Huwelijkscrisis in de boekenbijlagen: #lekkertellen week 13

Lieve lezers en lezeressen,

Als u na ruim drie maanden #lekkertellen dit blog nog trouw bezoekt, dan zult u net als ik overtuigd zijn geraakt van het nut van turven. Zou ik zeeën van tijd hebben, dan zou ik van tellen mijn beroep maken en niet alleen de boekenbijlagen, maar ook de catalogi van uitgevers onder de loep nemen, de literaire prijzen, en het liefste ook nog de verhoudingen in de romans zelf. Dat laatste leek me altijd een ondoenlijke klus en bovendien niet goed voor mijn huwelijk – mijn wederhelft wil me ook af en toe eens zien. Maar vandaag zag ik op Facebook interessant #lekkertellen-nieuws: we kunnen nu allemaal bijdragen aan dat grote werk! De Personagebank, een ‘literaire volkstelling’, is een initiatief van de Universiteit Utrecht dat personages in Nederlandse romans in kaart brengt. Wat blijkt, bijvoorbeeld:

Als we kijken naar verschillen tussen mannen en vrouwen op de fictieve arbeidsmarkt, dan blijkt dat de emancipatie ook in de literatuur nog niet voltooid is. Veelzeggend is het hoge aantal prostituees en huisvrouwen. De werkvloer in de fictieve ziekenhuizen is exemplarisch: artsen zijn vooral mannen, verpleegkundigen vrouwen.

Ik ga dit met veel belangstelling volgen en tel zeker mee. Terug naar de boekenbijlagen: die zouden, als ze een huwelijk waren geweest, inmiddels in een crisis zijn beland. De echtelieden elk met hun neus in een boek, de vrouw met een kritische blik op de man die onverstoorbaar verder leest. Want de getallen liegen er deze week weer niet om: slechts 30% van de besprekingen is door een vrouw geschreven, 26% van de besproken auteurs is een vrouw. Het echtpaar kreeg dit weekend bezoek van een schaapsherder, een potentiële ‘knuffelallochtoon’, een feminist en van de passerende huisvrienden ‘jonge schrijver’ (m), W.F. Hermans en… Harry Mulisch! Stapt u weer in voor een korte tour langs de hoogte- en dieptepunten van de scènes uit een huwelijk?

LdV_infographic_week15-01

 

Het Parool

Het Parool gaat gebukt onder ingesleten patronen en zet de gebruikelijke verdeling van 28% recenserende vrouwen onverdroten voort. Waarbij de vrouwen nooit een openingsstuk schrijven maar wél stukjes mogen tikken over poëzie en jeugdliteratuur. Van de 7 stukken in dit katern gaat er precies één over een schrijfster (15%), namelijk de biografie van Svetlana Alliloejeva (dochter van Stalin) door Rosemary Sullivan.

In alle stukken worden in totaal 17 namen van mannelijke auteurs genoemd, 3 van vrouwen, dat is eveneens 15%. Toch interessant eens te kijken hoe deze name dropping van auteurs eruit ziet. In het openingsinterview mag een schrijver lekker janken over het uitblijven van verkoopsucces, terwijl hij toch baanbrekend schrijft over Europa, vindt hijzelf. De tien (!) overige auteurs die in dit interview genoemd worden zijn allemaal man en blank. Tja, wat is een schrijver zonder verongelijktheid en hulp van de canon?  En – verrassing! – twee van de grote drie worden ook even genoemd.

De enige twee andere vrouwen die in de rest van het katern (minimaal) ter sprake komen, Connie Palmen en Hanya Yanagihara, worden allebei negatief besproken. Een recensie verder schrijft Arie Storm dat Wessel te Gussinklo “zich teweer stelt tegen modieus geschreeuw van deze tijd – ‘dat vreselijke gekrijs over racisme en discriminatie’” en hij “vraagt zich af of het werk van Connie Palmen tot de literatuur gerekend kan worden”. Storm weet hier listig via het werk van Te Gussinklo even een trap na te geven aan minderheden en vrouwen. Chapeau! Dan is er de vertaling van Hanya Yanagihara’s Een klein leven, Maarten Moll grijpt die vertaling aan om te laten zien dat uitgevers doordraven in hun marketingtechnieken. James Salter daarentegen is gewoon goed en heeft al die flauwekul niet nodig. Een flutboekenkatern van Het Parool verdient misschien niet zoveel ruimte, maar niet alleen komen er nauwelijks vrouwen aan het woord, op geniepige wijze worden hier ook reactionaire ideeën over schrijfsters en discriminatie geserveerd. Zou dit huwelijk nog wel te redden zijn?

NRC Handelsblad

In NRC staat deze week een groot interview met Abdelkader Benali en Robert Vuijsje, die in hun nieuwe boeken allebei schrijven over racisme en discriminatie in Nederland en hun woede laten blijken over het ontkennen of bagatelliseren daarvan. ‘Wat ik pas wegkijken vind,’ zegt Vuijsje ‘[is] wanneer je niet erkent hoe de Nederlandse bevolking is samengesteld. Als je de Nederlander definieert als blond en wit, kies je ervoor om miljoenen mensen niet mee te tellen.’ Volgens deze definitie kijkt NRC behoorlijk weg, want de besproken Nederlandse auteurs zijn behalve Benali allemaal wit en verderop bedient Toef Jaeger zich zonder blikken of blozen van het woord ‘knuffelallochtoon’. De Pakistaanse Mohsin Hamid zou er één zijn, mocht hij in Nederland hebben gewoond. Het woord ‘knuffelallochtoon’ is natuurlijk geen compliment, maar impliceert dat ‘allochtonen’ zich over het algemeen niet weten te gedragen en een ‘allochtoon’ pas geaccepteerd wordt als hij of zij zich zo gedraagt dat ‘autochtonen’ hem of haar durven te knuffelen en te betuttelen. Waarom dus dit woord?

De sfeer in de echtelijke sponde is onderkoeld, want zowel het aantal schrijvende vrouwen als het aantal gerecenseerde vrouwen in NRC blijft behoorlijk achter deze week. Van de besproken vrouwen die ik telde schreven er 2 samen een kinderboek en zijn er 2 afkomstig uit respectievelijk de column van Arjen Fortuin (die een hele trits schrijvers noemt) en een verzamelbundel over Jeroen Bosch. Dat betekent dat er slechts één boek van een vrouw overblijft dat wordt besproken: Evi Wyld (Brits), besproken door Shira Keller. Die opmerkt dat Wyld het hoofdpersonage in Overal Vogelzang ‘van haar vrouwelijkheid [heeft] ontdaan’.

de Volkskrant

de Volkskrant pakt dit weekend flink uit met een reportage van vier pagina’s over een schrijvende schapenboer en drie pagina’s interview met voormalig Philips-topman Cor Boonstra. (In dat kader: las u vanmorgen de rake column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant? Ik kan het u aanbevelen.) Het eerste boek geschreven door een vrouw staat pas op pagina 17 van de boekenbijlage: de biografie die Mariska Tjoelker schreef over Mien van Bree, wielrenster in de jaren dertig, toen fietsende meisjes met blote benen nog onsmakelijk werden gevonden. Ja, lieve lezers, de jaren dertig, toen vrouwen in de sport niet serieus werden genomen, het was wat. Daarnaast een bespreking van de roman van Sara Stridsberg en van de nieuwe Nicci French (die eigenlijk maar een halve vrouw is). Op de laatste pagina treffen we op de valreep nog een signalement aan van de roman Drie dagen van Nina Roos. De overige zeven titels die op deze pagina gesignaleerd worden zijn – zucht, verrassing – van mannen en dat geeft de verhouding deze week uitstekend weer: 22 besproken mannen versus 4 vrouwen. We overwegen Korrelatie te bellen.

Trouw

Gelukkig blijft Trouw – nomen est omen – deze week een rolmodel voor een goed huwelijk, met evenveel recensies door vrouwen als door mannen. Bij de auteurs van de besproken boeken is de verhouding 44% vrouw om 56% man: iets minder dan vorig week, maar vergeleken met andere kranten en tijdschriften nog steeds een zonnig resultaat. Van Jann Ruyters een uitgebreid stuk over de bundel Vrouwen schrijven niet met hun tieten, samengesteld door Wiegertje Postma, met daarin essays van een twintigers en dertigers over feministische kwesties. Ruyters las ze met interesse, maar niet zonder stiekem te verlangen naar ‘iets stevigers, minder vrijblijvends’. Misschien een generatiedingetje, vroeg ze zich af, om vervolgens te verwijzen naar de Lezeres zelve (immers van middelbare leeftijd) ‘die de oh-zo-ingewikkelde kwestie van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw vooral terugbrengt tot de harde cijfers. Eerst maar eens zorgen dat de verdeling van aandacht evenwichtig is.’ Dat zou de relatietherapeut volmondig beamen. Overigens veel vrouwen in titels deze week: in de afdeling non-fictie wordt Er stond een vrouw in de tuin van Anne Mieke Backer gesignaleerd, een verzameling essays ‘over de Nederlandse tuinhistorie “met de vrouw als gids”’. Je moet elkaar ergens vinden, zou de relatietherapeut zeggen.

De Standaard

Ogenschijnlijk presenteert De Standaard deze week een volledig uitgebalanceerde boekenbijlage: alle scores zijn 50/50. Maar achter een harmonieuze façade kunnen man en vrouw elkaar het leven zuur maken, en gelijkwaardigheid in harde cijfers betekent nog geen gelijkwaardige aandacht. De column van Peter Jacobs over The Library of Luminaries, de verstripte biografieën van Virginia Woolf en Jane Austen, begint voorspoedig: Zena Alkayat schreef de teksten, Nina Cosford maakte de illustraties. Maar voor het eerstvolgende boek van een vrouw moet ik bladeren tot pagina 12: daar tref ik een bespreking van Vilette van Charlotte Bronte. Woolf, Austen, Brontë, het lijkt de Grote Drie wel. En wat krijgen we daartussenin gepresenteerd? Wel: er zijn twee pagina’s voor Gie Bogaert, tweeënhalve pagina voor Laurent Binet, een pagina voor de Mandarijnen van W.F. Hermans (goh), anderhalve pagina voor Jan van Hove over de impressionisten, een halve pagina over Pamuk en tweeënhalve pagina over de schapen van James Rebanks (bééh). De overige vrouwen vinden we in een kort signalementje van een boek over Brontë, in een kort signalementje over de stijger en daler van de week en in de brief van Heleen Debruyne aan – eh, verrassing? – Simone de Beauvoir. Dit huwelijk is death warmed up.

Vrij Nederland

‘Jonge schrijvers over de oorlog’, zo wordt het stuk van Daan Heerma van Voss aangekondigd op de cover van Vrij Nederland deze week. Er komt echter geen jonge schrijver in voor, behalve Heerma van Voss zelf. Hoe om te gaan met een positie van ‘gênante onwetendheid’ over hoe het is om WOII meegemaakt te hebben, een oorlog die de wereld zoals die er nu uitziet gevormd heeft en nog steeds aanwezig is? Helaas komt Heerma van Voss niet veel verder dan enkele clichés.

Het zoeken naar een verhouding tot WOII blijkt in hoge mate een zoektocht te zijn naar een verhouding tot de oeuvres van schrijvers die ‘literair gezien […]  voor jonge Nederlandse schrijvers de vaderrol [vertolken]’: Hermans, Mulisch en Reve. Het stuk opent met een twee pagina’s grote foto van Mulisch in een nazi-pak, en op de volgende bladzijde Hermans die met nazi-pet op een guitige kop trekt. We zijn weer thuis, mensen! Een week geen Grote Drie, een week niet geleefd. Geen enkele vrouw ook, in dit essay, buiten een cameo voor Frida Mulisch en een beschrijving van een spandoek waar iemand ‘Merkel is Hitler’ op had geschreven. Niets over Merkel zelf en hoe zij omgaat met de WOII-erfenis. Geen enkele vrouwelijke schrijver, geen enkel vrouwelijk familielid wordt genoemd in Heerma van Voss’ eigen familieverhaal, geen vrouwelijke historica, politicus, filmpersonage, niemand. Aan ‘de jonge schrijver’ wordt gerefereerd als een man, aan de jonge burger die zich tot de geschiedenis moet verhouden wordt gerefereerd als een man. Ik kan alleen maar denken: Daan, jongen, spreek voor jezelf.

Verder een bespreking van ‘Op een nacht’ van Anne Eekhout – a.k.a. de vrouw zonder haakje – door Jeroen Vullings, Carel Peeters over het pleidooi voor open grenzen van Marli Huijer en Martin van Hees en een lang essay van Rob Schouten over de zelfmoord van dichters Wim Brands, Joost Zwagerman en Rogi Wieg. Een essay over drie mannen, maar een waarbij het belachelijk zou zijn om te willen dat hij over meer vrouwen zou schrijven.

De Groene Amsterdammer

Was er maar een datingapp voor vrouwen die een pen vast kunnen houden. Konden ze vorige week bij De Groene geen vrouwen vinden om over te schrijven, deze week waren de recensentes onvindbaar. Dus precies 0% schrijvende vrouwen en 25% besproken vrouwen, wat een droevige representatie in totaal van 12,5% oplevert. Vier stukken door vier mannen, drie over de Engelse bard ter gelegenheid van zijn vierhonderdste sterfjaar. “Shakespeare heeft ons geleerd wat het is om een mens te zijn” schrijft Joost de Vries, waarmee hij toch wel enkele millennia van globale menselijke beschaving tekort doet, dunkt me. En een mooi stuk van Cyrille Offermans over de memoires van Marceline Loridan-Ivens, wiens lange leven overschaduwd werd door haar tijd in concentratiekampen en de dood van haar vader in Auschwitz.

En de Loden Leesbril gaat (opnieuw) naar… De Morgen

Hoe prettig zou het zijn als de boekenbijlage van De Morgen eens níet zou voldoen aan het beeld dat er de 13 weken dat ik nu aan het tellen ben is ontstaan? De cover is voor een foto van Israëlische schrijfster Zeruya Shalev, en de cijfers lijken niet onder het gemiddelde, maar zijn toch behoorlijk droevig – vijf vrouwelijke auteurs krijgen aandacht, drie daarvan middels een ultrakort signalement (de wekelijkse babbelrubriek ‘de boekenkast van…’ wordt niet meegeteld). Zeer kwalijk is ook de m/v-verdeling wat betreft wie schrijft. Slechts één van de negen bijdragen werd door een vrouw geschreven. De Loden Leesbril gaat daarom opnieuw, zeer verdiend, naar De Morgen. Redacteuren aldaar, u kunt met uw verzameling Loden Leesbrillen inmiddels een Specsavers beginnen: is dit soms de Belgische variant van de VOC-mentaliteit?

#lekkertellen 15 (13)_def

 

Advertenties

Een gedachte over “Huwelijkscrisis in de boekenbijlagen: #lekkertellen week 13

Reacties zijn gesloten.