te werpen.

In Het Parool zelfs een zwijmelende opening over het boekje van Ammerlaan, dat enkel bedoeld is om de fans warm te houden voor de geplande Grote Biografie. Interessantste detail: ‘Nee hij was geen groot lezer, en geen groot brievenschrijver.’ Waarom verbaast me dat nou niet? Maar het wordt erger, Maarten Moll dist ook nog een ‘smakelijke’ anekdote op in zijn eigen column over het voorstel per brief aan Bomans door Mulisch voor een duel ‘op de vrouw’ (bij voorkeur een tweeling); om de door Mulisch verspreide geruchten over impotentie bij de gepikeerde Bomans te ontzenuwen en er meteen een wedstrijd van te maken. Was natuurlijk niet in ernst van Mulisch. Grappig hè?

Opmerkelijk: witte vrouw met zwart perspectief. Christine Otten mengt zich in de discussie over culturele toe-eigening naar aanleiding van de lezing van Lionel Shriver (die stelt dat de schrijver alle personages mag opvoeren die ze maar kan gebruiken – een ander perspectief aannemen is als het wisselen van hoedje) en Karin Amatmoekrim (die van mening is dat het niet zonder meer mogelijk is voor witte schrijvers om zich in een zwart perspectief te verplaatsen). Zelf heeft Otten namelijk net (opnieuw) een boek gepubliceerd waarin ze schrijft vanuit een zwart perspectief, We hadden liefde we hadden wapens en ze voelt de noodzaak uit te leggen waarom. Nu vind ik de kop van het stuk niet tactvol – het n-woord komt erin voor terwijl er ook ‘zwart perspectief’ o.i.d. had kunnen staan – maar Ottens stuk zelf is een stuk genuanceerder. Hoewel Otten wat snel terugvalt op identificatie met haar zwarte personage (in de moeilijke zwarte vader herkent ze haar eigen problemen met haar psychotische vader) en een wel erg groot vertrouwen in de literatuur stelt (de schrijver kan zich volgens haar eigenlijk overal in verplaatsen), stelt ze zichzelf de nodige voorwaarden voordat ze een ander hoedje opzet. Een respectvolle omgang met het personage en zijn of haar geschiedenis staat daarbij centraal: Otten sprak met haar hoofdpersonages (gebaseerd op echte mensen) en verdiepte zich in hun culturele bronnen. Dat dit voor haar essentieel is, illustreert het verschil met Shriver, die in haar voorbeelden van gekleurde personages vooral benadrukt dat ze zo handig zijn als instrumentele plotelementen. Daarbij lijkt het me ook niet onbelangrijk dat Otten ook buiten de grenzen van de fictie practices what she preaches: tijdens haar literaire avonden (Bijlmer Boekt) is ze zelf weliswaar de showmaster, ze geeft het podium aan gekleurde auteurs met verschillende achtergronden waarbij ze ook nieuwe stemmen een kans geeft.

Gekkigheid: reversed sexism. Elfie Tromp schrijft in Vrij Nederland een reportage over de Frankfurter Buchmesse en Mano Bouzamour (wiens achternaam ze foutief spelt als Benzakour): ‘Mano is een schrijver waar andere schrijvers graag op afgeven; met zijn parelwitte glimlach, sixpack en suède schoenen lijkt hij het succes aan zijn gespierde kontje te hebben hangen.’ Uhm, een schrijver reduceren tot een geseksualiseerd lichaam? Ik zie hier niet onmiddellijk de feministische winst van in.

Dieptepunt: heel weinig vrouwen in NRC. Het is een slechte week voor NRC. In de bijlage blijft het percentage besproken auteurs en het percentage recensenten ver onder de 25% bungelen.

Dieptepunt verdiept zich: fashionshoot in vermomming als interview. Ik ga nog even door over NRC, want de maandelijkse bijlage Het Blad van stond in het teken van schrijvers (en van dingen die je kunt kopen en eten, zoals altijd). De besproken auteurs: 7 mannen, 2 vrouwen. Er staan dus wel wát vrouwelijke auteurs in, maar op de covers staan 3 mannen, de grote stukken zijn gewoon aan mannen gewijd of door mannen geschreven (er is een groot interview met Ian McEwan, een reisverhaal van Auke Hulst over Ernest Hemingway en een voorpublicatie van Christiaan Weijts).  

Het aantal vrouwelijke recensenten is daarin aanzienlijk hoger dan in de reguliere bijlage: 2 mannen, 7 vrouwen (Hulst en Weijts zijn daarbij als ‘recensent’ geteld, omdat zij de schrijvers van de stukken zijn en niet het onderwerp, Ernest Hemingway is als gerecenseerde auteur geteld). Het hoge aantal vrouwelijke recensenten komt vooral vooral doordat moderedacteur Milou van Rossum haar hart mocht ophalen door ‘s lands schrijvers aan te kleden en leuk neer te zetten in hun natuurlijke werkomgeving. Een klein interviewtje ernaast over wat ze graag dragen als ze schrijven en hop, de reclame voor Uniqlo zou bijna ongemerkt voorbij gaan (maar toch niet helemaal, want zelfs ik begon me af te vragen of ik mijn Peter Hahn-gids in kan leveren omdat het Japanse Uniqlo binnenkort een winkel in Amsterdam zal openen). Ik stel voor om Het Blad om te dopen tot De Lifestyle, net zo obligaat, maar veel toepasselijker.

Op de bodem van het putje. Géén (nul, 0%) vrouwelijke recensenten in Het Parool. En een hele duidelijke oorzaak: A) de besproken poëziebundel is mede samengestelde door Dieuwertje Mertens, die meestal de poëzie bespreekt, B) de laatste kolom die normaal voor jeugdliteratuur is gereserveerd werd nu gevuld met bovenstaande anekdotes van Maarten Moll over Mulisch. Tjsa.

schermafbeelding-2016-11-07-om-23-02-30

#lekkertellen week 41: boek vooruitgang, zusters!

Lieve Lezeressen en Lezers,

U treft mij deze week in een vertwijfelde bui. Heb ik de herfstblues, is het de wintertijd? Begin ik in mijn kenmerkende monterheid ten prooi te vallen aan defaitisme? Dit is de 41e editie van #lekkertellen en wederom zijn de cijfers teleurstellend: 35 procent vrouwen, 65 procent mannen. Ik zal u opbiechten dat ik een stemmetje moet onderdrukken dat lispelt ‘wat heb ‘t allemaal voor zin?’ wanneer Excel de totalen tevoorschijn tovert.

lekkertellen-week-41

Op andere momenten meen ik te geloven dat de dingen heus ten goede veranderen. Vorige week liep BNR-presentatrice Petra Grijzen weg uit een radio-uitzending nadat ze 68 procent van haar werkdag erop had zitten. Ze protesteerde daarmee tegen het feit dat vrouwen nog altijd minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk, een krachtig statement.

Dit weekend kon ik de goede berichten amper bijbenen, terwijl ik toch geen ongeoefend wandelaar ben. Eerst kreeg Marja Pruis de J.L. Heldringprijs uitgereikt voor haar columns in De Groene Amsterdammer. Net had ik uitgevonden dat de Heldringprijs daarmee meer vrouwelijke dan mannelijke laureaten heeft, of ik hoorde dat Elisabeth Leijnse de Libris Geschiedenis Prijs had gewonnen voor haar biografie van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk.

Een sympathiek vrouwelijk personage.
Een sympathiek vrouwelijk personage.

In de live-uitzending van OVT wees presentator Jos Palm erop dat de prijs in de afgelopen 9 jaar slechts één keer naar een vrouw is gegaan, en hij vroeg de juryvoorzitter hoe dat toch kwam. Die stelde dat vrouwen maar meer moeten schrijven – mij een wat al te mager antwoord, zoals u inmiddels zult begrijpen. Vervolgens mochten de verschillende juryleden toelichten waarom de vijf genomineerde boeken zo goed waren, waarop een jurylid zich liet ontvallen dat hij in eerste instantie weinig zin had om te beginnen aan het boek over twee freules.

Zag het jurylid misschien op tegen een boek over twee wellicht niet voldoende sympathieke feministes? Ik dacht even aan een uitspraak van Chimamanda Ngozi Adichie in de boekenbijlage van De Standaard afgelopen week: ‘Lezers hebben nog steeds andere verwachtingen van vrouwen en dat is behoorlijk frustrerend. Van schrijfsters wordt verwacht dat ze sympathieke personages neerzetten, met name wanneer het gaat over de vrouwelijke karakters. Over Ifemelu uit Amerikanah zeiden velen dat ze niet aimabel genoeg is.’

Ik was erg blij met de bekroning van Cécile en Elsa, strijdbare freules. U moet weten dat ik, om dat fluisterende stemmetje te bezweren, nog wel eens Hilda van Suylenburg (1897) van mijn nachtkastje pak, de feministische roman van Cécile de Jong van Beek en Donk. Aan het einde van het verhaal, wanneer Van Suylenburg inmiddels succesvol advocate is, schrijft zij in een brochure over de noodzaak van vakverenigingen voor vrouwen: ‘Want sterke vakvereenigingen zullen op den duur er ontzaglijk veel toe kunnen bijdragen om den toestand der arbeidsters te verbeteren, vooral ook door een einde te maken aan die groote onbillijkheid, dat voor gelijken arbeid de vrouw veel minder loon ontvangt dan de man. Ach, dat mindere loon! Is dat niet juist één van de kankerplekken in het arbeidersleven!’

Als Petra Grijzen af en toe blijft opstaan op driekwart van haar uitzending, als Marja Pruis erop zou letten dat er óók vrouwelijke recensenten voor De Groene Amsterdammer schrijven wanneer zij zelf geen boek bespreekt, en als Hanneke Groenteman ons snel Maxim Hartman doet vergeten, dan bied ik weerstand aan de moedeloosheid en tel verder.

Dieptepunt: In Het Parool twee vrouwelijke recensenten. Eentje voor poëzie en eentje voor kinderliteratuur. Quelle surprise!

Dieper dieptepunt: Voor de tweede week op rij dus geen vrouwelijke recensent in De Groene Amsterdammer. Ook worden alleen boeken van mannelijke auteurs besproken. Hierom draag ik mijn leesbril aan een koordje om m’n nek: van pure ellende glijdt-ie af.

Hoogtepunt: Een mooie en tot verder nadenken stemmende recensie van Maggie Nelsons De Argonauten in De Morgen. Helaas was het wel de enige door een vrouw geschreven recensie in deze boekenbijlage.

Nog een hoogtepunt: In De Standaard is het merendeel van de recensies geschreven door een vrouw, ook de interviews met mannelijke intellectuelen.

Hoger hoogtepunt: Hanneke Groenteman verlost ons van Maxim Hartman in de Volkskrant!

Gekkigheid: Wonderlijk dat recensent Paul van der Steen in Trouw concludeert dat de Juliana-biografie van Jolande Withuis ‘doet verlangen naar een soortgelijke onbevangen beschrijving van het hele leven van de prins gemaal’. Een biografie over een vorstin is leuk, lieve lezers, maar wat we écht willen lezen is natuurlijk nog een boek over haar man.

Een wonder: Carel Peeters schrijft in zijn column in Vrij Nederland daadwerkelijk over een boek geschreven door een vrouw (Heilige identiteiten door Machteld Zee)! Maar ik heb te vroeg gejuicht:  Peeters vindt het nodig om te benadrukken dat de visie van Zee wordt ‘gesteund door vertrouwde namen’, de mannen ‘Paul Cliteur (Zee’s promotor) en Afshin Ellian’. Als kritiek kiest hij ervoor om Zee’s toon ‘wel erg huiselijk’ te noemen.

Grote Drie-alarm: In NRC Handelsblad interviewt Sebastiaan Kort de Duitse auteur Frank Witzel (man, 1955) en wat schetst de verbazing? De man las Hermans en Reve! En vond ze goed! Kort is er zo mee in zijn nopjes dat het lijkt of de Duitse Witzel zijn inspiratie volledig bij de Hollandse heren vandaan heeft – de Grote Drie (of Twee) blijven in onze vaderlandse bijlagen natuurlijk de meetlat der meetlatten en vegen met gemak een hele Duitse traditie opzij.

#lekkertellen 39: een koude herfststorm, zoals eigenlijk altijd

Joehoe! De blaadjes zijn deze week verkleurd van groen naar oranje en rood, en guess what, de meeste boekenbijlagen blijven in het rood steken, zonder ooit groen te zijn geweest. Vooral NRC Handelsblad en De Standaard sloegen als koude regen tijdens een herfststorm in mijn gezicht want daar bleef het percentage vrouwen deze week onder 20% steken. Al met al bleven de cijfers deze week gemoedelijk rond het gemiddelde schommelen: 72% van de recensenten en 73% van de besproken auteurs was van het mannelijk geslacht. Reden genoeg om weer onder mijn fleecedekentje te kruipen, maar niet voordat ik mijn trouwe lezers en lezeressen wat hoogte- en dieptepunten en gekkigheden heb voorgeschoteld.

De cijfers

lekkertellen39

Hoogtes, dieptes, gekkigheden

  • Gekkigheid: vrouwen in VN
    In VN gaan alle recensies over een vrouwelijke auteur! Dat zijn maar 3 stukken, maar toch, het is een unicum; zelfs Carel Peeters heeft een vrouw uit de stapel recensie-exemplaren op zijn bureau gevist, hij besprak het nieuwe boek van Denker des Vaderlands Marli Huijer. Way to go Carel (al is het een negatieve bespreking)! Alle drie de stukken werden wel door een man geschreven, maar daar is het VN voor.
  • Hoogte: een vrouw in ere hersteld
    Rob Hartmans prijst in NRC een boek van Biancamaria Fontana over Germaine de Staël, die in de nasleep van de Franse revolutie een belangrijke bijdrage leverde aan het politieke denken. Die bijdrage werd lange tijd klein gehouden door te wijzen op de invloed van haar man en vader, maar Fontana laat in haar boek zien dat De Staël wel degelijk originele ideeën had. Rob Hartmans weet dit eerherstel in zijn recensie op waarde te schatten.
    Verder, in diezelfde NRC-met-de-treurige-cijfers: een mooi en groot openingsstuk van Joyce Roodnat over het laatste deel van de Napolitaanse reeks van Elena Ferrante (die nu ook langzaamaan in Nederland de aandacht krijgt die ze verdient).
  • Diepte: boys over Dylan
    Het zal niemand ontgaan zijn dat de Nobelprijs voor de Literatuur de afgelopen week aan Bob Dylan werd uitgereikt. U weet wel, van die liedjes. Nu is daar veel over te zeggen en dat gebeurt in de boekenbijlagen dan ook volop, maar wat mij vooral opvalt is de gender van de enorme schare jubelende Dylan-fans. Dat zijn namelijk allemaal jongens, mannen, bedoel ik. Zo komen er in NRC maar liefst vier mannen aan het woord over Dylan (en geen enkele vrouw) en zit ook de stamtafel van De Standaard vol heren. Online mocht ook Saskia de Coster aanschuiven voor een frisje, maar van de pullen bier mocht ze niet meedrinken; in de papieren editie is ze nergens te bekennen.
    Ook op de teevee kunnen ze er trouwens wat van. DWDD nodigde enkel mannen uit om over Dylan te praten. Daarover morgen meer in een apart blogje, stay tuned!
  • Diepte: n-woord-alarm
    In De Standaard trof ik het n-woord in de titel. Heel onnodig, blijkt ook na nadere lezing van de recensie: het gaat om een graphic novel van een vrouw (eigenlijk heel wat voor recensent en notoir vrouwennegeerder Toon Horsten) over een Duitse vrouw die in 1934 naar Londen verhuist en daar vriendschap sluit met een man van Barbados, een van de eerste zwarte studenten aan Oxford. Why, waarom, warum, pourquoi deze titel gekozen? Voor achtergrond bij het gebruik van het n-woord zie mijn blog over geciteerd racisme, hier.
  • Gekkigheid: goed interview met rare uitschieter
    In NRC Handelsblad wordt Karin Amatmoekrin geïnterviewd door Toef Jaeger over haar nieuwe boek Tenzij de vader (overigens een van de weinige bijdragen over een vrouwelijke auteur deze week in deze krant). In het interview gaat het ook over de moeizame positie van Amatmoekrim als gekleurde schrijver (waarom wordt er voor haar boek een recensent met Suriname als specialisme gevraagd en niet ‘gewoon een literair recensent’, vraagt ze zich bijvoorbeeld af). Jaeger geeft Amatmoekrim de ruimte om haar standpunt naar voren te brengen, maar wel nadat ze haar heeft gevraagd of het gevoel gediscrimineerd te worden een belangrijk thema is in Amatmoekrims roman. Gelukkig antwoordt Amatmoekrim: ‘Dat is geen gevoel, dat is de praktijk.
  • G3-alarm
    [klik hier] De Grote Drie zijn te huur voor al uw feesten en partijen, dus ook voor de uitreiking van de Nobelprijs. Nu is Harry Mulisch dood en Gerard Reve ook, maar als ze nog geleefd hadden, dan hadden ze er wat van gevonden. Nu interesseert dat mij persoonlijk net zo veel als de mening van Statler en Waldorf, maar voor al die andere G3-fetisjisten is er gelukkig een kadertje in NRC waarin ze allebei postuum worden geciteerd over Dylan. En nee, ik zeg lekker niet wat Reve en Hermans dan van Dylans winst gevonden zouden hebben.

 

#lekkertellen 38: vrouwen weggeven

Lieve lezers en lezeressen,

Afgelopen week was 63 % van de recensenten en 64% van de besproken auteurs een man. #lekkerkort

output_ltzmwc

 

schermafbeelding-2016-10-11-om-10-37-47

  • hoogte: het grote interview met Chimamanda Ngozie Adichie over haar essay ‘We should all be feminists’ in Sir Edmund (de Volkskrant). Niet in de boekenbijlage, maar omdat ik een wijntje achter de kiezen heb en in een vrijgevige bui ben, tel ik het mee. Mooi dat Ngozie Adichie kritisch blijft op Queen Bey, die haar essay gebruikte in haar nummer ‘Flawless’ en haar daarmee extra bekendheid gaf. ‘[H]et is niet mijn type feminisme, want het is een soort feminisme dat tegelijkertijd nogal veel ruimte geeft aan de noodzakelijkheid van mannen.’ de Volkskrant doet het deze week sowieso bijzonder goed, met nog een groot interview (eveneens vier pagina’s) met Margriet de Moor die vertelt over haar nieuwe roman Van vogels en mensen.
  • mannendingen: Joost de Vries is in De Groene gecharmeerd van de nieuwe roman van Ronald Giphart, die hij als volgt samenvat: ‘Kortom, mannen die hun vrouwen weggeven en daar spijt van krijgen. Het is een mooi thema, dat Ronald Giphart kalm en gecontroleerd uitwerkt.’ Misschien dat Joost daar graag mee op de bank kruipt op een donderdagavond, maar ik ga verdrietig gapen van mannen die menen dat een vrouw iets is wat je weg kunt geven.
  • Grote Drie-alarm: komt deze keer in vermomming, wederom in De Groene. In zijn bespreking van verzamelde essays van Simon Vestdijk (nummer 4?) haalt Kees ‘t Hart enthousiast het werk aan van nummer (ja, welk, 1, 2 of toch 3?): ‘Men kan Van het Reve natuurlijk afwijzen als “figuur”, het is mogelijk niet van zijn werk te houden, maar men kan geen literaire kritiek uitoefenen in de gangbare betekenis.’ Opdat we niet vergeten dat de literatuur autonoom is en Reve God.
  • Gekkigheid: Arjen Fortuin haalt me in NRC aan in zijn column over Elena Ferrante (citatiescore ^). Fortuin heeft de gave altijd alles van de zonnige kant te zien en beschouwt ‘Elena Ferrante’ als een artistieke creatie, kortom als een personage geschapen door een auteur. In De Groene las ik dat twee jaar eerder al de auteur ontmaskerd is door computationeel stilistisch onderzoek. Het verlangen aan een vaste vorm en je naam in je paspoort te ontsnappen, het is niet meer van deze tijd. De onderzoeksjournalist pint je identiteit vast via je bankrekening, de geesteswetenschapper via je schrijfstijl, de breinwetenschapper via je neuronen en de politicus via je land van geboorte. Het maakt citaten als ‘Very well, then I contradict myself, I am large, I contain multitudes’, of  ‘How dreary – to be – Somebody! How public – like a Frog’ hopeloos romantisch en achterhaald. Enfin, vooralsnog sloeg de opgewektheid van Fortuin nog niet op mij over.
  • dieptepunten: 0,0% vrouwen in Vrij Nederland en in De Morgen staan 4 van de 5 vrouwen in de ‘Signalementen’, waarbij ze alle vier mede-auteurs zijn en twee daarvan kinderboekenschrijfsters.
  • nog dieper: Het houdt niet op, niet vanzelf: Maxim Hartman is nog steeds aan zet in de Volkskrant. Wat kunnen we doen om hem te laten stoppen? Bel me.

Belangrijkste Boek: stem op Roemer!

De CPNB heeft, samen met een aantal andere organisaties als de KB en het Letterkundig Museum, de verkiezing van “Het belangrijkste boek” georganiseerd. De organisatie selecteerde een aantal curatoren, die op hun beurt weer een “tiplijst” van 100 boeken samenstelden. Dit is een lijst waarop – verrassend! – nauwelijks vrouwelijke auteurs voorkomen, en ook niet-westerse en postkoloniale auteurs zijn met een lampje te zoeken.

Of nee, wacht, niet zo verrassend. Diezelfde CPNB laat het jaarlijkse boekenweekgeschenk het liefst door mannen schrijven (in 16 jaar tijd waren er slechts 2 vrouwen auteur van het boekenweekgeschenk).

Dit gebrek aan diversiteit in de boekenwereld kan en moet anders! Stem daarom nú zo massaal als mogelijk op:

Astrid Roemer, Over de gekte van een vrouw

Ga naar deze pagina en stem op Roemer!
De sluitingsdatum is a.s vrijdag 23 september om 17.00 uur, dus onderneem direct actie! En als je deze actie steunt, deel dit bericht dan zo veel als mogelijk op social media, #stemoproemer en #belangrijksteboek.

astrid-roemer-over-de-gekte-van-een-vrouw

Als we onze krachten bundelen kunnen we een helder signaal geven. De strijd om de winst is nu tussen het dagboek van Anne Frank en de Bijbel. Anne Frank is, inderdaad, een vrouwelijke auteur, maar haar uitzonderlijke werk en eventuele ‘winst’ verandert weinig aan de structurele marginalisering van vrouwelijke auteurs.

Dat deze twee boeken nummer 1 en 2 zullen worden, zal waarschijnlijk niet meer te veranderen zijn en hoeft ook niet. Maar we kunnen wél proberen met deze campagne bewustzijn op gang te brengen: waarom altijd weer die toplijst met uitsluitend de onvermijdelijke Grote Drie (te weten, Reve, Hermans of Mulisch)? Laten we middels een collectief tegengeluid zorgen voor een kritische blik op de dominantie van een traditie die al té lang belangrijke literaire stemmen als die van Roemer* in de marge drukt. En wie weet, als jullie massaal je stem uitbrengen…

Heel veel dank,
De Lezeres

* Misschien denkt u, hoe kan een PC Hooftprijs-winnaar in de marge zitten? Welnu: toen ik dit bericht schreef stond er nog NIET EEN boek van Roemer op de pagina van “het belangrijkste boek”. Over de gekte van een vrouw is er zojuist (woensdagmiddag) door een goede kennis van mij opgezet.

Seks, macht en misbruik in literatuur: #nietzolekkertellen week 23

De week in cijfers

#lekkertellen week 25 (23)

Lieve lezeressen en lezers!

Was ik vorige week op zoek naar emoties, kwam ik zonder het vooraf te vermoeden uit bij seks. Deze week wilde ik het hebben over de manier waarop de boekenbijlages over seks schrijven, maar dat bleek een wat naïeve keuze. Het gaat dan al snel (alhoewel niet uitsluitend) over wat in onze samenleving nog altijd taboe is: seksueel geweld, incest. U treft mij dus in een ernstige bui deze week.

Vooraf dit: als het over dit precaire onderwerp gaat, leeft er vaak een nogal positieve kijk op de rol van de literatuur. Literatuur zou helpen om stem te geven aan dat wat anders stemloos zou blijven. Daar heb ik soms zo mijn twijfels bij. We raken hier aan de moeilijke vraag: wat is de verhouding tussen enerzijds esthetische vormgeving (al dan niet in een verhaal) en anderzijds dat wat traumatisch is? En dan heb ik het niet alleen over traumatisch op het niveau van het individu, maar op het niveau van een samenleving. Zoiets complex laat zich vaak niet eenvoudig met een verhaal of in esthetische vorm “rond” maken.

Kortom: een verhaal vertellen wordt vaak gezien als manier om het slachtoffer “stem” te geven, om iets dat in de taboesfeer zat kenbaar te maken. En die functie kan een verhaal zeker hebben. Maar het lastige is dat een verhaal ook “rondheid” suggereert: als iets dat zich laat vangen door een begin, midden en een einde. En het is precies die precaire spanning die de rol van kunst vaak zo lastig maakt, want verhalen (of, in bredere zin, vormen van esthetisering) kunnen juist ook problemen verhullen. Omdat alles wat niet “in” de verhaalvorm of het esthetische beeld past, alles wat er onaf en rafelig aan is, zo onzichtbaar dreigt te worden.

Ik begon hierover te denken door De Morgen, die gekozen heeft voor een ingewikkeld coverbeeld, dat gaandeweg de boekenbijlage een steeds sterkere associatie krijgt. Laten we bij het begin beginnen. ‘Het tijdperk van de vaders is afgelopen’, koppen witte letters in een groot zwart vlak, die de aandacht trekken nog voordat mijn oog valt op de billen en rug van een mannenlichaam. Door een streep licht steekt het naakte lijf af tegen een bakstenen muur, die onwillekeurig associaties oproept met een kelder. Benen en hoofd zijn onzichtbaar in het duister. Waar gaat die hand naartoe, vraag ik me af? Wie of wat bevindt zich daar in het donker? De foto blijkt van de Vlaamse fotografe Alessandra Ruyten, die de polaroid op haar Facebook-pagina heeft geplaatst met het bijschrift ‘a friend in the dark’. Een titel die iets lugubers krijgt wanneer je ziet op welk boek het omslagbeeld in eerste instantie betrekking heeft: ‘Franse succesauteur Christine Angot schrijft incestverleden van zich af’. Plotsklaps krijgt de erotische polaroid van Ruyten connotaties van seksueel misbruik, dat door de kop in een vloeiende beweging aan ‘vaders’ wordt gekoppeld. De Morgen kiest er dus voor om een delicaat onderwerp te esthetiseren middels één beeld.

 

In Een onmogelijke liefde wordt er echter iets veel moeilijkers over incest gezegd dan vage suggesties met een kelder. In het boek onderzoek Angot het vernietigende effect van de incest door de vader: ‘[D]e incest van de vader is meer dan een seksuele daad. Het is ook een brutale, sociale agressie, die de idylle tussen moeder en dochter verstoort.’ Dan volgt de uitleg van het citaat dat De Morgen als streamer koos. Angot stelt dat in de jaren ‘50 en ‘60 de autoriteit van de vader onbetwist was: ‘Het is duidelijk dat we dit achter ons hebben gelaten. Het zijn de moeders die nu steeds meer de trom roeren.’

In de recensie van Kind van alle landen van Irmgard Keun door Christophe Vekeman blijven we bij de destructieve vaderfiguur, die gewelddadig is ten aanzien van zichzelf, zijn vrouw en zijn dochter. Uiteindelijk draait alles dan ook om hem: Kind van alle landen gaat ‘in weerwil van de perkeloze vrijheid die spreekt uit de titel, over drie mensen die onontkoombaar gevangen zitten: vrouw en dochter in de ketens waaruit de gezinsband bestaat, vader in de zeer duistere kerker van zijn eigen karakter.’ De insteek van de bespreking is echter niet zozeer de roman zelf, als wel de affaire die Keun in 1936 begon met Joseph Roth, een man die sterke gelijkenissen zou vertonen met de vaderfiguur van het 10-jarige hoofdpersonage uit haar boek. Zowel Arnon Grunberg in zijn voorwoord als Christoph Buchwald in zijn nawoord besteden aandacht aan deze relatie — en dat is begrijpelijk gezien de status van Roth, maar hiermee wordt opnieuw het verhaal van de vrouw gelegitimeerd via de band die zij met een beroemde auteur-annex-vaderfiguur had.

Het koord tussen seks, macht en misbruik wordt nog wat strakker aangetrokken in het signalement van de thriller Pluk een roos van M.J. Arlidge (m). De hoofdpersoon uit de boeken van Arlidge, de inspecteur Helen Grace, is ‘misbruikt in haar jeugd’ en laat zich ‘in haar vrije tijd vrijwillig afranselen door haar minnaar’. In deze editie maakt Grace ‘jacht op een seriemoordenaar die jonge vrouwen in een kelder opsluit’.

De seks in De Morgen draait deze week dus om de desastreuze psychologische gevolgen die de mannelijke seksualiteit voor vrouwen kan hebben, en per bovengenoemde recensie krijgt het coverbeeld een sterkere betekenis: Angot die het gevolg van incest op de moeder-dochterband onderzoekt, Keun die haar affaire met een schrijver verwerkt in een destructieve vaderfiguur en de schadelijke effecten op een kind, en de mannelijke schrijver die een verknipte vrouwenfiguur construeert die vroeger misbruikt is en nu een voorkeur heeft voor sm.

Over ingewikkelde covers gesproken: ‘Alleen al de omstreden cover maakt beducht, de foto van een ogenschijnlijk gepijnigde man. Portret uit de reeks ‘Orgiastic man’ van de Amerikaanse fotograaf Peter Hujar, die in 1969 mannen vastlegde — niet in pijn maar tijdens hun hoogtepunt. Het is schrijfster Hanya Yanagihara (VS, 1975) zelf die de foto erdoor drukt, niet als directe representatie van een van haar hoofdpersonen maar als beeld dat volgens haar veel, zo niet alles zegt over Een klein leven. Pijn en orgasme – een must read?’ Aldus Marjolein Cocq, als enige schrijvende vrouw, in Het Parool. Haar conclusie is dat het boek een must read is. Het boek is onder luid gejuich onthaald omdat het geen moeilijk onderwerp zou schuwen, maar precies hier vraag ik mij af of lege woorden als “mooi”, “prachtig” en “must read” die voortdurend vallen als het om dit boek gaat, niet precies van die one size fits all esthetische categorieën zijn waarachter de werkelijke pijn kan verdwijnen. Waardoor de consumptie van zo’n boek als pageturner een hele nare bijsmaak krijgt.

In Trouw gaat het in drie van de besproken boeken over seks en ook hier zijn in alle drie de gevallen de vrouwen objecten met wie de mannen hun nogal onaangename wil doen. In Richard Hemkers Hoogmoed beperkt de hoofdpersoon zich nog tot het ‘verlegen bepotelen’ van jonge vrouwen op zijn twijfelaar. Maar van alle bijvoeglijke naamwoorden waarmee hij die vrouwen beschrijft (verveelde, onverklaarbaar transpirerende, merkwaardig devote, overrompelend of ontnuchterend opgewonden, kribbige, al te stille, praatzieke, magere, mollige, onverschillige, overweldigende) is er niet één onverdeeld positief.

We zijn nog niet aan het einde van de relatie tusse seks, macht en geweld die we in de boekenbijlages aantreffen. In het non-fictieboek De barones en de dominee van Wim Coster heeft de getrouwde dominee Johannes van Rijn zijn 23-jarige minnares Jeannette Pruimers ‘als een overjarige loverboy’ helemaal in zijn greep. Nog griezeliger wordt het in Sergeant Bertrand van Aleksandr Skorobogatov. De schrijver liet zich voor dit boek inspireren op het waargebeurde verhaal van François Bertrand die in de negentiende eeuw de lijken van vrouwen opgroef om er seks mee te hebben. ‘Het genot in het samenzijn met een levende vrouw is niets vergeleken met dit genot,’ zei hij erover. Hoofdpersoon Nikolaj in Sergeant Bertrand is obsessief jaloers. Als hij denkt dat zijn vriendin is vreemdgegaan, loopt het uit op geweld. ‘Alleen met geweld kan Nikolaj zijn pijn de baas’, schrijft recensent Annemarié van Niekerk. Skorobogatov speelt in dit boek volgens haar met de even ‘verleidelijke als afstotelijke band tussen erotiek en geweld’. Interessant detail: hoewel het in dit boek gaat over Nikolajs ondraaglijke jaloezie, staat boven de recensie de kop: ‘Vera’s schoonheid is ondraaglijk’. Zo ligt de schuld voor het geweld toch een beetje bij de vrouw.

Dan, de laatste seks & geweld-bespreking: in Vrij Nederland recenseert Jeroen Vullings De Meisjes van Emma Cline. Ook in dit boek is seksualiteit een kernthema (iets waar in de bespreking van dit boek in De Groene deze week opmerkelijk genoeg geen woord aan gewijd werd). Of beter gezegd, dit boek richt zich op (citaat Vullings:) ‘universele thematiek: wat meisjes beweegt, in de fase van hun bestaan waarin weinig zeker is’. De meisjeservaring als zonder meer universeel, dat verwarmt mijn hart! Maar goed, terug naar ons onderwerp. Evie Boyd, de hoofdpersoon van De Meisjes blikt terug op 1969, toen ze zich als veertienjarige aansloot bij een sekte (die in vorm en inhoud enorm doet denken aan the Family, de moordende sekte rond Charles Manson). ‘Ze was een ideale prooi, een onzeker meisje dat net de bons had gekregen van haar beste vriendin, en dat in de greep van de hormonen hongerig aanliep achter de oudere broer van die vriendin. Haar nestverlatende vader hield het met een meisje van in de twintig; haar moeder ging na de scheiding onselectief op mannenjacht en hield zich verder vooral onledig met macrobiotische kuren en ­spirituele zelfzoekerij.’

De sekte waar Evie zich bij aansluit bestaat behalve uit de sekteleider vooral uit tiener- meisjes en jonge vrouwen, die seksueel gezien allemaal ‘van hem’ zijn. Vullings: ‘Seks is het wapen van dit roofdier tot verdeel en heers en ook de minderjarige Evie zal deel gaan uitmaken van zijn harem.’ Opvallend is hier hoe de focus ligt op de sekteleider als ‘roofdier’. Wat Evie, beweegt om zich bij de sekte aan te sluiten, daar gaat Vullings opvallend weinig op in. Hij beschrijft dus (zie citaat boven) haar omstandigheden, maar ingaan op de psychologische complexiteit die Cline probeert neer te zetten, werkelijk gefocaliseerd vanuit Evie, dat komt er niet van. Vorige week stond er in De Morgen een uitgebreid artikel over De Meisjes, plus een interview met Emma Cline, en daar was dat heel anders. De schrijfster vertelt in dat interview hoe ze in haar roman heeft geprobeerd weer te geven hoe wreed jonge meisjes kunnen zijn, ten opzichte van elkaar én van zichzelf. Hoe ze zichzelf plaatsen in seksueel gevaarlijke en gewelddadige situaties – dat ze zelf handelen, maar dat het misplaatst zou zijn om ze niet toch als slachtoffer van die gewelddadige situaties te zien.

Het mannelijke perspectief

Viel er ook nog iets mannelijke seksualiteit te lezen zónder dat er direct geweld mee gemoeid was? Marc Reynebeau schrijft in De Standaard over Pallieter, de eerste grote roman van Felix Timmermans (1886-1947): ‘In de Netevallei beleeft hij [hoofdpersonage Pallieter] de schepping volop als een ecologische en antiburgerlijke utopie, ook seksueel (“onvoorziene liefde smokt het best”). Hij krijgt er nooit genoeg van: “O, aarde mè a duzend borste! wannier zulde ma verzadige? noot ni!” Zijn vitalistische elan is zelfs letterlijk te nemen: zijn vrouw Marieke bevalt van een drieling. Aan het eind trekt hij met zijn gezin in een huifkar ‘de wijde wereld’ in (en neemt hij zich voor om zijn meid ‘mè ne neger’ te doen trouwen).’ Goed, we zijn hier dus op utopisch terrein beland, maar helaas: over het vrouwelijk perspectief in deze ‘utopie’ krijgen we niets te lezen, laat staan over de meningen van de vrouwelijke personages op het gebied van seks. Het citaat over ‘duzend borste’ was daarentegen blijkbaar zo inspirerend dat het de kop van het artikel werd.

Dat wegvallen van vrouwelijke perspectieven komen we ook tegen in De Standaard vertelt Astrid Roemer in een interview met Maria Vlaar vertelt dat mannen vaak over liefde en seks willen horen, maar dan wel maar over één soort: ‘Laatst werd ze geïnterviewd door een Surinaamse man die alleen maar wilde spreken over haar liefde voor Bill, haar zwarte Surinaamse minnaar over wie ze uitgebreid schrijft in Liefde in tijden van gebrek. Over de andere twee liefdes – met een zwarte Surinaamse vrouw, en met een Nederlandse blanke vrouw – wilde hij niets horen. Dat paste niet in zijn plaatje.’

Alleen heteroseksualiteit dus? Gelukkig niet alleen maar: in de Volkskrant een zweem van seks in de bespreking (door Edwin Krijgsman) van twee Italiaanse romans over homoseksualiteit: Gescheiden kamers, van de in 1991 aan aids overleden Pier Vittorio Tondelli en Schittering van Margaret Mazzantini  die schrijft over de verboden liefde tussen Guido en Costantino.

Kan het dan écht anders?

In de Volkskrant: trof ik een bespreking door Arjan Peters van de vertaalde Geheime gedichten van Guillaume Apollinaire. ‘Hij bezingt haar complete lichaam, tot en met de wenkbrauwen (bescheiden riethalmen) en wimpers (voelsprieten van genot). Zelfs roept hij ‘o okselbosjes’! Het vrouwelijk lichaam volledig geaccepteerd en geliefd, en niet eerst en vooral de vrouw als iemand waar een man zijn seksuele neurosen op mag uitleven — na alle voorgaande ellende is het zo’n opluchting dat ik het haast niet geloven kan. Maar het kan dus echt.

Ik ben niet boos, ik ben verdrietig: #lekkertellen week 22

  1. De week in cijfers
Welke emoticon benadert uw emotie over de M/V-verhouding in de boekenbijlage het meeste?

#lekkertellen 24 (22)

2. De gevoelens over de cijfers

Trouwe lezers! Deze week heeft U via een Twitter-enquete besloten dat het thema ‘emoties’ is. Peinzend over dit onderwerp moest ik denken aan de vijf fasen in rouwverwerking die Elisabeth Kübler-Ross heeft beschreven. Wellicht zijn er in gender-discussies ook wel stadia te onderscheiden.  Als ik me niet vergis, zijn we Fase één, van negeren, stilzwijgen en ontkennen, langzamerhand aan het afronden. Dat bleek vorige week al uit de reactie van Beatrijs Ritsema in Vrij Nederland, die duidelijk in een moment van boze afweer (Fase twee?) aan feministes als de Lezeres allerlei wonderlijke standpunten toeschreef, zonder toe te komen aan de feiten, noch aan de werkelijke argumenten.

Zag ik deze week Wilma de Rek in de Volkskrant een soortgelijke manoeuvre als Ritsema maken? De Rek stelde dat De Lezeres beweert dat romans “alleen gelezen (worden) door oudere vrouwen met kortgeknipt haar, platte schoenen en een leesbril”. Ik beweer dit natuurlijk niet, maar ze wenste duidelijk op geen enkele manier geassocieerd worden met dit beeld over vrouwen van haar en mijn leeftijd. Om te bewijzen hoe ver ze afstaat van mijn standpunt gaf ze in een special over ‘mannelijke lezers’ ruim baan aan… Maxim Hartman. Nu ja, dichter bij de bron van gemakzuchtige stereotypering kun je niet komen.

 

Fig. 1. Een oudere vrouw met kortgeknipt haar, platte schoenen en een leesbril

Goed. De toon is gezet en de sfeer zit er in. Door naar Aleid Truijens in dezelfde special, die in haar beschouwing de harde cijfers noemt (en als ik érgens dol op ben…): mannen lezen 46 minuten per dag, vrouwen 41. Vrouwen lezen 11 boeken per jaar, mannen 9. Mannen lezen per week 0,3 uur een literair boek, vrouwen halen 0,5 uur. Ze merkt bovendien op dat mannen nauwelijks geïnteresseerd zijn in de discussie over de verhouding tussen mannen, vrouwen en literatuur, maar heeft net daarover dan weer geen harde cijfers – als ik mijn Twittervolgers bekijk durf ik die stelling toch wel te nuanceren.

3. Emoties: De rem erop

Komen we dan nu bij het thema zelf: valt er iets op in de manier waarop Nederlandse recensenten over emoties schrijven? Jawel, en als u geduldig doorleest zal het patroon u zeker opvallen.

Beginnen we bij Arie Storm. Hij roemt in Het Parool het “eigenaardige universum van Maarten ’t Hart, waar het broeierig is” en concludeert: “Dit is kortom iemand die zich laat gaan, maar wel met de rem erop. Die zich altijd bewust is van het feit dat hij bekeken zou kunnen worden.” Storm bedoelt dat lovend, dat met die rem. Daarnaast typeert Storm de opwinding die ’t Hart voelt over de melkklieren van een tiener als een ‘universeel’ gegeven. Universeel? Eerder meen ik dat deze post-gereformeerde twijfel en met schuld beladen en dus geremde seksuele verlangens, nogal generatie- en sekse-specifiek zijn.

Dat patroon zet zich voort in Vrij Nederland, in de recensie van Rob Schouten van Patrick Modiano. “[D]e mens is onkenbaar”, zo vat Schouten Modiano samen. Dat is te zien in de personages, volgens Schouten: “Zij blijven raadselachtig. Ook in hun diepere gevoelens.” Schouten waardeert deze onkenbaarheid als positief – en ik kan niet nalaten te denken, omdat het deze diepere emoties veilig in het afstandelijke domein van de epistemologische twijfel plaatst. De rem erop! Bedroefder is Schouten over het ontbreken van ‘“olala”-erotiek’ bij Modiano. Het scheelt niet veel of de interpretatie is teruggebracht tot de brandende vraag of Modiano’s personages het eigenlijk wel met elkaar doen. Twijfel en seks, we zagen het ook al bij ‘t Hart.

Nog meer seks: “Schitterende liefdeslyriek, teder en wreed, aangrijpend, verrassend, uniek. Het is Apollinaire op zijn hoogtepunt, zonder typografische kunstjes voortgedreven dier een stralende geilheid. Met de kanonnen van de Grote Oorlog als achtergrondmuziek.” Het is duidelijk waar in het oeuvre van Apollinaire de voorkeur van Luijters (Het Parool) ligt in deze achterflapwaardige samenvatting. Een van de pornografische gedichten die Apollinaire aan zijn verloofde Madeleine Pagès stuurde is getiteld “De negen poorten van je lichaam” en “Je hoeft niet te tellen om welke openingen het gaat” stelt Luijters samenzweerderig vast, maar zelfs na nog een paar glazen wijn had ik geen idee hoe die man toch op het getal negen kwam. Pagès is na het einde van haar verloving met Apollinaire natuurlijk niet meer interessant, alsof haar leven niet meer dan grondstof voor de grote dichter was.

Schermafbeelding 2016-06-20 om 23.54.09

Fig 2. Google zoekresultaten ‘de onkenbaarheid van het bestaan’

Apollinaire kan niet egotistisch genoeg schrijven, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Ger Groot lijkt in NRC vooral de emotie ‘irritatie’ te voelen bij het lezen van het werk van de Argentijnse Samanta Schweblin en de Mexicaanse Valeria Luiselli. De “literatuurderigheid” van de romans irriteert Groot, samen met het feit dat de boeken “egotistisch’” zijn “op het kokette af”. Koket, dat is een woord dat zelden valt als er een man besproken wordt, en geen wonder, want al sinds de negentiende eeuw is ‘koket’  een codewoord voor vrouwen die erotische gevoelens bij mannen oproepen die niet naar wens worden ingelost.  Hoezeer voor  Groot de man de norm is, blijkt wel als hij stelt dat “de lezer” tijdens het lezen dit of dat denkt, om later naar die lezer te verwijzen met “‘hij” en “hem”. Dé lezer? Zou het niet heerlijk zijn als critici gewoon ‘ik’ zouden durven te schrijven in plaats van dat quasi-objectiverende ‘de lezer’? Enfin.

in De Standaard schrijft Martin Michael Driessen een brief aan God: “Soms denk ik dat er in de kunst vaak sprake is van een moreel of esthetisch voorwendsel dat de schrijver in staat stelt over dat te schrijven waarover hij graag schrijft. Daarvan hoeft de kunstenaar zich niet eens bewust te zijn. Hij geeft zijn madonna een aureool, maar tevens de blote borsten waar het hem in het diepst van zijn ziel om te doen was.” Deze ‘de kunstenaar’ van Driessen kan ‘de lezer’ van Groot een hand komen geven. Ach, het is in ieder geval eerlijk, zullen we maar zeggen.

Ldv_tellen22_delezer

In Ger Leppers’ bespreking van De lanterfanter van Yusuf Atilgan in Trouw gaat het om de emotie ‘angst’. De hoofdpersoon heeft namelijk aan een traumatische ervaring met zijn vader een angst voor vrouwenbenen over gehouden. Vrouwenbenen, daar is de met angst omringde erotiek weer. De roman van Atilgan gaat echter over meer dan de emotie alleen, want staat in de traditie van de modernistische ‘twijfel’ (Leppers: “Het modernistische programma wordt, kortom, keurig afgewerkt.”) Dat modernisme is een traditie van Louter Mannen, iets wat Leppers niet problematiseert, als hij niet minder dan Stendhal, Kleist, Lermontov, Machado de Assis Orhan, Pamuk, Albert Camus, Freud, Simon Vestdijk en Gerard Reve (file also under: G3-alert) aanhaalt.

Met Leppers komen we tot de kern: het modernisme viert als maatstaf nog altijd hoogtij. En dat is een maatstaf die zelden tot nooit gunstig uitvalt voor vrouwelijke auteurs en vrouwelijke personages, want aan de modernistische horizon verschijnen bijna uitsluitend romans geschreven door mannen,  boordevol ‘erotische obsessies’ die eveneens uitsluitend vanuit mannelijk perspectief worden beschreven.

ldv_tellen22_seks

4. Uitglijders & Opstekers

G3: het houdt niet op, niet vanzelf

Mark Cloostermans construeert in De Standaard nieuwe G3’s: “In de tweede helft van de twintigste eeuw deed de succesvolle auteur aan mythevorming. Reve, Mulisch, ze creëerden hun imago. Hun literaire opvolgers zetten een nieuwe stap: ze doen aan mythe-ontbinding. Thomése is een goed voorbeeld, maar ook L.H. Wieners spel met vertelinstanties en dubbelgangers dringt zich op, en uiteraard Ilja Leonard Pfeijffer en diens gestoei met zijn imago. Dat schrijvers van de daaropvolgende generatie (Joost de Vries, bijvoorbeeld) dit verstoppertje spelen een tijdverdrijf voor bejaarden vinden, is ook weer begrijpelijk.”

Jonge vrouwen met halflang haar spreken zich uit!

In haar column in De Groene ergert Niña Weijers zich aan het gemak waarmee “een Amerikaanse schrijver” die verder niet bij naam genoemd wordt zich in zijn mannelijke referentiekader wentelt en zich de complimenten van de mannelijke interviewer laat aanleunen. Weijers heeft er genoeg van en blijkt, onbewust, zegt ze, alleen boeken van vrouwen (ook van Amerikaanse, overigens) mee te hebben genomen naar haar Berlijnse residentie.

En mannen met krullend haar ook

Opsteker: Arjen Fortuin bekritiseert in NRC de manier waarop het tijdschrift Adformatie lezen (dat tegenwoordig blijkbaar binge-reading heet) aan vrouwen koppelt. Boeken zijn “fokking hot”, vrouwen lezen geen literatuur (“Mulisch”), maar Young Adult-series (“Hunger Games”), en lezen die boeken niet alleen, “ze praten er ook nog over”. Fortuin is er niet over te spreken: “je krijgt bij dit soort stukken het idee dat ze zijn geschreven door iemand die nog nooit een boek van dichtbij heeft gezien  – en misschien ook wel nooit een ‘jonge vrouw’.”Kijk, now we’re talking.