Anatomische les van De Lezeres: Vaderlands seksistisch sportcommentaar

De Olympische Spelen zijn aan de gang en dus kunnen we ‘s nachts opblijven voor kleiduifschieten, BMX’en, zwemmen en rennen. En voor seksistisch sportcommentaar. Dat blijft niet beperkt tot Huffington Post-lijstjes, met beschamende Amerikaanse voorvallen van sportvrouwen die als de-vrouw-van met een medaille worden gefeliciteerd of wiens sportsucces aan hun mannelijke coach wordt toegeschreven. Die buitenlandse incidenten zijn inmiddels in Nederland al eindeloos gerecycled, van Opzij tot NRC (en bij Belgische collega’s). Mooi dat er aanstoot aan wordt genomen, maar nu we het gesprek dan tóch geopend hebben over seksisme in sportverslaggeving, is het tijd om eens nader te onderzoeken hoe ook Nederlandse gerespecteerde journalisten over vrouwelijke atleten schrijven en spreken. Een goed moment kortom om mijn leesbril van mijn nachtkastje te pakken en de zaken in onze Vaderlandse media eens wat nader te analyseren. Een paar voorbeelden.

Vrouwelijke commentatoren – ‘ladies night’
Sportstudio’s zitten vaak vol met mannen en als er eens vrouwen aanschuiven dan gaat dat niet onopgemerkt voorbij. Han Lips wijdde zijn column in Het Parool aan de NOS Rio Live van 8 augustus: er kwamen niet alleen veel vrouwen in actie, ze zaten ook nog eens in de studio en ‘dus’ moest Lips wel kijken naar deze ‘ladies night’:

‘Antoinnette Scheulderman juichte op Twitter: ‘Vier lekkere wijven die op NPO1 zinnig over sport praten!’ Lips ging er dus eens goed voor zitten en keek naar sporten waar hij normaal niet voor thuis zou blijven. [nog steeds Lips aan het woord, die over zichzelf in de derde persoon praat – LdV]’

Hartstikke slim van Lips om zich in te dekken met een ja-maar-hullie-doen-het-zelf-ook, maar hij slaat daarmee natuurlijk de plank mis (zie ook ‘geciteerd racisme’). Het is duidelijk dat Lips bij voorbaat niet van plan is om de vrouwen serieus te nemen en van het zinnige commentaar, waar het Scheulderman om te doen was, krijgen we dan ook niks te lezen. Wat hij wél het vermelden waard vindt: dat Lobke Berkhout haar vriend op de tribune zag zitten en dat Fatima Moreira de Melo zich afvroeg ‘waarom de Koreaanse tegenstanders van Nederland allemaal dezelfde rode lippenstift op hadden’ – door Lips laatdunkend ‘een typische vrouwenopmerking’ genoemd. Dat Berkhout, vijfvoudig wereldkampioen zeilen, en Olympisch kampioen Moreira de Melo niets zinnigs over hun sport te zeggen hadden, dat nemen we natuurlijk voetstoots aan. Het zijn tenslotte vrouwen. Chapeau, Han we hangen niet aan je Lips, voor het reduceren van een avond inhoudelijk sportcommentaar tot je eigen emancipatiekramp bij het zien van louter vrouwen op televisie.

De publieke dissectie van Dafne Schippers
Het lichaam is voor sporters een belangrijk instrument en het is dan ook niet vreemd dat het bij sportevenementen onder een vergrootglas komt te liggen: is het in vorm, waar zit de kracht, waar de zwakke punten? Maar sport is meer dan alleen fysiek en spreken over een lichaam is niet waardevrij: zo toont onderzoek aan dat bij zwarte sporters er veel vaker over hun fysieke kracht wordt gesproken terwijl succes van witte sporters significant vaker wordt toegeschreven aan spelinzicht. En ook over vrouwelijke sportlichamen wordt er allesbehalve waardeneutraal geschreven. Waarom is het mannelijke lichaam een instrument dat getraind kan worden en kan slijten (zie bijvoorbeeld dit stuk over Epke Zonderland en zijn ‘lijf’) en worden vrouwelijke lichamen beoordeeld op hun schoonheid en vrouwelijkheid (zie bijvoorbeeld dit stuk over ‘buurmeisje’ Dafne Schippers en haar ‘kont’)?

Schippers lijkt één groot projectievlak voor mannelijke sportjournalisten, maar de grootste stroom commentaar over Schippers komt van één man: Wilfried de Jong. Naar eigen zeggen is De Jong ‘gefascineerd’ door Dafne Schippers. Herstel, door het lichaam van Dafne Schippers. Hij kan er maar niet over ophouden. Hij zou ‘wel een keer op haar rug willen zitten. Zij op topsnelheid, ik met mijn benen geklemd om haar middel’, schreef hij al eens. Krijgt u van deze fantasie ook lichte stalker-vibes?  Het wordt nog fraaier: De Jong heeft er zelfs een radioserie op radio 1 aan gewijd ‘De Anatomische Les van Dafne Schippers’, waarin hij Schippers elke dag (!) publiekelijk dissecteert. Luister maar even mee (klik op het hoofd van Wilfried de Jong):

Is je reactie nu ook ‘what the fuck did I just listen to’? Dat kan kloppen. Vrouwen en anatomische lessen zijn geen grappige combinatie. Het is waar, ‘anatomie’ kan gebruikt worden als metafoor van een diepgravende analyse, waarbij verschillende facetten van een fenomeen zorgvuldig worden geduid. In dit specifieke geval echter is het onderwerp letterlijk het lichaam van een levende persoon en is de anatomische les geen metafoor meer, maar precies dat wat De Jong in taal doet. Het lichaam wordt in losse delen opgedeeld, nog niet eens met de technische blik van een medicus overigens, maar met die van de erotisch geobsedeerde ‘sportjournalist’ Wilfried het Jongetje.

Geen erotisch cliché wordt geschuwd. Thema van bovenstaande uitzending is: ik-heb-er-geen-woorden-voor-maar-goh-wat-ben-je-een-lekker-ding, en daarmee sprint deze man van middelbare leeftijd uit het domein van de sportjournalistiek rechtstreeks naar dat van de puberpoëzie, mij achterlatend met oprispend maagzuur. Als De Jong had proberen te beschrijven waarom Dafne Schippers zo goed kan sprinten, had de taal hem allicht prima uitkomst geboden.

Andere uitzending: De Jong beschrijft de billen van Schippers, waarin hij zich uitput in het verzinnen van  synoniemen voor dit lichaamsdeel, waaronder ‘het is een volmaakte erotische halve cirkel’ (luister hier)

In weer een andere episode beschrijf De Jong beschrijft het kapsel van Schippers (‘heel veel model zit er misschien niet in’). De sliertjes haar worden getemd, om vervolgens uit het gareel te springen tijdens de sprint: ‘de blonde sliertjes schieten alle kanten op’.

Ook in deze beschrijvingen bedient De Jong zich dus van een (quasi-)poëtisch discours. Zelf benadrukt dat hij zo “lyrisch” wordt van Schippers. Eerst een vrouwelijke sporter reduceren tot een ‘lekker ding’, en dan een literaire saus van zogenaamde ‘gevoelslyriek’ eroverheen gieten, maakt het allemaal niet minder kwalijk. Mistig in de verte turen is géén excuus voor seksisme.

Als De Jong bewondering heeft voor het lichaam van Schippers, dan kan dat, als hij er een beetje opgewonden wordt, dan kan dat ook. Maar als sportjournalist heb je de verantwoordelijkheid om die gevoelens niet leidend te laten zijn. Of zoals Lindy West zegt in een column met adviezen voor niet-vieze sportjournalistiek over vrouwen: ‘It is OK to have sex feelings. Just watch where you’re spraying them.’ Ongewenst sex feelings over je heen gesprayd krijgen aan de bar is al erg genoeg, maar dan kun je naar de wc gaan en niet meer terugkomen. In deze situatie is dat onmogelijk. Met andere woorden: de relatie tussen Dafne Schippers en Wilfried de Jong is in de ‘anatomische les’ niet gelijk. Vergelijk dat ook eens met de oudere televisieserie van De Jong waarin hij met sporters op de massagetafel (m/v) over hun lichaam sprak. Een mooie serie was dat, precies omdat dáár de sporter zelf aan het woord kwam en het lijf dus net niet machteloos aan commentaar van anderen werd uitgeleverd.

(Overigens: als je het zo graag over sportlichamen wil hebben, kijk dan eens naar deze selectie.)

Mannen en meisjes, bobbels en broekjes
Dat ook mannen slachtoffer zijn van een blik die zich meer op hun lichaam dan op hun prestaties richt, is dit jaar ook opgemerkt. Getuige strakker wordende sprintbroekjes en een artikel in Cosmopolitan met een fotoserie van de ‘beste bobbels’ van de Olympische Spelen.

Dat (sport)mannen moeten voldoen aan schoonheidsidealen en dat die zich vertalen in de manier waarop er naar hen gekeken wordt, is zeker waar. Maar dat doet weinig af aan grotere patronen van ongelijkheid. Een schoonspringer kan door een tijdelijke omkering van de gaze dan wel met zijn bobbel in de Cosmopolitan staan, de kans dat zijn succes aan zijn echtgenote wordt toegeschreven is gering. Onderzoek toont aan dat gebruikte genderstereotypen, die zowel voorschrijven hoe er over mannen als hoe er over vrouwen wordt gesproken, gunstig uitvallen voor mannen. Ze zijn sterk, dapper en slim, terwijl vrouwen worden aangekeken op hun schoonheid en hun huwelijkse status. Vrouwen zullen vaker in traditionele termen als ‘meisje’ en ‘lady’ worden aangesproken (zie boven), terwijl mannen met neutrale termen worden aangeduid. Eén artikel in de Cosmo gaat daar niets aan veranderen en zal het niveau van de sportjournalistiek over mannen niet omlaag halen. En belangrijker nog: zo’n incidentele omkering van de patronen maakt de sportjournalistiek over vrouwen niet inhoudelijker.

Lippenstift, beachvolleybal bikini’s en de geseksualiseerde blik
Tot slot nog even terug naar de ‘typische vrouwenopmerking’ van Moreira de Melo, die heus niet zo dom is als Lips hem voorstelt. Want inderdaad, waarom dragen vrouwen lippenstift als ze hockeyen? Of dragen ze gekapt turnhaar en bijpassende lipgloss of beachvolleybalbikini’s? Seksisme is ook in de presentatie van sporten verankerd en Moreira de Melo kaartte dat aan. En al helemaal in de manier waarop dat vervolgens in beeld wordt wordt gebracht. Zo liet onderzoek zien dat de televisiebeelden van het vrouwen beachvolleybal op de Spelen van 2004 aanmerkelijk veel shots van billen en borsten bevatte, wat, zo stellen de auteurs, ‘leaves viewers with lasting memories of players’ bodies rather than of memories of athleticism’.

The revolution will not be televised, or radiolized, zo veel is duidelijk.

Advertenties