Mogen wij de rekening? Een jaar #lekkertellen

Lieve Lezers en Lezeressen,

Kent u het fenomeen van de hidden track op een cd (afkorting voor compact disc) nog? Was het al zeker 3 minuten stil in de kamer, kwam er nog een laatste verborgen nummer. Altijd spannend. Minstens zo spannend als de hidden track die ik voor u nog verborgen hield: een finaal overzicht van een jaar lang de Nederlandstalige boekenbijlage #lekkertellen. Van week 3 2016 (beginnend 21 januari 2016) tot en met week 2 2017 (beginnend 12 januari 2017) heb ik van de Vlaamse en Nederlandse boekenbijlagen Trouw, De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, De Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland geturfd hoeveel vrouwelijke en mannelijke auteurs er werden besproken, en hoeveel vrouwelijke en mannelijke critici ervoor schreven.

In deze allerlaatste post: eerst de cijfers van een jaar #lekkertellen op een rijtje en een stukje duiding naar de mensen toe. Vervolgens ga ik in op een veelgehoord tegenargument bij mijn data en tot slot: wat de grotere filosofie achter het telwerk was, en waarom het van belang is dit soort materiaal te verzamelen.

1. cijfers

jaaroverzicht_final-01

2. Toelichting

In de staafdiagrammen worden de verhoudingen tussen vrouwelijke en mannelijke recensenten (fig. 1) en vrouwelijke en mannelijke besproken auteurs (fig.3) weergegeven. De getallen in de staven zijn de absolute aantallen. In de bubble charts (fig. 2 en 4) zien we die verhoudingen opnieuw, maar geeft het formaat van de bollen de relatieve grootte van de betreffende boekenbijlage aan.

Wat zeggen deze cijfers ons over de representatie van vrouwen in het literaire boekenlandschap?

  • gemiddelde aandacht voor vrouwelijke auteurs:
    Blijft gemiddeld rond de 30% steken.
  • meeste aandacht voor vrouwelijke auteurs:
    Trouw steekt met kop en schouders boven de rest uit. De Morgen, De Groene, de Volkskrant, De Standaard en NRC ontlopen elkaar niet veel.
  • minste aandacht voor vrouwelijke auteurs
    Het Parool, op de voet gevolgd door Vrij Nederland, heeft het minste aandacht voor vrouwelijke auteurs (rond de 20%). Zij mogen de Loden Leesbril op hun redactietoilet zetten.
  • gemiddeld aantal vrouwelijke critici:
    Met het aantal vrouwelijke critici is het iets beter gesteld. Gemiddeld is 35% van de critici een vrouw. Zoals in de bubble chart goed te zien is, ontlopen de bijlagen elkaar hier niet zo veel.
  • meeste vrouwelijke critici:
    In De Standaard en Trouw vinden we de meeste vrouwelijke critici – deze media bereiken qua critici beide evenredigheid. Vergelijken we dit met het aantal besproken auteurs dan valt op dat Trouw percentueel gezien wel meer vrouwen bespreekt dan De Standaard.
  • minste vrouwelijke critici:
    Ach, zie dat kleine groene stipje zo allenig onderin, het is Vrij Nederland, dat een tweede Loden Leesbril op het toilet mag bijzetten.
  • Gouden Leesbril:
    De Gouden Leesbril gaat overtuigend naar Trouw, voor een bijlage waarin zowel wat betreft besproken auteurs als recensenten relatief veel vrouwen aan bod komen. Het diversiteitsbeleid van de krant werpt duidelijk vruchten af.
  • meer mannen aan het woord, minder vrouwen besproken?
    De Standaard laat zien dat veel recenserende vrouwen zich niet automatisch vertaalt in veel besproken vrouwen. Omgekeerd lijken de cijfers er wel op te wijzen dat een hoog percentage mannelijke critici ook leidt tot een laag percentage besproken vrouwen.
  • niet één week kwam de aanwezigheid van vrouwen (zowel critici als auteurs) boven de 40% uitDe groene lijn in fig 5. laat zien dat er niet één week was waarbij een evenwichtige m/v verdeling was.

Tot slot een opmerking bij de data die ik heb gebruikt. Er is enkel geturfd op stukken, niet op kolomruimte. Een lang interview telde dus even zwaar mee als een kort signalement, terwijl er weken waren waarin De Volkskrant en De Morgen de eerste vrouw pas in de signalementen bespraken — het eindresultaat van De Morgen in figuur 1 en 2 is dan ook enigszins geflatteerd. Tellen op kolomruimte was nog inzichtelijker geweest en vermoedelijk was het eindpercentage besproken en schrijvende vrouwen dan nog lager uitgevallen. Zie voor een kleine proeve hiervan de experimenten die ik in week 4 en week 6 deed.

3. tegenargumenten

Tijdens #lekkertellen keerde, tussen de emancipatiekrampen door, één tegenargument vaak terug: uitgevers geven vast ook minder vrouwen uit, dus de recensenten zetten slechts een patroon voort dat een stap vóór hen in de literaire keten al is ingezet. Recensenten doen met andere woorden precies wat de heilige statistiek van de genderblinde meritocraat zou verwachten: percentueel gezien evenveel vrouwen bespreken als er worden uitgegeven. Ik ben op verschillende plekken al ingegaan op dit argument, maar ik vat hier mijn bezwaren ertegen nog één keer samen.

Nu bestaat het literaire systeem inderdaad uit een aantal selectieketens. Recensenten zijn niet de eersten in de keten van boekproductie en -receptie die invloed hebben op de representatie van vrouwen. Zo putten recensenten bij het bespreken van boeken uit het aanbod van uitgeverijen, die op hun beurt putten uit een zogenaamde slushpile (de ongevraagd ingestuurde boeken en voorstellen) en, belangrijker, uit hun netwerk. Maar er zijn ook nog andere instituties, zoals tijdschriften en festivals, die auteurs kunnen oppikken en lanceren. Al die actoren bewegen zich binnen de literaire cultuur, waarin ideeën bestaan over wat goede literatuur is en hoe een Grote Schrijver eruit ziet — een cultuur die voor een belangrijk deel wordt gevoed door tradities en zich uit in de manier waarop literatuur wordt verpakt en besproken.

Waarom dan alleen de recensenten bij de kraag grijpen en hen de schuld in de schoenen schuiven voor een probleem dat niet bij hen begint? Het is zeker zo dat waar je je schijnwerper ook zet in deze keten, vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. Zelf heb ik al eens laten zien dat leeslijsten op middelbare scholen ook allesbehalve divers zijn. Dat betekent ook dat iedereen in de keten naar een schakel vóór zich kan wijzen om het probleem – en de verantwoordelijkheid – van zich af te schuiven. Dan verandert er echter nooit iets.

grote-waarom-01

Boekenredacties kunnen beginnen bij de vraag waarom gemiddeld genomen (veel boekenbijlagen zitten hier dus nog onder) slechts 35% van de recensies geschreven wordt door vrouwen. Waarmee ik maar wil zeggen: iedere keten in het systeem heeft zijn eigen verantwoordelijkheid én middelen. Wijzen naar de andere ketens is géén sluitend tegenbod. Ik heb het al vaak gezegd: een katern als Trouw, waar duidelijk bewust gestreefd wordt naar gelijkheid, laat echt volstrekt andere getallen zien dan een bijlage als die van Het Parool en De Morgen of zelfs grotere katernen als die van NRC en De Volkskrant. De grafieken bieden de heldere onderbouwing bij die stelling.

Er wordt veel meer geproduceerd dan gerecenseerd, dus een boekenbijlage kán makkelijk diverser bespreken dan nu gedaan wordt. Daarmee komen die boeken meer onder de aandacht, meer aandacht betekent meer kans op hogere verkoopcijfers en dat helpt mee om literaire prijzen in de wacht te slepen. Als die boeken succes hebben in het systeem, is dat voor uitgeverijen ook weer een prikkel om diverser uit te gaan geven. Omgekeerd: als er zelfs minder vrouwen worden gerecenseerd dan worden uitgegeven, is dat voor uitgeverijen weer reden om vrouwen als economisch ‘risicovoller’ te zien dan mannen, en dus eerder voor de mannelijke sekse te kiezen. Et cetera.

grote-waarom2-01

Maar goed, omdat het idee hardnekkig leeft dat recensenten slechts machteloze doorgeefluiken zijn van wat uitgevers besluiten uit te geven, toch eens een kleine steekproef in de voorjaarsaanbiedingen van zes grote uitgeverijen* gedaan (zie ook de roze stippellijn in de staafdiagram). Daar wordt 40% vrouwen uitgegeven: 10% meer dan er gemiddeld wordt gerecenseerd. En stel (dit is een hypothese die onderzocht zou kunnen worden) dat bij iedere stap in de selectieketen er weer 10% vrouwen afvallen (dus nóg minder vrouwen komen in aanmerking voor prijzen dan er gerecenseerd worden en het aantal vrouwen in studieboeken is nog veel kleiner), dan hou je inderdaad uiteindelijk een literaire canon over waarin nauwelijks vrouwen voorkomen. En die canon bepaalt weer het beeld van de Grote Schrijver dat overgedragen wordt in het onderwijs, waar sommige uitgevers mee in hun hoofd zitten, sommige critici et cetera. Ik geloof dat we dit een vicieuze cirkel noemen.

gatekeeping (2)

4. Filosofie en tot ziens

Een jaar geleden heb ik mijn eigen functie in het leven geroepen, want de beste banen zijn de banen die je zelf verzint. Nu denkt u misschien dat ik stiekem een hippe ZZP-er ben (ik geef het toe, mijn blog is uiterst flashy vormgegeven) en dat dit een start-up was op weg naar grotere projecten, maar nee hoor. In materieel opzicht heb ik aan dit avontuur nog geen nieuwe leesbril overgehouden en zo’n vrijwillig aangegaan project is altijd maar tijdelijk vol te houden. Ik heb het graag gedaan en bijzonder genoten van alle interactie online, alle steun en alle kritische opmerkingen. Toch krijgt het feministische geluid van de Lezeres op dit blog (en de bijbehorende Twitter en Facebook-pagina’s) in deze vorm geen voortzetting.

Klaar?

Stop ik omdat mijn taak erop zit? Nee, in het geheel niet. Wellicht is de indruk ontstaan dat het doel van #lekkertellen was om te kijken of de man-vrouw verhoudingen al precies 50/50 zijn. Om hier echter Erin Belieu, één van de oprichters van de Amerikaanse VIDA, te citeren:

Our goal has always been consciousness not quotas. Art doesn’t get made by quotas (…) but over time what we hope for is a shift in consciousness. We want editors, readers and writers to be aware of their habits and open their mind to other voices (…).

Bewustzijnsverandering: daarom was de Lezeres nodig, al zeg ik het zelf. Ik wilde laten zien dat gender bias structureel voorkomt in de literaire wereld. Ik wilde laten zien dat er in Nederland en Vlaanderen nog altijd een dominante cultuur is waarin er van een gelijk speelveld met een gelijke belangstelling voor uiteenlopende stemmen, nog lang geen sprake is. De cijfers zijn een krachtig middel om te laten zien hoe een aantal van die structuren eruit ziet. Een middel met als doel: veranderingen in het denken en handelen teweeg brengen. Bij lezers, bij recensenten, bij de sceptici die denken dat het allemaal wel meevalt. Bij mensen die denken dat ze getrouw en objectief literatuur met een hoofdletter L dienen en niet de status quo.

Er zijn belangrijkere dingen om je druk over te maken

Over bewustzijn gesproken: Chimamanda Ngozi Adichie was te gast in Buitenhof. Adichie is op Facebook teruggekomen op die uitzending en zegt daarover:

There was something flippant in his manner, a condescension that had convinced itself that it was humor. Feminism was a subject not to be seriously discussed but dismissively challenged in a way that would expose you as humorless if you were to object.

Sexism, his tone seemed to say, is foreign. Misogyny does not happen here.

Zo’n blik van buiten is onthullend en weinig vleiend voor het intellectuele klimaat in ons land. Something flippant in his manner. Het komt terug bij hoogleraren die wel even een ‘nieuw licht’ zullen laten schijnen op het feminisme zonder grondige kennis van de geschiedenis en filosofische grondslagen van deze beweging, en zonder op zoek te gaan naar een respectvolle verhouding tot de vele actuele bijdrages van vrouwen aan het debat. Het komt terug bij toonaangevende columnisten die het gehele feministische debat van de tafel vegen onder het mom: seksisme? ach je moet er maar gewoon om lachen. Het komt terug bij een ambitieuze auteur die zich een plekje wil veroveren in het Nederlandse debatklimaat en daarom onder meer de waarde van mijn bevindingen tot nul tracht te reduceren, want:

Maar zolang er jaarlijks nog zoveel vrouwen verkracht worden, moeten wij ons dan echt bezighouden met de kwestie of vrouwen wel genoeg literaire prijzen winnen?

Anders dan deze ambitieuze auteur heb ik wél belangstelling voor de geschiedenis van het feminisme. De tweede feministische golf heeft een belangrijke rol gespeeld om verkrachting binnen het huwelijk te onderkennen en bespreekbaar te maken – er is door deze generatie hard gewerkt aan ontsnappingsmogelijkheden voor vrouwen die in een gewelddadige relatie zitten. Anja Meulenbelt schreef in De schaamte voorbij als eerste openlijk over hoe dit seksuele geweld haar als jonge vrouw heeft getroffen. Ik weet dat destijds – we spreken over de jaren zeventig – 99% van de critici man was, en dat die Nederlandse kritiek toen  het boek nagenoeg collectief weggehoond heeft als overdreven gezeur. Hoe wij denken over seksueel geweld tegen vrouwen, wat de impact is van dat geweld: onder meer in literatuur en via de verbeelding kan duidelijk worden gemaakt dat dit een complexe zaak is die nu net niet onder het kopje ‘overdreven gezeur’ valt. In een intellectueel klimaat waarin er serieus gesproken en gedacht wordt over dat feminisme, wordt ook bijgevolg seksueel geweld als probleem serieuzer genomen. En heel gek, ik denk dat een literatuur en een literaire kritiek waarin vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn, daar actief bij helpen.

Bewustzijnsverandering

Op zo’n brede bewustzijnsverandering wordt natuurlijk niet alleen door mij aangedrongen. Er is duidelijk veel belangstelling voor debatten over diversiteit (maar laten we het vooral niet bij debatten alleen houden) en daarin zijn in Nederland en Vlaanderen ook krachtige stemmen aanwezig. Wat ik deed past in die zin in de tijdgeest, maar dat betekent natuurlijk allerminst dat met één jaar aandacht vragen voor dit thema het probleem de wereld uit is. De ongelijke structuren zitten diep en de bewustzijnsverandering heeft een lange adem nodig en moet ook omgezet worden in handelen om ook op de lange termijn effect te hebben.

Zo laat Australisch onderzoek zien dat er al dertig jaar slechts eenderde van de besproken boeken van een vrouw is, zonder dat er sprake is van vooruitgang. Ook in mijn telling kwam ik vaak op die verhouding uit. Het Amerikaanse VIDA liet niet veel andere patronen zien, alhoewel daar naar 5 jaar tellen er wel lichte positieve veranderingen te melden waren.

Hoop of actie?

Het probleem zit kortom diep. We zijn niet ‘vanzelf’ op weg naar meer gelijkheid, daar moet actief aan gewerkt worden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de Nederlandstalige literaire wereld op dit punt veel verschilt van de Amerikaanse of de Australische. Er is dus alle reden voor Nederlandse en Vlaamse wetenschappers om onderzoek op te zetten lijkend op dat van het Australische, en er is alle reden voor een Nederlandstalige pendant van een instituut als VIDA. Als de voortekenen kloppen, dan geloof ik ook dat zoiets in de Lage Landen van de grond aan het komen is — ik hoop het zeer. Ik heb mijn steen in de vijver gegooid en hoop dat het anderen inspireert tot initiatieven die bijdragen tot een meer inclusieve (literaire) cultuur.

Een hartelijke en laatste groet,

De Lezeres des Vaderlands

Advertisements