Mansplaining in topvorm: hoe mannen over mannen schrijven

Lieve Lezers!

Ldv_lekkertellen17_voetbal

Cijfers zeggen veel, maar letters ook. #lekkertellen (week 17 inmiddels) zit daarom voortaan in een iets ander jasje: eerst (1) de week in cijfers, dan (2) een rode draad in álle boekenbijlages. Deze week is dat  het thema: hoe mannen over mannen schrijven. Dan (3) de vaste afsluiter: overzichtje hoogte- en dieptepunten, want de boekenbijlages blijven ons natuurlijk verrassen…

  1. De week in cijfers

De Lezeres strooit nu al enkele weken as over het hoofd als ze de Volkskrant leest: 24% voor de vrouwelijke auteurs en als we het omrekenen naar kolomruimte komen we rond 15% uit. O Wilma where art thou? (Wel grappig: in diezelfde Volkskrant een heel stuk over hoe ergerlijk ‘t is dat er tegenwoordig zoveel vrouwen gezichtsloos, want met hun rug, op een romancover staan – jaja Volkskrant, vrouwen gezichtsloos maken, het is inderdaad bijzonder ergerlijk).  Ik rekende ook eens de stand na 17 weken #lekkertellen voor tijdschriften Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer uit. Welnu: tot op heden heeft De Groene 26% van haar stukken besteed aan vrouwelijke auteurs en Vrij Nederland 25% – en dat maakt ze tot katernen die onderaan het klassement bungelen, samen met Het Parool en de Volkskrant.  De Morgen stelde deze week eindelijk een keer niet teleur, helemaal als ik de zeven signalementen niet meereken: 33% vrouwelijke recensenten en – let op – 50% vrouwelijke auteurs! Inclusief de signalementen kom ik op 38% besproken vrouwen. Uitschieter naar boven is deze week De Standaard. Als middenmoters blijven Trouw en NRC rond de 30% steken.

  1. Het thema van de week: mannen over mannen

Deze week vroeg de Lezeres zich af: hoe schrijven mannen over mannen?  Wat opvalt: heel vaak verwijzen mannen alleen maar naar andere mannelijke kunstenaars/schrijvers. En o ja, sport & sportmetaforen.

De canon is gevuld met mannen…

Hans Cottyn (De Standaard der Letteren) oppert dat je ‘een geschiedenis van de wereldliteratuur zou kunnen schrijven aan de hand van nee-zeggers’ en natuurlijk zijn het uitsluitend mannen die weigeren, afwijzen, koppig zijn: Oblomov, Ralph Ellisons ‘onzichtbare man’ en de weduwnaar in Veronesi’s Kalme chaos.

In Vrij Nederland vroeg Rob Schouten zich af ‘Waarom vrouwen van Murakami houden’, want ‘vooral bij zijn westerse lezeressen maakt hij zich mateloos populair met zijn wegwijzigingen naar persoonlijke vrijheid’. In de vijfeneenhalve pagina die hij voor deze vraag uittrekt, komen enkel mannen langs (Ian Buruma, Charles Dickens, Georges Bataille, Arnon Grunberg, de Beatles, Kafka, Bach, Brahms, Wilhelm Backhaus, Robert Casadesus, Francois Truffaut, Marx, Heidegger) en oh ja, vier vrouwen zonder naam (‘vrouwen in [Schoutens] omgeving’) en Billie Holiday. Een man legt aan de hand van andere mannen uit waarom een mannelijke auteur zoveel succes heeft bij vrouwen. Mansplaining to the max.

Dan: in zijn NRCbespreking van Bij mij op de maan, de bloemlezing van Russische kinderpoëzie die  Robbert Jan Henkes vertaald en samengesteld heeft, noemt Guus Middag 9 mannelijke dichters en zowaar 2 vrouwen (één is de in het geval van kinderliteratuur onvermijdelijke Annie M.G. Schmidt, blijft er dus één Russische vrouwelijke dichter Tokmakova over). Werd er in Rusland bijna alleen door mannen voor kinderen gedicht? Middag rept er met geen woord over. Met een soortgelijke vanzelfsprekendheid bespreekt stripcriticus Toon Horsten in De Standaard der Letteren de reeks Carnet de voyage, waarin het rijtje ‘grote namen’ dat er aan bijdroeg bestaat uit louter mannen. Dan Trouw: in het artikel van  Gerwin van der Werf over de detectiveromans rond de gentleman-dief Arsène Lupin, blijkt de canon eveneens geheel gevuld met mannen – er mag werkelijk geen enkele vrouw meemarcheren. Wij misten toch echt een Comtesse de la Motte, een Miss Marple of een Catwoman!

Tot slot: hoe leg je bij een man uit dat de schrijfstijl goed is? Eenvoudig: ook dan kom je met canoniek mannelijk geschut. In zijn karakterisering van Evens’ stijl komt eerder genoemde Horsten (SdL) niet voorbij de mannelijke voorgangers als Klee en Kirchner. Sebastiaan Kort (NRC) wil R.A. Basart prijzen om zijn stijl en trekt maar meteen Tjechovs pistool en literatuurwetenschapper Sjklovski uit de kast. Precies zo schreef Arjan Peters over R.A. Basart: ‘Basart is een groot entertainer, die zichtbaar in de leer is geweest bij Gerard Reve en Heere Heeresma’ (ook te filen onder: Grote Drie-alert).

De bal is rond

Het Ajax-trauma heeft duidelijk diepe wonden geslagen bij de hoofdstedelijke mannelijke literatuurrecensenten, want voetbal was alomtegenwoordig. Maarten Moll stelt in Het Parool: ‘Er zijn mensen (vooral mannen) die veel geld over hebben voor complete voetbalplaatjesalbums’. Superinteressant. Arjen Fortuin bespreekt in NRC de hagiografie van Jari Litmanen die hem maar matig kan boeien. In dezelfde krant stelt  Sebastiaan Kort dat schrijvers én voetballers beiden wel eens een ‘comeback’ maken. Opvallend: Kort noemt uitsluitend mannelijke auteurs om die comeback te illustreren. Hans Knegtmans is erg blij met de laatste thriller van René Appel, die ‘in topvorm is.’  Jaap Goedegebuure noemde in Trouw de verhalenbundel ‘Rivieren’ van Martin Michael Driessen al in zin drie een ‘voltreffer’. (comeback, voltreffer, scoren en in topvorm zijn: terminologie waarvan het zeer de vraag is of het voor vrouwen wordt gebruikt). Enfin, Arjan kon in de Volkskrant ten slotte niet achterblijven en wijdde net als Maarten en Arjen zijn column óók aan voetbal.

  1. Hoogte- en dieptepunten

Bewaarexemplaar

De boekenbijlage van De Standaard is een bewaarexemplaar, lieve lezers. Van de 11 recensies zijn er twee van een man over een man, de rest van de recensies is van vrouwen over vrouwen en mannen. En wat blijkt? Het culturele referentiekader van vrouwelijke critici bestaat uit vrouwen en mannen. De verhalen van Donald Barthelme doen Annelies Verbeke denken ‘aan het werk van Daniil Charms en Roland Topor, en ook aan dat van ( …)  Lydia Davis en Lynne Tillman.’ Ik sla andere boeiende stukken over onder meer Mantel en  Elizabeth Strout over, en noem hier last but not least: een interessante bespreking van Bijbel voor ongelovigen van Guus Kuijer, waarover Hilde Van den Eynden opmerkt: ‘Een stem geven aan vrouwen in Bijbelse tijden: Kuijer is er een meester in.’

Ldv_lekkertellen17_hoogtepunten

Het Parool deed iets ongewoons

Verder: Hoera! Een openingsstuk! Door een vrouw over een vrouw! In het Parool! Marjon Kok over Meg Rosoff. Fijn dat een vrouw een openingsstuk mocht schrijven, jammer dat dat alleen mogelijk is omdat het Parool vrouwen graag in het reservaat van de kinderliteratuur en poëzie houdt.

 ↓ Een vrouw beoordelen op haar uiterlijk

Zei ik ‘Hoera! over Het Parool? Misschien kan de krant de volgende keer eerst vertellen dat Elisabeth Baud-Couperus ‘een vooraanstaande vertaalster van onder meer The Picture of Dorian Gray en van zo’n twintig andere romans en toneelstukken’ was en niet het artikel openen met de mededeling dat ze ‘Werkelijk buitengewoon scheel’ was, en nog wat andere nare opmerkingen over haar uiterlijk. Snippers voor de kattenbak. Oh en nu we het toch over uiterlijkheden hebben: Dirk Leyman die in De Morgen constateert dat Paulien Cornelisse een fenomeen is vanwege haar ‘grote kuif en welgebektheid’ mag ook kennis komen maken met het jaar 2016.

Grote Drie-alert

Toef Jaeger bespreekt tijdschrift De Parelduiker, waaruit op te maken valt dat er alleen mannen aan het nummer hebben bijgedragen (of Jaeger laat nét de vrouwelijke scribenten ongenoemd?) Grote Drie-alert: Reve heeft in de oorlog akelige dingen gezien maar daar later nooit meer iets over geschreven. Oké.

↓ Het woord ‘vintage’

Kees ‘t Hart in De Groene: het is Vintage Grunberg. Ja critici des Vaderlands, vintage x en vintage y, nu weten we het wel. Het is lente, verzin iets anders.

week 17

Advertenties