De Grote Driewieler & Leesclub Louter Literaire Kwaliteit

#lekkertellen week 15

Lieve lezers en lezeressen van dit blog,

Laat ik beginnen met een bekentenis. Na al die weken tellen vloeien al die boekenbijlages weleens ineen tot één grote brij. In mijn koortsige hoofd zie ik dan als in een visioen hoe een flink aantal van onze eerbiedwaardige Vaderlandse recensenten lid is van één grote gezellige buurtleesclub met de naam Louter Literaire Kwaliteit – de leden zeggen gewoon

hapjes_gezellig
gezellige hapjes!

LLK. Die leesclub is wars van moeilijk theoretisch geneuzel: gezond verstand en nuchter denken is de leidraad. Ik beeld me in dat ze een wekelijkse leesclubavond organiseren, echt zo’n gezellige avond met hapjes en drankjes. Sommige leden doen hun best en maken zelf guacamole of nemen toastjes met lekkere kaas mee. Anderen nemen helaas alleen maar kaasstengels mee, of donker bier dat niemand lust. Het zal uiteindelijk de pret niet drukken, want stel je eens voor hoe bevlogen de een kan spreken over Salter, of wat de ander over de Slavische ziel weet te vertellen. De twee Arja/ens zijn altijd present en Arie is er natuurlijk voor de boertige humor.

Waarom ik u vertel over deze koortsdroom? Omdat er een nieuwe week #lekkertellen is en ik u niet kan beloven dat er niet af en toe een flard van mijn LLK-hallucinatie zal opduiken.

Het Parool

Joukje Akveld schreef als enige vrouw in Het Parool meteen ook over 50% van de vrouwen die überhaupt in het boekenkatern aan bod komen: Zout van de zee door Ruta Sepetys, een jeugdboek. In de overige 6 stukken (waarvan Arie Storm en Maarten Moll er ieder twee schreven) werden 16 schrijvers genoemd en 1 schrijfster. Waarmee er een mooi horkerig aantal van 11,11% vrouwen werd besproken.

Maarten Moll noemt eenmaal Reve en tweemaal Hermans (wie de grote drie niet eert, is het boekenkatern niet…). Aan die laatste wordt gerefereerd met de informatieve zin: ‘Ergens in het boek valt de naam Dorbeck. Dorbeck is ook het personage uit de roman De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans.’ Goh. Verder lezen we in de column van Moll: ‘Hoe kan het dat een niet al te beste stilist als Kader Abdolah tijdens de internetverkiezing van 2007 van het “Beste Nederlandstalige literaire werk aller tijden” met zijn roman Het huis van de moskee op de tweede plaats terechtkwam? Nog voor Reve, Nescio, W.F. Hermans en 356 aantoonbaar betere schrijvers?’ Bij zo’n passage zet de Lezeres een streepje in de kantlijn om er ‘typisch LLK’ bij te zetten.Vooral dat woord ‘aantoonbaar’ doet verlangen naar informatie die Moll blijkbaar altijd voor zichzelf heeft gehouden, als het vermoeden van Fermat maar dan in de literatuur. Wie had zoveel verborgen kennis en diepgang achter de man gezocht? Nowelle Baarnhoorn, de andere 50% aan besproken vrouwen in dit katern, heeft volgens Arie Storm ‘een aardige roman geschreven over een volstrekt loser. Stijlanayse betekent het herhalen van adjectieven uit citaten: ‘Geen walging, geen weemoed’ en ‘Benauwend, Overweldigend.’ Zegt u dat wel.

Kortom, Het Parool kreeg vorige week de loden leesbril voor een betere prestatie dan ze deze week neerzetten…

de Volkskrant

Soms lijkt de Volkskrant-boekenbijlage in bijna niets te onderscheiden van die van het Parool en iets onaardigers kan ik bijna niet bedenken, maar waar is het wel. Ze bespraken 21 mannelijke versus 5 vrouwelijke auteurs. Dat laatste getal is nog geflatteerd want twee daarvan trof ik aan in de vergaarbak ‘Signalementen’. Een klein leven van Hanya Yanagihara kreeg met twee kolommen nog de meeste ruimte (en vijf sterren), de debuutroman Winternabijheid van Mirna Funk kreeg driekwart kolom.

De eerste bespreken van een vrouwelijke auteur trof ik aan op de zevende pagina. Daarvoor was het Ivo Victoria over Georges Perec, Campert over Zwagerman (en kort ook Barnas), Arjan Peters over de vrouw van Louis Couperus – die brieven zijn uitgegeven door een man, dus dat werd een turfje voor de mannen – twee recensies over werk van mannelijke romanciers, nog maar weer eens een boek over Shakespeare (O! LLK is zó dol op de Oude Bard!) en toen pas dacht de Volkskrant, laten we eens een vrouw recenseren. Het moet niet te gek worden dus daarna wéér zeven pagina’s met louter mannen. De Nederlandse variant van  Fifty Shades of Grey is volgens de Volkskrant door een man geschreven. Zelfs het schrijven van erotische fantasieën zo geruststellend want oerconservatief als die van E.L.
James kan blijkbaar niet aan de vrouwen worden overgelaten. Wel een opwindende keus voor de volgende bijeenkomst van de Leesclub, misschien.

Maar laat ik bekennen dat ik al met een slecht humeur aan de boekenbijlage begon want ik maakte de fout de column van Sylvia Witteman te lezen die aan de bijlage voorafgaat. Ze sluit af met een citaat van Gerard Reve. Verrassende keuze.

Vrij Nederland

‘Een extra dik lentenummer?’, lijkt de letterenredactie van Vrij Nederland te hebben gedacht, ‘dan ook extra veel mannen!’ We krijgen maar liefst 19 pagina’s aan primaire literatuur van mannelijke auteurs voorgeschoteld: vijf pagina’s door Etgar Keret, zes pagina’s door Arnon Grunberg over zijn ouders (ligt het aan de Lezeres of probeert hij de aforistische rationalisaties dit keer tot een minimum te beperken?) en acht pagina’s door Ilja Leonard Pfeijffer. De stukken zijn in het schema meegeteld als recensenten omdat ze door Vrij Nederland gevraagd zijn om te schrijven.

Bij Leesclub LLK rekenen ze Ilja Leonard Pfeijjfer ongetwijfeld tot een van de grootste dichters van Nederland want hij is klassiek geschoold en zelf zaten ze ook allemaal op een gymnasium. Het is toch prettig als een schrijver je allerlei herkenbare signalen geeft dat je belangwekkende literatuur in handen hebt. Pfeijjfer weet bovendien als geen ander onder een schuimende laag van geleerde verwijzingen guitige kroegpraat te verkondigen dus als je goed leest staat het epos vol heerlijk volkse simplismen: ‘Er is geen vrouw die niet wat graag Muze wenst te zijn / Dan kets je haar. Het werkt altijd. Geen centje pijn’.

Na pagina’s mannen gooit Carel Peeters daar nog eens een negatieve bespreking van de nieuwe Laurent Binet bovenop, waarin Judith Butler het met een dildo om met een politiecommissaris doet en Julia Kristeva ‘bijna wordt verkracht’. Het klink als ‘daar moet een piemel in’ voor hogeropgeleiden maar de Lezeres gaat het boek eerst zelf lezen want misschien is het allemaal niet zo simpel. Gelukkig zijn er ook nog twee recensies te vinden over boeken die door vrouwen zijn geschreven: Jeroen Vullings bespreekt Hilary Mantel en Nynke van Verschuer (gaan we haar vaker lezen, VN? Dit smaakte naar meer!) schrijft over de poëzie van Hannah Arendt.

Opvallend en positief: 100% van de boekadvertenties in dit nummer prijzen een boek aan van een vrouwelijke auteur (Hanya Yanagihara, Doeschka Meijsing, Annejet van der Zijl en Femke Halsema), maar ja, het compliment is dan vooral voor de uitgeverijen Arbeiderspers, Ambo|Anthos en twee keer Querido en niet voor Vrij Nederland.

Trouw

Toen ik zaterdag na het opstaan Trouw open sloeg, opende zich een mogelijke wereld waarin vrouwelijke schrijvers vanzelfsprekend de ruimte krijgen. Een magistraal boekenkatern vol boeken over vrouwen, geschreven door vrouwen, evenredig gerecenseerd door vrouwen en mannen. Als we de signalementen niet meerekenen, recenseerde Trouw deze week meer boeken van vrouwelijke dan van mannelijke schrijvers: 54% tegenover 46%. De signalementen meegerekend zitten we nog op een keurige score van 48% tegen 52%. De balans tussen vrouwelijke en mannelijke recensenten is ook oke: 45% tegen 55%.

In het katern een grote bespreking van Het eigenzinnige leven van een niet-nette dame, Sylvia Heimans’ biografie van Josepha Mendels. Een schrijfster met een stem die zeventig jaar na dato nog steeds ‘fris en fijnzinnig’ klinkt (Jann Ruyters), en een vrouw die koos voor een libertijns bestaan: ‘Dat leven, in een huis gezet worden, zorgen dat de aardappels klaar waren, ik kon het niet op me nemen’. Verder een fikse recensie van De geschiedenis ontkend van de Amerikaanse historica Deborah E. Lipstadt, over haar strijd tegen en glorieuze overwinning op Holocaustontkenner David Irving. Een indrukwekkend boek, zegt Co Welgraven. Ook aandacht voor Rosemary Sullivans biografie van Svetlana Alliloejeva, de dochter van Stalin. Een ‘innemende, eigengereide vrouw die op eigen benen durfde te staan en zich niets aantrok van het gezag’. Elias van der Plicht noemt de biografie een knap gecomponeerd boek. Elke Geurts bespreekt tenslotte Ik heet Lucy Barton van Pulitzer Prize-winnares Elizabeth Strout: ‘breekbaar proza’ dat ‘instant troostend’ werkt over de relatie tussen moeder en dochter. Verderop in het katern een interview met P.C. Hooftprijs-winnares Astrid Roemer, een essay van journaliste Judith Spiegel over de vrijheid van meningsuiting en een interview met schrijfster/kunstenares Hella de Jonge waarin zij gelukkig niet wordt aangeduid als de vrouw van. En ten slotte ook nog een boeiend artikel van journaliste Rianne van Oosterom over  waarom ‘moffenmeiden’ na de oorlog werden kaalgeknipt. Over het vrouwelijk lichaam als een extra gevechtszone, als het laatste slagveld van de Tweede Wereldoorlog.

Als een soort last man standing haalde Jaap Goedegebuure (Leesclublid van het eerste uur) twee van de grote drie – Reve, Mulisch – aan in zijn recensie.

De Standaard

Inhoudelijk had De Lezeres geen klagen over de keuzes van SdL, want allerlei onderwerpen die haar bezighouden stonden centraal: de economische en ecologische crises waar we tot over onze oren inzitten, dierenrechten et cetera. Wel is het spijtig dat de foto van een robuuste gorilla die deze week op de cover van De Standaard der Letteren prijkt, een grotere voorspellende kracht dan ik had durven vrezen: het katern besteedt aandacht aan het nieuwe werk van primatoloog Frans de Waal en heeft zichzelf voor de gelegenheid omgetoverd tot apenrots. Er zijn superlatieven voor de verhalenbundel van Adam Johnson, er worden pagina’s uitgetrokken voor de biografieën van Wannes en Ernest Claes, alle drie de besproken strips zijn van mannen, Varoufakis ‘rekent in zijn nieuwste boek af’ met de euro en Tom Lanoye schrijft een brief aan Chris de Stoop. Misschien een idee ook vrouwelijke auteurs te betrekken in deze discussies over onze toekomst?

In zijn bespreking van het overigens fascinerende Dit is mijn hof was Lanoye in de eerste plaats zeer geraakt door de parallellen in hun beider levens – over identificerend lezen gesproken. Maar: ‘Ook los van de doublures in onze levens was de lectuur van je boek aangrijpend. Wat een superbe, bitterzoete lof- en klaagzang! Over eeuwenoude polders, de boerenstiel, ons vlakke land met zijn knotwilgen, zijn canadapopulieren, zijn modderige dreven, zijn bakstenen erven. En over de onmacht en de vloek die zich aandienen als vooruitgang en moderniteit.’ Ah, laat mannen klagen en we noemen het vooruitgangskritiek.

Slechts één vrouw mag een voorzichtig voetje komen zetten in de mannetjesbiotoop: in Animal Madness beschrijft wetenschapshistorica Laurel Braitman de lotgevallen van dieren met aandoeningen die we vooral aan mensen voorbehouden: angsten, depressies, neuroses. ‘Het zijn termen die we niet verondersteld worden toe te kennen aan dieren, maar hun gedragingen zijn zo herkenbaar “menselijk” dat je het verbod op antropomorfiseren al snel terzijde schuift.’ In dat geval durf ik me af te vragen: hoe zou een literaire cultuur bij de chimpansees eruit zien?

NRC Handelsblad

Arjen Fortuin is met vakantie en dus opent de bijlage met een column van Ruslandkenner Michel Krielaars. Hij tipt ons Karel van het Reve (u weet wel, van die geinige rant over het raadsel van de literatuurwetenschap – alle leden van LLK kennen het van voor tot achter uit hun hoofd!) omdat die ons wat kan leren over ‘het vrije woord’. Dat is namelijk in het gedrang, niet alleen omdat Ebru Umar in Turkije is opgepakt, maar ook omdat ‘politiek correcte en verklikkende burgers’ de boel verstieren. En dat is erg, vindt Krielaars met Van het Reve, want ‘voordat je het weet, wordt de grote kunst dan verboden’.

In ‘De Kwestie’ van deze  week kwam ik mijzelf tegen, samen met universitair docent Erica van Boven en schrijver Manon Uphoff tegen. Toef Jaeger vroeg ons of ‘de literatuur er anders uit [zou] hebben gezien wanneer er eerder meer vrouwelijke recensenten waren geweest’? Heel fijn dat NRC het onderwerp serieus neemt en er een artikel aan wijdt. Geen wonder dus dat vraag De Lezeres aanzette tot het schetsen van een alternatief universum waarin de LLK door louter vrouwen gevormd zou worden en de ‘vorm of vent’ discussie de, u raadt het al, ‘vorm of vrouw’ discussie zou zijn geweest. Mijn lange antwoord vindt u hier. Manon Uphoff vermoedt een voorkeur voor andere thema’s (beschrijvingen van ‘knoestige meisjeslevens’ zouden het beter doen) en Erica van Boven, die in haar belangrijke boek Een hoofdstuk apart over de receptie van romans van vrouwen aan het begin van de twintigste eeuw nog liet zien hoe de kritiek van sekisme doordrenkt was, betwijfelt of het allemaal iets uit gemaakt zou hebben omdat ook vrouwen zich aan seksisme schuldig maken.

Opvallend is nog de bespreking van de autobiografie van Astrid Roemer door Hannah van Wieringen, die niet zo enthousiast is, maar in elk geval een serieuzere poging onderneemt dan Arjen Peters in zijn ‘beschouwing’ in de Volkskrant eerder deze week.

 

10029452

Reik ik doorgaans de Loden Leesbril uit, deze week geef ik iets weg wat ik op de Vrijmarkt op de kop wist te tikken. De Grote Driewieler is de beloning voor het boekenkatern dat er het beste in slaagt het schoolpleincomplex in de Nederlandse literatuur staande te houden. En omdat ik niet kon kiezen krijgen Het Parool en de Volkskrant het linker- en het rechterzijwieltje.

 

 

10029452

Advertenties