Feminisering: het debat voorbij de pijngrens

Joehoe, lieve lezeressen en lezers,

Weet u het nog, dat artikel van sportjournalist Vissers over de toenemende ‘feminisering’ van afgelopen zaterdag in de Volkskrant? Iemand, we noemen haar x, schreef een inhoudelijke, kritische respons op het artikel; ze wijst daarin op allerlei genderclichés bij Vissers. de Volkskrant wees het stuk echter af. Blijkbaar vonden ze de repliek op Vissers van Sytze van der Zee belangrijker voor het debat. He ja, liever nóg eens iemand uit de eigen journalistenkring aan het woord! Zo babbelt de Volkskrant maar door over de veronderstelde ‘feminisering’, niet gehinderd door enig inzicht in de werking van stereotypen.gatekeeping (2)

Gelukkig kende x mijn blog en stuurde ze haar stuk naar mij door, zodat deze zinnige kritiek u alsnog kan bereiken! Grappig weetje: de auteur (vrouwelijk), kreeg een Volkskrant-afwijzing met als aanhef, geachte heer  x.

(Naam auteur is bij Lezeres bekend.)

Vrouwelijk leiderschap: geen gezeur

Regelmatig verschijnen in de Nederlandse kranten bezorgde artikelen over de toenemende ‘feminisering’ van onze cultuur, steevast door mannen geschreven. Dat vrouwen de macht overnemen is empirisch makkelijk weerlegbaar, maar het mannelijk onbehagen over een oprukkende vrouwelijke dominantie is blijkbaar zeer hardnekkig.

In Willem Vissers’ stuk ‘De vrouw heerst’ (de Volkskrant, 20 augustus) lijkt sprake van een  tegenovergesteld sentiment. Naar aanleiding van het succes van vrouwelijke sporters op de Olympische Spelen schreef hij een ‘ode aan de feminisering’. Hij presenteert de sportsters als nieuwe leiders en brengt hen in verband met vrouwen die volgens hem steeds meer de dienst uitmaken in andere domeinen van de samenleving (politiek, literatuur, economie). Het twee pagina’s lange stuk wordt opgesierd door een fotocollage vol juichende en stralende vrouwen, gegoten in de vorm van het vrouwelijke Venusteken.

Toch spat ook van Vissers’ stuk het ongemak over de toenemende feminisering af. Vrouwen worden consequent op één hoop gegooid, alsof zij een homogene groep vormen die allerlei eigenschappen delen. Die gedeelde eigenschappen zijn niet toevallig de bekende clichés waarmee vrouwen klein worden gemaakt.

Voor Vissers is de leidende vrouw gelijk aan de winnende vrouw, die hij drie kerneigenschappen toedicht (corresponderend met zijn drie tussenkoppen): ‘lef’, ‘pijngrens’ en ‘oergevoel’. Lef tonen sportvrouwen volgens Vissers in hun trainingsaanpak: ‘Sharon van Rouwendaal, kampioene op de 10 kilometer in open water, legde haar lot in handen van een Franse trainer.’ Een dappere vrouw is dus een vrouw die de leiding uit handen durft te geven aan de man (want de trainers, dat realiseert Vissers zich ook, zijn vrijwel altijd mannen). Het lef van de vrouw schuilt zodoende in haar overgave – en daarin is zij beter dan de man. Zij is geen Yuri van Gelder die het gezag ter discussie stelt door te drinken of trainingen te missen, maar is altijd ‘geconcentreerd en serieus’. Kijk maar naar de volleybalvrouwen: ‘Ze zeurden niet om meer vrijheid. Ze trainden gewoon. Ze luisterden. Ze verdroegen pijn.’ Die onderworpenheid duidt Vissers als het teken van vrijheid: ‘In Iran mogen vrouwen niet eens naar het stadion’, maar ‘de westerse vrouw is ontbolsterd en vrij’. Vrijheid is blijkbaar hetzelfde als niet zeuren.

Behalve van het lef tot overgave is het succes van vrouwen het gevolg van een hoge pijngrens, Vissers’ tweede kerneigenschap: ‘Vrijwel alle trainers…roemden de volharding van de vrouwen, hun hoge pijngrens’. De vrouw die fysieke signalen negeert, en dus haar lichamelijkheid durft te onderwerpen aan het mannelijke gezag, kan deel uitmaken van de ‘harem’ (zijn term) van succesvolle vrouwen. Het is een oeroud cliché: lichamelijke en mentale zelfopoffering vormt de weg naar vrouwelijk succes.

Maar de gemeenplaatsen zijn nog niet op. Op economisch gebied, betoogt Vissers, krijgen vrouwen – ‘de kasbeheerders van het huishouden’ – ook steeds meer voet aan de grond in de wereld van banken en bedrijven. Dat ze toch vaak minder verdienen dan mannen komt vooral doordat ze vaak parttime werken, omdat ze ‘voor de kinderen willen zorgen’. Dat hangt samen met het ‘oergevoel’, Vissers’ derde kerneigenschap. Het oergevoel staat dus op gespannen voet met het lef tot overgave en daarmee het leiderschap. Maar ook hier blijkt de zwakte van de vrouw haar kracht: het uitdragen van ‘typisch vrouwelijk omschreven eigenschappen’ zoals kwetsbaarheid en zorgzaamheid is voor Vissers een vorm van durf.

Dat wij nog moeten wennen aan deze ‘nieuwe wereld’ van ‘winnende, leidende vrouwen’ blijkt volgens Vissers uit de commotie rondom Dafne Schippers die haar schoenen wegsmeet. Maar Schippers was geen winnaar: zij was een verliezer die zich niet beheerste. Precies daarom was er ophef. Want de samenleving vraagt beheerste, conformistische vrouwen. Is dat oprukkend vrouwelijk leiderschap? Eerder een hardnekkig genderstereotype.

Nog een noot van De Lezeres: zie de volgende linkjes voor meer voorbeelden van de wijze waarop de Volkskrant het debat over feminisering voert:

Max Pam: http://www.volkskrant.nl/opinie/man-is-als-ijsbeer-in-krimpend-territorium~a4246015/

Dirk-Jan van Baar: http://www.volkskrant.nl/opinie/vrouwen-rukken-overal-op-ook-richting-top~a4236447/

Jort Kelder: http://www.volkskrant.nl/opinie/tip-voor-kelder-probeer-de-vrouwtjes-wat-serieuzer-te-nemen~a4350033/

 

 

 

Advertenties