Moederdag en prijzenslag: #lekkertellen week 16

Lieve lezeressen en lezers,Wasabinootjes

Hebt u al wasabinootjes en een fles bubbels in huis gehaald voor vanavond? Nog een paar uren, dan weten we wie dit jaar de Libris Literatuurprijs wint. Wordt het een man, wordt het een vrouw? De kansen zijn fifty-fifty (mijn lievelingsverhouding) want de man/vrouw-verdeling is dit jaar weer eens in evenwicht. Dat gebeurde voor het laatst in 2008 met Louise Fresco, M. Februari en de zeer onverwachte winnares D. Hooijer. Uit het Libris-archief blijkt dat zij de tweede vrouwelijke Libris-winnares ooit was, nadat Frida Vogels ‘m kreeg. Dat was in 1994. Because it’s 2016 zou weer eens een vrouwelijke winnares niet misstaan in het rijtje. Als we de critici mogen geloven, zou dat zomaar kunnen gebeuren: ze keken dit weekend diep in hun glazen bol en zien daar Jij zegt het van Connie Palmen oplichten. Ook in Huize Lezeres scoort Palmen hoog in de poule. Spannend! Naast het prijzenfestijn werden de boekenbijlagen dit weekend gedomineerd door lovende besprekingen van de nieuwe Grunberg. Als u mij toestaat ook alvast een voorspelling te doen: volgend jaar rond deze tijd vragen we ons wellicht af of de Libris Literatuurprijs al dan niet naar Moedervlekken gaat. Maar zoals mijn moeder altijd zei: wie dan leeft, wie dan zorgt. We gaan eerst weer #lekkertellen!

de Volkskrant

Sir Edmund pakt uit met een vier pagina’s tellend interview met Thomas Verbogt naar aanleiding van zijn nominatie voor de Libris. Als Arjan Peters het juryrapport goed interpreteert, is het echter Palmen die haar nominatie zal verzilveren. Ik blader verder: langs Arnon Grunberg en zijn Moedervlekken, langs Bart-Jan Kazemier, Jeroen Janssen en Hillebrand Ehrenburg en Marcel Meyer totdat er eindelijk twee kolommen opduiken over Hersenbeest, een essay van Marjan Slob waarin ze schreeuwerige hersenwetenschappers de oren wast. Recensent Suzanne Weusten stelt vast dat ze dat helaas doet zonder de namen te noemen van deze ‘wetenschapsprinsjes’, zodat je moet raden op wie Slob haar pijlen richt.

Twee pagina’s verderop staat een bespreking van De eenzame stad, van de voortreffelijke Olivia Laing – dat is al de tweede non-fictietitel van een vrouwelijke auteur deze week! We gaan het in de gaten houden, misschien boekt de Volkskrant progresie op dit vlak. Want van de cijfers moeten ze het nog steeds niet hebben: in beide categorieen schommelt de score rond de 30%. Bij de kortere besprekingen is plaats voor een Française (Virginie Despentes) en een Duitse (Jenny Erpenbeck). Was er nog iets opzienbarends te vinden in de vergaarbak Signalementen? Een verhalenbundel plus novelle van de Deense Dorthe Nors en een boekje van opruimgoeroe Francine Jay.

De Standaard

In Vlaanderen is er dit prijzenweekend extra kans, daar nadert ook de uitreiking van de Fintro Literatuurprijs. ‘Dit jaar wint (eindelijk) een vrouw’, kopt De Standaard. De voorspelling komt van Maria Vlaar, de critica die bij De Standaard der Letteren de genderverhoudingen op subtiele wijze in het oog houdt; het is zeker niet haar wekelijkse stokpaardje, maar wanneer ze de trom ziet, slaat ze erop en dat is in deze boekenbijlage een welkom geluid. Vorig jaar constateerde Vlaar al ‘dat de Gouden Boekenuil, zoals de Fintro toen heette, nog nooit naar een vrouw ging, en de Libris slechts twee keer.’ Dit jaar gaat het bij beide prijzen samen tussen vier mannen en vier vrouwen, ‘en dat doet deugd’. Op de lange termijn kijkt Vlaar echter niet té optimistisch vooruit: ‘Laten we het toeval noemen.’ Maar op de korte termijn ziet Vlaar gunstige voortekenen: ‘Ik verzeker u: dit jaar wint een vrouw.’ Op basis van de keuze van de jury voor romans die binnenwereld en emoties centraal stellen doet Vlaar een educated guess voor Jij zegt het van Connie Palmen: ‘Hoe zij Ted Hughes in fictie vol compassie oproept en zijn liefde, verscheurdheid, wroeging, hartstocht en wijsheid beschrijft heeft een onvoorstelbare impact, in ieder geval op deze lezer.’

Ook de Standaard der Letteren draagt bij aan de grote patronen deze week: naast aandacht voor de prijzen is er uitgebreide ruimte voor de nieuwe Grunberg. Maar er zijn ook kleine patronen: Marc Cloostermans bespreekt The Low Countries, het Engelstalig jaarboek van Stichting Ons Erfdeel, dat dit jaar probeert een aantal culturele tendensen aan te wijzen in de 21e-eeuwse literatuur. Matthijs de Ridder beschouwde de romanproductie en zag dat er veel romans verschenen over ‘ontwaken in de werkelijkheid, als de verbeelding van de val van de Twin Towers’ en over de vluchtelingenproblematiek. Wat De Ridder volgens Cloostermans nalaat te vermelden – en daar vult hij hem graag even aan – ‘is de gestage stroom boeken over vrouwelijke seksualiteit’. Daarbinnen ziet Cloosterman subtendensen: ‘Ze wordt vaak verbeeld als een bedreiging voor de man, oorzaak van verwarring (Peter Buwalda’s Bonita Avenue), geweld (Jamal Ouariachi’s Vertedering, Christiaan Weijts’ Art. 285b, Elvis Peeters’ Wij) of seksueel misbruik en erger (Kristien Hemmerechts’ De vrouw die de honden eten gaf).’  Cloosterman speelt het klaar om buiten Hemmerechts geen enkele andere vrouwelijke auteur te lezen en te bespreken, alsof die niet ook zo hun visie op seksualiteit hebben. Newsflash: alleen vanuit mannelijk perspectief vrouwelijke seksualiteit bezien en dan tot de conclusie komen dat de man zich er door bedreigd voelt, is géén nieuwe trend.

NRC Handelsblad

De meest prominente vrouw in de boekenbijlage van NRC is deze week de moeder van Arnon Grunberg. Ook Grunberg heeft namelijk een moederboek geschreven (Adriaan van Dis en Maarten ‘t Hart gingen hem al voor). Oh nee, te vroeg gejuicht, de moeder blijkt fictie en is eigenlijk de vader van het hoofdpersonage Kadoke. Veelzeggend genoeg blijven de moeder en de suïcidale love interest van Kadoke op de illustratie gezichtsloos terwijl boven Kadoke de geest van Grunberg zelf waart.

Het meest prominente stuk dat door een vrouw geschreven is, is het openingsstuk van Jutta Chorus, waarin ze een vergelijkende bespreking maakt van Maarten Zeegers undercoverboek over moslims en Pim Fortuyns De islamisering van onze cultuur. Vorige week nog noemde Michel – leefde Karel nog maar – Krielaars de critici van Zeegers undercovermethode nog ‘moraalridders’ die onzin verkochten, maar Chorus is gelukkig iets genuanceerder en vraagt zich af of die methode wel echt nodig was. Tegelijkertijd is ze enthousiast over de beschrijvingen die Zeegers geeft, die ‘met veel smaak’ zijn neergeschreven en een ‘beelschoon inkijkje [geven] in een samenleving die wij van buiten nooit zien’. Zelf word ik nogal ongemakkelijk bij het idee aan het gebruik van undercovermethoden en couleur locale om Nederlanders te beschrijven.

In de weekendkrant hebben Toef Jaeger en Thomas de Veen datajournalist Yordi Dam eropuit gestuurd om te gaan ‘lekker tellen’, ‘of #lekkertellen zoals dat online heet, waar het momenteel de literaire volkssport nummer één is’. Zij Die Niet Genoemd Mag Worden vraagt zich af wie er toch op zo’n goed idee gekomen is. De uitkomsten zijn natuurlijk vrij treurig: de meeste winnaars van de Librisprijs tot nu toe zijn mannen van middelbare leeftijd en bovendien Nederlands (ook Vlamingen komen in aanmerking, maar winnen minder vaak). Zou er vanavond een verandering worden ingezet? Ironisch genoeg is het uitgerekend dit meta-stuk dat met een Reve-citaat de Grote Drie-kaart beurt op zich neemt. Enerzijds scheve genderverhoudingen betreuren en anderzijds met ijzeren hardnekkigheid de Grote Drie hooghouden als de ultieme norm, dat lijkt mij dan weer literaire volkssport nummer één. Hoe dan ook geniet ik extra van mijn bubbels nu ik weet dat #lekkertellen gemeengoed is geworden en het genderbewustzijn losbarst zoals de lente dit weekend.

Trouw

Ook het boekenkatern van Trouw opent met een recensie van Moedervlekken van Arnon Grunberg waarin Rob Schouten maar weer eens het gewichtige proza bezigt dat vrijwel exclusief  voorbehouden lijkt aan recensies van boeken van mannelijke schrijvers: ‘Arnon Grunberg is niet zomaar een belangwekkend en groot schrijver, hij is vooral ook iemand met een pregnante ideeënwereld.’ En mocht die ronkende retoriek u niet overtuigen, dan volgt er een zin waar de Lezeres van schrik haar hele moederdag-doosje Merci van heeft leeggegeten: ‘Ideologie zou ik het niet willen noemen, eerder non-ideologie, het breken met bestaande denkpatronen.’  Non-ideologie die toch breekt met denkpatronen, de Lezeres trok nadat de chocola geen soelaas meer bood Žižek uit de kast en moest er een beetje non-emotioneel van huilen.MERCI

Gelukkig laat Trouw ons wat betreft de genderverhoudingen ook deze week niet in de steek en zien we een aanvaardbare balans tussen besprekingen van boeken van vrouwelijke en van mannelijke schrijvers. In het katern staat bijvoorbeeld een groot artikel over twee boeken van vrouwelijke schrijvers over de middeleeuwse heksenjacht. De Amerikaanse Pulitzer Prize-winnares Stacey Schiff schreef The Witches over de Salemprocessen, de Duitse historica Ulinka Rublack reconstrueerde het proces tegen de van hekserij verdachte Katharina Kepler in The Astronomer and the Witch. Intrigerend detail: men vond het indertijd heel verdacht dat Kepler in gevangenschap geen traan liet – terwijl ze toch ècht een vrouw was! De meest intrigerende vraag komt in het artikel van Bas den Hond helaas niet voorbij: waarom waren het vooral vrouwen die wegens hekserij ter dood veroordeeld werden? Als we zouden gaan tellen bij de processen tegen hekserij zou die exercitie zeker ruimschoots in het voordeel uitvallen van vrouwelijke veroordeelden.

Verder ook aandacht voor Vermoorde onschuld van de Amerikaanse schrijfster Dana Spiotta (in de VS in één adem genoemd met Joan Didion) over twee cinefiele vriendinnen die allebei filmmaker worden. Het boek wordt door Hanna de Heus prachtig omschreven als ‘een complexe roman die eisen aan de lezers stelt, die medewerking vereist, maar wie zich daarvoor openstelt, vindt een fraai en zorgvuldig gecomponeerd boek’. Fijn dat Trouw ook aandacht besteedt aan Alfonsina. Wielrennen is mijn leven van fotografe Ilona Kamps. Een fotoboek over Alfonsina Morini-Strada, de vrouwelijke wielrenner die in 1924 tussen de mannen meereed in de Giro d’Italia. Nooit meer vertoond. Onbegrijpelijk dat die vrouw in vergetelheid stierf.

We tellen 48% vrouwelijke schrijvers tegenover 52% mannelijke en 40% vrouwelijke recensenten tegenover 60% mannelijke. Niet zo’n mooie score als vorige week, maar heilig vergeleken met de andere bladen.

De Groene Amsterdammer

Geen Grunberg in de Groene, zowaar! En ook geen Libris. In plaats daarvan besteden gaan de eerste drie recensies over boeken die genomineerd zijn voor de Erik Hazelhoff Biografieprijs. Het katern opent met een essay van Xandra Schutte over Cécile en Elsa: Stijdbare Freules van Elisabeth Leijnse, een boek dat recht wil doen aan het complexe leven van feministische vrouwen ‘op stand’.Dichters en Denkers sluit ook mooi, met een column van Niña Weijers over vrouwen (meer bepaald, moeders en oma’s wier leven zich eerder níet ‘op stand’ afspeelt) die al dan niet de mogelijkheid zien voor zichzelf om te studeren en hun wereld daarmee te vergroten. Daartussen alleen boeken van mannelijke auteurs, besproken door mannelijke recensenten, zodat de teller uiteindelijk op 25% vrouw uitkomt, een magere score, al heeft de Groene het nog wel eens slechter gedaan. Niet dat er tussen die mannen niks moois te vinden is overigens. Zeer lezenswaardig is Chris Keulemans’ bespreking van Taqwacore van Michael Muhammed Knight en Hongerjaren van Mohamed Choukri.

De Morgen

Dan wel weer Grunberg in De Morgen. Geen aandacht voor zijn boek, maar wel voor zijn huis. En voor de huizen van andere schrijvers. Wat leren wij uit deze recensie? Schrijvers met een huis zijn mannen, tenzij ze Saskia de Coster zijn. Verder: zes recensies van boeken geschreven door een vrouwelijke auteur, waarvan er vier opduiken bij de kleine signalementen. O, en een plaatje van een full frontal naakte vrouw met heel veel schaamhaar. Kortom, ik ga eens kijken of mijn appeltaart die ik speciaal voor het Librismoment aan het bakken ben al gaar is.

De Loden Leesbrillen zijn op, maar het werk is nog niet klaar…

Het Parool verscheen niet in verband met Hemelvaartsdag en omdat Vrij Nederland vorige week een dubbelnummer had ook daar deze week geen cijfers. Op basis van in het verleden behaalde resultaten verwacht ik echter niet dat deze twee bronnen de cijfers danig hadden beïnvloed: door goede scores van De Standaard en Trouw is het totaalpercentage vrouwen deze week 36%. De Groene Amsterdammer en NRC scoren onder de 30%, de Volkskrant en De Morgen zitten er net boven. Maar lezers, nu ben ik door mijn voorraadje Loden Leesbrillen heen! Terwijl de cijfers na drie maanden inzichtelijk telwerk nog altijd niet om over naar huis te schrijven zijn — hallo, hallo, Volkskrant? Daarom steek ik deze rubriek volgende week in een nieuw jasje. Een klein tipje van de sluier: er zullen Uitglijders zijn. Dus graag weer tot dan, bij #lekkertellen, new & improved!

lekkertellen week 18

Advertenties