De Vrouw als Lyrisch Subject: #lekkertellen week 20

Lieve lezeressen en lezers,

Maar liefst drie grote opstekers voor vrouwelijke auteurs, afgelopen week! Eerst won Esther Verhoef de Gouden Strop. Zij is daarmee de derde vrouwelijke winnaar van deze prijs in 30 jaar — des te opmerkelijker omdat het genre ‘literaire thriller’ door vrouwelijke auteurs wordt gedomineerd, zoals we vorige week nog in deze rubriek zagen. Om haar bekroning luister bij te zetten licht ik graag de observatie uit die Verhoef in NRC deed: ‘Het is opvallend dat meer vrouwen de prijzen winnen. Dat komt denk ik doordat er discussies worden gevoerd over de toekenning tot nu toe, niet omdat vrouwen opeens beter zijn gaan schrijven.’ Zie ook mijn analyse van literaire prijzen hier.

Daarna ontving Fleur de Weerd de Bob den Uyl Prijs voor Het land dat maar niet wil lukken, het verslag van ‘een reis door het grillige Oekraïne’. Mijn hart maakte een sprongetje bij het nieuws, want is het journalistieke of literaire reisboek niet een bij uitstek masculien genre? Waren er ook van de vijf genomineerden nog eens drie vrouw: naast de bekroonde De Weerd: Laura Starink en Sandra Smallenburg.

De toch al zo mooie week kon niet meer stuk toen Hagar Peeters gisteravond als eerste vrouw de Fintro Literatuurprijs won voor haar debuutroman Malva. In Malva vertelt Peeters het verhaal van de verzwegen dochter van de Chileense dichter Pablo Neruda. Het meisje werd geboren met een waterhoofd en op 2-jarige leefttijd door haar vader naar Nederland verbannen, waar ze overleed toen ze 8 was. De ruimte die Peeters haar als volwaardig personage geeft, kon rekenen op de waardering van de jury. Maar hoe serieus wordt de vrouw als subject in de boekenbijlagen genomen? Kijkt u even mee?

  1. De cijfers

  1. De Vrouw Als Volwaardig Personage & Lyrisch Subject

De rups die een vlinder moet worden

In De Groene Amsterdammer bespreekt Piet Gerbrandy de bundel Kalfsvlies van Marieke Rijneveld, waarin het centrale subject een pubermeisje is. Volgens Gerbrandy is de bundel een ‘ongaar product’ en waar ligt dat aan? ‘Het probleem is (…) dat ze het ontpoppen van rups tot vlinder tegen elke prijs wil uitstellen.’ Gerbrandy erkent weliswaar dat er in de bundel wezenlijke zaken aan bod komen, maar het lijkt langs hem heen te gaan dat die zaken (het zich niet thuis voelen in het eigen lichaam, een ‘vruchteloze erotiek’) wel eens fundamenteel verbonden zouden kunnen zijn aan het rups- en niet vlinder-wezen. Kortom, Gerbrandy weet zich niet goed raad met het toekennen van intrinsieke waarde aan het pubermeisje als lyrisch subject. Het ‘op zichzelf gerichte meisje’ moet eerst een volwassen vrouw worden. Maar wacht: hanteert Gerbrandy hier een dubbele standaard? Een onvolwassen en ongepolijste jongeman hoeft dat van de criticus namelijk niet. Case in point is Gerbrandy’s waardering voor de ‘bijna kokette lamlendigheid van onvervalste Sturm und Drang’ van Maarten van der Graaff. Diens bundel Dood werk wordt voorafgegaan door een motto van Chris Kraus: ‘I want to make the world more interesting than my problems. Therefore I have to make my problems social.’ Blijkbaar lukt het Gerbrandy niet om in te zien dat de problemen van meisjes en vrouwen net zo sociaal en ook net zo politiek zijn als die van jongens en mannen.

Chris Kraus

De naam is gevallen: Chris Kraus. Bij het openen van het boekenkatern van NRC Handelsblad trok ik dit weekend maar eens een lekker koele fles chardonnay open: een (bijna) volle spread voor een interview met Kraus, die door interviewer Niña Weijers goed wordt ingeleid en de ruimte krijgt om haar punt te maken. Kraus schrijft precies over het thema van deze week: de mogelijkheid van een vrouwelijke subjectpositie. Ze spreekt onder meer over de roman als radicaal zelfonderzoek en de aard van haar feminisme (dat helemaal niet aansloot bij het Amerikaanse academisch feminisme van de jaren 90). Kraus is scherp als ze opmerkt dat de schrijfopleidingen in Amerika vooral apolitieke literatuur voortbrengen en dat de literatuur en kunsten ‘een groot diversiteitprobleem’ hebben, ‘niet alleen wat etniciteit, maar ook wat klasse betreft’.

Als bonus zocht ik er een citaatje uit I love Dick voor u bij

The “serious” contemporary hetero-male novel is a thinly veiled Story of Me, as voraciously consumptive as all of patriarchy. While the hero/anti-hero explicitly is the author, everybody else is reduced to characters.

Ook in De Standaard anderhalve pagina voor een interview met Kraus, hier met Jelle Van Riet. Het lijkt een reactie op de recensie van Vekeman in De Morgen, vorige week: ‘Nog altijd verdeelt I love Dick de lezers in haters en bewonderaars. De eersten noemen het boek een in narcisme en bitter zelfbeklag gedrenkt egodocument, de laatsten een superintelligente parodie daarop. Onder die laatsten (dit kamp is zeer in opmars) Rachel Kushner en Emily Gould, en dichter bij huis Niña Weijers, Saskia de Coster en ondergetekende [Jelle van Riet dus, LdV].’

Kraus verzet zich tegen de neoliberale imperatief dat elk individu verantwoordelijk is voor eigen geluk en pech en wil juist het systeem waarin de menselijke mislukkingen zijn ingebed analyseren. Dezelfde kritiek op de eigen verantwoordelijkheid voor succes – ‘Niet tevreden over je werk of je relatie? Doe er iets aan!’ – is een pagina verderop te lezen in een bespreking van Het verschil van Anja Meulenbelt, die de illusie van het ‘keuzefeminisme’ betreurt. Net als Kraus ziet Meulenbelt hoe de maatschappelijke constellatie vrouwen nog altijd beteugelt: ‘Of je als vrouw thuisblijft voor de kinderen en het huishouden of de combinatie maakt, hangt in grote mate af van de man met wie je samenleeft. En hoe vertimmer je zo snel een man die vindt dat zijn prioriteiten buitenshuis liggen?’

De lichaamstaal van een oude vrouw

We zagen al dat een pubermeisje als lyrisch subject blijkbaar lastig te slikken is, maar men lijkt ook niet te weten wat men aan moet met een vrouw op leeftijd. De vrouw die deze week het hardst moet vechten om een volwaardige subjectpositie is Henriette Boas (1911-2001), de excentrieke joodse intellectueel over wie Pauline Micheels een biografie schreef. In weerwil van het boekwerk (288 p.) beoordeelt Michel Krielaars – hij geeft het zelf toe – Boas in NRC direct op haar uiterlijk: ‘Die lichaamstaal is bepalend voor je eindoordeel over deze intrigerende vrouw, die er op latere leeftijd uitzag als een zwerfster […].’ Dat correspondeert niet alleen totaal niet met de foto die is bijgevoegd (daarop zien we een uiterst stijlvolle oude vrouw met kritische blik), maar getuigt vooral van Krielaars’ misogyne blik. Wie is die ‘je’, trouwens?

unnamed

De biografie had volgens hem vooral een ‘scheutje Freud’ kunnen gebruiken, want dat was ‘verhelderend’ geweest, en ‘niet alleen’ voor het ontbreken van een relaas over ‘een eventuele liefde’. Verlangt Krielaars naar een scheutje sappigheid of had hij het karakter van analysant Boas (een intellectuele vrouw, gefrustreerd om het niet kunnen verwerven van een positie – nou moe) graag gediagnosticeerd gezien?

Gemarginaliseerd = onrealistisch

Toef Jaeger wordt in NRC een beetje moe van de roman Zonder land van Lauwrence Hill, die naar haar smaak wel érg geëngageerd is. Jaeger kan ‘een zwarte, lesbische, gehandicapte journaliste’ niet anders opvatten dan een bordkartonnen token karakter. Dat dit personage ‘natuurlijk door haar baas wordt gedwarsboomd [mijn cursivering, LdV]’ vindt ze blijkbaar overdreven, mij lijkt dat eerder realistisch. Of de journaliste verder in de roman ook een interessant personage is, komen we helaas niet te weten.

Worst Offender: De Morgen

De hoogste graad van respectloosheid trof ik aan in het boekenkatern van De Morgen. Op de voorkant staat een foto van een jonge Connie Palmen met daaronder de naar I.M. verwijzende weerzinwekkende kop: ‘Hoe de sluitspier van Connie Palmen de Nederlandse literatuur openrekte.’ Voor de achterkant van het katern selecteerde de schrijver Marnix Peeters een fragment uit het ‘enerverende en verleidelijke’ Openbaar leven van A. Moonen. Ik maak daaruit op dat de vrouwen uit het werk van Moonen allerminst volwaardige personages zijn, maar ‘hoeren’ waaruit een ‘smachtend gezoem’ klinkt zodra je in hun ‘bh knijpt’, ‘niet moeilijk mee te krijgen’, ‘lingeriebevuilsters’ waarin je je ‘onbeheerste lul’ kan ‘toestoten’. Zowel op de voorkant als op de achterkant kwaadaardig proza en daartussen geen enkele recensie door een vrouw, aandacht voor Connie Palmen als publiek figuur, en verderop nog drie stukjes waarin Connie Palmen, Hagar Peeters en Inge Schilperoord zelf hun voor de Fintro Literatuurprijs genomineerde romans mogen analyseren. Alsof iemand anders het niet kon opbrengen.

Over vrouwen als hoeren gesproken: in De Standaard krijgen we via Mark Cloostermans’ bespreking een inkijkje in de roman ‘t Jagthuys van Merijn de Boer. ‘Als Vera, een prostituee gespecialiseerd in gehandicapten, tijdens haar werk Binnert ontmoet, ziet ze meteen dat hij een buitenkansje is, een klein beetje fysiek gehandicapt, maar “een man met het verstand van een professor en het lichaam van een bouwvakker”.’ De professor die de hoer uitlegt hoe het zit, dat lijkt ongeveer de relatie tussen Binnert en Vera.

Maar het kan ook anders

De Standaard publiceert een theatermonoloog van Stefan Hertmans. In Antigone in Molenbeek verplaatst hij zich in Nouria, de zus van een omgekomen geradicaliseerde jongen. Nouria neemt de gespleten positie in van een vrouw met een been in de westerse en een been in de Arabische leefwereld: ze studeert Rechten in Brussel en is trots op haar Belgisch paspoort, maar denkt ook met liefde terug aan haar broer, die zichzelf waarschijnlijk heeft opgeblazen bij een aanslag. Zeer lezenswaardig.

Colm Toibin zegt in een interview met Hans Bouman in de Volkskrant interessante dingen over schrijven vanuit vrouwelijk perspectief. Iets wat hij deed in zowel zijn roman Brooklyn als Nora. Als jongetje luisterde hij naar de gesprekken van zijn moeder met zijn tantes, en van zijn zussen met hun vriendinnen: ‘Vrouwelijke spraakpatronen zijn mij vertrouwd en ik voel mij bij het schrijven dikwijls aangetrokken tot vrouwelijke personages.’ Ook zijn visie op de heilige maagd is verfrissend: ‘Toibins Maria is een stugge, verbitterde vrouw die ernstige twijfels heeft over de ideeën en handelingen van haar zoon en diens volgelingen eigenlijk maar een enigszins mallotig gezelschap vindt.’

  1. Uitglijders en Opstekers

↓  Nigerianen zijn afzetters van nature

In NRC Handelsblad bespreekt Koert Lindijer een boek over zwendel en corruptie in Nigeria (This Present Darkness van Stephen Ellis). Kritiekloos haalt hij in zijn inleiding Colin Powell aan die ‘Nigerianen eens “fantastische afzetters” [noemde]. “Het zit van nature in hun cultuur”, meende hij.’ Een racistische opmerking die een heel volk tot afzetters reduceert, terwijl geopolitieke omstandigheden comfortabel achterwege worden gelaten. Lekker begin voor een stuk over een boek waarin ‘cultuur en geschiedenis’ van de georganiseerde misdaad in Nigeria centraal staan.

God niet meegerekend

In de literaire kroniek steekt Carel Peeters de loftrompet over Siegfried Woldhek, de ‘veelzijdige en inventieve’ tekenaar die al veertig jaar voor Vrij Nederland schrijverstekeningen maakt. Mijn bloedspiegel steekt aanzienlijk bij de opsomming die volgt, van de andere tekenaars en de literaire grootheden die door Woldhek geportretteerd werden: Truman Capote, Jelle Brandt Corstius, Cees Nooteboom, Adriaan van Dis en tel zo maar mannetjes door – vergeet zeker niet om bij de Grote Drie te blijven haperen. Ik tel – Woldhek zelf én God niet meegerekend – drieëntwintig mannen in deze literaire kroniek. Geen enkele vrouw.

↓  Hengstenbal

Dieptepunt in Trouw vormde de recensie plus verklarend kader van Jaap Goedegebuure van de Nederlandse vertaling van de autobiografie van dadaïst Hugo Ball. In het stuk werd verwezen naar Karel de Grote en Maarten Luther, in het kader naar Dionysius Aeoropagus, Tristan Tzara, Theo van Doesburg, Otto van Rees, Paul van Ostaijen en Lucebert. Geen vrouwennaam te bekennen. Klaarblijkelijk was het bij de dada-beweging en degenen die zich erdoor lieten inspireren puur een hengstenbal.

Omgekeerde verhoudingen in De Standaard en een doorbraak voor De Groene!

De Standaard bereikt deze week een totaal van 65% vrouwen! In dit geval maakt een literaire prijs voor vrouwen dus toch het verschil: er worden 6 vrouwelijke auteurs besproken in het kader van de Bailey’s Women Prize for Fiction. De meerderheid van de recensenten in De Standaard is deze week eveneens vrouw. Ook de Groene doet het goed deze week wat de verhoudingen betreft, keurig fifty-fifty. Volhouden!

Advertenties