Ferrante en de economie van het pseudoniem

Italiaanse journalist Claudio Gatti meent onthuld te hebben wie er achter het pseudoniem Elena Ferrante schuilgaat. Hij ging op zoek naar haar identiteit door vastgoedtransacties te onderzoeken , volgens het principe Follow The Money – alsof Ferrante een belastingfraudeur is. Het artikel verscheen tegelijkertijd in de NYR daily, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, in de Italiaanse Il Sole 24 Ore, en op de Franse site voor onderzoeksjournalistiek Mediapart. Dat Gatti ondertussen nul komma nul belangstelling heeft voor de literatuur zelf, valt hier na te lezen.

Op deze agressieve vorm van onderzoeksjournalistiek is inmiddels door velen kritisch gereageerd, en terecht. Ik zelf dacht behalve aan alle ethische vragen die het najagen van iemands ‘ware identiteit’ oproept, in eerste instantie vooral aan de economische kant van de zaak. Want van wie kwam dat geld waar de vermeende Ferrante in Rome vastgoed van kon kopen? Als Lezeres des Vaderlands weet ik het antwoord wel: van hoofdzakelijk (alhoewel zeker niet uitsluitend) vrouwelijke lezers die trouw haar boeken kopen. En dat geld is niet gaan stromen dankzij een georkestreerd media-circus, waarin de beroemde auteur van interview naar media-event rolt. Ferrante onttrekt zich nadrukkelijk aan de overspannen aandachtseconomie waar Gatti wél op inspeelt: hij immers haakt in op een cultuur die zit te wachten op de ontmaskering van Ferrante, omdat die cultuur totaal geobsedeerd is door celebreties.

Laten we evenmin vergeten dat niet alleen het reële, maar ook het symbolische kapitaal voor Ferrante grotendeels via vrouwen tot haar kwam. Het zijn toch hoofdzakelijk (alhoewel zeker niet uitsluitend) de vrouwelijke critici, vertalers, boekhandelaren en uitgeverij-medewerkers die haar boeken roemen en blijvend onder de aandacht brengen. Wat zowel het artistieke als commerciële succes van Ferrante duidelijk maakt, is dat vrouwen een serieuze economische en politieke macht vertegenwoordigen in de literaire wereld.

 Economische inventiviteit en het pseudoniem

Er is naar aanleiding van de onthullingen over Ferrante al veel geschreven over de publieke positie van de vrouwelijke succesauteur, en waarom er anno 2016 nog steeds voor een vrouw goede redenen kunnen zijn om ondanks succes (of juist vanwege dat succes) niet met de eigen naam bij het publiek bekend te willen zijn. Maar om tot de kern van haar pseudonimiteit te komen, kan het ook helpen om haar literatuur nog eens ter hand te nemen, en te kijken wat daarin wordt gezegd over de relatie tussen vrouwelijke (on)zichtbaarheid en economie.

In Ferrantes Napolitaanse romanserie is het verlangen om als autobiografisch persoon voorgoed te verdwijnen tot onderwerp van haar literatuur verheven. Dat verlangen komt in de roman direct voort uit de afhankelijke positie waarin vrouwen gedwongen worden. Een gewelddadige kennis van Lila, één van de hoofdpersonen, eist van haar dat ze toestaat dat haar trouwfoto om commerciële doeleinden in zijn schoenenwinkel wordt opgehangen. Zij gaat overstag, maar ze bewerkt vervolgens de uitvergrote foto tot een avantgardistisch kunstwerk. Zij, mooie jonge vrouw, wordt geacht klanten te trekken met haar uitzonderlijke schoonheid, veilig ingekaderd in het wit van de trouwjurk en het kader van de fotolijst. Zij breekt echter uit het kader en verknipt en vertekent de foto zo radicaal dat ze zichzelf compleet onzichtbaar heeft gemaakt.

 

Dat wil zeggen: haar ‘conventionele’ zelf is onzichtbaar geworden. Het nieuwe portret onthult wél ongefilterd de scheppingskracht van haar gevoelige intelligentie. De autobiografische persoon verdwijnt, maar de individualiteit van Lila die in de conventionele trouwfoto (en bij uitbreiding, in haar huwelijk) nergens een plaats kon krijgen, komt nu in zijn volle kracht tevoorschijn. Het verdwijnen is dus niet alleen een passieve manier om jezelf te beschermen tegen al te brutale ogen. Het gaat veel dieper dan dat, de daad van het verdwijnen maakt een unieke creatieve energie vrij. Vrouwelijke energie, die in de patriarchale samenleving nu net ingekapseld moest blijven tot een enkel voor de echtgenoot (en zijn zakenvrienden) te benutten bron.

Toch stapt Lila hiermee niet buiten een economisch verdienmodel. Haar scheppende daad blijkt er eentje te zijn die een geheel nieuw economisch succes oplevert voor de schoenenwinkel, want de Napolitaanse haute bourgeoisie voelt zich aangetrokken tot het avant-garde kunstwerk van autodidact Lila en komt daarom graag in de schoenenzaak. Dankzij Lila komt er nu een zeer kapitaalkrachtig publiek naar de winkel. Het hoeft natuurlijk geen betoog dat Ferrante hiermee impliciet ook iets zegt over de aantrekkingskracht van haar eigen romans.

Zo beschouwd lijkt het onzichtbaar-worden dus hoofdzakelijk een constructieve strategie voor een vrouw in een complexe situatie. Toch wordt het verknippen van de foto in de roman wel degelijk beschreven als een manier van Lila om zichzelf te beschadigen, om agressie ten opzichte van zichzelf uit te leven. Kunst, lijkt Ferrante ons voor te houden, is niet uitsluitend gericht op ‘zelfexpressie’ en ‘individuele bevrijding’, maar komt tegelijkertijd uit duistere bronnen voort. Het is althans voor Lila een manier om het geweld waaraan zij als vrouw bloot staat ter hand te nemen en op de eigen persoon te richten. En dat is een verontrustende gedachte, zeker als we Lila’s artistieke streven naar onzichtbaarheid interpreteren als een spiegel voor de onzichtbaarheid van Ferrante.

Daarmee stelt de roman overigens ook indringende vragen over het esthetisch genot van de bourgeoisie. En tot die bourgeoisie reken ik mijzelf, en u, lezer, voor het gemak ook maar even. De brute onderdrukking van de vrouw in de arme Zuid-Italiaanse gezinnen, waar het slaan van vrouw en kinderen de norm is, daar vinden wij geen schoonheid in. Het leugenachtige beeld van de conventionele trouwjurk en de conventionele trouwfoto ontmaskeren we gemakkelijk. Een onconventioneel versneden ‘avantgardistisch’ zelfportret echter vinden we fascinerend, terwijl toch ook daar evident geweld uitspreekt. Verhuld geweld, in een ander esthetisch register uitgedrukt, maar toch: geweld.

Het is typerend voor Ferrantes werk, waar ik geen ander woord voor kan bedenken dan ‘radicaal’. Niet radicaal in de zin van politiek extreem, maar radicaal in de betekenis van de wortel der dingen onderzoekend, tot de naakte essentie komend. Wij lezers krijgen een fundamentele vraag gesteld: als we Ferrante bewonderen om haar superieure vermogens het verhaal steeds opnieuw te schikken en te herschikken (precies zoals Lila deed met haar portret), zijn we dan niet ook al bezig geweld te bewonderen, gesublimeerd geweld weliswaar, maar nog steeds: geweld?

Eerlijk is eerlijk: niet alleen Gatti wil haar “ware identiteit” weten. Het is ook te kort door de bocht om het verlangen de auteur te kennen uitsluitend toe te schrijven aan de wetmatigheden van een celebrity-cultuur. Ik vermoed dat heel veel trouwe lezers wel eens speculeren over de persoon achter de boeken. Niet omdat het ertoe doet, maar omdat het ons op de een of andere manier afleiding geeft. Omdat we zo verlost worden van de opdracht die moeilijke relatie tussen pseudonimiteit, creativiteit en naar binnen gericht geweld direct onder ogen te komen, plús onze medeplichtigheid als lezers hierbij. Terwijl  Ferrante ons wel dwingt deze ingewikkelde kluwen van nabij te beschouwen, precies omdat ze zelf van het toneel is gestapt. Ergens is het een opluchting het gesprek te kunnen verleggen naar de nogal infantiele kwestie: “wie is de auteur”? Wisten we maar wie dit alles had geschreven, want dan konden we die kennis gebruiken om de schok die haar literatuur teweegbrengt enigszins te temperen.

Gatti heeft zonder enige belangstelling voor het literaire werk zelf de auteur tot openbaarheid gedwongen. Daarmee heeft hij grote schade toegebracht aan de literaire kunst van Ferrante, omdat de radicaliteit van haar werk (en daarmee ook alle moeilijke vragen die het werk aan ons stelt) teniet wordt gedaan. Het is een vorm van agressie tegen kunst die schokkend is, en geen enkele steun of vergoelijking verdient. Ook niet van lezers die misschien zelf wel eens speculeren over wie mogelijk toch dat bijzonder werk geschreven heeft.

Advertenties