Vrouwen op één hoop: iets over de filosofie achter #lekkertellen

Naar aanleiding van de column van Marja Pruis iets over de filosofie achter het #lekkertellen project. Iedere emancipatiebeweging heeft te maken met de volgende paradox: als achtergestelde groep word je ongeacht je individuele kwaliteiten en interesses in één doos gegooid, waarop de groep die van oudsher de norm stelt met viltstift heeft geschreven ‘vrouw’ (of ‘homoseksueel’, of ‘allochtoon’, of vul maar aan*). En nadat je dat etiket hebt gekregen, volgen allerlei eigenschappen die je geacht wordt te internaliseren. In het geval van ‘vrouw’: emotioneel, hysterisch, niet rationeel, babbelziek – enfin, u kent de stereotypen.

De mensen die de norm belichamen zitten op een stoel en verkondigen luidkeels een Uniek Denkend Individu te zijn dat diep over de toestand in de wereld peinst. Zij stellen vervolgens vast dat bij de mensjes die zij ooit bij elkaar in een doos hebben gegooid het zo jammerlijk ontbreekt aan een  op hun gelijkende indrukwekkende individualiteit. Dan buigen ze zich eens over die doos om vast te stellen: ‘goh, ze lijken allemaal zo op elkaar hé, die vrouwen met hun emoties en hun gebabbel.’

Voor mij gaat #lekkertellen uiteindelijk om het losbreken & slopen van dit apart stellen van vrouwen, én om het bekritiseren van individualiteit zoals deze nu is gedefinieerd – want die is direct gerelateerd aan ongelijke machtsverhoudingen. Wat er finaal nodig is, is  het opeisen van het recht om op gelijke voet mee te kunnen praten over wat we onder individualiteit verstaan. Evenals het recht om  op eigen voorwaarden je te verhouden tot je sekse.

Maar om die strijd te kunnen voeren, zul je – althans, dat is mijn diepste overtuiging – onderling solidair moeten zijn.

Lastig aan negatieve stereotyperingen is immers dat ze zo buitengewoon hardnekkig zijn  – met als vervelend gevolg dat je op ieder moment er weer mee om de oren kan worden geslagen, als je onverhoopt op de verkeerde tenen gaat staan of teveel de norm uitdaagt. Je denkt en schrijft helemaal niet als een typisch meisje!, is dan het hoogste compliment waarachter altijd het dreigement schuilgaat: morrel je teveel aan de bestaande verhoudingen dan constateer ik alsnog: je bent maar een meisje.

Als ik dus zelf tabellen maak met links ‘mannen’ en rechts ‘vrouwen’, dan is dat niet omdat ik die vrouwen en die mannen gescheiden wil houden, en vrouwelijke auteurs tot het einde der tijden wil opsluiten in de categorie ‘vrouwelijke auteurs’. Het tegendeel is waar. Het einddoel is ingesleten vooroordelen uit het hoofd van uitgevers, critici, lezers en schrijvers te halen. Om bijvoorbeeld ervoor te zorgen dat in kritieken ook vrouwelijke auteurs ten voorbeeld gesteld kunnen worden aan mannen (Pieter Pen is de nieuwe Haasse!). Of om ervoor te zorgen dat critici bij een vrouwennaam op de kaft niet onbewust associaties hebben als ‘gebabbel’ of ‘klein huiselijk leed’ die al weerlegd moeten worden voordat het boek ook maar enigszins serieus genomen kan worden, terwijl bij een man die  persoonlijke sores beschrijft onmiddellijk woorden als ‘dapper’ en ‘ontluisterende visie’ omhoog komen borrelen.

Zo ver zijn we nog lang niet. En alhoewel er meerdere manieren zijn om om te gaan met het dilemma – ik wil als individu gezien worden maar ik word ongevraagd in een niet door mij gedefinieerde groepscategorie geduwd – heb ik onder meer in navolging van VIDA voor een specifiek probleem (de literaire kritiek) gekozen om zelf ook groepsbenoeming te hanteren. Het is slechts een middel om te laten zien waar we nu staan. Dan is het paradoxaal genoeg wel nodig ook zelf een doos te maken, daarop ‘vrouw’ te schrijven en te gaan turven. Voor mij was dat een  manier om zichtbaar te maken dat dat onderscheid nog steeds zeer sterk gemaakt wordt, en dat voor degene die in het hokje ‘vrouw’ terechtkomen dat allerlei negatieve gevolgen heeft. Bijvoorbeeld: veel minder kans om in een groot stuk gerecenseerd te worden. En: veel minder kans werkelijk op individuele kwaliteiten beoordeeld te worden.

#lekkertellen is daarom niet iets van het verleden, omdat sekse-ideologie niet van het verleden is. Volgens mij is dat denken juist aan een heftige come-back bezig, en ik denk dat die ontluisterend normatieve column van Van Mersbergen precies illustreert dat dat zo is.

*het ligt natuurlijk allemaal nog ingewikkelder: die etiketten bestaan niet los van elkaar maar werken ook onderling op elkaar in. Zie wie ik hier zeg over VIDA en hun uitgebreide telwerk.

Advertenties