#lekkertellen week 48 Lifestyle-krentenbrood

Lieve Lezeressen en Lezers,

Moet u zich ook iedere dag zo inhouden om de kist met kerstpakket-wijn open te breken, de flessen uit het stro te tillen, te ontkurken, aan uw mond te zetten en in één lange gulp het jaar 2016 weg te spoelen? We doen het natuurlijk niet want helpen doet het niets, maar misery loves company staat wel in glitterende letters boven dit jaar geschreven. Enfin, met kerst en oud en nieuw geen #lekkertellen post, want in het Naturfreundehaus waar ik me deze vakantie terugtrek is hooguit een kwartier per dag wifi, en dan ook nog alleen als je met voldoende aluminiumfolie in de hand op het balkonnetje gaat staan. Heel graag tot ziens in 2017 kortom, en maak het zeer goed deze dagen. Dank voor uw trouwe lezen. Dat blijft een klein mirakel.

Fig. 1 De Lezeres richting vakantie

Gekkigheid: Vrij Nederland is nu een maandblad en wat betreft de vormgeving een heel eind richting de Linda opgeschoven. Lekker veel wit op de pagina als er letters op staan, veel paginavullende foto’s. De rubrieken zijn uiteraard zoveel als mogelijk gegoten in een lifestyle-format. ‘Bekende Nederlandse mannen die op Gerard Depardieu lijken’, ik verzin het niet – maar dat hoeft ook niet, de Vrij Nederland-redactie heeft het al verzonnen. Omdat alle nieuwlichterij zo zijn grenzen kent, wordt het blad zeker in het opiniërende deel grotendeels volgeschreven door dezelfde groep middelbare mannen die ook in het weekblad Vrij Nederland stond: Max van Weezel (1951), Carel Peeters (1944), Ko Colijn (1951), Jeroen Vullings (1962),  Sander Donkers (1967), de in deze omgeving piepjonge Arnon Grunberg (1971) en Micha Wertheim (1972). Enige uitzondering in dit rijtje ouwe-jongens-krentenbrood is de column van Fidan Ekiz.

krentebrood

Fig. 2 De nieuwe Vrij Nederland

Goh: Christiaan Weijts schreef in De Groene een aardig essay over politieke satire, maar noemt alleen maar mannelijke schrijvers.

Dieptepunt: O ja, hoe verging het de literatuur in het maandblad Vrij Nederland? Mannen over mannen, kijkt u maar naar de cijfers. Lang stuk van Jeroen Brouwers over Joost Zwagerman, en Jeroen Vullings bespreekt de nieuwe poëziebundel van Pieter Boskma, die hij erg goed vindt. Dat positieve oordeel wordt onderbouwd door een citaat uit een gedicht waarin: ‘een grootse, prachtige, ontstellend kalme vrouw’ wordt gevolgd, op ‘dooltocht’ door de Jordaan. De dichter fantaseert dat deze vrouw fantaseert over het citeren van louter mannelijke dichters waaronder, u raadt het al, Pieter Boskma zelf: ‘Hoe graag was zij daar [in café de Zwart, LdV] nog één keer aangeschoven, / zij proefde al het onvolprezen, volle, koude bier, / zij citeerde al een prachtgedicht van Pieter Boskma, / en een van Remco Campert, en stukjes proza / van Hafid Bouazza en P.F. Thomése, / want ook die behoorden tot de sublieme zangers.’

Zou dit dan die ‘ironie’ zijn waar ik zoveel over gehoord heb?

Interessante methode om een recensie te schrijven overigens, gewoon lang citeren en er dan ‘goed he!’ bij zetten. Zo, dames en heren, kan ik het ook. Maar het laat ons lezers wel met vragen achter. Hoe een (al dan niet crypto-)zelfverheerlijkend literair leven dat rond café de Zwart draait in zichzelf een argument is voor de conclusie dat we hier te maken hebben met sublieme poëzie, ontgaat mij even, Vullings veronderstelt een en ander als zelf-evident.

schermafbeelding-2016-12-20-om-12-02-57

Fig. 3. De cijfers van deze week (nb: De Standaard ontbreekt maar wordt later nog toegevoegd).

Dieptepunt: Voor ik mij helemaal verslik in het VN-krentenbrood, de cijfers deze week waren in een aantal publicaties droef, zeer droef. In NRC gaan slechts twee van de twaalf recensies over boeken van vrouwelijke auteurs (waarvan er dan ook nog één volledig aan een man is gewijd (de biografie van Wim Meijer door Margriet van Lith)). In VN was dat een van de zes besprekingen, in De Morgen een van de twaalf (in een van de signalementen), in het Parool een van de negen. Nat vuurwerk.

Ook de percentages vrouwelijke recensenten vielen niet mee deze week, voor VN en De Morgen schreef geen enkele vrouw een bijdrage (waarmee De Morgen op een eindscore van 5% vrouwen komt), De Volkskrant en Trouw scoren nog het hoogst met beiden 28.57% vrouwelijke bijdragen. Tijd voor een troost-musketkransje.

Hoogtepunt a.k.a. mollshoop: Maarten Moll noemt een vrouw in zijn Parool-openingscolumn!  Donna Tartt wordt in het voorbijgaan genoemd, in een verhaaltje over explosieven in de literatuur. A.F.Th. is het echte lichtende voorbeeld en onderwerp van dit op het gebied van ideeënrijkdom helaas zo weinig explosieve stukje. 

Hoogtepunt:  Het échte hoogtepunt is natuurlijk, zoals dit hele jaar al, de bijlage van Trouw, die zelfs in hun eindejaarslijstjes de verhoudingen mooi evenwichtig hebben: 10 vrouwelijke en 11 mannelijke recensenten deelden hun favoriete boeken, 30 boeken van een vrouwelijke schrijver om 37 van een mannelijke. Ter vergelijking, de eindejaarslijstjes in de Groene werden door drie vrouwelijke om elf mannelijke recensenten geschreven (overigens: in totaal wat betreft genoemde auteurs verder mooie cijfers voor de Groene deze week!). Doet u eens gek en trakteer uzelf op een abonnement.

#lekkertellen week 47: Zestig tips voor literaire kerstcadeaus

Lieve Lezers en Lezeressen,

Geniet u ook altijd zo van een intens kneuterige zondagochtend? Wakker worden met Vroege vogels (favoriete onderdeel: het antwoordapparaat, #lekkervogelstellen met onder meer Frater Willibrordus), dan een krakend vers croissantje bij Vrije Geluiden, eerste kopje koffie bij VPRO Boeken en bij het tweede kopje koffie Buitenhof. Bij dat laatste programma maak ik  soms met de laptop op schoot alvast een ruwe schets voor de #lekkertellen-post van de week, want niet iedere bankdirecteur die uit komt leggen dat hij heus de crisis geweldig onder controle heeft kan me altijd even boeien, maar deze week zat ik goed op te letten.

Martha Nussbaum was in het programma, ik schreef vorige week al over haar boek Woede en vergeving. In Buitenhof werd er niet heel diep op haar boek ingegaan, maar was ze te gast in een algemenere discussie over het populisme en ‘de woede bij de burger’. Andere gast was Ian Buruma en Marcia Luyten was interviewer.

Er gebeurde iets opmerkelijks. Er werden negen onderwerpen behandeld, waarbij zes keer de eerste vraag aan Buruma gesteld werd, en maar drie keer aan Nussbaum. Hij werd dus meer dan zij geadresseerd als degene die een theorie/verklaring oppert voor het populisme, waarna Nussbaum vervolgens zijn verklaring kon weerleggen of ermee instemmen. En dat terwijl zij een nieuw boek uit heeft en zij degene is die in haar boek over woede heeft nagedacht, en dus het thema richting zou kunnen (moeten?) geven.  

Fig 1. It's a space issue
Fig 1. It’s a space issue

Was het dus een onevenwichtig gesprek? Zeker niet! Oké, Buruma dacht Nussbaum meteen in zijn eerste respons te kunnen verbeteren (ze had voor de term rancune moeten kiezen in plaats van woede) maar dat wist Nussbaum elegant doch krachtig te weerleggen. Maar hij zei tegelijkertijd ook herhaaldelijk ‘ik ben benieuwd hoe u daarover denkt’ – en Nussbaum returned this courtesy. Luyten gaf aan beide sprekers de ruimte, het was ook niet per se zo dat Buruma meer spreektijd kreeg. Maar zelfs in deze zeer beleefde, sympathieke context, met een zeer professionele vrouwelijke interviewer, is het dus nóg zo dat iemand van het kaliber Nussbaum ongemerkt meer in een passieve, reagerende positie dan in een actieve positie wordt geplaatst.

Misschien dus aardig om te bedenken hoe vrouwen behandeld worden die niet het statuur van Nussbaum hebben (pak ‘m beet, zo ongeveer álle vrouwen). Hoe gemakkelijk vrouwen met deskundigheid of autoriteit op het tweede plan worden geplaatst, ongemerkt en vaak ondanks alle goede wil. Redacties zuchten vaak ‘vrouwen willen niet komen’, maar zolang we niet kritischer kijken naar alle signalen die vrouwen krijgen dat een vrouw-als-deskundige ook niet zo veel ruimte hoeft in te nemen als een man, lossen we het raadsel van de geringe aanwezigheid van de vrouw in de openbaarheid niet op.

Dan nu de ebbs and flows van de boekenbijlagen deze week.

lekkertellen-47

Dieptepunt I: in De Morgen werden deze week alle artikelen geschreven door een man.

Hoogtepunt: de Groene Amsterdammer haalt deze week de Gulden Score, een perfecte 50/50 in auteurs en recensenten! Makes my week, Groene, zeker na jullie eveneens goede score vorige week.

Dieptepunt II: sinds kort sla ik elke week gelukzalig de Volkskrant open omdat ik al weet dat Maxim Hartman er niet in staat. De cijfers echter blijven week na week hetzelfde treurige patroon vertonen. Verder in de signalementen deze week geen vrouwen. Wel zeven mannen.

Opvallend: qua sterren scoren de besproken vrouwen in de Volkskrant dan wel weer bovengemiddeld: vier voor debutante Rowan Hisayo Buchanan, vijf voor Edna O’Brien en in de Kort & Goed-rubriek vier voor Magda Szabo, vier voor Mariette Baarda en vijf voor Mia You. Als we heel genereus willen zijn kunnen we zelfs de vijf sterren voor Charlotte Dematons Alleen op de wereld meetellen.

G3-alert: in Trouw een artikel van Gerwin van der Werf over Ammerlaans boek over de werkkamer van H.M., vooral een heiligdom voor wie heilig in de door H.M. zelf verzonnen mythe dat hij een Groot Schrijver was gelooft. Ineke Verwayen, die H.M.’s vriendin was in de jaren zestig, wordt gequote: ‘Want het is knoeien wat je doet, het is allemaal onduidelijk geknoei en daaruit kan niets goeds voorkomen.’ Die opmerking dient ongetwijfeld als achtergrondje waartegen het genie van H.M. nog extra glimt, maar dwars tegen de bewonderende retoriek van de recensie in vond ik het gewoon een verfrissend geluid tussen alle overdreven verering.

Dieptepunt III: het is december en dat betekent kerstkransjes, cadeautjes en jaarlijstjes! U kunt zich niet voorstellen hoe dol ik ben op cadeautjes en jaarlijstjes. Met de pen zwevend boven het verlanglijstje begon ik aan de 30 boekentips die De Standaard ons deze week aanreikt voor de perfecte literaire kerstcadeaus. Genereus gebaar van De Standaard, maar ergens halverwege heb ik de pen in de hoek gesmeten: de ene na de andere aanrader was een man. Om precies te zijn, kent de lijst slechts 11 vrouwelijke auteurs, tegenover 26 mannelijke. Ik schreef hier al eens dat mannelijke schrijvers veel meer prijzengeld verdienen dan vrouwelijke. Door nu juist in een maand met flinke impact op de royalties twee keer zoveel boeken van mannen aan te prijzen, ontzegt De Standaard vrouwelijke auteurs niet alleen cultureel maar ook keihard economisch kapitaal. Daarom, lieve lezers, als tegenwicht en cadeau-inspiratie, het beste lijstje dat ik deze week zag: ‘The Sixty Best Books by Women Every Man Should Read (But Could Always Ignore and Stick to Philip Roth)’.

lekkertellen #46: Man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met waardering

Lieve Lezeressen en Lezers,

Mocht u zich knarsetandend en met een opkomende migraineaanval gedwongen zien ‘traditioneel’ pakjesavond te vieren, lees dan eerst deze instructie. En dan nu, trouwe volgers, de cijfers! Het kan vriezen, het kan dooien deze week: in de boekenbijlage van De Groene Amsterdammer worden overwegend vrouwen besproken. En! Tromgeroffel… Carel Peeters bespreekt een boek van een vrouw, Lenteloos voorjaar van Hanny Michaelis! Helaas zijn er ook dieptepunten. Zo werd maar één van de dertien bijdragen aan NRC Boeken deze week door een vrouw geschreven, en slechts drie van de twaalf besproken boeken was van een vrouwelijke auteur.

schermafbeelding-2016-12-05-om-16-28-36

Gelukkig viel er nog wel iets leuks te beleven. Een hoogtepunt was het openingsartikel van de Groene, over A.S. Byatt (ook ruim besproken door Hans Bouman in de Volkskrant). Als feminist ‘tot in mijn vezels’ voelt ze artistieke, psychologische en politieke weerstand om één-op-één vastgeplakt te worden aan een enkele identiteit. En heeft ze een vast geloof in de rol die literatuur kan spelen bij het openbreken van zo’n benauwend plakkende identiteit. Dit speelt een rol in het hele schrijverschap van Byatt. Food for thought zijn haar opmerkingen over de invloed van het politiek feminisme op de mogelijkheden die vrouwelijke schrijvers voor zichzelf zien: ‘Toen ik begon met schrijven waren alle belangrijke Engelse schrijvers op dat moment vrouwen: Iris Murdoch, Doris Lessing en Muriel Spark. Nu is dat zeker niet het geval. En dit komt doordat vrouwen geloven dat ze zouden moeten schrijven over vrouwen voor vrouwen. (…) Doris schreef inzichtelijk over de problemen van vrouwen maar zonder een moment te denken dat ze niet zou kunnen schrijven. Maar toen ontstond het politiek feminisme, wat geweldig was en erg succesvol, maar het had als nadelige bijwerking dat vrouwen dachten dat ze alleen boeken door vrouwen over vrouwen mochten lezen en schrijven.’

Hoogtepunt: ik zou hier eigenlijk met een dieptepunt moeten beginnen, want lang is Woede en vergeving: wrok, ruimhartigheid, gerechtigheid van Martha Nussbaum het enige boek van een vrouw in de hele boekenbijlage van De Standaard. Tegen het einde weet Kathy Mathys er toch nog twee boeken van vrouwen in te frommelen, maar dat maakt de cijfers niet minder treurig. Toch is de bespreking van Nussbaums boek een hoogtepunt, want: geschreven door een man, in lovende bewoordingen. Na bijna een jaar #lekkertellen kan ik u zeggen dat deze combinatie van verschijnselen – geleerde man bespreekt non-fictie van geleerde vrouw met zorg en waardering – een klein mirakel is. Rik Torfs constateert dat Nussbaum een ambitieus boek heeft willen schrijven en dat het haar gelukt is: Nussbaum maakt haar ambities waar ‘in een erudiet boek, waarin het Griekse denken aan de joods-christelijke cultuur wordt getoetst, terwijl woorden en daden van figuren zoals Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela onder de loep worden genomen. Tegelijk blijft ruimte over voor analyses van alledaagse voorvallen’, die hij ziet als observaties van een scherpe geest. Laatste voorbeeld van de manier waarop Torfs zonder voorbehoud toegeeft dat Nussbaum hem iets kan leren: ‘Boeken van Martha Nussbaum stemmen rustig. Ze vergroten de wereld.’ Kijk, daar doet een schrijver het voor.

drie-oude-mannen
Afb 1.  Stukje zelfreflectie

Niet een diepte- of hoogtepunt, maar toch gniffelwaardig, in Het Parool: ‘Oude mannen houden van het werk van Jacob Groot’, aldus Arie Storm, een onzekere bewonderaar, in de bespreking van Groots Geloof in mij, een bijbels boek over Teddie, Freddie en hun zoon Eddie. Groot wordt bejubeld door Piet Gerbrandy, Kees ‘t Hart én Wim Noordhoek. De recensent geeft deemoedig toe het ook niet altijd te kunnen volgen, ondanks héél aandachtig lezen. Stukje zelfreflectie.

Absoluut dieptepunt: Folkert Jensma raadt de nieuwste opruiende pennenvrucht van Paul Cliteur aan voor onder de kerstboom. ‘De progressieve krantenlezer’ krijgt volgens Jensma ‘lucide de les gelezen’ door Cliteur. De progressievelingen, zo meent Cliteur, hebben al die tijd moedwillig politiek correct weggekeken van het gewelddadige karakter van de islam (die zich niet zal laten seculariseren) waardoor er nu een culturele oorlog aan de gang is waar niemand iets aan doet. Dat Jensma zelf in de roerige beginjaren van de 21e eeuw hoofdredacteur was van die zogenaamd progressieve krant doet er blijkbaar niet toe, nu laat hij zich in elk geval maar wat graag de les lezen. Want wat lègt Cliteur het allemaal goed uit, zeg: ingebeelde  ‘koloniale schuldgevoelens’ zouden er ten onrechte toe leiden dat men bang is om ‘de moslims’ te beledigen. In plaats daarvan moet Europa de moderniteit verdedigen en zijn mensen uit landen waar de Islam de grootste godsdienst is niet welkom. Voor Jensma is dit misschien nieuws, maar feitelijk is het de same old retoriek die ‘nieuwe realisten’ al jaren van stal halen en waarmee ze de polarisatie in ons vaderlandje flink hebben aangewakkerd. De regelrechte oorlogsverklaring aan het einde van het stuk vind ik ronduit opruiend en kwalijk: ‘[een nuttig boek,] Ook voor wie nog geen dienst heeft genomen in de culturele oorlog tegen de islam.’ Dat er ondertussen in het Midden-Oosten echte oorlogen worden uitgevochten waar dat progressieve Westen mede debet aan is, daar hebben we het natuurlijk niet over – veel te ingewikkeld en ver weg voor verlichte denkers als Cliteur en Jensma.