Seks, macht en misbruik in literatuur: #nietzolekkertellen week 23

De week in cijfers

#lekkertellen week 25 (23)

Lieve lezeressen en lezers!

Was ik vorige week op zoek naar emoties, kwam ik zonder het vooraf te vermoeden uit bij seks. Deze week wilde ik het hebben over de manier waarop de boekenbijlages over seks schrijven, maar dat bleek een wat naïeve keuze. Het gaat dan al snel (alhoewel niet uitsluitend) over wat in onze samenleving nog altijd taboe is: seksueel geweld, incest. U treft mij dus in een ernstige bui deze week.

Vooraf dit: als het over dit precaire onderwerp gaat, leeft er vaak een nogal positieve kijk op de rol van de literatuur. Literatuur zou helpen om stem te geven aan dat wat anders stemloos zou blijven. Daar heb ik soms zo mijn twijfels bij. We raken hier aan de moeilijke vraag: wat is de verhouding tussen enerzijds esthetische vormgeving (al dan niet in een verhaal) en anderzijds dat wat traumatisch is? En dan heb ik het niet alleen over traumatisch op het niveau van het individu, maar op het niveau van een samenleving. Zoiets complex laat zich vaak niet eenvoudig met een verhaal of in esthetische vorm “rond” maken.

Kortom: een verhaal vertellen wordt vaak gezien als manier om het slachtoffer “stem” te geven, om iets dat in de taboesfeer zat kenbaar te maken. En die functie kan een verhaal zeker hebben. Maar het lastige is dat een verhaal ook “rondheid” suggereert: als iets dat zich laat vangen door een begin, midden en een einde. En het is precies die precaire spanning die de rol van kunst vaak zo lastig maakt, want verhalen (of, in bredere zin, vormen van esthetisering) kunnen juist ook problemen verhullen. Omdat alles wat niet “in” de verhaalvorm of het esthetische beeld past, alles wat er onaf en rafelig aan is, zo onzichtbaar dreigt te worden.

Ik begon hierover te denken door De Morgen, die gekozen heeft voor een ingewikkeld coverbeeld, dat gaandeweg de boekenbijlage een steeds sterkere associatie krijgt. Laten we bij het begin beginnen. ‘Het tijdperk van de vaders is afgelopen’, koppen witte letters in een groot zwart vlak, die de aandacht trekken nog voordat mijn oog valt op de billen en rug van een mannenlichaam. Door een streep licht steekt het naakte lijf af tegen een bakstenen muur, die onwillekeurig associaties oproept met een kelder. Benen en hoofd zijn onzichtbaar in het duister. Waar gaat die hand naartoe, vraag ik me af? Wie of wat bevindt zich daar in het donker? De foto blijkt van de Vlaamse fotografe Alessandra Ruyten, die de polaroid op haar Facebook-pagina heeft geplaatst met het bijschrift ‘a friend in the dark’. Een titel die iets lugubers krijgt wanneer je ziet op welk boek het omslagbeeld in eerste instantie betrekking heeft: ‘Franse succesauteur Christine Angot schrijft incestverleden van zich af’. Plotsklaps krijgt de erotische polaroid van Ruyten connotaties van seksueel misbruik, dat door de kop in een vloeiende beweging aan ‘vaders’ wordt gekoppeld. De Morgen kiest er dus voor om een delicaat onderwerp te esthetiseren middels één beeld.

 

In Een onmogelijke liefde wordt er echter iets veel moeilijkers over incest gezegd dan vage suggesties met een kelder. In het boek onderzoek Angot het vernietigende effect van de incest door de vader: ‘[D]e incest van de vader is meer dan een seksuele daad. Het is ook een brutale, sociale agressie, die de idylle tussen moeder en dochter verstoort.’ Dan volgt de uitleg van het citaat dat De Morgen als streamer koos. Angot stelt dat in de jaren ‘50 en ‘60 de autoriteit van de vader onbetwist was: ‘Het is duidelijk dat we dit achter ons hebben gelaten. Het zijn de moeders die nu steeds meer de trom roeren.’

In de recensie van Kind van alle landen van Irmgard Keun door Christophe Vekeman blijven we bij de destructieve vaderfiguur, die gewelddadig is ten aanzien van zichzelf, zijn vrouw en zijn dochter. Uiteindelijk draait alles dan ook om hem: Kind van alle landen gaat ‘in weerwil van de perkeloze vrijheid die spreekt uit de titel, over drie mensen die onontkoombaar gevangen zitten: vrouw en dochter in de ketens waaruit de gezinsband bestaat, vader in de zeer duistere kerker van zijn eigen karakter.’ De insteek van de bespreking is echter niet zozeer de roman zelf, als wel de affaire die Keun in 1936 begon met Joseph Roth, een man die sterke gelijkenissen zou vertonen met de vaderfiguur van het 10-jarige hoofdpersonage uit haar boek. Zowel Arnon Grunberg in zijn voorwoord als Christoph Buchwald in zijn nawoord besteden aandacht aan deze relatie — en dat is begrijpelijk gezien de status van Roth, maar hiermee wordt opnieuw het verhaal van de vrouw gelegitimeerd via de band die zij met een beroemde auteur-annex-vaderfiguur had.

Het koord tussen seks, macht en misbruik wordt nog wat strakker aangetrokken in het signalement van de thriller Pluk een roos van M.J. Arlidge (m). De hoofdpersoon uit de boeken van Arlidge, de inspecteur Helen Grace, is ‘misbruikt in haar jeugd’ en laat zich ‘in haar vrije tijd vrijwillig afranselen door haar minnaar’. In deze editie maakt Grace ‘jacht op een seriemoordenaar die jonge vrouwen in een kelder opsluit’.

De seks in De Morgen draait deze week dus om de desastreuze psychologische gevolgen die de mannelijke seksualiteit voor vrouwen kan hebben, en per bovengenoemde recensie krijgt het coverbeeld een sterkere betekenis: Angot die het gevolg van incest op de moeder-dochterband onderzoekt, Keun die haar affaire met een schrijver verwerkt in een destructieve vaderfiguur en de schadelijke effecten op een kind, en de mannelijke schrijver die een verknipte vrouwenfiguur construeert die vroeger misbruikt is en nu een voorkeur heeft voor sm.

Over ingewikkelde covers gesproken: ‘Alleen al de omstreden cover maakt beducht, de foto van een ogenschijnlijk gepijnigde man. Portret uit de reeks ‘Orgiastic man’ van de Amerikaanse fotograaf Peter Hujar, die in 1969 mannen vastlegde — niet in pijn maar tijdens hun hoogtepunt. Het is schrijfster Hanya Yanagihara (VS, 1975) zelf die de foto erdoor drukt, niet als directe representatie van een van haar hoofdpersonen maar als beeld dat volgens haar veel, zo niet alles zegt over Een klein leven. Pijn en orgasme – een must read?’ Aldus Marjolein Cocq, als enige schrijvende vrouw, in Het Parool. Haar conclusie is dat het boek een must read is. Het boek is onder luid gejuich onthaald omdat het geen moeilijk onderwerp zou schuwen, maar precies hier vraag ik mij af of lege woorden als “mooi”, “prachtig” en “must read” die voortdurend vallen als het om dit boek gaat, niet precies van die one size fits all esthetische categorieën zijn waarachter de werkelijke pijn kan verdwijnen. Waardoor de consumptie van zo’n boek als pageturner een hele nare bijsmaak krijgt.

In Trouw gaat het in drie van de besproken boeken over seks en ook hier zijn in alle drie de gevallen de vrouwen objecten met wie de mannen hun nogal onaangename wil doen. In Richard Hemkers Hoogmoed beperkt de hoofdpersoon zich nog tot het ‘verlegen bepotelen’ van jonge vrouwen op zijn twijfelaar. Maar van alle bijvoeglijke naamwoorden waarmee hij die vrouwen beschrijft (verveelde, onverklaarbaar transpirerende, merkwaardig devote, overrompelend of ontnuchterend opgewonden, kribbige, al te stille, praatzieke, magere, mollige, onverschillige, overweldigende) is er niet één onverdeeld positief.

We zijn nog niet aan het einde van de relatie tusse seks, macht en geweld die we in de boekenbijlages aantreffen. In het non-fictieboek De barones en de dominee van Wim Coster heeft de getrouwde dominee Johannes van Rijn zijn 23-jarige minnares Jeannette Pruimers ‘als een overjarige loverboy’ helemaal in zijn greep. Nog griezeliger wordt het in Sergeant Bertrand van Aleksandr Skorobogatov. De schrijver liet zich voor dit boek inspireren op het waargebeurde verhaal van François Bertrand die in de negentiende eeuw de lijken van vrouwen opgroef om er seks mee te hebben. ‘Het genot in het samenzijn met een levende vrouw is niets vergeleken met dit genot,’ zei hij erover. Hoofdpersoon Nikolaj in Sergeant Bertrand is obsessief jaloers. Als hij denkt dat zijn vriendin is vreemdgegaan, loopt het uit op geweld. ‘Alleen met geweld kan Nikolaj zijn pijn de baas’, schrijft recensent Annemarié van Niekerk. Skorobogatov speelt in dit boek volgens haar met de even ‘verleidelijke als afstotelijke band tussen erotiek en geweld’. Interessant detail: hoewel het in dit boek gaat over Nikolajs ondraaglijke jaloezie, staat boven de recensie de kop: ‘Vera’s schoonheid is ondraaglijk’. Zo ligt de schuld voor het geweld toch een beetje bij de vrouw.

Dan, de laatste seks & geweld-bespreking: in Vrij Nederland recenseert Jeroen Vullings De Meisjes van Emma Cline. Ook in dit boek is seksualiteit een kernthema (iets waar in de bespreking van dit boek in De Groene deze week opmerkelijk genoeg geen woord aan gewijd werd). Of beter gezegd, dit boek richt zich op (citaat Vullings:) ‘universele thematiek: wat meisjes beweegt, in de fase van hun bestaan waarin weinig zeker is’. De meisjeservaring als zonder meer universeel, dat verwarmt mijn hart! Maar goed, terug naar ons onderwerp. Evie Boyd, de hoofdpersoon van De Meisjes blikt terug op 1969, toen ze zich als veertienjarige aansloot bij een sekte (die in vorm en inhoud enorm doet denken aan the Family, de moordende sekte rond Charles Manson). ‘Ze was een ideale prooi, een onzeker meisje dat net de bons had gekregen van haar beste vriendin, en dat in de greep van de hormonen hongerig aanliep achter de oudere broer van die vriendin. Haar nestverlatende vader hield het met een meisje van in de twintig; haar moeder ging na de scheiding onselectief op mannenjacht en hield zich verder vooral onledig met macrobiotische kuren en ­spirituele zelfzoekerij.’

De sekte waar Evie zich bij aansluit bestaat behalve uit de sekteleider vooral uit tiener- meisjes en jonge vrouwen, die seksueel gezien allemaal ‘van hem’ zijn. Vullings: ‘Seks is het wapen van dit roofdier tot verdeel en heers en ook de minderjarige Evie zal deel gaan uitmaken van zijn harem.’ Opvallend is hier hoe de focus ligt op de sekteleider als ‘roofdier’. Wat Evie, beweegt om zich bij de sekte aan te sluiten, daar gaat Vullings opvallend weinig op in. Hij beschrijft dus (zie citaat boven) haar omstandigheden, maar ingaan op de psychologische complexiteit die Cline probeert neer te zetten, werkelijk gefocaliseerd vanuit Evie, dat komt er niet van. Vorige week stond er in De Morgen een uitgebreid artikel over De Meisjes, plus een interview met Emma Cline, en daar was dat heel anders. De schrijfster vertelt in dat interview hoe ze in haar roman heeft geprobeerd weer te geven hoe wreed jonge meisjes kunnen zijn, ten opzichte van elkaar én van zichzelf. Hoe ze zichzelf plaatsen in seksueel gevaarlijke en gewelddadige situaties – dat ze zelf handelen, maar dat het misplaatst zou zijn om ze niet toch als slachtoffer van die gewelddadige situaties te zien.

Het mannelijke perspectief

Viel er ook nog iets mannelijke seksualiteit te lezen zónder dat er direct geweld mee gemoeid was? Marc Reynebeau schrijft in De Standaard over Pallieter, de eerste grote roman van Felix Timmermans (1886-1947): ‘In de Netevallei beleeft hij [hoofdpersonage Pallieter] de schepping volop als een ecologische en antiburgerlijke utopie, ook seksueel (“onvoorziene liefde smokt het best”). Hij krijgt er nooit genoeg van: “O, aarde mè a duzend borste! wannier zulde ma verzadige? noot ni!” Zijn vitalistische elan is zelfs letterlijk te nemen: zijn vrouw Marieke bevalt van een drieling. Aan het eind trekt hij met zijn gezin in een huifkar ‘de wijde wereld’ in (en neemt hij zich voor om zijn meid ‘mè ne neger’ te doen trouwen).’ Goed, we zijn hier dus op utopisch terrein beland, maar helaas: over het vrouwelijk perspectief in deze ‘utopie’ krijgen we niets te lezen, laat staan over de meningen van de vrouwelijke personages op het gebied van seks. Het citaat over ‘duzend borste’ was daarentegen blijkbaar zo inspirerend dat het de kop van het artikel werd.

Dat wegvallen van vrouwelijke perspectieven komen we ook tegen in De Standaard vertelt Astrid Roemer in een interview met Maria Vlaar vertelt dat mannen vaak over liefde en seks willen horen, maar dan wel maar over één soort: ‘Laatst werd ze geïnterviewd door een Surinaamse man die alleen maar wilde spreken over haar liefde voor Bill, haar zwarte Surinaamse minnaar over wie ze uitgebreid schrijft in Liefde in tijden van gebrek. Over de andere twee liefdes – met een zwarte Surinaamse vrouw, en met een Nederlandse blanke vrouw – wilde hij niets horen. Dat paste niet in zijn plaatje.’

Alleen heteroseksualiteit dus? Gelukkig niet alleen maar: in de Volkskrant een zweem van seks in de bespreking (door Edwin Krijgsman) van twee Italiaanse romans over homoseksualiteit: Gescheiden kamers, van de in 1991 aan aids overleden Pier Vittorio Tondelli en Schittering van Margaret Mazzantini  die schrijft over de verboden liefde tussen Guido en Costantino.

Kan het dan écht anders?

In de Volkskrant: trof ik een bespreking door Arjan Peters van de vertaalde Geheime gedichten van Guillaume Apollinaire. ‘Hij bezingt haar complete lichaam, tot en met de wenkbrauwen (bescheiden riethalmen) en wimpers (voelsprieten van genot). Zelfs roept hij ‘o okselbosjes’! Het vrouwelijk lichaam volledig geaccepteerd en geliefd, en niet eerst en vooral de vrouw als iemand waar een man zijn seksuele neurosen op mag uitleven — na alle voorgaande ellende is het zo’n opluchting dat ik het haast niet geloven kan. Maar het kan dus echt.

Advertenties