Mogen wij de rekening? Een jaar #lekkertellen

Lieve Lezers en Lezeressen,

Kent u het fenomeen van de hidden track op een cd (afkorting voor compact disc) nog? Was het al zeker 3 minuten stil in de kamer, kwam er nog een laatste verborgen nummer. Altijd spannend. Minstens zo spannend als de hidden track die ik voor u nog verborgen hield: een finaal overzicht van een jaar lang de Nederlandstalige boekenbijlage #lekkertellen. Van week 3 2016 (beginnend 21 januari 2016) tot en met week 2 2017 (beginnend 12 januari 2017) heb ik van de Vlaamse en Nederlandse boekenbijlagen Trouw, De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, De Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland geturfd hoeveel vrouwelijke en mannelijke auteurs er werden besproken, en hoeveel vrouwelijke en mannelijke critici ervoor schreven.

In deze allerlaatste post: eerst de cijfers van een jaar #lekkertellen op een rijtje en een stukje duiding naar de mensen toe. Vervolgens ga ik in op een veelgehoord tegenargument bij mijn data en tot slot: wat de grotere filosofie achter het telwerk was, en waarom het van belang is dit soort materiaal te verzamelen.

1. cijfers

Lees meer »

Advertenties

#lekkertellen week 48 Lifestyle-krentenbrood

Lieve Lezeressen en Lezers,

Moet u zich ook iedere dag zo inhouden om de kist met kerstpakket-wijn open te breken, de flessen uit het stro te tillen, te ontkurken, aan uw mond te zetten en in één lange gulp het jaar 2016 weg te spoelen? We doen het natuurlijk niet want helpen doet het niets, maar misery loves company staat wel in glitterende letters boven dit jaar geschreven. Enfin, met kerst en oud en nieuw geen #lekkertellen post, want in het Naturfreundehaus waar ik me deze vakantie terugtrek is hooguit een kwartier per dag wifi, en dan ook nog alleen als je met voldoende aluminiumfolie in de hand op het balkonnetje gaat staan. Heel graag tot ziens in 2017 kortom, en maak het zeer goed deze dagen. Dank voor uw trouwe lezen. Dat blijft een klein mirakel.

Fig. 1 De Lezeres richting vakantie

Gekkigheid: Vrij Nederland is nu een maandblad en wat betreft de vormgeving een heel eind richting de Linda opgeschoven. Lekker veel wit op de pagina als er letters op staan, veel paginavullende foto’s. De rubrieken zijn uiteraard zoveel als mogelijk gegoten in een lifestyle-format. ‘Bekende Nederlandse mannen die op Gerard Depardieu lijken’, ik verzin het niet – maar dat hoeft ook niet, de Vrij Nederland-redactie heeft het al verzonnen. Omdat alle nieuwlichterij zo zijn grenzen kent, wordt het blad zeker in het opiniërende deel grotendeels volgeschreven door dezelfde groep middelbare mannen die ook in het weekblad Vrij Nederland stond: Max van Weezel (1951), Carel Peeters (1944), Ko Colijn (1951), Jeroen Vullings (1962),  Sander Donkers (1967), de in deze omgeving piepjonge Arnon Grunberg (1971) en Micha Wertheim (1972). Enige uitzondering in dit rijtje ouwe-jongens-krentenbrood is de column van Fidan Ekiz.

krentebrood

Fig. 2 De nieuwe Vrij Nederland

Goh: Christiaan Weijts schreef in De Groene een aardig essay over politieke satire, maar noemt alleen maar mannelijke schrijvers.

Dieptepunt: O ja, hoe verging het de literatuur in het maandblad Vrij Nederland? Mannen over mannen, kijkt u maar naar de cijfers. Lang stuk van Jeroen Brouwers over Joost Zwagerman, en Jeroen Vullings bespreekt de nieuwe poëziebundel van Pieter Boskma, die hij erg goed vindt. Dat positieve oordeel wordt onderbouwd door een citaat uit een gedicht waarin: ‘een grootse, prachtige, ontstellend kalme vrouw’ wordt gevolgd, op ‘dooltocht’ door de Jordaan. De dichter fantaseert dat deze vrouw fantaseert over het citeren van louter mannelijke dichters waaronder, u raadt het al, Pieter Boskma zelf: ‘Hoe graag was zij daar [in café de Zwart, LdV] nog één keer aangeschoven, / zij proefde al het onvolprezen, volle, koude bier, / zij citeerde al een prachtgedicht van Pieter Boskma, / en een van Remco Campert, en stukjes proza / van Hafid Bouazza en P.F. Thomése, / want ook die behoorden tot de sublieme zangers.’

Zou dit dan die ‘ironie’ zijn waar ik zoveel over gehoord heb?

Interessante methode om een recensie te schrijven overigens, gewoon lang citeren en er dan ‘goed he!’ bij zetten. Zo, dames en heren, kan ik het ook. Maar het laat ons lezers wel met vragen achter. Hoe een (al dan niet crypto-)zelfverheerlijkend literair leven dat rond café de Zwart draait in zichzelf een argument is voor de conclusie dat we hier te maken hebben met sublieme poëzie, ontgaat mij even, Vullings veronderstelt een en ander als zelf-evident.

schermafbeelding-2016-12-20-om-12-02-57

Fig. 3. De cijfers van deze week (nb: De Standaard ontbreekt maar wordt later nog toegevoegd).

Dieptepunt: Voor ik mij helemaal verslik in het VN-krentenbrood, de cijfers deze week waren in een aantal publicaties droef, zeer droef. In NRC gaan slechts twee van de twaalf recensies over boeken van vrouwelijke auteurs (waarvan er dan ook nog één volledig aan een man is gewijd (de biografie van Wim Meijer door Margriet van Lith)). In VN was dat een van de zes besprekingen, in De Morgen een van de twaalf (in een van de signalementen), in het Parool een van de negen. Nat vuurwerk.

Ook de percentages vrouwelijke recensenten vielen niet mee deze week, voor VN en De Morgen schreef geen enkele vrouw een bijdrage (waarmee De Morgen op een eindscore van 5% vrouwen komt), De Volkskrant en Trouw scoren nog het hoogst met beiden 28.57% vrouwelijke bijdragen. Tijd voor een troost-musketkransje.

Hoogtepunt a.k.a. mollshoop: Maarten Moll noemt een vrouw in zijn Parool-openingscolumn!  Donna Tartt wordt in het voorbijgaan genoemd, in een verhaaltje over explosieven in de literatuur. A.F.Th. is het echte lichtende voorbeeld en onderwerp van dit op het gebied van ideeënrijkdom helaas zo weinig explosieve stukje. 

Hoogtepunt:  Het échte hoogtepunt is natuurlijk, zoals dit hele jaar al, de bijlage van Trouw, die zelfs in hun eindejaarslijstjes de verhoudingen mooi evenwichtig hebben: 10 vrouwelijke en 11 mannelijke recensenten deelden hun favoriete boeken, 30 boeken van een vrouwelijke schrijver om 37 van een mannelijke. Ter vergelijking, de eindejaarslijstjes in de Groene werden door drie vrouwelijke om elf mannelijke recensenten geschreven (overigens: in totaal wat betreft genoemde auteurs verder mooie cijfers voor de Groene deze week!). Doet u eens gek en trakteer uzelf op een abonnement.

#lekkertellen week 47: Zestig tips voor literaire kerstcadeaus

Lieve Lezers en Lezeressen,

Geniet u ook altijd zo van een intens kneuterige zondagochtend? Wakker worden met Vroege vogels (favoriete onderdeel: het antwoordapparaat, #lekkervogelstellen met onder meer Frater Willibrordus), dan een krakend vers croissantje bij Vrije Geluiden, eerste kopje koffie bij VPRO Boeken en bij het tweede kopje koffie Buitenhof. Bij dat laatste programma maak ik  soms met de laptop op schoot alvast een ruwe schets voor de #lekkertellen-post van de week, want niet iedere bankdirecteur die uit komt leggen dat hij heus de crisis geweldig onder controle heeft kan me altijd even boeien, maar deze week zat ik goed op te letten.

Martha Nussbaum was in het programma, ik schreef vorige week al over haar boek Woede en vergeving. In Buitenhof werd er niet heel diep op haar boek ingegaan, maar was ze te gast in een algemenere discussie over het populisme en ‘de woede bij de burger’. Andere gast was Ian Buruma en Marcia Luyten was interviewer.

Er gebeurde iets opmerkelijks. Er werden negen onderwerpen behandeld, waarbij zes keer de eerste vraag aan Buruma gesteld werd, en maar drie keer aan Nussbaum. Hij werd dus meer dan zij geadresseerd als degene die een theorie/verklaring oppert voor het populisme, waarna Nussbaum vervolgens zijn verklaring kon weerleggen of ermee instemmen. En dat terwijl zij een nieuw boek uit heeft en zij degene is die in haar boek over woede heeft nagedacht, en dus het thema richting zou kunnen (moeten?) geven.  

Fig 1. It's a space issue
Fig 1. It’s a space issue

Was het dus een onevenwichtig gesprek? Zeker niet! Oké, Buruma dacht Nussbaum meteen in zijn eerste respons te kunnen verbeteren (ze had voor de term rancune moeten kiezen in plaats van woede) maar dat wist Nussbaum elegant doch krachtig te weerleggen. Maar hij zei tegelijkertijd ook herhaaldelijk ‘ik ben benieuwd hoe u daarover denkt’ – en Nussbaum returned this courtesy. Luyten gaf aan beide sprekers de ruimte, het was ook niet per se zo dat Buruma meer spreektijd kreeg. Maar zelfs in deze zeer beleefde, sympathieke context, met een zeer professionele vrouwelijke interviewer, is het dus nóg zo dat iemand van het kaliber Nussbaum ongemerkt meer in een passieve, reagerende positie dan in een actieve positie wordt geplaatst.

Misschien dus aardig om te bedenken hoe vrouwen behandeld worden die niet het statuur van Nussbaum hebben (pak ‘m beet, zo ongeveer álle vrouwen). Hoe gemakkelijk vrouwen met deskundigheid of autoriteit op het tweede plan worden geplaatst, ongemerkt en vaak ondanks alle goede wil. Redacties zuchten vaak ‘vrouwen willen niet komen’, maar zolang we niet kritischer kijken naar alle signalen die vrouwen krijgen dat een vrouw-als-deskundige ook niet zo veel ruimte hoeft in te nemen als een man, lossen we het raadsel van de geringe aanwezigheid van de vrouw in de openbaarheid niet op.

Dan nu de ebbs and flows van de boekenbijlagen deze week.

lekkertellen-47

Dieptepunt I: in De Morgen werden deze week alle artikelen geschreven door een man.

Hoogtepunt: de Groene Amsterdammer haalt deze week de Gulden Score, een perfecte 50/50 in auteurs en recensenten! Makes my week, Groene, zeker na jullie eveneens goede score vorige week.

Dieptepunt II: sinds kort sla ik elke week gelukzalig de Volkskrant open omdat ik al weet dat Maxim Hartman er niet in staat. De cijfers echter blijven week na week hetzelfde treurige patroon vertonen. Verder in de signalementen deze week geen vrouwen. Wel zeven mannen.

Opvallend: qua sterren scoren de besproken vrouwen in de Volkskrant dan wel weer bovengemiddeld: vier voor debutante Rowan Hisayo Buchanan, vijf voor Edna O’Brien en in de Kort & Goed-rubriek vier voor Magda Szabo, vier voor Mariette Baarda en vijf voor Mia You. Als we heel genereus willen zijn kunnen we zelfs de vijf sterren voor Charlotte Dematons Alleen op de wereld meetellen.

G3-alert: in Trouw een artikel van Gerwin van der Werf over Ammerlaans boek over de werkkamer van H.M., vooral een heiligdom voor wie heilig in de door H.M. zelf verzonnen mythe dat hij een Groot Schrijver was gelooft. Ineke Verwayen, die H.M.’s vriendin was in de jaren zestig, wordt gequote: ‘Want het is knoeien wat je doet, het is allemaal onduidelijk geknoei en daaruit kan niets goeds voorkomen.’ Die opmerking dient ongetwijfeld als achtergrondje waartegen het genie van H.M. nog extra glimt, maar dwars tegen de bewonderende retoriek van de recensie in vond ik het gewoon een verfrissend geluid tussen alle overdreven verering.

Dieptepunt III: het is december en dat betekent kerstkransjes, cadeautjes en jaarlijstjes! U kunt zich niet voorstellen hoe dol ik ben op cadeautjes en jaarlijstjes. Met de pen zwevend boven het verlanglijstje begon ik aan de 30 boekentips die De Standaard ons deze week aanreikt voor de perfecte literaire kerstcadeaus. Genereus gebaar van De Standaard, maar ergens halverwege heb ik de pen in de hoek gesmeten: de ene na de andere aanrader was een man. Om precies te zijn, kent de lijst slechts 11 vrouwelijke auteurs, tegenover 26 mannelijke. Ik schreef hier al eens dat mannelijke schrijvers veel meer prijzengeld verdienen dan vrouwelijke. Door nu juist in een maand met flinke impact op de royalties twee keer zoveel boeken van mannen aan te prijzen, ontzegt De Standaard vrouwelijke auteurs niet alleen cultureel maar ook keihard economisch kapitaal. Daarom, lieve lezers, als tegenwicht en cadeau-inspiratie, het beste lijstje dat ik deze week zag: ‘The Sixty Best Books by Women Every Man Should Read (But Could Always Ignore and Stick to Philip Roth)’.

lekkertellen #46: Man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met waardering

Lieve Lezeressen en Lezers,

Mocht u zich knarsetandend en met een opkomende migraineaanval gedwongen zien ‘traditioneel’ pakjesavond te vieren, lees dan eerst deze instructie. En dan nu, trouwe volgers, de cijfers! Het kan vriezen, het kan dooien deze week: in de boekenbijlage van De Groene Amsterdammer worden overwegend vrouwen besproken. En! Tromgeroffel… Carel Peeters bespreekt een boek van een vrouw, Lenteloos voorjaar van Hanny Michaelis! Helaas zijn er ook dieptepunten. Zo werd maar één van de dertien bijdragen aan NRC Boeken deze week door een vrouw geschreven, en slechts drie van de twaalf besproken boeken was van een vrouwelijke auteur.

schermafbeelding-2016-12-05-om-16-28-36

Gelukkig viel er nog wel iets leuks te beleven. Een hoogtepunt was het openingsartikel van de Groene, over A.S. Byatt (ook ruim besproken door Hans Bouman in de Volkskrant). Als feminist ‘tot in mijn vezels’ voelt ze artistieke, psychologische en politieke weerstand om één-op-één vastgeplakt te worden aan een enkele identiteit. En heeft ze een vast geloof in de rol die literatuur kan spelen bij het openbreken van zo’n benauwend plakkende identiteit. Dit speelt een rol in het hele schrijverschap van Byatt. Food for thought zijn haar opmerkingen over de invloed van het politiek feminisme op de mogelijkheden die vrouwelijke schrijvers voor zichzelf zien: ‘Toen ik begon met schrijven waren alle belangrijke Engelse schrijvers op dat moment vrouwen: Iris Murdoch, Doris Lessing en Muriel Spark. Nu is dat zeker niet het geval. En dit komt doordat vrouwen geloven dat ze zouden moeten schrijven over vrouwen voor vrouwen. (…) Doris schreef inzichtelijk over de problemen van vrouwen maar zonder een moment te denken dat ze niet zou kunnen schrijven. Maar toen ontstond het politiek feminisme, wat geweldig was en erg succesvol, maar het had als nadelige bijwerking dat vrouwen dachten dat ze alleen boeken door vrouwen over vrouwen mochten lezen en schrijven.’

Hoogtepunt: ik zou hier eigenlijk met een dieptepunt moeten beginnen, want lang is Woede en vergeving: wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid van Martha Nussbaum het enige boek van een vrouw in de hele boekenbijlage van De Standaard. Tegen het einde weet Kathy Mathys er toch nog twee boeken van vrouwen in te frommelen, maar dat maakt de cijfers niet minder treurig. Toch is de bespreking van Nussbaums boek een hoogtepunt, want: geschreven door een man, in lovende bewoordingen. Na bijna een jaar #lekkertellen kan ik u zeggen dat deze combinatie van verschijnselen – geleerde man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met zorg en waardering – een klein mirakel is. Rik Torfs constateert dat Nussbaum een ambitieus boek heeft willen schrijven en dat het haar gelukt is: Nussbaum maakt haar ambities waar ‘in een erudiet boek, waarin het Griekse denken aan de joods-christelijke cultuur wordt getoetst, terwijl woorden en daden van figuren zoals Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela onder de loep worden genomen. Tegelijk blijft ruimte over voor analyses van alledaagse voorvallen’, die hij ziet als observaties van een scherpe geest. Laatste voorbeeld van de manier waarop Torfs zonder voorbehoud toegeeft dat Nussbaum hem iets kan leren: ‘Boeken van Martha Nussbaum stemmen rustig. Ze vergroten de wereld.’ Kijk, daar doet een schrijver het voor.

drie-oude-mannen
Afb 1.  Stukje zelfreflectie

Niet een diepte- of hoogtepunt, maar toch gniffelwaardig, in Het Parool: ‘Oude mannen houden van het werk van Jacob Groot’, aldus Arie Storm, een onzekere bewonderaar, in de bespreking van Groots Geloof in mij, een bijbels boek over Teddie, Freddie en hun zoon Eddie. Groot wordt bejubeld door Piet Gerbrandy, Kees ‘t Hart én Wim Noordhoek. De recensent geeft deemoedig toe het ook niet altijd te kunnen volgen, ondanks héél aandachtig lezen. Stukje zelfreflectie.

Absoluut dieptepunt: Folkert Jensma raadt de nieuwste opruiende pennenvrucht van Paul Cliteur aan voor onder de kerstboom. ‘De progressieve krantenlezer’ krijgt volgens Jensma ‘lucide de les gelezen’ door Cliteur. De progressievelingen, zo meent Cliteur, hebben al die tijd moedwillig politiek correct weggekeken van het gewelddadige karakter van de islam (die zich niet zal laten seculariseren) waardoor er nu een culturele oorlog aan de gang is waar niemand iets aan doet. Dat Jensma zelf in de roerige beginjaren van de 21e eeuw hoofdredacteur was van die zogenaamd progressieve krant doet er blijkbaar niet toe, nu laat hij zich in elk geval maar wat graag de les lezen. Want wat lègt Cliteur het allemaal goed uit, zeg: ingebeelde  ‘koloniale schuldgevoelens’ zouden er ten onrechte toe leiden dat men bang is om ‘de moslims’ te beledigen. In plaats daarvan moet Europa de moderniteit verdedigen en zijn mensen uit landen waar de Islam de grootste godsdienst is niet welkom. Voor Jensma is dit misschien nieuws, maar feitelijk is het de same old retoriek die ‘nieuwe realisten’ al jaren van stal halen en waarmee ze de polarisatie in ons vaderlandje flink hebben aangewakkerd. De regelrechte oorlogsverklaring aan het einde van het stuk vind ik ronduit opruiend en kwalijk: ‘[een nuttig boek,] Ook voor wie nog geen dienst heeft genomen in de culturele oorlog tegen de islam.’ Dat er ondertussen in het Midden-Oosten echte oorlogen worden uitgevochten waar dat progressieve Westen mede debet aan is, daar hebben we het natuurlijk niet over – veel te ingewikkeld en ver weg voor verlichte denkers als Cliteur en Jensma.

 

 

#lekkertellen 45: Ironie als troostdekentje

Lieve lezers en lezeressen, voordat ik in de boekenbijlages duik (ik waarschuw nu alvast: als u niet tegen het geluid van het G3-alarm kunt, plaats dan vanaf de vierde alinea uw handen over uw oren) sta ik kort stil bij twee #lekkertellen-dieptepunten buiten de kranten en tijdschriften om.

Dieptepunt #1: de Tsjechische EU-commissaris Vera Jourova maakte deze week bekend dat een kwart van de Europeanen vindt dat seks zonder toestemming (lees: verkrachting) geoorloofd is als de vrouw dronken is, provocerend gekleed is, niet heel duidelijk nee zegt of zich niet verzet.

Dieptepunt #2: Radio 2 maakte deze week de complete lijst DJ’s bekend die dit jaar de Top 2000 zullen presenteren. Voor het eerst in 18 jaar wordt het populaire radioprogramma mede door vrouwen gepresenteerd. Hoera? Nou… Evelien de Bruijn en Marisa Heutink zijn de enige twee vrouwen (tegenover 9 mannelijke DJ’s) and guess what, ze hebben de geweldige, levendige, goed beluisterde timeslots toebedeeld gekregen van 00:00 tot 02:00 uur en van 02:00 tot 04:00. Uit solidariteit zal ik mijn best doen mijn ogen op te houden wanneer ik van onder mijn fleecedekentje de middelbare wittemannenmuziek door probeer te komen.

En dan nu, een volledig G3-alarm!

De biografie van Boudewijn Büch is all over de boekenbijlagen en daarmee ook de ‘Reve-tapes’, de opnamen van een interview met Gerard Reve uit 1983 die Büch-biograaf Eva Rovers mocht beluisteren. En wat blijkt: Büch had de racistische opmerkingen van Reve niet verzonnen (goh).

 

lekkertellen 45 - reve rebus
Figuur 1. De ReveRebus

Reve was aanhanger van de negentiende-eeuwse koloniale mythe van het ‘lege land’. Europese kolonisten beweerden dat vóór hun kolonisatie Zuid-Afrika grotendeels onbewoond was en dat er van gestolen land door dus geen sprake kon zijn. Het latere Apartheidsbewind maakte gretig gebruik van deze mythe (Reve: “De legende is dat er blanke overheersers naar Zuid-Afrika kwamen om de bruine en de zwarte mensen te onderdrukken. Dat is helemaal niet waar. De blanken vonden een totaal leeg land!”).Ook onderschreef Reve het standpunt van het Zuid-Afrikaanse Apartheidsbewind dat de zwarte bevolking democratie niet ‘aankon’. Stemrecht aan ze geven zou het einde van de democratie betekenen “Als je die zwarten en kleurlingen laat meestemmen, heb je direct de laatste verkiezingen.”

Ik ben Zuid-Afrika-kenner noch Revoloog, maar mij lijkt het dus evident dat Reve hier ideologische standpunten van het Apartheidsregime overnam. Misschien iets om eens een eerlijk debat over te hebben, als literaire wereld? Ik vrees echter nu al dat het debat (mocht er al een debat van komen…) blijft steken in de vraag of Reve het nu wel of niet ironisch bedoelde. Bert Wagendorp geeft er in zijn Volkskrant-column alvast een creatieve draai aan: ook als Reve in ernst al die dingen beweerd heeft, dan valt het de Nederlandse intelligentsia te prijzen dat ze zijn uitspraken altijd ironisch hebben opgevat, want daarmee zou Reves racisme onschadelijk zijn gemaakt. Racisme ironisch opvatten zou volgens de columnist een veel verstandiger strategie zijn dan die van hedendaagse anti-racisme activisten, die altijd alles ernstig nemen en mensen vervolgens ‘op de strontkar door het land rijden’. Hij stelt voor om ook alles wat Wilders zegt ironisch op te vatten. Ironie als een soort magisch schild tegen racisme: volgens mij zijn we hier eerder in het domein van het wensdenken dan in dat van de concrete analyse.

mm-week-47-meme
Figuur 2. Alanis Morissette en Grumpy Cat leggen het nog één keer uit.

Ten overvloede: een eerlijk debat over ideologische pijnpunten bij een literaire auteur is niet hetzelfde als de strontkar. In de nieuwe biografie van Piet Mondriaan wordt zijn antisemitisme ook onomwonden behandeld – het doet niets af aan de vernieuwing die Mondriaan in de schilderkunst bracht.

Dan, doorrrr naar W.F. Hermans. Criticus Edwin Krijgsman beweert in de Volkskrant over het vierde deel van Elena Ferrante’s Napolitaanse romancyclus dat ze op “Hermansiaanse wijze met het motief van het contrast” speelt. Fijn dat Krijgsman het contrastrijke olijke duo Dorbeck/Osewoudt ongetwijfeld vers in het geheugen heeft, maar helaas valt de manier waarop Ferrante nauwkeurig blootlegt hoe diep seksisme en patriarchale systemen ingrijpen in twee vrouwenlevens in de recensie vrijwel geheel weg.

Maria Vlaar schrijft in De Standaard over de rondleiding die ze van Robbert Ammerlaan kreeg door de werkkamers van Harry Mulisch, in het kader van Zijn eigen land, een tussenboekje van Ammerlaan voor de echte biografie, over vondsten uit de parafernalia uit Mulisch’ nalatenschap. Vlaar zit duidelijk in een spagaat, enerzijds die van de bewondering (of in ieder geval een vorm van eerbied), anderzijds zit ze — als vrouwelijke critica? — in haar maag met des schrijvers aperte vrouwonvriendelijkheid:

Wat ook opvalt in de boekenkast: op het eerste oog geen enkele vrouwelijke schrijver. De rol van de vrouw in Mulisch’ leven is een ander thema dat de biograaf nog wel wat hoofdbrekens zal kosten. De man die in zijn sporadisch bijgehouden dagboeken opschept dat hij met drie vrouwen per dag naar bed gaat (19 mei 1958: ‘Namiddag T. wederom en dadelijk weggewerkt.’) en halverwege de jaren 70 een feest geeft om zijn tweeduizendste verovering te vieren, liet geen vrouwen toe tot de discussies in de ‘herenclub’ waarmee hij eens per week dineerde, en heeft verder ook geen hoge dunk van de intellectuele vermogens van vrouwen.

Het zal mij benieuwen hoe deze kant van Mulisch er in de biografie van af zal komen. Kleine voorspelling: frivole literaire playboy met pijp.

Laat ik eindigen met een hoogtepunt: Mineke Bosch maakt in De Groene Amsterdammer met deskundige voortvarendheid gehakt van Ewald Engelens De mythe van de gemaakte vrouw. Engelen dacht in zijn boekje ‘het’ feminisme kritisch onder de loep te nemen, maar Bosch wijst feilloos op zijn blinde vlekken. Een paar malse brokjes uit de bespreking:

[W]at hij hap-snap over De Beauvoir te berde brengt oppervlakkig is en tegenstrijdig. […] Dat [verwijt van machtsbeluste mantelpakjesfeminisme – LdV] is er zo helemaal naast, en het is een zo ongelooflijk neerbuigend oordeel over al die pogingen om overal de genderverhoudingen te veranderen dat het mij direct deed denken aan de verbeten aanvallen van onze grote socialistische voorman Troelstra op de burgerlijke feministen rond 1900.

Burn, zoals we in de 21e eeuw zeggen.

Ten slotte de cijfers van deze week:

mm-week-47-tabel

 

 

#lekkertellen week 44: Arnon, je haar waait

Lieve Lezeressen en Lezers,

Terwijl een stormdepressie door het land trok met windstoten van soms wel 100 km/uur, was in het literaire landschap zoals gewoonlijk geen zuchtje wind te bekennen. De Jan Campert-Stichting bekroonde naar oud gebruik vier mannelijke schrijvers van middelbare leeftijd (of ouder), geprezen om de ironie en troosteloosheid in hun werk. Dit ter aanvulling op de lijst van laureaten die toch al overwegend uit mannen bestond.* In de meeste boekenbijlagen, zoals iedere week, vooral veel mannen over mannen, weliswaar met hier en daar het verfrissende geluid van een vrouwelijke stem (maar niet koel genoeg om de halfnaakt poserende Grunberg zijn kleren terug in te jagen, zie onder).

Wat de cijfers betreft wilde ik u deze week toch enige verandering presenteren en daarom heb ik de kolommen in de tabel maar eens omgewisseld: ladies first en daarna pas het mannelijk geslacht.

*Sad Fact: sinds 1947 zijn de Jan Campert-prijzen 282 maal uitgereikt, waarvan drie keer aan een organisatie, 226 keer aan een mannelijke auteur en slechts 53 keer aan een vrouwelijke schrijver (waarvan 15 keer in de categorie jeugdliteratuur). In percentages: 19% vrouwen, 80% mannen, 1% organisaties.

Fun Fact: de nieuwe jury van de VSB Poëzieprijs volgt duidelijk een andere koers en nomineerde afgelopen week drie vrouwen en twee mannen. Kunt u zich voorstellen hoe opgetogen mijn nichtje Vivianne was over deze resultaten!

tabel-week-44

Dieptepunt: op de achterkant van De Morgen schrijft kunstenaar, danser en filosoof Elisabeth van Dam over Van Ostaijens sjimpansee, en strooit ze vrolijk rond met het n-woord, alles in ‘gedurfde’ sfeer.

Gemiste kans: NRC organiseert deze week een poëzievertaalwedstrijd maar helaas zijn alle vijf afgedrukte gedichten ter vertaling van een man, te weten James Joyce, Bob Dylan, Peter Rühmkorf, Louis Aragon en Frederico Garcia Lorca. De vertaalcanon is blijkbaar mannelijk.

Gemiste kans: Het Parool besteedt aandacht aan de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer: Dieuwertje Mertens noemt evenveel vrouwen als mannen in haar openingsstuk, maar wat doet Maarten Moll… die noemt alleen maar mannen in zijn bespreking van dezelfde bloemlezing.

Gekkigheid: Arnon Grunberg met de handen in het haar in de Volkskrant:

Figuur 1: man van middelbare leeftijd
Figuur 1: man van middelbare leeftijd

Hoogtepunt: veel aandacht voor Zadie Smith (die zichzelf een vrouw van middelbare leeftijd noemt in NRC, yeay!)  en haar nieuwste roman Swing Time. Ze wordt in verschillende bijlagen uitgebreid geïnterviewd, onder meer door Niña Weijers in NRC en door Annelies Beck in De Standaard.

Meer hoogtepunten: Trouw laat zien dat het echt wel kan en bespreekt deze week meer vrouwelijke dan mannelijke auteurs!

Een bijzonderheid in Trouw: Medina Schuurman, die samen met Isa Hoes een boek over de overgang schreef, getiteld Te lijf – de kunst van het mooi ouder worden, zegt in een interview met Nicole Lucas: ‘We zijn tot het besef gekomen dat we de nieuwe feministen zijn. Nee, we gaan niet de barricades op of acties voeren als baas-in-eigen-buik. Maar er is nog genoeg te doen aan het vrouwenvraagstuk. Met dit boek hopen we vrouwen krachtiger te maken.’ Dat is prachtig gezegd, maar waarom hebben de schrijfsters er mee ingestemd dat de cover van hun boek (dat nota bene over de overgang gaat) geïllustreerd is met twee onrealistisch slanke, strakke vrouwenfiguren die nog het meest lijken op Barbies? En dan nog een vraag: waarom zou je ‘mooi’ ouder moeten worden? De schrijfsters bevestigen hiermee de eis van onze maatschappij dat vrouwen altijd jong en mooi moeten ogen.

Het G3-alarm: stond voor een derde AAN deze week! Robbert Ammerlaan heeft een boek over Mulisch geschreven en daar moet natuurlijk veel aandacht aan worden besteed, bijvoorbeeld door vol lof te roepen dat het boek ‘in de geest van Harry geschreven’ is (Jeroen Vullings in Vrij Nederland).

Gaaaaaap.

Lieve Lezeressen en Lezers, ik kruip terug onder mijn nieuw gebreide dekentje – kopje thee, iets te knabbelen en een laatste hoofdstukje Zadie Smith – maar niet voordat ik afsluit met het volgende bemoedigende bericht:

De dichter Tjitske Jansen kreeg de vraag voorgelegd waarom zij niet in de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer opgenomen wilde worden: ‘Pfeijffer heeft mij ooit, na een literaire avond waarop wij allebei hadden voorgelezen, uitgenodigd het bed met hem te delen. Ik heb deze uitnodiging beleefd afgeslagen. Vervolgens heeft hij op zijn website gezet “Tjitske Jansen is natuurlijk niets”.’

Shout-out voor Tjitske Jansen en alle andere dichters die zich publiekelijk distantiëren ‘van de Hollandse drinker in Genua, en diens buitengewone prestaties in de kroeg, op papier en in bed.’ De Lezeres hoopt dat velen hen zullen volgen!

Niet klagen maar turven en vragen om kracht: #lekkertellen 43

Lieve Lezeressen en Lezers,

Het is 2016 en nog steeds is de wereld niet klaar voor een vrouwelijke president. Heeft u het ook als u ‘s morgens wakker wordt, die halve seconde van unheimische onwetendheid, het omineuze gevoel dat er iets is, wat was het ook alweer, tot het als een natte handdoek keihard in uw nog kreukelige gezicht slaat? Een racistische en seksistische xenofoob komt makkelijker aan de macht dan een intelligente en capabele vrouw. Ik kan er niet aan wennen.

 

Sheila Sitalsing gaf daags na de uitslag een kleine proeve van de verschillende vormen van vrouwenhaat die Clinton tijdens de verkiezingscampagne met een bijna buitenaards incasseringsvermogen had weten te verstouwen. Met bewondering schrijft Sitalsing:

Ze heeft er niet over geklaagd, want klagen over seksisme garandeert enkel nog meer seksisme, bakken vol. Dus heeft ze zich er ijzerenheinig doorheen geslagen. En ongetwijfeld heeft ze ondertussen geturfd: jij en jij, jij ook, en hij daar. Een lange lijst vrouwenhaters tegen wie ze in gedachten een dikke, lange middelvinger zou opsteken, wanneer zij dáár zou staan en met haar hand op de Bijbel het hoogste ambt zou aanvaarden.

Hoezeer ik de loftuiting van Sitalsing aan het adres van Clinton ook onderschrijf – want ga er maar aanstaan -, het causale verband dat ze trekt baarde me zorgen. Had Clinton niet zonder nadelige gevolgen iets kunnen zeggen van de seksistische bagger die ze over zich uitgestort heeft gekregen zonder dat het als klagen was gezien? En als het benoemen en bekritiseren van manifest seksisme onherroepelijk tot nog meer seksisme zou leiden, welke manieren resten ons dan nog om er iets aan te doen?

Terwijl ik daarover peins, doe ik wat Clinton hoogstwaarschijnlijk ook deed: turven.

schermafbeelding-2016-11-15-om-08-51-31

NB. Er verscheen deze week geen Groene Amsterdammer wegens een dubbelnummer vorige week.

Young Boys Network: #lekkertellen week 42

Lieve Lezers & Lezeressen,

Nog één (twee?) nachtje(s) slapen en dan weten we of de nieuwe wereldleider een vrouw zal zijn, dan wel een sadistische kleuter who would love to watch the world burn. Maar voor het zover is, eerst iets over politiek in het klein: aanstellingspolitiek bij krantenredacties.

Via de social media bereikte mij het bericht dat de NRC-boekenbijlage een nieuwe boekenredacteur heeft aangesteld. Het is de vierde jonge witte man op rij die daar een plek krijgt. Kijken we naar bijvoorbeeld de Groene Amsterdammer, dan zien we dat ook daar veelal mannelijke critici schrijven. En bij de Volkskrant? Een vrouw staat er aan het roer, maar de vaste redacteuren zijn mannen (Erik van den Berg, Arjan Peters), net als veel freelancers (bijvoorbeeld Olaf Tempelman). Vrij Nederland, Parool: we kennen de patronen.

Het is, kortom, niet alsof er een tekort is aan mannelijke boekenredacteuren in ons Vaderlandje. En het behoeft geen uitleg dat degenen met een vaste aanstelling meer invloed hebben dan de freelancers, meer zullen schrijven en zo ook het ‘gezicht’ van het boekenkatern bepalen. Daar komt nog bij dat voor sommigen de boekenredactie een instap is om door te groeien naar allround essayist die ook politieke onderwerpen onder de loep neemt.

Het gaat mij niet om de individuele kwaliteiten van de personen in kwestie. Die zullen meer dan in orde zijn. Het gaat mij ook niet om de eenvoudige aanname dat een vrouw, of een persoon met een biculturele achtergrond, direct ook inhoudelijke diversiteit meebrengt, terwijl deze jonge mannen dat niet zouden kunnen doen. Maar het is natuurlijk wel een verschil of diversiteit een van de onderwerpen is waar je over schrijft, of iets waar je niet omheen kunt. De afgelopen tijd heeft de NRC-boekenredactie veel aandacht besteed aan het diversiteitsdebat. Samen met andere deskundigen werd ik geïnterviewd over de vraag hoe de kritiek er uit zou zijn als er meer vrouwen criticus zouden zijn. Amatmoekrim kwam aan het woord over ‘cultural appropriation’. Arjen Fortuin schreef een gewetensvolle column over de neiging van critici om in jury’s te gaan zitten en er geen been in te zien aan zeer nabije collega-critici prijzen uit te reiken.

De repliek van Jamal Ouariachi op deze jureringskwestie was: de literaire wereld is nu eenmaal klein. Alsof die kleinheid een natuurgegeven is! Neen, de literaire wereld maakt zichzelf klein. Want was er met een openbare advertentie geworven voor een nieuwe literaire redacteur? Heeft NRC gepoogd in zo breed mogelijk kring kenbaar te maken dat ze een plaats vrij hadden en wílden ze ook werkelijk iets doen aan de interne diversiteit? Misschien wel en  is mij dat volledig ontgaan. Toch vrees ik soms dat  de ‘kleinheid’ van het eigen netwerk nog altijd niet als voldoende urgent gevoeld om het net breder uit te werpen, ondanks alle stukken die er tegelijkertijd aan het onderwerp diversiteit gewijd worden. If you talk the talk, walk the walk!

Het betekent wel dat de Nederlandse literaire wereld bereid moet zijn om uit de eigen comfort zone te stappen. Toen Sylvana Simons in mei 2016 bij DENK ging, twitterde een gezaghebbend criticus guitig dat hij jaren geleden Simons had geïnterviewd toen ze haar boekenprogramma Kaft had. Ze kon van ‘de Grote Drie niet 1 favoriet boek noemen’. (Overigens is het interview op LexisNexis na te lezen. Simons roemt daarin Nescio, en zegt alleen van W.F. Hermans niets gelezen te hebben. Dat het werk van Reve bol staat van het expliciete racisme en daarom allicht niet direct voor ‘favoriet boek’ in aanmerking kwam, was helaas geen onderwerp in het interview). De criticus zag de Grote Drie als ultieme maatstaf voor belezenheid, zodat de vraag niet eens gesteld werd of Simons er toevallig een andere canon op nahoudt, waarin, ik noem maar iets geks, Bea Vianen, Edgar Cairo of Toni Morrison de absolute must reads zijn. Waarmee ik maar wil zeggen: als je één stap buiten Nederland zet weet niemand meer wie de Grote Drie zijn – misschien ook goed om te beseffen en de criteria voor belezenheid net ietsjes ruimer te nemen. Een diversere staf betekent niet automatisch, maar wel zeer waarschijnlijk, ook dat je een redactie krijgt met een ander cultureel referentiekader. Dan gaan ook de lacunes en al te gemakkelijke aannames in het éigen referentiekader meer opvallen.

grote3fruitmachine

Zo’n aanstelling heeft bovendien een nog breder effect. Alle jonge vrouwen die nu een letterenstudie volgen hebben geen jonge vrouwelijke boekenredacteur (mét vaste aanstelling) tot voorbeeld. You can’t be what you can’t see, (#UcantBwhatUcantC, zoals Janneke van Heugten twittert). De jongens die zo’n studie volgen hebben voorbeelden te over. En wat schetst onze verbazing? Jonge mannelijke studenten voelen zelden enige belemmering om te gaan recenseren – je hoeft de literaire tijdschriften maar open te slaan en te zien wie daar in schrijven. Voor jonge vrouwelijke studenten is het vermoedelijk vaak wel een grote stap, want al zijn ze in de meerderheid in de collegebanken, als jonge scribenten zie je ze veel minder. Wellicht ligt hier een taak voor het onderwijs, maar óók voor de redacties, anders kan dit patroon zich iedere generatie opnieuw herhalen.

Ondertussen twitterde de kersverse nieuwe mannelijke redacteur een foto van de NRC-redactie, alwaar een meer dan levensgroot portret van Reve hing. Die ongetwijfeld zag dat het goed was. Ik schonk mezelf nog wat rode port in en zakte ondertussen diep weg in mijn chesterfield.

Lieve lezers, ik geloof dat ik soms mijzelf stiekem op de gedachte betrap: schrijf dan maar liever niet over diversiteit. Is het gewoon een onderwerp waarmee je kunt bewijzen dat je ‘bij de tijd’ bent? Dat je heus weet hoe de wind waait? Maar ondertussen draait de wereld gewoon door en blijft het jongensclubhuis nog altijd intact. Zonder structurele veranderingen nu, zijn we over een paar jaar weer terug bij af, wanneer het onderwerp diversiteit niet meer hip & happening is en weer als marginaal p-c geneuzel wordt weggezet. Al deze argumenten zijn namelijk in de jaren tachtig en negentig ook al over tafel gegaan, en er is sindsdien een hoop veranderd, maar toch ook nog een hoop niet of te weinig.

Grote Drie-alarm-jackpot. Dacht u dat met de Reve-poster op de NRC-burelen het Grote Drie nieuws van deze week #lekkertellen wel op zou zijn? Dan gaat u niet door voor de koelkast. De Grote Drie-fruitmachine geeft namelijk de mega-super-jackpot deze week: in de van mannen vergeven boekenbijlage van de NRC heb ik Hermans, Reve en Mulisch allemaal op een rij. De bijlage opent met Arjen Fortuins column die, ondanks dat een zombiebewerking van Max Havelaar de aanleiding is, de dubbelgangers Osewoudt en Dorbeck in de titel, die overigens ook al door mannelijkheid zijn geobsedeerd (ziet u, ook ik veronderstel hier enige kennis van het oeuvre van de machtige [vul hier naam in]). Nog op dezelfde openingsspread neemt Frank Westerman het Genie Reve als aanleiding voor zijn betoog over feit en fictie in zijn Verweylezing, die in ingekorte versie is afgedrukt. Helemaal achterin treffen we dan eindelijk Mulisch: zijn voormalige uitgever Robbert Ammerlaan publiceerde een voorproef van zijn biografie over Mulisch, die weinig meer lijkt te doen dan de Mulisch-mythe te omarmen. Ik zin om op middelen om mijn jackpot prijzengeld nuttig te besteden en de drie zuilen waarop de Nederlandse republiek der letteren gebouwd is omver te werpen.

In Het Parool zelfs een zwijmelende opening over het boekje van Ammerlaan, dat enkel bedoeld is om de fans warm te houden voor de geplande Grote Biografie. Interessantste detail: ‘Nee hij was geen groot lezer, en geen groot brievenschrijver.’ Waarom verbaast me dat nou niet? Maar het wordt erger, Maarten Moll dist ook nog een ‘smakelijke’ anekdote op in zijn eigen column over het voorstel per brief aan Bomans door Mulisch voor een duel ‘op de vrouw’ (bij voorkeur een tweeling); om de door Mulisch verspreide geruchten over impotentie bij de gepikeerde Bomans te ontzenuwen en er meteen een wedstrijd van te maken. Was natuurlijk niet in ernst van Mulisch. Grappig hè?

Opmerkelijk: witte vrouw met zwart perspectief. Christine Otten mengt zich in de discussie over culturele toe-eigening naar aanleiding van de lezing van Lionel Shriver (die stelt dat de schrijver alle personages mag opvoeren die ze maar kan gebruiken – een ander perspectief aannemen is als het wisselen van hoedje) en Karin Amatmoekrim (die van mening is dat het niet zonder meer mogelijk is voor witte schrijvers om zich in een zwart perspectief te verplaatsen). Zelf heeft Otten namelijk net (opnieuw) een boek gepubliceerd waarin ze schrijft vanuit een zwart perspectief, We hadden liefde we hadden wapens en ze voelt de noodzaak uit te leggen waarom. Nu vind ik de kop van het stuk niet tactvol – het n-woord komt erin voor terwijl er ook ‘zwart perspectief’ o.i.d. had kunnen staan – maar Ottens stuk zelf is een stuk genuanceerder. Hoewel Otten wat snel terugvalt op identificatie met haar zwarte personage (in de moeilijke zwarte vader herkent ze haar eigen problemen met haar psychotische vader) en een wel erg groot vertrouwen in de literatuur stelt (de schrijver kan zich volgens haar eigenlijk overal in verplaatsen), stelt ze zichzelf de nodige voorwaarden voordat ze een ander hoedje opzet. Een respectvolle omgang met het personage en zijn of haar geschiedenis staat daarbij centraal: Otten sprak met haar hoofdpersonages (gebaseerd op echte mensen) en verdiepte zich in hun culturele bronnen. Dat dit voor haar essentieel is, illustreert het verschil met Shriver, die in haar voorbeelden van gekleurde personages vooral benadrukt dat ze zo handig zijn als instrumentele plotelementen. Daarbij lijkt het me ook niet onbelangrijk dat Otten ook buiten de grenzen van de fictie practices what she preaches: tijdens haar literaire avonden (Bijlmer Boekt) is ze zelf weliswaar de showmaster, ze geeft het podium aan gekleurde auteurs met verschillende achtergronden waarbij ze ook nieuwe stemmen een kans geeft.

Gekkigheid: reversed sexism. Elfie Tromp schrijft in Vrij Nederland een reportage over de Frankfurter Buchmesse en Mano Bouzamour (wiens achternaam ze foutief spelt als Benzakour): ‘Mano is een schrijver waar andere schrijvers graag op afgeven; met zijn parelwitte glimlach, sixpack en suède schoenen lijkt hij het succes aan zijn gespierde kontje te hebben hangen.’ Uhm, een schrijver reduceren tot een geseksualiseerd lichaam? Ik zie hier niet onmiddellijk de feministische winst van in.

Dieptepunt: heel weinig vrouwen in NRC. Het is een slechte week voor NRC. In de bijlage blijft het percentage besproken auteurs en het percentage recensenten ver onder de 25% bungelen.

Dieptepunt verdiept zich: fashionshoot in vermomming als interview. Ik ga nog even door over NRC, want de maandelijkse bijlage Het Blad van stond in het teken van schrijvers (en van dingen die je kunt kopen en eten, zoals altijd). De besproken auteurs: 7 mannen, 2 vrouwen. Er staan dus wel wát vrouwelijke auteurs in, maar op de covers staan 3 mannen, de grote stukken zijn gewoon aan mannen gewijd of door mannen geschreven (er is een groot interview met Ian McEwan, een reisverhaal van Auke Hulst over Ernest Hemingway en een voorpublicatie van Christiaan Weijts).  

Het aantal vrouwelijke recensenten is daarin aanzienlijk hoger dan in de reguliere bijlage: 2 mannen, 7 vrouwen (Hulst en Weijts zijn daarbij als ‘recensent’ geteld, omdat zij de schrijvers van de stukken zijn en niet het onderwerp, Ernest Hemingway is als gerecenseerde auteur geteld). Het hoge aantal vrouwelijke recensenten komt vooral vooral doordat moderedacteur Milou van Rossum haar hart mocht ophalen door ‘s lands schrijvers aan te kleden en leuk neer te zetten in hun natuurlijke werkomgeving. Een klein interviewtje ernaast over wat ze graag dragen als ze schrijven en hop, de reclame voor Uniqlo zou bijna ongemerkt voorbij gaan (maar toch niet helemaal, want zelfs ik begon me af te vragen of ik mijn Peter Hahn-gids in kan leveren omdat het Japanse Uniqlo binnenkort een winkel in Amsterdam zal openen). Ik stel voor om Het Blad om te dopen tot De Lifestyle, net zo obligaat, maar veel toepasselijker.

Op de bodem van het putje. Géén (nul, 0%) vrouwelijke recensenten in Het Parool. En een hele duidelijke oorzaak: A) de besproken poëziebundel is mede samengestelde door Dieuwertje Mertens, die meestal de poëzie bespreekt, B) de laatste kolom die normaal voor jeugdliteratuur is gereserveerd werd nu gevuld met bovenstaande anekdotes van Maarten Moll over Mulisch. Tjsa.

schermafbeelding-2016-11-07-om-23-02-30

#lekkertellen week 41: boek vooruitgang, zusters!

Lieve Lezeressen en Lezers,

U treft mij deze week in een vertwijfelde bui. Heb ik de herfstblues, is het de wintertijd? Begin ik in mijn kenmerkende monterheid ten prooi te vallen aan defaitisme? Dit is de 41e editie van #lekkertellen en wederom zijn de cijfers teleurstellend: 35 procent vrouwen, 65 procent mannen. Ik zal u opbiechten dat ik een stemmetje moet onderdrukken dat lispelt ‘wat heb ‘t allemaal voor zin?’ wanneer Excel de totalen tevoorschijn tovert.

lekkertellen-week-41

Op andere momenten meen ik te geloven dat de dingen heus ten goede veranderen. Vorige week liep BNR-presentatrice Petra Grijzen weg uit een radio-uitzending nadat ze 68 procent van haar werkdag erop had zitten. Ze protesteerde daarmee tegen het feit dat vrouwen nog altijd minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk, een krachtig statement.

Dit weekend kon ik de goede berichten amper bijbenen, terwijl ik toch geen ongeoefend wandelaar ben. Eerst kreeg Marja Pruis de J.L. Heldringprijs uitgereikt voor haar columns in De Groene Amsterdammer. Net had ik uitgevonden dat de Heldringprijs daarmee meer vrouwelijke dan mannelijke laureaten heeft, of ik hoorde dat Elisabeth Leijnse de Libris Geschiedenis Prijs had gewonnen voor haar biografie van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk.

Een sympathiek vrouwelijk personage.
Een sympathiek vrouwelijk personage.

In de live-uitzending van OVT wees presentator Jos Palm erop dat de prijs in de afgelopen 9 jaar slechts één keer naar een vrouw is gegaan, en hij vroeg de juryvoorzitter hoe dat toch kwam. Die stelde dat vrouwen maar meer moeten schrijven – mij een wat al te mager antwoord, zoals u inmiddels zult begrijpen. Vervolgens mochten de verschillende juryleden toelichten waarom de vijf genomineerde boeken zo goed waren, waarop een jurylid zich liet ontvallen dat hij in eerste instantie weinig zin had om te beginnen aan het boek over twee freules.

Zag het jurylid misschien op tegen een boek over twee wellicht niet voldoende sympathieke feministes? Ik dacht even aan een uitspraak van Chimamanda Ngozi Adichie in de boekenbijlage van De Standaard afgelopen week: ‘Lezers hebben nog steeds andere verwachtingen van vrouwen en dat is behoorlijk frustrerend. Van schrijfsters wordt verwacht dat ze sympathieke personages neerzetten, met name wanneer het gaat over de vrouwelijke karakters. Over Ifemelu uit Amerikanah zeiden velen dat ze niet aimabel genoeg is.’

Ik was erg blij met de bekroning van Cécile en Elsa, strijdbare freules. U moet weten dat ik, om dat fluisterende stemmetje te bezweren, nog wel eens Hilda van Suylenburg (1897) van mijn nachtkastje pak, de feministische roman van Cécile de Jong van Beek en Donk. Aan het einde van het verhaal, wanneer Van Suylenburg inmiddels succesvol advocate is, schrijft zij in een brochure over de noodzaak van vakverenigingen voor vrouwen: ‘Want sterke vakvereenigingen zullen op den duur er ontzaglijk veel toe kunnen bijdragen om den toestand der arbeidsters te verbeteren, vooral ook door een einde te maken aan die groote onbillijkheid, dat voor gelijken arbeid de vrouw veel minder loon ontvangt dan de man. Ach, dat mindere loon! Is dat niet juist één van de kankerplekken in het arbeidersleven!’

Als Petra Grijzen af en toe blijft opstaan op driekwart van haar uitzending, als Marja Pruis erop zou letten dat er óók vrouwelijke recensenten voor De Groene Amsterdammer schrijven wanneer zij zelf geen boek bespreekt, en als Hanneke Groenteman ons snel Maxim Hartman doet vergeten, dan bied ik weerstand aan de moedeloosheid en tel verder.

Dieptepunt: In Het Parool twee vrouwelijke recensenten. Eentje voor poëzie en eentje voor kinderliteratuur. Quelle surprise!

Dieper dieptepunt: Voor de tweede week op rij dus geen vrouwelijke recensent in De Groene Amsterdammer. Ook worden alleen boeken van mannelijke auteurs besproken. Hierom draag ik mijn leesbril aan een koordje om m’n nek: van pure ellende glijdt-ie af.

Hoogtepunt: Een mooie en tot verder nadenken stemmende recensie van Maggie Nelsons De Argonauten in De Morgen. Helaas was het wel de enige door een vrouw geschreven recensie in deze boekenbijlage.

Nog een hoogtepunt: In De Standaard is het merendeel van de recensies geschreven door een vrouw, ook de interviews met mannelijke intellectuelen.

Hoger hoogtepunt: Hanneke Groenteman verlost ons van Maxim Hartman in de Volkskrant!

Gekkigheid: Wonderlijk dat recensent Paul van der Steen in Trouw concludeert dat de Juliana-biografie van Jolande Withuis ‘doet verlangen naar een soortgelijke onbevangen beschrijving van het hele leven van de prins gemaal’. Een biografie over een vorstin is leuk, lieve lezers, maar wat we écht willen lezen is natuurlijk nog een boek over haar man.

Een wonder: Carel Peeters schrijft in zijn column in Vrij Nederland daadwerkelijk over een boek geschreven door een vrouw (Heilige identiteiten door Machteld Zee)! Maar ik heb te vroeg gejuicht:  Peeters vindt het nodig om te benadrukken dat de visie van Zee wordt ‘gesteund door vertrouwde namen’, de mannen ‘Paul Cliteur (Zee’s promotor) en Afshin Ellian’. Als kritiek kiest hij ervoor om Zee’s toon ‘wel erg huiselijk’ te noemen.

Grote Drie-alarm: In NRC Handelsblad interviewt Sebastiaan Kort de Duitse auteur Frank Witzel (man, 1955) en wat schetst de verbazing? De man las Hermans en Reve! En vond ze goed! Kort is er zo mee in zijn nopjes dat het lijkt of de Duitse Witzel zijn inspiratie volledig bij de Hollandse heren vandaan heeft – de Grote Drie (of Twee) blijven in onze vaderlandse bijlagen natuurlijk de meetlat der meetlatten en vegen met gemak een hele Duitse traditie opzij.

#lekkertellen week 40: Gekrenkte Mannelijkheid

Lieve Lezers en Lezeressen,

Bestudeert u eerst het verstopte doucheputje dat de cijfers ook deze week weer zijn, in de tabel alhier. Want warning: deze #lekkertellen is ouderwets #lekkerlang, omdat het nodig is wat langer bij de Volkskrant stil te staan.week-40

N.B. Deze week is er geen Vrij Nederland verschenen. De Groene Amsterdammer-bijlage over Crossing Border is niet meegeteld.

Een knauw voor je mannelijkheid

De meest onthullende quote vond ik deze week in de Volkskrant, in een interview met Britse auteur en televisiemaker Tim Samuels:

Voor mij betekende het werkende leven een proces van ontmannelijking. Andere mensen, zoals bazen, hebben controle over wat je doet, hoeveel je verdient en hoe je je voelt… Het verlies van vrijheid dat ik ervoer, betekende een knauw voor de mannelijkheid.

Mannelijkheid wordt zo dus alleen in de vorm van een verlies bespreekbaar. Als vrouw was ik overigens verbluft: hoezeer moet Samuels voordien in een geprivilegieerde mannelijke autonomie-bubbel hebben geleefd? Ik bedoel: hoezeer moest hij zich zó compleet heer en meester over eigen leven hebben gevoeld, om het ontvangen van opdrachten in een doodnormale werksituatie al als een krenking te ondergaan? Hij is er wel eerlijk over, zullen we maar zeggen.

Samuels is niet de enige auteur die zich over mannelijkheid buigt: het onderwerp hangt duidelijk ‘in de lucht’. En met reden, want zowel Brexit als Trump laten zien dat mannen significant vaker voor populisten stemmen dan vrouwen. Bovendien is het discours over doorgeslagen ‘feminisering’ en gekrenkte masculiniteit een belangrijke inhoudelijke component van veel populisme; zie wederom Trump en hier ten lande bijvoorbeeld Baudet.

En zo kwam ik bij de gehele boekenbijlage van de Volkskrant uit. Want áls we constateren dat gekrenkte mannelijkheid voorwaar geen grap is – maar dat in zekere zin een groot deel van onze politieke toekomst afhangt van hoe dit probleem te analyseren en te begrijpen – dan verbaast mij de lichtzinnigheid waarmee deze bijlage uiteindelijk terugvalt op clichébeelden over de man. Een probleem inzichtelijk willen krijgen is niet hetzelfde als het probleem voeden, beste Volkskrant.

Maxim Hartman heeft nog altijd zijn rubriek en Chef Boeken Wilma de Rek, zo bleek deze week, staat daar volkomen achter. Hartman is in mijn ogen de man die gewild is in VPRO/Volkskrant kringen omdat hij ze de illusie geeft dat ze óók heus de ‘gewone man’ weten te bereiken. Dat ze kiezen voor een auteur wiens retorisch vermogen niet verder reikt dan Hurt them before they can hurt  onthult ongewild hoe diep er toch nog altijd op die gewone man wordt neergekeken.

Hartman had geschreven over ‘Christenhonden’ (hallo, Theodor Holman ca. 1995??). Later volgde er iets spitsvondigs over ‘achterlijke Friezen’. Wilma de Rek verdedigde de Hartman-rubriek vurig, in het stuk dat de VK-ombudsvrouw hierover schreef (het regent namelijk klachten bij de Volkskrant, hoera, wakkere lezers!). In haar antwoord beroept De Rek zich – verrassend eerlijk – op een calculerend doelgroepdenken, plus bijbehorend stereotiep manbeeld dat tot tien jaar geleden hooguit bij bladen als Panorama en Nieuwe Revue de norm was:

Bij die keuze houden we rekening met hem [= Hartman, LdV] als vertegenwoordiger van een bepaald soort doelgroep: doorsnee man, geen enorme lezer, houdt van sport maar pakt ook weleens iets onverwachts uit de schappen.

Nu, ik begrijp dat boekenbijlages voortdurend onder druk staan om meer en dus een ander type lezers te bereiken. Maar waarom niet gedacht in precies de omgekeerde richting, namelijk die van een diversere doelgroep in plaats van richting de ‘doorsnee man’? En denk je die man wérkelijk te bereiken via iemand die consequent zijn eigen mannelijkheid alleen maar vorm kan geven door vrouwen – en anderen – te kleineren? En belangrijker nog: waarom wil je dat?

Dat was echter nog niet alles, want interessant genoeg was er voor gekozen om Harry Mulisch op de voorkant van de Sir Edmund te zetten (plus groot artikel), en Jan Cremer als opening van het boekenkatern (plus groot artikel). Er zal geen bewuste strategie achter zitten, maar alles bij elkaar opgeteld leek het één groot pleidooi voor de fantasie van de autonome man zoals deze ooit in de Letteren de dienst uitmaakte.

Over de nadelige effecten van deze juist in de literatuur groot geworden illusie van brute mannelijkheid wordt geen gesprek gevoerd. Terwijl het zó nodig is, maar we komen er pas aan toe als de boekenbijlages kritischer gaan kijken naar de keuzes die ze maken op het gendervlak.  Tot slot wil ik daarom de Volkskrant, en bij uitbreiding alle Grote Drie-Fetisjisten die de Vaderlandse boekenbijlages volpennen wijzen op Christophe Van Gerreweys bespreking  Korte gesprekken met afgrijselijke mannen van David Foster Wallace in De Standaard:

In 1997, twee jaar voor dit boek in Amerika verscheen, schreef Wallace een negatieve recensie over een roman van John Updike, die hij met Norman Mailer en Philip Roth als de ‘Grote Mannelijke Narcisten’ omschreef, omdat ze enkel over hun eigen problemen en seksualiteit schreven. Dat geldt ook voor Korte gesprekken met afgrijselijke mannen, met dat verschil dat deze mannen, en Wallace evenzeer, verloren lopen in de woorden en daden waar rollenpatronen hen toe aanzetten […].

Grote Mannelijke Narcisten, daar hadden ze het in Amerika in 1997 al over! Gaat het kwartje hier in 2016 dan ook vallen? A girl can hope… en een vrouw van middelbare leeftijd ook.

Zo dat is er uit, en dan nu nog een korte rijtje dieptepunten, gekkigheden en hoogtepunten.

Dieptepunten: Deze week worden er in De Groene Amsterdammer 0 vrouwen besproken en komen er 0 vrouwen als criticus aan het woord.

Voor meer dieptepunten: door naar De Morgen. Op de voorpagina van de krant wordt melding gemaakt van het onderzoek van Rekto Verso naar seksisme in de culturele sector. Mooi! Helaas staan er in het boekenkatern dan meteen een aantal zaken die recht dat onderzoek in hadden gekund. Te beginnen met de cartoon die als illustratie bij het hoofdartikel van het katern (over de Frankfurter Buchmesse) dient. Vier mannen aan een statafel, lege wijnglazen, vrouw komt hen meer wijn brengen, tekst: ‘Maaike, vlug, hoe zeg je “Achterwaards in de poes naaien” in het Duits?’.  

Schijn bedriegt: Voor het eerst in de #lekkertellen-geschiedenis van De Morgen worden er meer vrouwen dan mannen besproken! O, maar wacht, schijn bedriegt: geen van deze 9 schrijfsters kreeg een volledige recensie. Relatief gezien kregen de mannelijke auteurs dus alsnog meer aandacht. De Morgen veranderd? Who am I kidding?

Terug bij af: Na twee betrekkelijk evenwichtige weken voor Sir Edmund zijn we weer terug bij af. Drie vrouwen worden besproken in het Booker Prize-verhaal van Hans Bouman (keurig 3-3 dit jaar). Verder duiken ze pas op bij Kort & Goed (4).

De Grote Drie maar niet die drie: In Het Parool haalt Dirk Jan Arensman de Amerikaanse grote 3 light + 1 van stal in een lyrisch-vergoelijkende bespreking van debutant Nathan Hills Nix:

Maar iets ontwapenends heeft het wel: een debutant die een sociale en politieke satire, historische fictie en een coming-of-age-roman wilde schrijven, die thematisch en stilistisch in de voetsporen treedt van John Irving, David Foster Wallace, Michael Chambon en Thomas Pynchon en die het verwezenlijken van die tomeloze ambitie welbeschouwd nog een heel eind komt.

Gekkigheid: In Iets in ons boog diep van Jan Lauwereyns hebben we, volgens de samenvatting van de Groene-recensent, weer eens een man te pakken die meer emotionele respons heeft op een sekswerker die hij per toeval tegenkomt, dan op de mensen in zijn leven:

Vervolgens ziet hij een meisje lopen dat hij kent van een tijdje terug, Ayaka, het Cleopatra-meisje, toen hij balletklassen volgde. Hij volgt haar, het uitgaansleven in [helemáál niet als een griezelige stalker, LdV]. Hij ontdekt dat ze in een bar werkt, praat met haar, leeft van haar op, tot een yakuza-achtig figuur haar geld biedt om aan haar borsten te mogen zitten.

Et cetera. Zucht.

Hoogtepunten: diversiteit In De Groene schrijft Lofti El Hamidi (buiten de boekenrubriek) over Black Minds Matter, naar aanleiding van het rapport van de diversiteitscommissie van de UvA. Ik las ook het interview met Gloria Wekker over datzelfde onderwerp in de Volkskrant van deze week. En dan was er in NRC een paginagroot interview met Chimamanda Ngozi Nadichie, opdat wij maar nooit meer terug hoeven denken aan dat Buitenhof-interview met haar.