It’s the quality, stupid: #lekkertellen week 14

Lieve lezeressen en lezers,

Drie literaire gebeurtenissen, van verschillende orde van grootte, die deze week de aandacht trokken: DWDD en de CPNB organiseren de verkiezing van het Belangrijkste Boek en selecteerden in hup tiplijst van 100 boeken 12 vrouwen (het percentage is makkelijk uit te rekenen), Jan van Mersbergen gooide er op zijn gemak wat van zijn particuliere criteria voor Goede Literatuur uit en Herman Koch gaat het volgende Boekenweekgeschenk schrijven. Wat is de gedeelde noemer van deze trits? Precies: het riep discussie op over de scheve verdeling van aandacht, geld & waardering onder onze Vaderlandse schrijvers. Ik wijdde er hier een stuk aan en zal er ongetwijfeld nog eens op terugkomen, want dit argumentenmolentje draait al decennia en zal dat nog wel even blijven doen.

Gelukkig draaien er in Huize Lezeres ook andere dingen, zoals Parade (met een paars rouwrandje, dat wel). Als ‘t mirakel Prince ooit écht bestaan heeft, dan kunnen genderverhoudingen in de literaire wereld eveneens in beweging komen. Ik ging in ene de highlights zien. Zoekt u mee? Deze week was er onder meer een voorstel voor een nieuwe middelbareschoolleeslijst met een 50/50 m/v-verdeling, een nieuwsgierig makend filosofisch bordspel, een niet-westerse feministische auteur die kritische aandacht krijg, een criticus met een fijngeslepen gouden leesbril, gefundeerde kritiek op een eenzijdig vrouwbeeld bij een auteur. En er was Het Parool, ach, zelfs in Amsterdam zal het goede nieuws dat de Boel in Beweging is binnenkort vast ook doorbreken. Met een diepe buiging voor Prince – am I black or white? am I straight or gay? – gaan we ook deze week #lekkertellen!

De Groene Amsterdammer

Deze week bestaat Dichters&Denkers uit één lang artikel over ‘de ideale leeslijst voor de hedendaagse leerling’ en twee columns. In het lange stuk worden vier Groene-recensenten geïnterviewd over hun leeservaringen als scholier. Heel fijn, de m/v-verhouding is daarbij 50-50: Kees ‘t Hart, Joost de Vries, Marja Pruis en Niña Weijers komen aan het woord. Nog fijner: ook de uiteindelijke leeslijst die zij samenstellen met 12 Nederlandstalige boeken sinds 2000 is perfect in balans: 6 vrouwelijke auteurs (Annelies Verbeke, Marja Brouwers, Doeschka Meijsing, D. Hooijer, Esther Gerritsen en Hanna Bervoets) en 6 mannelijke (Harry Mulisch, Oek de Jong, Tommy Wieringa, Tom Lanoye, Stephan Enter en P.F. Thomése).

Was het alleen maar Diamonds and Pearls in De Groene? Hmm. In het interviewgedeelte voorafgaand aan die lijst noemen de vier recensenten samen 21 namen van mannelijke auteurs, tegenover 5 namen van vrouwelijke auteurs. Slechts één van die vrouwen wordt niet door Marja Pruis of Niña Weijers genoemd. Joost de Vries, die in het interview vooraf geen enkele vrouwelijke auteur aanhaalt, vertelt dat hij het ‘raar’ vindt ‘als mensen zeggen dat de canon fout is’ en dat het niet aan ons is om te reflecteren op de keuzes die men vroeger maakte bij het samenstellen van de canon. Zucht. Ook steekt de onderliggende genderbias de kop op in het taalgebruik: boeken zijn ‘mooi en jongensachtig’ geschreven en ‘jongensachtig proza’ is ‘zo levendig, vrolijk, energiek’, terwijl literatuur negatief wordt besproken met woorden als ‘keukenmeidencliché’s’. De ondertitel van het artikel impliceert bovendien dat de scholier van vandaag te vergelijken is met ‘een meisje dat niet kan aarden’. Samen met de columns van Christiaan Weijts (waarin hij 4 mannen en 0 vrouwen noemt) en Marja Pruis (zij noemt 1 vrouw en 0 mannen) komen we uit op een 50-50 m/v-verhouding van recensenten, maar wat betreft besproken auteurs gaat het om 72% mannen en 28% vrouwen.

De Morgen

Het houdt nog altijd niet over, maar gaat toch de goede kant op met De Morgen: van de besproken boeken was er deze week 40% van een vrouw. Wel jammer dat de meeste van die besprekingen dan weer plaatsvinden in de kleine signalementen (o.a. een vermelding van het filosofisch bordspel Nomizo, gemaakt door Manon Duintjer en Marlies Visser, dat ik zeker eens ga opsnorren). En helaas werden slechts twee van de acht artikelen door een vrouw geschreven. Ik houd het hier vandaag kort en hoop dat De Morgen de groove in zijn LoveSexy gaat vinden, om deze weg naar boven te blijven volgen.

Trouw

Trouw doet deze week wat andere boekenkaternen amper schijnen te kunnen: in de boekenbijlage staan meer door vrouwen dan door mannen geschreven stukken. De v/m-verhouding is om precies te zijn 55% tegen 45%. (Als we de signalementen niet meetellen is het zelfs 62% tegen 38%.) Als het om de besproken auteurs gaat, is de vangst helaas magerder dan we van Trouw zo langzamerhand gewend zijn: 35% vrouwelijke auteurs tegenover 65% mannelijke. Geen paarse maar vervelende druilerige regen: Wils Rebergen speelt het weer klaar om bij de non-fictie-signalementen geen enkele vrouwelijke auteur te noemen, terwijl Jann Ruyters drie vrouwelijke auteurs tegen één mannelijke noemt bij de fictie-signalementen.

In de bijlage onder meer aandacht voor de nieuwe roman van de Israëlische schrijfster Zeruya Shalev. Emilia Menkveld omschrijft haar als ‘een van de succesvolste Israëlische auteurs, wordt in een adem genoemd met Amoz Oz en David Grossman’. Gek blijft het, dat het succes van een vrouwelijke auteur pas echt overtuigt wanneer ze in een adem genoemd wordt met mannelijke succesauteurs. Niet meegeteld want elders in de bijlage, maar wel het vermelden waard is een mooie column van Leonie Breebaart over de inmiddels aangezwengelde discussie over de achterstand van schrijvende vrouwen. Ze leest Virginia Woolf er op na om tot de conclusie te komen dat Woolfs analyse niet erg verouderd is. Breebaart concludeert: ‘Vrouwen van nu vechten niet tegen seksistische uitgevers, of niet alleen, ze vechten nog altijd tegen hun eigen diep ingesleten overtuiging dat de mening van vrouwen binnenskamers moet blijven; dat het belachelijk is daar tijd, geld, ruimte en stilte voor op te eisen.’ Inderdaad nog altijd een Sign O’ the Times.

Het citaat van de week halen we uit de door Annemarie van Niekerk lovend besproken debuutroman De zigeunergodin van de feministische Indiase schrijfster Meena Kandasamy: ‘Een land [wordt] pas interessant gevonden als er een blanke man naartoe is gegaan, vriendschap heeft gesloten met een paar leden van de plaatselijke bevolking, een heleboel brutale vragen heeft gesteld, uitgebreide aantekeningen heeft gemaakt in zijn Moleskine-opschrijfboekje, weer naar huis is gegaan en erover heeft geschreven.’

NRC

Terwijl Arjen Fortuin ontwaakt en zich in zijn wekelijkse column lichtelijk zorgen begint te maken over het gebrek aan diversiteit onder de personages in de hedendaagse literatuur (aanleiding: eerste resultaten van de Personagebank), telt De Lezeres zich met behulp van de boekenbijlage van het NRC rustig in haar dagelijkse middagslaapje. Niet alleen slaapverwekkend vanwege de voorspelbare, ondermaatse cijfers: 36% vrouwelijke recensenten (5 om precies te zijn) en 29% besproken vrouwelijke auteurs (4). Ook vanwege de inhoud. ‘Toegewijd oudmodisch’, om met Kester Freriks te spreken.

Niet in alle gevallen overigens: soms werd de Lezeres tijdens het lezen opgewekter. Het katern opent namelijk met een bespreking van Frank Westermans nieuwe Een woord een woord. Recensent Beatrice de Graaf (heeft zij wellicht een fijngeslepen gouden leesbrilletje in haar etui zitten?) ergert zich aan de ‘hoge mannendichtheid’ en de tevens gebrekkige bronvermelding, maar heeft ook lof voor de ‘rasverteller’ die Westerman  is. Sebastiaan Kort bespreekt de nieuwe roman van Willem du Gardijn, echt een aanrader voor iedereen die zich wil laven aan de billen van het personage Tess….(de Lezeres prefereert Prince in zijn leren-broeken-cut-outphase). Dan nog aandacht voor de Middeleeuwse filosoof Comenius. Onder de kop ‘Graag één groot, christelijk Europa’ kan het werk ondanks de sterk verouderde opvattingen (tolerantie = alle joden en moslims tot christendom bekeren) op de waardering van Arnold Heumakers rekenen vanwege de ‘nog altijd aantrekkelijke literaire kwaliteit’. Kester Freriks sluit af met de brieven en dagboeken van voormalig leraar Nederlands Herman Hessink, ‘die ondanks zijn dagelijkse omgang met generaties jeugdigen een man [is] gebleven wars van elke verandering of vernieuwing.’ Oef.

De vier vrouwen die hiertussen nog aan bod komen? Roderick Nieuwenhuis vat de plot van de nieuwe thriller van Marja West even voor ons samen. Janet Luis las de ‘kleine, subtiele familieroman’ van Ingrid van der Veken – zo klein dat ze De tolk van Java erbij recenseert, ‘het grote jongensboek’ van Alfred Birney. Dan nog aandacht voor de recente vertaling van de memoires van Hilary Mantel in een stuk door Joyce Roodnat. En tot slot voor Rosemary Sullivans biografie van Svetlana Alliloejeva, de dochter van Stalin, die volgens recensent Michel Krielaars niet in de VS kon aarden omdat haar nieuwe vrienden ‘haar dramatische Russische temperament niet aanvoel[d]en’. Dat staat er echt.

de Volkskrant

Eerst het goede nieuws: de recensentenbalans is deze week in de Volkskrant eens dik in orde! Negen om acht, dus daar hoort u mij niet over. Maar dan de besproken boeken. Daar is de verhouding een stuk schever, en komt hetzelfde gemiddelde uit als de afgelopen weken #lekkertellen: 25 mannen versus 10 vrouwen. Waarbij nog kan worden aangetekend dat onder die vrouwenboeken een kinderboek en een erotische thriller geteld werden, omdat ze bij de Volkskrant donders goed weten waar vrouwen in uitblinken. Twee andere titels (genoemd in de rubriek Signalementen) zijn duoproducties, dus geschreven door een man en een vrouw samen. En dan is er nog De overgang, dat door twee vrouwen werd geschreven. Zo schiet het lekker op. Serieuze aandacht is er voor de memoires van Astrid Roemer, die door Arjan Peters ‘een pijnlijke exercitie’ wordt genoemd, en voor de roman Pijn van Zeruya Shalev, warm aanbevolen door Jessica Durlacher.

De Standaard

Geen levenlozer boekenbijlage dan die van De Standaard deze week. ‘What’s in a name?’ kopt de voorpagina, dan weten we genoeg. Hoewel: omdat het verhaal gaat dat beide schrijvers op 23 april 1616 zijn overleden, mag Cervantes van De Standaard in Shakespeares kielzog mee – de mythe is overigens al lang ontkracht, maar zo’n efficiënte kans om de grootheden samen te herdenken is blijkbaar onweerstaanbaar. En dus lezen we in de openingscolumn van Veerle Vanden Bosch over de aantrekkingskracht van stoffelijke resten van beroemde schrijvers. Doet het ertoe of een schedel al of niet daadwerkelijk heeft toebehoord aan Schiller of Shakespeare? Nee, natuurlijk, ‘het gaat toch om wat deze genieën geschreven hebben: it’s the literature, stupid.’ Ik zal niet beweren dat het onterecht is dat we Cervantes en Shakespeare nog steeds lezen, maar u kent mij inmiddels een beetje en zal begrijpen dat ik me dagelijks afvraag welke vrouwen er in de voorbije eeuwen onder het tapijt zijn gemoffeld onder het mom van Louter Literaire Kwaliteit. 

De eerste pagina’s van het katern hebben nog wel wat kleur op de wangen: Ine Roox bespreekt Een man van goede hoop van Jonny Steinberg, die een boek schreef over de xenofobie waar de Somalische Asad Abduhalli mee te maken krijgt in zijn poging in Zuid-Afrika een beter leven op te bouwen. Annelies Beck interviewt Jonathan Coe over Nummer 11, zijn nieuwe roman over de actuele Britse politiek. Maria Vlaar bespreekt Joachim Pohlmanns roman Een unie van het eigen, over drie generaties Vlamingen – mannen, natuurlijk. Ik som het hier wat droogjes op omdat ik me afvraag of u hier ook een patroon begint waar te nemen? Het doet me oprecht deugd dat De Standaard der Letteren de vrouwelijke recensent weet te vinden maar de auteurs die ze bespreken zijn allemaal man. Vlaar is in ieder geval kritisch over Pohlmanns eenzijdige vrouwbeeld: ‘Over vrouwen poneert hij slechts clichés: “Al snikkend keek Germaine omhoog, met haar grote, bruine ogen die glinsterden van het vocht. Rudolf kuste haar ergens tussen wang en mond.” Ach jee.’ Maar des te meer voor de hand liggend is de rest van het katern: Marijke Arijs mocht twee keer op pad, om de betekenis van Cervantes en Shakespeaere in hedendaags Madrid en Stratford te peilen, John Vervoort en Frank Albers bespreken recente boeken over Shakespeare (allen van mannen), Kathy Mathys recenseert Howard Jacobsons romanversie van Koopman van Venetië – we zijn er bijna doorheen, lieve lezers – en Albers sluit de bijlage af met een brief aan Shakespeare zelf. Een boekenbijlage van 16 pagina’s vullen met dode mannen en nul vrouwen: De Standaard makes it hard to read about the Bard.

Vrij Nederland

In Vrij Nederland vraagt Carel zich in een lang essay over Cervantes af wat Don Quichot onsterfelijk maakt. Goede vraag, wij gaan ondertussen verder naar de bespreking van Jeroen, die deze week de loftrompet steekt voor Poubelle van Pieter Waterdrinker. Want wat een feest is het te mogen verkeren in dit ‘barokke universum’ waarin menig vrouw volgens Jeroen la belle dame sans merci belichaamt. Dat belichamen klinkt ongeveer zoals het door Jeroen als hilarisch bestempelde citaat waarmee hij zijn recensie aftrapt: ‘Haar zweterige geur, de zweem van een reeds door de nacht gemarineerd en niet geheel gezond lichaam, met vers opgespoten parfum, was misschien wel het ergste geweest. Als een zeeanemoon had ze zich op de smalle matras aan hem vastgezogen.’ Persoonlijk vond ik mijn wekelijkse Grote Drie-momentje aan het einde van het stuk lolliger: Poubelle bevat ‘op microniveau […] een hommage aan de grote voorganger W.F. Hermans: “Maar wat mis ik een vent zoals hij. Iemand die de hypocriete vuiligheid van deze wereld doorheeft. En dat nog eens meesterlijk weet op te schrijven ook.”’ Vullings wekt de indruk dat Poubelle een ambitieuze en gelaagde roman is, ‘het wil onze prille eeuw vangen’, ‘de parallellen tussen het Sovjet-politbureau en de technocratische Europese Unie laten zien’, en de MH17-ramp verklaren — en dat stemt De Lezeres nieuwsgierig. Maar tussen de verdorven vrouwen en Hermans-verering smaakt het toch een beetje als een aangebrande tosti.

En de Loden Leesbril gaat naar… Het Parool

En ja hoor, het is weer zover. Deze week schreven 5 mannen en 2 vrouwen in Het Parool over 5 schrijvers en 2 schrijfster (en 1 illustratrice). Inderdaad, de vrouwen schreven over vrouwen. En dat waren toevallig net een dichteres en kinderboekenschrijfster. Dieuwertje Mertens bespreekt de nieuwste bundel van Anne van Amstel en Marjon Kok Toen Sien vertrok van Bibi Dumon Tak met tekeningen van Annemarie van Haeringen. Met de stukken zelf is niets mis, maar waarom toch deze klassieke verdeling? Is het echt zo moeilijk om een katern te maken waarin meer vrouwen schrijven en meer vrouwen uit alle genres besproken worden? De verhoudingen zouden al een stuk beter worden als Maarten (act your age, not your shoesize) Moll, meer ruimte maakte. Vorige week werd James Salter weer eens genoemd, deze week weer eens besproken: ‘Dat is ook literatuur; het wijst je middels een roman die eigenlijk nergens over gaat op het feit dat alles altijd ergens over gaat. Namelijk over leven.’ Laten we hopen dat Moll de utopische impuls die hij in Salter meent te ontdekken — ‘Het is nog niet te laat. Er is nog van alles mogelijk. Altijd.’ — ook eens toepast op dit boekenkatern. Voor mij zit er deze week maar één ding op: de Loden Leesbril gaat naar Het Parool.

lekkertellen week 16 (14)

Advertenties