#lekkertellen week 41: boek vooruitgang, zusters!

Lieve Lezeressen en Lezers,

U treft mij deze week in een vertwijfelde bui. Heb ik de herfstblues, is het de wintertijd? Begin ik in mijn kenmerkende monterheid ten prooi te vallen aan defaitisme? Dit is de 41e editie van #lekkertellen en wederom zijn de cijfers teleurstellend: 35 procent vrouwen, 65 procent mannen. Ik zal u opbiechten dat ik een stemmetje moet onderdrukken dat lispelt ‘wat heb ‘t allemaal voor zin?’ wanneer Excel de totalen tevoorschijn tovert.

lekkertellen-week-41

Op andere momenten meen ik te geloven dat de dingen heus ten goede veranderen. Vorige week liep BNR-presentatrice Petra Grijzen weg uit een radio-uitzending nadat ze 68 procent van haar werkdag erop had zitten. Ze protesteerde daarmee tegen het feit dat vrouwen nog altijd minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk, een krachtig statement.

Dit weekend kon ik de goede berichten amper bijbenen, terwijl ik toch geen ongeoefend wandelaar ben. Eerst kreeg Marja Pruis de J.L. Heldringprijs uitgereikt voor haar columns in De Groene Amsterdammer. Net had ik uitgevonden dat de Heldringprijs daarmee meer vrouwelijke dan mannelijke laureaten heeft, of ik hoorde dat Elisabeth Leijnse de Libris Geschiedenis Prijs had gewonnen voor haar biografie van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk.

Een sympathiek vrouwelijk personage.
Een sympathiek vrouwelijk personage.

In de live-uitzending van OVT wees presentator Jos Palm erop dat de prijs in de afgelopen 9 jaar slechts één keer naar een vrouw is gegaan, en hij vroeg de juryvoorzitter hoe dat toch kwam. Die stelde dat vrouwen maar meer moeten schrijven – mij een wat al te mager antwoord, zoals u inmiddels zult begrijpen. Vervolgens mochten de verschillende juryleden toelichten waarom de vijf genomineerde boeken zo goed waren, waarop een jurylid zich liet ontvallen dat hij in eerste instantie weinig zin had om te beginnen aan het boek over twee freules.

Zag het jurylid misschien op tegen een boek over twee wellicht niet voldoende sympathieke feministes? Ik dacht even aan een uitspraak van Chimamanda Ngozi Adichie in de boekenbijlage van De Standaard afgelopen week: ‘Lezers hebben nog steeds andere verwachtingen van vrouwen en dat is behoorlijk frustrerend. Van schrijfsters wordt verwacht dat ze sympathieke personages neerzetten, met name wanneer het gaat over de vrouwelijke karakters. Over Ifemelu uit Amerikanah zeiden velen dat ze niet aimabel genoeg is.’

Ik was erg blij met de bekroning van Cécile en Elsa, strijdbare freules. U moet weten dat ik, om dat fluisterende stemmetje te bezweren, nog wel eens Hilda van Suylenburg (1897) van mijn nachtkastje pak, de feministische roman van Cécile de Jong van Beek en Donk. Aan het einde van het verhaal, wanneer Van Suylenburg inmiddels succesvol advocate is, schrijft zij in een brochure over de noodzaak van vakverenigingen voor vrouwen: ‘Want sterke vakvereenigingen zullen op den duur er ontzaglijk veel toe kunnen bijdragen om den toestand der arbeidsters te verbeteren, vooral ook door een einde te maken aan die groote onbillijkheid, dat voor gelijken arbeid de vrouw veel minder loon ontvangt dan de man. Ach, dat mindere loon! Is dat niet juist één van de kankerplekken in het arbeidersleven!’

Als Petra Grijzen af en toe blijft opstaan op driekwart van haar uitzending, als Marja Pruis erop zou letten dat er óók vrouwelijke recensenten voor De Groene Amsterdammer schrijven wanneer zij zelf geen boek bespreekt, en als Hanneke Groenteman ons snel Maxim Hartman doet vergeten, dan bied ik weerstand aan de moedeloosheid en tel verder.

Dieptepunt: In Het Parool twee vrouwelijke recensenten. Eentje voor poëzie en eentje voor kinderliteratuur. Quelle surprise!

Dieper dieptepunt: Voor de tweede week op rij dus geen vrouwelijke recensent in De Groene Amsterdammer. Ook worden alleen boeken van mannelijke auteurs besproken. Hierom draag ik mijn leesbril aan een koordje om m’n nek: van pure ellende glijdt-ie af.

Hoogtepunt: Een mooie en tot verder nadenken stemmende recensie van Maggie Nelsons De Argonauten in De Morgen. Helaas was het wel de enige door een vrouw geschreven recensie in deze boekenbijlage.

Nog een hoogtepunt: In De Standaard is het merendeel van de recensies geschreven door een vrouw, ook de interviews met mannelijke intellectuelen.

Hoger hoogtepunt: Hanneke Groenteman verlost ons van Maxim Hartman in de Volkskrant!

Gekkigheid: Wonderlijk dat recensent Paul van der Steen in Trouw concludeert dat de Juliana-biografie van Jolande Withuis ‘doet verlangen naar een soortgelijke onbevangen beschrijving van het hele leven van de prins gemaal’. Een biografie over een vorstin is leuk, lieve lezers, maar wat we écht willen lezen is natuurlijk nog een boek over haar man.

Een wonder: Carel Peeters schrijft in zijn column in Vrij Nederland daadwerkelijk over een boek geschreven door een vrouw (Heilige identiteiten door Machteld Zee)! Maar ik heb te vroeg gejuicht:  Peeters vindt het nodig om te benadrukken dat de visie van Zee wordt ‘gesteund door vertrouwde namen’, de mannen ‘Paul Cliteur (Zee’s promotor) en Afshin Ellian’. Als kritiek kiest hij ervoor om Zee’s toon ‘wel erg huiselijk’ te noemen.

Grote Drie-alarm: In NRC Handelsblad interviewt Sebastiaan Kort de Duitse auteur Frank Witzel (man, 1955) en wat schetst de verbazing? De man las Hermans en Reve! En vond ze goed! Kort is er zo mee in zijn nopjes dat het lijkt of de Duitse Witzel zijn inspiratie volledig bij de Hollandse heren vandaan heeft – de Grote Drie (of Twee) blijven in onze vaderlandse bijlagen natuurlijk de meetlat der meetlatten en vegen met gemak een hele Duitse traditie opzij.

Advertisements