#lekkertellen week 9: Carel Peeters bespreekt een vrouw!

Vandaag begint de lente, lieve Lezeressen en Lezers, en terwijl de dagen lengen tel ik onverminderd voort. Ik vernam deze week dat er mannen zijn die de boodschap van mijn geturf – hoe belangrijk ze die ook vinden – na twee maanden wel door hebben, maar ik geloof dat ze dan precies aan mijn punt voorbij gaan: inzicht is natuurlijk prachtig, alleen niet voldoende zolang er niets fundamenteel verandert. Laten we dus de cijfers weer eens nader bekijken.

LdV_infographic_week9-01

de Volkskrant

Hoera! Sir Edmund opent deze week met een vijf pagina’s tellend interview met Nobelprijswinnaar Svetlana Alexijevitsj. Interviewer Bert Lanting besteedt veel aandacht aan haar nieuwste boek, De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht, over de rol van vrouwen in het Sovjetleger. Een grote foto van drie ‘Sovjetboerinnen in 1941’ krijgt als bijschrift een citaat van Alexijevitsj: ‘Er werd in de Sovjettijd alleen met de stemmen van mannen over de oorlog gesproken.’ Vijf pagina’s aandacht voor stemloze vrouwen die eindelijk gehoord worden, u kunt zich voorstellen hoe verheugd ik was. Maar enkele pagina’s verder was het feestje helemaal over. In een artikel over de Matthäus-Passion worden zes boeken getipt over dit onderwerp: vijf geschreven door mannen, één door een vrouw. In het artikel wordt bovendien een selectie ‘dirigenten, zangers en instrumentalisten’ aan het woord gelaten over het muziekstuk: 14 mannen, nul vrouwen. Oh nee, er wordt toch nog één vrouw aangehaald: Anna Enquist, die volgens de tekst een ‘outsider’ is (samen met Ramsey Nasr). Ik neem aan dat haar conservatoriumdiploma niet genoeg is om over deze kwestie te praten. de Volkskrant heeft nog ver te gaan: de vrouwelijke recensenten en de besproken vrouwelijke auteurs bij elkaar opgeteld komen uit op slechts 25%.

Het Parool

Wat kan ik nog zeggen over Het Parool, behalve dat ze consistent excelleren in een ondermaatse vertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs en recensenten? Deze week 28% besprekende en besproken vrouwen. Natuurlijk wordt de jeugdliteratuur altijd door een vrouw besproken en worden in dat hoekje meteen ook relatief de meeste vrouwelijke auteurs genoemd. Joukje Akveld bespreekt boek met knalroze kaft uit een ‘typische meidenserie’ van Barbara Tammes, dit beslaat 2/3 kolom en is daarmee meteen de helft van de vertegenwoordiging van vrouwen in dit katern. Verder méér kolomruimte dan alle besproken en besprekende vrouwen bij elkaar voor het openingsstuk van Arie Storm over Rob van Essen. Storm meent dat de verzorgingsstaat van de bewoners van volksbuurten luie uitkeringstrekkers maakte én goede schrijvers produceerde. Wat een luxe, als je na jaren van kaalslag nog steeds denkt dat dat de meest noemenswaardige elementen zijn van een verdwijnende verzorgingsstaat.

De Standaard

Nog een laatste dingetje over het Boekenbal: Maria Vlaar observeert in haar openingscolumn dat de beste plekken bij het voorprogramma waren gereserveerd voor jonge schrijfsters. Omdat de CPNB een ‘strikt kaartenbeleid’ hanteert, kan het volgens Vlaar ‘geen toeval zijn dat de (jonge) mannelijke schrijvers naar de zijkanten geschoven zaten’. Zoals Vlaar het omschrijft riekt het inderdaad naar doordachte placering, maar met welke motivaties precies zou de CPNB de jonge vrouwen zo goed zichtbaar hebben neergezet? De Lezeres denkt er het hare van. Ook in De Standaard der Letteren staan deze week twee jonge schrijfsters in het middelpunt van de belangstelling: een dubbelinterview met debutantes Lize Spit en Roos van Rijswijk… maar wacht eens, zagen we dat stuk van Arjen Fortuin en Toef Jaeger in week 7 ook niet al in NRC Handelsblad? Zulke journalistieke efficiency doet mij snel doorbladeren. Desondanks volg ik de conjunctuurbeweging in deze Vlaamse boekenbijlage nauwgezet, want terwijl zij in de eerste week #lekkertellen nul vrouwen bespraken, klommen ze in de weken daarna op tot de eerste bijlage waarin ik voor elke categorie een meerderheid vrouwen turfde. (Waarbij ik nog eens in herinnering roep dat het hier de Jeugdboekenweek betrof.) Vorige week zat De Standaard der Letteren in een dalletje, deze week revancheren ze zich weer, met 58% van de stukken geschreven door een vrouw, 38% van de stukken over een vrouw en een totaal van 48%. Doe uw naam eer aan, Standaard, en houd dit vast.

Trouw

Vanmorgen maakte ik de fout het interview van Marco Visscher met Camille Paglia te lezen dat deze week in ‘Letter&Geest’ is opgenomen. De ene generalisatie na de andere vliegt je om de oren, met als dieptepunt de uitspraak: ‘alleen zwakke vrouwen kunnen niet met mannen omgaan.’ Eenmaal bekomen van Paglia’s oorverdovende sekse-ideologie begon ik met frisse moed aan de boekrecensies. Bij de ontdekking van Janita Monna’s bespreking van Rodaan Al Galidi’s nieuwste bundel Koelkastlicht, waaruit Trouw tevens paginagroot een gedicht afdrukte, keerde mijn goede humeur weer terug. Op de volgende bladzijde trof ik Jann Ruyters’ drie kolommen tellende bespreking aan van de roman Overal Vogelzang van Evie Wyld, daarna meteen een even grote recensie door Ger Leppers van Virginie Despentes’ nieuwste roman Het leven van Vernon en vervolgens nog een lang stuk door Emilia Menkveld over Kwellende liefde van Elena Ferrante. Een bladzijde verder besteedt Ruyters in een korter stukje aandacht aan Het ABC van Annie MG samengesteld door Joke Linders. In dit stuk memoreert Ruyters de journaliste Wim Hora Adema die eind jaren 70 door het Parool werd ontslagen ‘vanwege de voltooiing van de emancipatie’. Als geen ander weet ik dat vergelijkbare overtuigingen krap 50 jaar later nog altijd overal opduiken, zo bleek afgelopen week op Twitter waar een mannelijke recensent verkondigde dat hij de boodschap van De Lezeres inmiddels wel had begrepen. Bas Maliepaard citeert in zijn Trouw-recensie de zestienjarige Simon uit het nieuwe kinderboek van Becky Alberttalli: ‘Het is ontzettend irritant dat hetero’s (blanke hetero’s, welteverstaan) de norm zijn, en dat de enige mensen die over hun identiteit moeten nadenken, degenen zijn die niet aan die norm voldoen’. Ik vond dat wel toepasselijk, en citeer het hier daarom nog eens. Over de verhouding m/v in Trouw kan ik deze week wederom alleen maar mijn lof uitspreken: van de recensenten is 44% vrouw, van de besproken auteurs is 43% vrouw. 

Vrij Nederland

Al weken houd ik Vrij Nederland voor mezelf spannend met de Carel Peeters Cliffhanger, en lieve lezers, het wonder is geschied: de man bespreekt een vrouw! Mag u een keer raden welke vrouw precies, dan verklap ik u in de tussentijd dat Jeroen Vullings na zijn uitstapje van vorige week weer vertrouwd een man bespreekt. As in tas, het boek van Jelle Brandt Corstius over zijn vader Hugo, wordt door Vullings geprezen omdat het ‘compact, suggestief en licht’ is, wat Vullings vooral een prestatie vindt ‘wanneer je je realiseert dat dit in wezen een therapeutisch boek is, een genre dus waarin navelstaarderderig geëmmer doorgaans niet van de lucht is’. Ik kon het niet laten een klein gedachte-experiment uit te voeren en me voor te stellen wat Vullings van een boek van Jelles zus over hun vader zou hebben gevonden, omdat zij ook zo graag persoonlijke en banale ongemakken beschrijft. Vullings vindt het namelijk ‘weldadig ironisch’ dat Jelle zich gedurende zijn fietstocht nogal zorgen maakt ‘om zijn “lul”, die door de dracht van zo’n eng wielrennersbroekje gevoelloos is geworden en onthecht lijkt van de rest van zijn body’. Snel terug naar Peeters: het is Annie M.G. Schmidt! Gewaagde keuze, Carel.

NRC Handelsblad

Het leek even écht ‘lekker tellen’ in de NRC want bijna de helft (46,7%) van het aantal recensenten is een vrouw. Een korte blik op het kolommetje besproken auteurs volstaat echter om te weten dat mijn vreugde van korte duur was. Op één uitzondering na is alle besproken fictie door een man geschreven: Saskia Pieterse recenseert de roman van Alicja Geschinska, waarin ‘de vaderfiguur in ere [wordt] hersteld’. Margot Dijkgraaf mocht de ‘jonge, knappe Zwitser’ Joël Dicker interviewen en smolt voor zijn ‘ijsblauwe ogen boven een af en toe stralende glimlach’. Maar ze schakelt snel over van zijn uiterlijk naar zijn ambitie, die er natuurlijk al vroeg in zat. Jammer genoeg heeft hij die ingezet voor nog een roman over verveelde millennials en social media. In de afdeling non-fictie komen twee vrouwen aan bod, onder wie Femke Halsema die in Pluche schreef over het seksisme dat ze in Den Haag heeft ervaren. Het adagium ‘een week geen Grote Drie is een week niet geleefd’ dat de Hollandse boekenbijlagen lijken te hanteren, wordt deze week door de NRC dubbel en dwars bevestigd: op de cover prijkt ‘de über-bluf van W.F. Hermans’. Hermans-kenner Wilbert Smulders opent met een groot stuk over zijn Mandarijnen op zwavelzuur, dat onlangs opnieuw is uitgegeven.

De Groene Amsterdammer

Niña Weijers omschrijft in haar column de trots die ze voelde toen Esther Gerritsen op het Boekenbal (dit is echt de laatste verwijzing, beloofd) het applaus in ontvangst mocht nemen. Want: ‘De lezers van Nederland, dat weet iedere schrijver die haar of zijn huur betaalt met optredens door het land, zijn bijna allemaal lezeressen. En die lezeressen zouden het nog bijna gaan geloven ook: dat het beeld van de boekenweek­schrijver universaliteit uitstraalt; dat je een (witte) man moet zijn om in aanmerking te komen voor de heilige graal van de CPNB.’ Ze memoreert de gouden leesbrilletjes die ik op het Bal achterliet, en stelt dat ik mijn feminisme niet met mijn ‘tieten, kut of polyamorie’ verkoop. Dat heeft ze goed gezien. Maar alle gekheid op een stokje, het verheugt de Lezeres ten zeerste dat de interesse in feminisme aangewakkerd wordt en om in dat kader genoemd te worden. Des te teleurstellender om te zien dat in de Groene deze week geen boeken van vrouwelijke auteurs worden besproken. Niet één. Wel een bespreking van Robert Ankers laatste teerling, De Vergever, waarin een voorzichtig begin wordt gemaakt met een kritische analyse van de specifieke opvatting van masculiniteit zoals die in dit boek tot uiting komt. Het was mij wat al te voorzichtig, maar hierbij spoor ik alle recensenten aan dit pad wat vaker te bewandelen. En volgende week ook weer vrouwelijke auteurs te bespreken, graag.

En de Loden Leesbril gaat wéér naar De Morgen…

Niet om Niña Weijers alsnog ongelijk te geven, maar de boekenbijlage van De Morgen deze week, daar zakt werkelijk mijn onderbroek van af. Eén van de zeven mensen die bijdroegen aan de bijlage was een vrouw, en dat was niet eens een van de recensenten. Geen enkele bespreking ging over een boek geschreven door een vrouw, of was zelfs maar een interview met een vrouw. Dit is de derde Loden Leesbril die De Morgen ontvangt, en de situatie lijkt alleen maar droeviger te worden. De Morgen, hup, schouders eronder.

lekkertellen week 11 (9)

Advertenties