lekkertellen #46: Man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met waardering

Lieve Lezeressen en Lezers,

Mocht u zich knarsetandend en met een opkomende migraineaanval gedwongen zien ‘traditioneel’ pakjesavond te vieren, lees dan eerst deze instructie. En dan nu, trouwe volgers, de cijfers! Het kan vriezen, het kan dooien deze week: in de boekenbijlage van De Groene Amsterdammer worden overwegend vrouwen besproken. En! Tromgeroffel… Carel Peeters bespreekt een boek van een vrouw, Lenteloos voorjaar van Hanny Michaelis! Helaas zijn er ook dieptepunten. Zo werd maar één van de dertien bijdragen aan NRC Boeken deze week door een vrouw geschreven, en slechts drie van de twaalf besproken boeken was van een vrouwelijke auteur.

schermafbeelding-2016-12-05-om-16-28-36

Gelukkig viel er nog wel iets leuks te beleven. Een hoogtepunt was het openingsartikel van de Groene, over A.S. Byatt (ook ruim besproken door Hans Bouman in de Volkskrant). Als feminist ‘tot in mijn vezels’ voelt ze artistieke, psychologische en politieke weerstand om één-op-één vastgeplakt te worden aan een enkele identiteit. En heeft ze een vast geloof in de rol die literatuur kan spelen bij het openbreken van zo’n benauwend plakkende identiteit. Dit speelt een rol in het hele schrijverschap van Byatt. Food for thought zijn haar opmerkingen over de invloed van het politiek feminisme op de mogelijkheden die vrouwelijke schrijvers voor zichzelf zien: ‘Toen ik begon met schrijven waren alle belangrijke Engelse schrijvers op dat moment vrouwen: Iris Murdoch, Doris Lessing en Muriel Spark. Nu is dat zeker niet het geval. En dit komt doordat vrouwen geloven dat ze zouden moeten schrijven over vrouwen voor vrouwen. (…) Doris schreef inzichtelijk over de problemen van vrouwen maar zonder een moment te denken dat ze niet zou kunnen schrijven. Maar toen ontstond het politiek feminisme, wat geweldig was en erg succesvol, maar het had als nadelige bijwerking dat vrouwen dachten dat ze alleen boeken door vrouwen over vrouwen mochten lezen en schrijven.’

Hoogtepunt: ik zou hier eigenlijk met een dieptepunt moeten beginnen, want lang is Woede en vergeving: wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid van Martha Nussbaum het enige boek van een vrouw in de hele boekenbijlage van De Standaard. Tegen het einde weet Kathy Mathys er toch nog twee boeken van vrouwen in te frommelen, maar dat maakt de cijfers niet minder treurig. Toch is de bespreking van Nussbaums boek een hoogtepunt, want: geschreven door een man, in lovende bewoordingen. Na bijna een jaar #lekkertellen kan ik u zeggen dat deze combinatie van verschijnselen – geleerde man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met zorg en waardering – een klein mirakel is. Rik Torfs constateert dat Nussbaum een ambitieus boek heeft willen schrijven en dat het haar gelukt is: Nussbaum maakt haar ambities waar ‘in een erudiet boek, waarin het Griekse denken aan de joods-christelijke cultuur wordt getoetst, terwijl woorden en daden van figuren zoals Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela onder de loep worden genomen. Tegelijk blijft ruimte over voor analyses van alledaagse voorvallen’, die hij ziet als observaties van een scherpe geest. Laatste voorbeeld van de manier waarop Torfs zonder voorbehoud toegeeft dat Nussbaum hem iets kan leren: ‘Boeken van Martha Nussbaum stemmen rustig. Ze vergroten de wereld.’ Kijk, daar doet een schrijver het voor.

drie-oude-mannen
Afb 1.  Stukje zelfreflectie

Niet een diepte- of hoogtepunt, maar toch gniffelwaardig, in Het Parool: ‘Oude mannen houden van het werk van Jacob Groot’, aldus Arie Storm, een onzekere bewonderaar, in de bespreking van Groots Geloof in mij, een bijbels boek over Teddie, Freddie en hun zoon Eddie. Groot wordt bejubeld door Piet Gerbrandy, Kees ‘t Hart én Wim Noordhoek. De recensent geeft deemoedig toe het ook niet altijd te kunnen volgen, ondanks héél aandachtig lezen. Stukje zelfreflectie.

Absoluut dieptepunt: Folkert Jensma raadt de nieuwste opruiende pennenvrucht van Paul Cliteur aan voor onder de kerstboom. ‘De progressieve krantenlezer’ krijgt volgens Jensma ‘lucide de les gelezen’ door Cliteur. De progressievelingen, zo meent Cliteur, hebben al die tijd moedwillig politiek correct weggekeken van het gewelddadige karakter van de islam (die zich niet zal laten seculariseren) waardoor er nu een culturele oorlog aan de gang is waar niemand iets aan doet. Dat Jensma zelf in de roerige beginjaren van de 21e eeuw hoofdredacteur was van die zogenaamd progressieve krant doet er blijkbaar niet toe, nu laat hij zich in elk geval maar wat graag de les lezen. Want wat lègt Cliteur het allemaal goed uit, zeg: ingebeelde  ‘koloniale schuldgevoelens’ zouden er ten onrechte toe leiden dat men bang is om ‘de moslims’ te beledigen. In plaats daarvan moet Europa de moderniteit verdedigen en zijn mensen uit landen waar de Islam de grootste godsdienst is niet welkom. Voor Jensma is dit misschien nieuws, maar feitelijk is het de same old retoriek die ‘nieuwe realisten’ al jaren van stal halen en waarmee ze de polarisatie in ons vaderlandje flink hebben aangewakkerd. De regelrechte oorlogsverklaring aan het einde van het stuk vind ik ronduit opruiend en kwalijk: ‘[een nuttig boek,] Ook voor wie nog geen dienst heeft genomen in de culturele oorlog tegen de islam.’ Dat er ondertussen in het Midden-Oosten echte oorlogen worden uitgevochten waar dat progressieve Westen mede debet aan is, daar hebben we het natuurlijk niet over – veel te ingewikkeld en ver weg voor verlichte denkers als Cliteur en Jensma.

 

 

Advertisements