Zes maanden #lekkertellen: het overzicht

Lieve lezeressen en lezers,

U wordt in de boekenbijlagen al enige weken om de oren geslagen met leestips voor de vakantie. Ook ik heb mijn praktische fleecetrui uit de kast gehaald en de fietstassen ingeladen: summer is here! Ik turf en tel natuurlijk wel trouw door deze zomer, want van wekenlang voor de tent sudoku’s invullen wordt een mens ook niet vlugger. De wekelijkse blogposts over de cijfers komen echter na de zomer weer (mijn favoriete natuurcampings hebben geen wifi).

Fig. 1 In de zomer sluit De Lezeres de tent
Fig. 1 In de zomer sluit De Lezeres de tent

Maar voordat het zomerreces werkelijk begint, terug naar de basis: #lekkertellen 2016, eerste semester. Voor iedereen die denkt dat het wel meevalt heb ik hier de harde cijfers van de afgelopen 6 maanden nog even voor u op een rijtje gezet. Tip: bestudeer ze met een olijke sombrero op en een margarita in de hand, dat helpt om de stemming goed te houden, want de cijfers gaan dat niet doen.

U kent me ondertussen en weet hoeveel ik van orde hou: daarom eerst een klassement met het aantal besproken vrouwen (A). Daarbij alvast opgemerkt: naar schatting is ⅓ van alle uitgegeven auteurs vrouw (ik heb dit nog niet #gelekkerteld). Stelt u zich op het wat Droogstoppelige standpunt dat boekenbijlages geen enkele rol te vervullen hebben in het verbeteren van de positie van de vrouwelijke auteur en slechts ‘de markt’ hoeven te volgen, dan zou je een boekenbijlage die rond de 33% vrouwen bespreekt representatief kunnen noemen. Laat mij u alvast verklappen dat slechts 2 boekenbijlages daarbij in de buurt komen.

Vervolgens een ranglijst van de boekenbijlages met de minste en de meeste vrouwelijke recensenten (B).

A. Percentage / aantallen besproken vrouwelijke auteurs

Een handzame grafiek

LdV_lekkertellen24_aut

Uitleg bij de handzame grafiek

8. Amsterdam is een stad gebouwd op palen…

en bij Het Parool is gemiddeld 80% van de besproken auteurs man en 20% vrouw. Opmerkelijk genoeg haalde het katern in de week met 100% mannelijke recensenten ook het hoogste percentage besproken vrouwen: 43%. Return of the repressed? Er zijn twee weken geweest zonder besproken vrouwen, het omgekeerde (dus geen mannen besproken) kwam niet voor.

7. de Volkskrant houdt van overzichtelijke cijfers…

maar mooi zijn ze niet. Over het geheel gezien was in dit katern drie vierde (75%) van de auteurs man en één vierde (25%) vrouw. Onder de besproken titels van vrouwelijke auteurs telde ik bovengemiddeld vaak thrillers, kinderboeken en zo nu en dan een dieet- of lifestyleboek. Niks mis met zulke genres, maar het betekent wel dat vrouwen in de categorieën literatuur en wetenschap nog sterker ondervertegenwoordigd zijn.Ook wanneer je de aandacht meet in kolommen krijgen mannen veel meer ruimte. De grote interviews, de recensies van een of meer pagina’s, het zijn zelden vrouwen die deze ereplaatsen binnen het katern bezetten. Regelmatig moest ik doorbladeren tot aan de rubriek ‘Kort & goed (of niet)’ voordat ik de eerste vrouw tegenkwam. In de rubriek ‘Signalementen’ was de verhouding vaak 7-1. In goeie weken 6-2. Maar nooit, nooit eens andersom.Laat mij u tot slot verklappen dat de Volkskrant een keer een hele bijlage wijdde aan de geboortedag van Gerard Reve én eentje aan de mannelijke lezer. Verrassende keuzes.

5/6. Vrij Nederland en NRC Handelsblad

In de afgelopen 24 weken heeft Vrij Nederland 9 (negen) edities gehad zonder besproken vrouwen…  Bij alle kleinere redacties (De Groene, Het Parool, De Morgen en De Standaard) komt dat wel eens voor (geen excuus overigens, want omgekeerd hebben ze nooit edities zonder mannen), maar VN is de koning van de bowlingbaan met deze strikes. Ik hield het niet systematisch bij, maar durf mijn leesbril erom te verwedden dat ook de speciale avondjes discobowlen met de Grote Drie de club van VN verdomd goed af zouden gaan. Het aantal besproken vrouwen na 6 maanden is 26%. Bekijk je het per week, dan valt op dat met een kleine redactie de percentages nogal schommelen, en zodoende is VN ook het enig blad dat drie keer een nummer had met meer besproken vrouwen (67%). Ga ik nu iets aardigs zeggen? Ik kijk in mijn margarita en bedenk: niet zo een royale compensatie voor gemiddeld 93% mannelijke recensenten (zie hieronder).

ldv_grotedriebowlen

 

Ook bij NRC Handelsblad was slechts 26% van de besproken boeken van een vrouw. Tsja, wat moeten we zeggen over deze bijlage door en voor de leden van het geheime Karel van het Reve-adoratiegenootschap?

4. De Groene Amsterdammer is een matige middenmoter

Gemiddeld aandeel boeken geschreven door een vrouw: 28%. Maar gelijkmatig over de issues verdeeld is dat niet, meer dan de helft van de edities (13 van de 24) werd er geen of slechts één boek van een vrouwelijke auteur besproken: 6 van de 24 weken werd er geen enkel boek geschreven door een vrouw besproken, en nog eens zeven van de 24 weken slechts één.

3. De Standaard bleef in de plooi

Het was een terugkerende deceptie bij De Standaard: waren de vrouwen stevig vertegenwoordigd bij het schrijven van de kritieken (zie verderop), lieten ze het bij de vrouwelijke auteurs nogal eens afweten. Maar liefst drie keer stonden er nul vrouwen op de teller, nog eens drie keer bleef het percentage onder de 20%. Wel zat er drie keer een score in de 50’s tussen, maar gemiddeld schoot de mv-verdeling echter terug in de hardnekkige 70/30-plooi: 29% van de besproken auteurs was vrouw, wat betekent dat 71% man was.

2. De Morgen geeft minder dan ⅓ van de taart aan vrouwen

30% van de besproken boeken was van een vrouwelijke auteur. Opmerkelijk genoeg is De Morgen daarmee de een na hoogste wat betreft besproken vrouwen (terwijl ze zoals straks zal blijken de een na laatste zijn in het klassement wat betreft vrouwelijke recensenten). Dat is natuurlijk nogal relatief met die 30%. Bovendien zijn het vrijwel altijd kleinere recensies, of (nog kleinere) signalementen. En af en toe een groot (openings)stuk over een boek van een vrouw, met steevast een aantrekkelijke auteursfoto erbij.

1. En de winnaar is Trouw

Trouw leek vooral in de maanden april en mei het goede voorbeeld te gaan geven. De aantallen vrouwelijke schrijvers en mannelijke schrijvers lagen vaak niet ver uiteen, hoewel er toch altijd wel iets meer mannelijke schrijvers werden besproken. In het katern van 28 mei werden voor een keer meer vrouwelijke dan mannelijke schrijvers besproken (12-9) door bovendien meer vrouwelijke recensenten dan mannelijke (11-8). Trouw bewees daarmee: het kan dus gewoon wel — maar dit was in deze gehele periode #lekkertellen wel het enige bewijsstuk dat ik hiervan verzamelde.Helaas zakte het dagblad daarna af met als dieptepunt de bijlage van 25 juni waarin, afgezien van twee (!) signalementen maar 1 boek van een vrouwelijk auteur werd besproken. De verdeling onder de besproken auteurs kwam zo in totaal uit op 63% man en 37% vrouw.

B. Percentage / aantallen vrouwelijke critici in de boekenbijlages

Nog een handzame grafiek

LdV_lekkertellen24_rec

Uitleg bij de handzame grafiek

8. Vrij Nederland negeert dapper de 21e eeuw

De hekkensluiter is Vrij Nederland. Uithoudingsvermogen kun je ze niet ontzeggen, want Carel Peeters zit er al sinds 1973 (negentiendrieënzeventig) en die tovert nog steeds elke week getrouw één of meerdere boeken van mannen achter zijn oor vandaan. Omdat de bijlage zo klein is en ook Jeroen Vullings als vaste medewerker heeft, bungelde VN consequent onderaan het lijstje. Gedurende de gehele #lekkertellen-periode bevatte het tijdschrift gemiddeld 93% mannelijke recensenten. In 19 van de 23 nummers schreef geen enkele vrouw over literatuur.

7. De Morgen is uit evenwicht

Interessant: De Morgen bespreekt relatief veel vrouwelijke auteurs, maar slechts 13% van de bijdragen werd door vrouwen geschreven. Ik schrijf expres ‘bijdragen’, omdat het hier niet alleen over recensies gaat. Het leeuwendeel van deze werd ingevlogen voor de rubriek op de achterkant van de boekenbijlage, waarin een schrijver wordt gevraagd iets te vertellen over een bewonderde andere schrijver. Of vrouwen schreven de kleinere recensies. 16 van de 24 weken was geen enkel of slechts één stuk van de hand van een vrouw. Feels like 1973 to me. De Morgen zit in hetzelfde concern als de Volkskrant, en neemt zeer regelmatig stukken van ze over voor hun boekenbijlage, steevast stukken van de hand van een man. Kan dat anders, vraag ik mij dan af. Wat zich hier wreekt, is dat bij de Volkskrant vrouwen óók in de regel niet de grote stukken schrijven. Dat probleem is groter dan De Morgen alleen, zoals we ook zullen zien bij de volgende publicatie in dit rijtje.

6. Het Parool blijft een mannenreservaat

Deze bijage is vrij consequent: alleen week 17 was een glorieuze uitschieter met 57% besprekende vrouwen, maar verder zit de boekenbijlage trouw rond het droevige gemiddelde van 76% besprekende mannen en 24% vrouwen. Verder doet Het Parool aan strikte arbeidsdeling: vrouwen schrijven voornamelijk kleinere recensies over poëzie en kinderboeken, de mannen doen de grotere artikelen over alle overige genres. En nu is de  kinderboekenrubriek sinds kort ook nog opgeheven, dus de vraag is of Het Parool de komende tijd af zal zakken richting Vrij Nederland-percentages — of zullen ze wat betreft de genderverhoudingen eindelijk door hun puberteit heengroeien richting volwassenheid? Het blijft spannend.

5. Groei in De Groene?

Bij De Groene was het gemiddeld aandeel schrijvende vrouwen 29%. Vijf van de 24 weken schreef er geen enkele vrouw voor de Groene. Er was niet één week waarin er meer vrouwen dan mannen boeken recenseerden; zes edities hebben een 50/50-verdeling. Zulke uitschieters (dan weer nul, dan weer 50/50) krijg je natuurlijk al snel binnen zo’n klein katern, maar het blijft jammer dat de 50/50 nooit overschreden wordt. Hoeraatje: wel nieuwe vrouwelijke critici gespot de afgelopen maanden, en ze gaven mijn leesbril de ruimte.

4. NRC lijkt ook koers te wijzigen…

In het midden van het klassement de NRC, krant voor gepensioneerde artsen en anderen. Dat heeft een van de grootste bijlagen die ik heb geteld en 30% van de recensies werd door een vrouw geschreven. De krant kreeg er in de eerste editie van #lekkertellen meteen flink van langs: ik had nogal wat rode wijn nodig om de treurige getallen weg te spoelen: 7% van de recensies waren van een vrouw. Dra gloorde er hoop: er doken recensies op van nieuwe critici, onder meer de auteurs Roos van Rijswijk en Shira Keller. Ook Niña Weijers kreeg de ruimte: zij mocht Chris Kraus interviewen. En: NRC sloeg zelf aan het #lekkertellen (zie dit artikel over literaire prijzen) en wijdde een stuk aan de vraag wat er zou veranderen als meer vrouwelijke critici zouden zijn. Wel nog met de nadruk op “zou”: vooralsnog bleven de heren week na week ruimschoots in de meerderheid. Dat komt ook omdat het non-fictiedeel van de bijlage grotendeels door heren wordt volgepend.

3. de Volkskrant doet u de groeten

Bij de Volkskrant was twee derde (67%) van de recensenten man en één derde (33%) vrouw. Wat wel mooi is: de Volkskrant heeft in een boekenbijlage nooit minder dan drie vrouwelijke recensenten gehad. Nou ja, mooi… Andersom waren er per bijlage nooit minder dan acht mannelijke recensenten, die bovendien bijna altijd grotere stukken schreven dan de vrouwen.

2. Trouw: niet bang voor evenwicht

Trouw geeft het goede voorbeeld (het rijmt niet voor niets op ‘vrouw’, merkte ik al eerder op) en zit wat betreft recensenten bijijijna op 50-50: over de hele periode genomen 54% man en 46% vrouw. Bovendien zat Trouw geen enkele keer onder 30% vrouwelijke recensenten, een percentage dat andere kranten met moeite halen als maximum!

1. De Winnaar: De Standaard!

Maar de meest gelijkwaardige verhouding vinden we bij De Standaard: 53% van de recensenten is man, 47% is vrouw. Die verdeling was geen wekelijkse wetmatigheid, de fluctuaties waren groot. Zo was er een week waarin de hele bijlage werd volgeschreven door mannen, maar daar stonden dan weer zes weken tegenover waarin de vertrouwde 70/30-verhouding in het voordeel van de vrouwelijke critici uitviel. De Standaard der Letteren werd dan ook gaandeweg dit semester mijn hoop in bange dagen: in deze boekenbijlage bleek het geen uitzondering dat een vrouwelijke recensent als Kathy Mathys of Marijke Arijs het openingsstuk schrijft, en meer dan eens turfde ik meer dan twee grote stukken van vrouwelijke hand – bijvoorbeeld van Maria Vlaar, Veerle Beel, Vanessa Joosen of Katrien Steyaert – achter elkaar.

 

Advertenties