#lekkertellen week 11: One third of the pie en een Gouden Leesbril

Lieve Lezers en Lezeressen,

Deze week verscheen de VIDA Count 2015, waarin onderzoeksorganisatie VIDA voor ‘Women in Literary Arts’, aan het #lekkertellen gaat in 26 Amerikaanse boekenbijlagen uit 2015. De Count is, full disclosure, geen onbelangrijke inspiratie voor me geweest (VIDA telt als sinds 2009). VIDA’s motivatie om te tellen is dan ook simpel en gelijk aan de mijne: het is belangrijk om te laten zien dat en welke vrouwelijke stemmen ondergerepresenteerd worden en om je daarbij af te vragen waarom dat zo is en wat de mogelijke consequenties daarvan zijn voor bijvoorbeeld de ‘public imagination’ en het tot stand komen van stereotypes. Het onderzoek is omvangrijker dan het mijne en let niet alleen op de gender van de besproken auteurs, maar ook op hun seksuele identiteit, ability (of iemand een beperking heeft of niet) en ras en etniciteit. VIDA hanteert daarmee een intersectionele benadering waarin duidelijk wordt dat ondergeschikte posities tot stand komen op het spreekwoordelijke ‘kruispunt’ van identiteitscategoriën (een zwarte vrouw ervaart niet op dezelfde manier machtsongelijkheid als een witte vrouw, bijvoorbeeld). Een dergelijk uitgebreid onderzoek zou voor Nederland zeker geen overbodige luxe zijn, want zo kleurenblind als Nederland zichzelf graag ziet, zo kleurloos zijn haar boekenbijlagen. Mocht ik een onderzoeksinstituut zijn, dan zou ik zo’n onderzoek graag uitvoeren.

Vergelijken we de uitkomsten van de VIDA Count met #lekkertellen van de afgelopen tijd, dan valt op dat het percentage besproken vrouwelijke auteurs niet ver uit elkaar ligt: VIDA telt dat in 2015, ‘women make up just about one-third of the pie, at 34 percent overall’. In Nederland krijgen de vrouwen nog minder taart: het gemiddelde aantal vrouwen in #lekkertellen tot nu toe blijft steken op 27%. De ‘silver lining’ is voor VIDA dat de meerderheid van het aantal interviews met vrouwen is. Dat heb ik helaas niet precies bijgehouden, maar mocht het in Nederland en Vlaanderen ook het geval zijn dan vraag ik me af: waar gaan die interviews over en waarom betalen die zich niet uit in besprekingen?

Voorlopig ga ik nog even trouw verder met waar ik mee bezig was: ook deze week spitte ik weer 8 boekenbijlagen door en telde ik het aantal recensies voor boeken van een vrouw en het aantal vrouwelijke recensenten. Het reeds ingezette patroon zet stug door, wat betekent dat een gebrek aan vrouwen zich steeds helderder aftekent. Maar ook wordt steeds duidelijker dat er één bijlage is die positief uitsteekt boven het gortdroge maaiveld van mannen van middelbare leeftijd. Die bijlage krijgt daarom een Gouden Leesbril.

 

piechart.jpg
#lekkertellen is altijd smullen voor de heren, die krijgen gemiddeld 73% van de besprekingen

NRC Handelsblad

Een betere illustratie van mijn analyse dat de Republiek der Letteren bevolkt wordt door mannen van middelbare leeftijd die somberen over de oppervlakkigheid van de hedendaagse cultuur, had ik me niet kunnen wensen dit weekend. Zo schrijft Sebastiaan Kort zonder ironie dat hij met de roman Poubelle van Pieter Waterdrinker (over een would-beschrijver – zat dat niet ook al in de nieuwe Anker?)

 

niet minder dan een Grote Nederlandse Roman in handen [dacht] te hebben. Vergelijkbaar met Buwalda’s Bonita Avenue, ook zo’n boek waarin een schrijver de dilemma’s van het moderne leven bij een stuurse man van middelbare leeftijd in de maag splitste.

 

Op blijdschap kon ik me niet betrappen bij deze inwisseling van de Grote Drie voor de Grote Buwalda. In de LUX-bijlage (niet in de telling opgenomen omdat die geen onderdeel van de boekenbijlage uitmaakt) werden we vergast op een lunchinterview met Cees Nooteboom – met Nieuw-Zeelandse wijn en glaasjes water van €5. De auteur reist met zijn 82 jaar nog de hele wereld over en, berg u!, maakt zich zorgen over onze cultuur: weten mensen uit niet-westerse culturen ‘de enormiteit’ van de heilige drie-eenheid op een schilderij van Bosch nog wel te herkennen? En hoe zit het eigenlijk met ‘dat andere, voor hem steeds onbekendere en almaar groeiende volk: de jeugd’. Opvallend is dat er in NRC geen enkel boek van een vrouw door een man werd besproken en geen enkel boek van een man door een vrouw. Terwijl dat in een land vol Pieters en Peters toch geen overbodige luxe zou zijn.

 

De Volkskrant

Het boekenkatern van Sir Edmund is deze week ouderwets volgepend door mannen. Ranne Hovius krijgt een pagina, Persis Bekkering en Danielle Serdijn allebei een kolommetje – en dan stokt de score op een kleine 19%. Dan kan Arjan Peters nog zo lovend zijn over Het loopt het ademt het leeft – en dat onder de kop ‘Hoe ze de tuthola in zichzelf eronder krijgt’, een mens zou bijna gaan denken dat ‘t ergens iets te maken heeft met zijn opvattingen over wat een vrouw is en zou moeten zijn – van de 82-jarige Helen Knopper, een peilloze moeheid overvalt me bij het doornemen van dit katern. Want met de vrouwelijke auteurs is het al niet veel beter gesteld: los van de signalementen komt die score deze week uit op 22,2%. Een foto van Pieter Waterdrinker minder en een recensie over een vrouw extra, is het nu zo moeilijk?

 

De Standaard

Het openingsstuk van De Standaard der Letteren is er eentje uit de categorie Zo Zien We Het Graag: Maria Vlaar bespreekt de verhalenbundel die Hans Maarten van den Brink samenstelde bij de Jeroen Bosch-tentoonstelling en licht daarin een evenwichtige selectie van mannen en vrouwen uit, die hopelijk exemplarisch is voor balans in de bundel van Van den Brink. De Vlaamse krant weet inmiddels de vrouwelijke recensenten wel te vinden, met 54% stukken van vrouwelijke hand. Nu nog ruimte voor boeken van vrouwen. Twee (!) titels van een vrouwelijke auteurs levert een score van 22% op. Zie ik niet graag.

 

Vrij Nederland

In de VN van deze week bespreekt Carel Peeters weer getrouw een boek van een man, namelijk De ontdekking van de wereld, waarin Peter Venmans over Hannah Arendt schrijft. In een langer essay (opgenomen in de sectie ‘de cultuur’) bespreekt Jos de Mul de boeken van Richard Dawkins en zijn criticus Denis Noble. Daarnaast heb ik de ‘rondgang’ meegeteld, waarin VN schrijvers en filosofen vroeg naar hun analyse van ‘Brussel’: hoe de aanslagen te duiden en wat nu te doen? Van de 9 mensen die werden geraadpleegd is er slechts één een vrouw. Er worden enkele verstandige dingen gezegd, maar waarom moeten we de voorspelbare Leon de Winter horen verkondigen dat de radicale Islam een massapsychose is en blijven de analyses van intelligente vrouwelijke auteurs en filosofen achterwege? Waar zijn de stemmen van Joke Hermsen, Annelies Verbeke, Marli Huijer, Tinneke Beeckman en Alicja Geschinska, om maar eens een binder full of women open te trekken?

 

De Groene Amsterdammer

Na de Loden Leesbril van vorige week herpakt de Groene zich met een m-v-verhouding van drie om vier (3V en 4M) wat betreft zowel de recenserenden als de auteurs van de besproken boeken. Marja Pruis opent Dichters & Denkers met een groot stuk over Svetlana Alexijevitsj, en daarmee is direct de toon gezet: vrouwen schrijven over vrouwen, mannen over mannen. Apart is dat toch.

 

De Morgen

Van alle stukken in de boekenbijlage van De Morgen deze week werd er geen enkele geschreven door een vrouw. Ik heb even teruggekeken in mijn excel-sheet, en het gemiddelde percentage bijdragen geschreven door een vrouw aan De Morgen-boekenbijlage, in 11 weken dat ik nu aan het tellen ben, komt op een schamele 11%. Niet eens een derde van de taart dus maar net een tiende. Treurnis.

 

Het Parool

Maarten Moll leest elke dag een fantastisch boek van een man, daarom zijn fantasy, sf, horror en als we zijn keuzes moeten geloven, boeken van vrouwen, totaal overbodige genres, aldus zijn nieuwste column. Ik heb alle schrijvers die hij noemt meegeteld, aangezien dat misschien een meer realistisch idee van de vanzelfsprekende weergave van uitsluitend mannelijke auteurs die hij in Het Parool, week na week, geeft. ‘Ik ben geen snob’, verzekert Moll ons, en ik geloof het graag, maar een ander bijvoeglijk naamwoord dat begint met een s lijkt me langzamerhand prima van toepassing. In het hele katern is één critica, Joukje Akveld, en die bespreekt de enige vrouwelijke auteur: Georgien Overwater en haar prentenboek Amsterdam. Voor iedereen die denkt dat #lekkertellen ouderwets en overbodig is: wat voor beeld van literatuur denk je dat het spreekwoordelijke marsmannetje zou krijgen na het lezen van dit literatuurkatern?

 

En de Gouden Leesbril gaat naar… Trouw

Laten we hopen dat het marsmannetje Trouw onder ogen zou krijgen. De boekenbijlage van dit weekend zou hem werkelijk doen kunnen geloven dat de vrouwen de helft van de wereldbevolking vormen: 12 vrouwelijke tegenover 13 mannelijke auteurs (als we de signalementen niet meetellen was het zelfs gelijk spel: 8-8). Ook zijn er beduidend meer stukken door vrouwelijke recensenten geschreven dan door mannen: 11 om 8. Het leidde tot een prachtkatern met een voorpublicatie van het nieuwe boek van filosofe Marjan Slob, die zich terecht afvraagt waarom de mannelijke representatie van het menselijk lichaam in het Visible Human Project zo veel meer aandacht trok dan de vrouwelijke, en een bespreking van de nu vertaalde autobiografie van Hilary Mantel: ‘Een witty, originele denker’ volgens Vrouwkje Tuinman. Mooi ook dat de twee non-fictie boeken van mannelijke schrijvers over vrouwen gaan, dat zie je niet veel. De Hongaarse schrijver Sacha Batthyány schreef over zijn puissant rijke oudtante, bekend als de ‘nazigravin’. En Ernst Timmer liefdevol over zijn 88-jarige moeder.

Trouw komt keer op keer uit de bus als de boekenbijlage die het meeste aandacht aan vrouwen besteedt en vrouwen het meeste ruimte geeft voor kritische bijdragen. Daarom krijgt Trouw van mij deze week een Gouden Leesbril. Houd een plekje vrij aan de muur, op de boekenplank of op je nachtkastje want hij komt naar jullie toe!

 

#lekkertellen 11
#lekkertellen in week 13 van 2016

 

Advertenties