Dylan en DWDD

Lieve lezeressen en lezers, come gather ‘round people, wherever you roam, en doe mee aan dit gedachte-experiment: hoe is het om als vrouw fan van Bob Dylan te zijn? De Lezeres is large, she contains multitudes. Ik heb vele verschijningsvormen en vandaag verschijn ik voor u in de hoedanigheid van bona fide Dylan-fan.

Ik kwam op het idee van dit gedachte-experiment door de uitzending van DWDD. Nu had ik me voorgenomen om afgelopen donderdag, de Nobelprijs-dag, niet (niet!) naar DWDD over Dylan te kijken. Een vriendin vermaande mij echter dat de eretitel ‘Lezeres des Vaderlands’ niet alleen lusten maar ook lasten met zich meebrengt. En of we het leuk vinden of niet: het programma is het meest bekeken en daarmee kwantitatief gezien het meest invloedrijke culturele programma van Nederland. Kortom, I took one for the team, en zo heb ik Uitzending Gemist aangeslingerd.

Dat sloeg op mij!

Een korte (-ish) impressie van de uitzending. Tafeldame is Hanneke Groenteman. In de rol van aangeefster introduceert zij meteen in de eerste minuut de invalshoek van waaruit deze bekroning besproken zal worden:

V. Nieuwkerk: ‘Om 13.00 uur, precies om 13.00 uur, klokke 13.00…’

    Groenteman: ‘kreeg jij de Nobelprijs voor de literatuur!’

Het item dat volgt is inderdaad grotendeels gewijd aan de sterke identificatie van Van Nieuwkerk met Dylan. Ook de andere mannen aan tafel (Freek de Jonge en Henk Hofstede, zanger en gitarist bij De Nits) hebben het niet over Dylan zelf, maar over hun band met Dylan. Van Nieuwkerk wisselt gelijk bij het begin van het item maar even van stoel met De Jonge, aangezien hij zo veel kwijt wil (nee, móet) over Dylan dat hij feitelijk gewoon te gast is in zijn eigen programma.

    V. Nieuwkerk: ‘Bob Dylan was mijn leidsman, dat was de Bijbel, daar pleegde ik bijna exegese op. Dat sloeg op mij.’

    [Freek de Jonge mompelt iets over The catcher in the rye van JD Salinger.]

V. Nieuwkerk: ‘Dat was een boek dat ook daarbij aansloot.’

    De Jonge: ‘Hij is op het juiste moment in ons leven gekomen.’

Nota Bene: ons leven. Wiens leven? De Jonge benoemt hier wat in dit hele item gaande is: de ervaringen van De Jonge, Van Nieuwkerk en Hofstede waren wel individueel in die zin dat ze door individuen werden beleefd, maar in wezen hetzelfde. Een groepservaring.

dwdddylan_vruchtwater
Een groepservaring

Van Nieuwkerk vervolgt; over zijn grote ontroering toen hij Dylan in 1978 voor het eerst in concert zag:

 ‘En ik dacht, daar loopt ie, nee, daar loopt Hij, bijna. Nu zeg je, is overdrijven, maar het was Echt Zo. (…) [De schrijver van] die nummers die zoveel voor mij betekenden, of het nou ging over de verhouding tot mijn ouders, de wereld, weet ik veel, meisjes, ik weet het niet.’

Van Nieuwkerk plaatst Dylan dus duidelijk boven zichzelf. Dylan is iemand die op hem lijkt maar die verder is dan hij in zijn ontwikkeling, Dylan is iemand die beter is dan hij, en dus Leidsman kan zijn.

(Terzijde: Van Nieuwkerk zegt op zeker moment over dit concert: ‘Het was niet lang na Woodstock.’ HET WAS NEGEN JAAR NA WOODSTOCK, MATTHIJS!)

Freek de Jonge gooit hier nog een schepje bovenop, en benadrukt op ‘subtiele’ wijze zijn gelijkenis met Dylan. Na een fragment uit ‘The Hurricane’, waarin Dylan zingt met een violiste op de achtergrond: ‘bent u daarmee bekend, het fenomeen zang met viool?’ Wink, wink. Achter De Jonge zit Hella in het publiek stil te glimlachen.

Kortom, Van Nieuwkerk en De Jonge maken hier van hun Dylan-ervaring de Dylan-ervaring. In deze broederschappelijke sfeer wordt aan vrouwen een specifieke, dienstbare rol toegekend. Hanneke Groenteman neemt de rol op zich van de vrouw die met moederlijk genoegen en vertedering zit te kijken naar hoe ‘de jongens’ opgaan in hun Dylan-bewondering.

Er is hier geen sprake van evident, flagrant seksisme, maar iets veel en veel subtielers. Dat blijkt pas goed bij een fragment over Joan Baez, waar het echt lelijk wordt.

    Van Nieuwkerk: ‘Joan Baez, toen zijn muze, zijn vrouw, zijn minnares – toch, zoiets?’

    Henk Hofstede: ‘Bwah, ze was eigenlijk een beetje gedumpt…’

    Van Nieuwkerk: ‘Ja, uiteindelijk is ze gedumpt’

    Hofstede: ‘…tijdens de film, uiteindelijk komt ze wel tevoorschijn, maar…’

    Van Nieuwkerk: ‘Maar dan zie je hém… schrijven! Op die hotelkamer.’

    Hofstede: ‘Die hotelkamer, ja prachtig.’

    Van Nieuwkerk: ‘Laten we even kijken.’

Na afloop van het bekende fragment uit Don’t Look Back, waarin de gespannen verhouding tussen Dylan en Baez inderdaad voelbaar is, zegt De Jonge: ‘Maar zij heeft hem wel als het ware gelanceerd. Ze is wel zijn muze geweest enige tijd, maar als je dan ziet… als je dan zit te werken, en iemand op de achtergrond zit [gitaar te spelen en te zingen, LdV], dan begrijp je wel waarom ze wat minder in elkaar opgaan.’

Iedereen gniffelen. Merk ook hier weer op: de identificatie van De Jonge met Dylan. ‘Als je zit te werken.’ Alsof Dylan niet net zo hard door háár gitaarspel heen zit te tikken en haar daarmee ergert. En daarbij, Baez als zijn ‘muze’, zijn minnares? Pardon? Blijkbaar is het erg moeilijk om een muzikale samenwerking te begrijpen als dat: een muzikale samenwerking. En om in meer dan een bijzinnetje recht te doen aan de verhouding Baez-Dylan: toen Baez en Dylan samen begonnen op te treden was zij een grote ster en hij een volstrekt onbekend figuur. Om haar rol in zijn muzikale loopbaan toch vooral te beschrijven als een situatie waarin zij de muze-minnares was, is een geval van geniepige geschiedvervalsing.

Hierna zingt Freek de Jonge ‘Forever Young’. En dan zeggen ze dat ironie dood is.

If you don’t underestimate me, I won’t underestimate you

Terug naar de vraag van ons gedachte-experiment: hoe is het om als vrouw fan te zijn van Bob Dylan?

Als je DWDD bekijkt en geen zin hebt in de moederlijke rol à la Groenteman; geen zin om jezelf als muzikant te presenteren en jezelf daarmee open te stellen voor geschiedvervalsing en laatdunkende opmerkingen zoals Baez die hier heeft mogen ontvangen; geen zin om alleen naar Dylans liefdesliedjes te luisteren en jezelf in de rol van de bezongen vrouw voor te stellen (en dat jouw betrokkenheid bij zijn muziek dan daar zou beginnen en eindigen); geen zin in dit alles, wat dan? Je komt al snel uit op de gedachte dat Dylan gewoonweg niets voor jou is. Preciezer gezegd, volgens DWDD zou Dylan niets voor jou moeten zijn.

Ik heb als Lezeres vaak betoogd dat de eenzijdige aandacht voor het Grote Mannelijk Genie onze cultuur armer maakt (zie ook: Grote Drie-alarm). Dat is echter slechts één kant van het probleem. De andere kant is dat de relatie die je kunt aangaan tot die grote cultuur vaak  ‘beladen’ gebied is, omdat mannen bezig zijn zichzelf te projecteren in dat Genie, die dan tot Leidsman wordt gebombardeerd. Terwijl, pijnlijk genoeg, Dylan als geëngageerde zanger juist laat zien dat engagement niets te maken heeft met Alle Antwoorden Hebben en die dan vervolgens uitventen. En wat dat LeidsMAN betreft, Dylans werk kent vele momenten die juist uitnodigen tot nadenken over genderidentiteit en uitnodigen om die identiteit als meer fluïde te zien (bijvoorbeeld in ‘Dink’s song’ en zijn versie van ‘House of the Rising Sun’).

Er gebeurt hier iets ingewikkelds. Het is niet alsof mannen Dylan helemaal voor zichzelf opeisen. Er is, zoals ik al schreef, ruimte om als vrouw fan te zijn, hetgeen simpelweg blijkt uit het feit dát er vrouwen fan zijn. Maar wie als vrouw fan van Dylan is, of meer in het algemeen veel met muziek bezig is, kent vast het compliment ‘ik ken weinig vrouwen die zoveel van muziek weten als jij’. Het is een variant op het ‘compliment’: ik ken weinig vrouwen die zo goed kunnen schrijven, weinig vrouwen die zo’n gevoel voor humor hebben etc. Het is vast aardig bedoeld, maar het heeft toch een zure bijsmaak.

Wie tot man gesocialiseerd wordt, ontdekt dat er een culturele ruimte is die heel erg sterk met ‘mannelijkheid’ geassocieerd is. Op een bepaalde manier met popmuziek bezig zijn, goed schrijven, gevoel voor humor hebben: het ‘hoort’ bij mannen – dat is althans de sociale constructie die wordt overgedragen. Het is voor mannen dus een comfortabele ruimte: als man kun je je daar, zo lang je je aan bepaalde codes houdt, vanzelfsprekend in bewegen. Als daar bij uitzondering een keer een vrouw in opduikt is dat niet vervelend of bedreigend, doorgaans, maar zelfs wel aardig. Kijk, wat leuk,  daar heb je die ene uitzondering.

Ondertussen vragen we ons als cultuur niet af hoeveel vrouwen die ruimte maar helemaal niet betreden omdat ze het signaal ‘jongensclubhuis’ heus wel begrepen hebben. En het is precies dit signaal dat DWDD in knipperde kapitalen boven nagenoeg al hun items over cultuur aanzet.

Advertenties