Geciteerd racisme

‘Ze maken nog een paar negergrappen op die speciale toon van hoogopgeleide mensen die heel goed weten dat die niet door de beugel kunnen.’

Franca Treur, De woongroep (2014)

‘Waarom houden Nederlandse journalisten zo vast aan dat woord’, zo vroeg ik me in mijn kritiek op Sander van Walsum af. Ja, waarom? Zoals altijd begon ik bij het kraken van zo’n harde noot met #lekkertellen. Daarom heb ik het woord ‘neger’, ‘negerin’ en (o tempora) ‘dobberneger’ ingevoerd in de digitale krantenbank LexisNexis bij vier kranten (en omdat LexisNexis niet compleet is, nog eens gezocht op de krantensites zelf), gemeten vanaf januari 2016 tot heden (6 maanden dus).* Hier de uitslag:

  • De Telegraaf: 5 artikelen
  • Algemeen Dagblad: 5 artikelen
  • NRC Handelsblad: 20 artikelen
  • de Volkskrant: 33 artikelen

Dat is een opmerkelijk verschil – wie zo min mogelijk met deze terminologie geconfronteerd wil worden kan dus op basis van de cijfers beter een abonnement nemen op De Telegraaf dan de Volkskrant. Getallen zeggen echter niet alles. Want vooropgesteld: een flink aantal hits komen voort uit het feit dat de Volkskrant en NRC veel uitgebreider dan de andere twee kranten schrijven over het antiracismedebat in Nederland (zo was in de onderzochte periode het veranderde onderschrift-beleid in het Rijksmuseum een veelbesproken onderwerp).

Dat het onderwerp leeft blijkt ook al uit het feit dat de Volkskrant een verstandig redactioneel commentaar schreef met bruikbare inzichten over schadelijk taalgebruik; daarin verkondigde de redactie het woord ‘allochtoon’ voortaan te zullen gaan vermijden. En ook: ‘Andere besmette woorden (homofiel, neger) zijn tevens uit het vocabulaire van de redactie verdwenen.’ Tegelijkertijd verdedigde hoofdredacteur Philippe Remarque onlangs te vuur en te zwaard zijn NRC-collega’s die onder vuur waren kwamen liggen omdat ze een romancitaat waarin het woord ‘nigger’ voorkwam tot kop hadden verheven.

Via Remarque komen we tot de kern: veel – maar overigens niet al! – het racistische taalgebruik in de artikelen is geciteerd racisme. Is echter dankzij de aanhalingstekens het probleem van tafel?

Dat ligt complexer. Ik ben daarom eens voorbij de getallen gegaan en heb in de hits gezocht naar de manieren waarop in NRC en de Volkskrant dit woord gebezigd wordt. Voor het overzicht ga ik eerst in op de opiniërende stukken (er komen 4 patronen aan bod), daarna zeg ik kort nog iets over de journalistieke berichtgeving. In wat volgt, zal ik zelf ook de citaten opnemen. Het is geen vreugdevolle lectuur, maar ik heb besloten dat wel te doen, omdat juist de veelheid van het materiaal kan laten zien hoe wijdverbreid dit is en van welke patronen er dus sprake is.

Geciteerd racisme in opiniërende artikelen

De grote verschillen tussen de Volkskrant en NRC enerzijds en De Telegraaf en Algemeen Dagblad anderzijds vallen voor een substantieel toe te schrijven aan de columnistiek. Hier zij overigens opgemerkt dat er in de hits zeker columnisten waren die zich op consciëntieuze wijze van problematische termen bedienden, bijvoorbeeld omdat ze werkelijk inhoudelijk iets wilden zeggen over racistisch taalgebruik (Jutta Chorus bijvoorbeeld, in de column ‘Racisme is altijd maar een grapje’).

Vaak echter lijkt er eerder van een ‘poging tot humor’ of juist tot een claim op onschuld sprake te zijn. Ik heb getracht 4 patronen te identificeren in de manier waarop opiniemakers in NRC en de Volkskrant dit woord inzetten.

Patroon 1: Vroeger kon je het nog zeggen

 Ooit was het een veel gebezigd woord, nu is het woord niet langer geaccepteerd (zie het al eerder genoemde redactionele commentaar van de Volkskrant of deze column van woord-deskundige Ewoud Sanders in NRC). Het vergt tijd voordat die verschoven norm ook bij iedereen tot praktijk is geworden, maar het is 2016 en de vraag is hoe vaak het columnisten-leger nog gaat opmerken dat vroeger de zaken anders lagen dan nu. Met andere woorden: dat het verschil tussen vroeger en nu onophoudelijk herontdekt lijkt te kunnen worden, lijkt behalve een teken van ideeën-armoede toch vooral een manier om het woord in circulatie te houden. Enkele voorbeelden:

  • ‘Bob (was) erg donker, ja, hij zag er zelfs uit als wat toen een “neger” heette.’ [1]
  • ‘Seedorf is een mooi mens. Een eindredacteur van de krant en ik hebben het sinds we samenwerken over “de grootste neger ooit”. Dat is hij natuurlijk niet en we weten dat het woord neger, hoewel het gewoon in Van Dale staat, tegenwoordig een negatieve connotatie heeft, onder meer door verwijzingen naar de slavernij.’ [2]
  • ‘Als politieke correctheid zich met ons taalgebruik bemoeit, ondervinden we daar hinder van. Vooral voor publicisten is het er niet makkelijker op geworden. Wanneer je vroeger een neger beschreef, mocht je volstaan met “neger” en wist iedereen wat je bedoelde. Nu moet hij met “zwart(e)” worden aangeduid, wat onduidelijker is omdat het ook “zwartharig: kan betekenen.’ [3]
  • ‘Een goed geschapen zwarte vrouw – zo’n vrouw die vroeger nog ongestraft negerin werd genoemd – zit naakt met geloken ogen op een verhoging’ [4]
  • ‘Zet een negerin op een reclameposter en half Nederland is ziedend. Zet er géén negerin op en ze zijn ook ziedend. Schrijf negerin en ze zijn ziedend’ [5]

In het laatste citaat zit geen directe verwijzing naar vroeger, maar in de context van de column past dit citaat heel goed binnen het patroon, want die column draait om een veronderstelde verregaande vertrutting van Nederland ten opzichte van ‘vroeger’, toen we ons nog niet zo druk maakten. 

Patroon 2: Nostalgisch racisme citeren

In het verlengde van voorgaande patroon ‘vroeger kon je het nog zeggen’: nostalgisch oude boeken doorbladeren.

  • Naar aanleiding van een racistische reclame in China begon een brievenschrijver in een brief getiteld ‘Negertje Flop’ totaal ongerelateerd heerlijk te mijmeren over Pa Pinkelman, waar de briefschrijver nog steeds ‘fan’ van is. [6] Met genoegen werd de inhoud van een racistisch stripje uit de jaren vijftig nog eens naverteld, zonder dat er enige conclusie werd getrokken of sprake was van voortschrijdend inzicht.
  • Op een soortgelijke manier als deze brievenschrijver was columnist Sylvia Witteman heerlijk aan het bladeren in een oude Kijk en zie eens wat er daar stond: ‘De tekst bleek hier en daar wat… ouderwets (“Negers blijken geen hoger IQ te hebben naarmate ze méér blank bloed in hun aderen hebben”) maar toch nog steeds goed leesbaar.’ [7]

Patroon 3: Weet je wie pas racistisch zijn? Mensen die De Telegraaf lezen!

Een vaste columnvorm onder Nederlandse columnisten is het opvoeren van een fictief gesprekje. Het zijn deze fictieve figuren die dan vervolgens racistische taal uitslaan. Dat zijn, als het om racisme gaat, opvallend vaak lager opgeleiden.

  • Een column waarin politieagenten werden opgevoerd die zogenaamd, vanwege het Typhoon-debacle, haastig geleerd kregen om niet raciaal te profileren. Een nogal wezenlijk onderwerp, maar de columnist Kuitenbrouwer vond het blijkbaar vooral een goed moment eens flink raillerend tekeer te gaan en eindigde met het volgende humoristisch bedoeld dialoogje tussen instructeur en politie-agent: ‘Wat zien wij hier?’ ‘Een skiënde neger?’ ‘Precies. Ik dank u wel.’[8]
  • In een recente column voert Youp van ’t Hek een evident fictieve ‘goede Turkse vriend’ op, iemand die op een politiek incorrecte manier spreekt maar een hartje van goud heeft. In de column gaat dat als volgt: ‘Erol zei meteen dat hij weet dat het woord neger ook niet meer mag, maar dat elke mongool een neger gewoon een neger noemt. Vandaar. Hij wilde voortaan best zeggen dat mensen met een verstandelijke beperking nooit oerwoudgeluiden maken naar mensen met een donkere huidskleur. Dat is politiek volkomen correct, maar het is een nogal brede zin die niet lekker je mond verlaat en het klopt niet. Mensen met een verstandelijke beperking doen dat namelijk wel in een voetbalstadion. Mongooltjes doen dat niet.’ [9]

Patroon 4: Als je de denkfout van racisten typeert, kun je het woord zelfs zonder aanhalingstekens gebruiken

  • In een column over islamfobie van Jonathan van het Reve werd de denkfout van racisten als volgt samengevat: ‘precies zoals racisten eraan voorbij gaan dat niet elke neger of jood hetzelfde karakter heeft.’ [10]
  • Nog een column over de aanhouding van Typhoon en de racistische reacties die dit weer opriep. Eerst gebruikt Arnon Grunberg het woord ‘neger’ nog met aanhalingstekens, maar ten slotte doet hij een voorstel waarin de term gebruikt wordt in de Swiftiaanse satirische trant van a modest proposal: ‘Laten we om te beginnen de A2 neger-, moslim- en Jodenvrij maken. Daarna volgen de andere snelwegen.’ [11]

Geciteerd racisme in journalistieke berichtgeving

Ten slotte: ingewikkeld vind ik journalistieke berichtgevingen over racistische incidenten, waar door de journalist zelf omstandig racistische uitspraken van derden geciteerd worden. Dat wordt vaak gedaan om te laten zien hoe ‘schokkend’ en ‘erg’ de uitspraken zijn, en ik zie wel in dat het soms van belang is écht het talige geweld te laten zien. Wel lijkt het me goed om bij ieder geval opnieuw de vraag te stellen wat citeren toevoegt – je zou op de redactie ook kunnen afspreken dat het bijvoorbeeld volstaat te melden dat Sylvana Simons vele racistische opmerkingen te verduren kreeg op social media zonder die opmerkingen zelf ook nog eens uitgebreid te citeren. Via het citaat blijven die uitspraken immers circuleren, wordt Simons nóg eens onderworpen aan gewelddadig taalgebruik.

Enfin, deze kwestie lijkt enigszins op de vraag hoe je omgaat met gewelddadige foto’s, en een eenduidige richtlijn is hier misschien niet te geven, of zal van geval tot geval verschillen. Persoonlijk zou ik het van een goede journalistieke ethiek vinden getuigen als de kranten in gesprek zijn met de personen die de afgelopen jaren slachtoffer zijn geweest van massale racistische scheldpartijen en hún positie (het gescheld wel of niet citeren) hierin leidend laten zijn.

Te gemakkelijk wordt vergeten dat ook degene die citeert een verantwoordelijkheid draagt. Het feit dat iemand anders ‘begon’, om het in schoolpleintaal uit te drukken, is niet altijd een excuus. De aanhalingstekens maken het uiteraard anders dan als je zelf heel direct de term in de mond neemt, maar daarmee ligt er nog steeds de verantwoordelijkheid heel zorgvuldig af te wegen of het citaat werkelijk nodig is.

 

* deze getallen zijn indicatief maar niet heel hard. LexisNexis mist ook artikelen als je op zoekwoord zoekt, evenals de krantensites zelf.

[1] Sylvia Witteman, ‘Bob en Daphne’, de Volkskrant, 28 mei 2016

[2] Willem Vissers, de Volkskrant, 25 januari 2016

[3] Frits Abrahams, ‘Juffrouw’, NRC Handelsblad, 15 maart 2016

[4] Frits Abrahams, ‘Zwarte, blote borsten’, NRC Handelsblad, 21 juni 2016

[5] Christiaan Weijts, ‘De Islam, de paashaas en tietjes’, NRC Handelsblad, 17 maart 2015

[6] Geachte redactie, de Volkskrant, 4 juni 2016

[7] Sylvia Witteman, ‘OQ een IQ’, de Volkskrant, 21 mei 2016

[8] Jan Kuitenbrouwer, ‘Huurmoordenaar in Canta’, NRC Handelsblad, 25 juni 2016

[9] Youp van ’t Hek, ‘Verstandelijk beperkt’, NRC Handelsblad, 30 april 2016

[10] Jonathan van ’t Reve, ‘Islamofobie: onzinnig begrip’, de Volkskrant, 14 mei 2016

[11] Arnon Grunberg, ‘Voetnoot’, de Volkskrant, 2 juni 2016

Advertenties