Met lege handen: Bedelaars in NRC Handelsblad

Het NRC-artikel ‘zo werd een groep dronken PSV Supporters wereldnieuws’ van Koen Greven lijkt een poging tot meta-media-analyse te zijn. Het stuk werpt de vraag op welke journalistieke krachten ervoor gezorgd hebben dat PSV-supporters (die in Madrid  vrolijk lachend vrouwelijke bedelaars vernederden, onder meer door ze in ruil voor een muntje te laten opdrukken en voor hun ogen geld te verbranden), plotseling wereldwijd als schoften veroordeeld werden. Het antwoord lijkt me in dit geval een volstrekte no-brainer en helemaal geen meta-analyse waard: omdat het daadwerkelijk van een bodemloze schofterigheid wás wat zich op dat plein heeft voltrokken. Maar blijkbaar mag dat het antwoord niet zijn.

Welk antwoord prefereert Greven? Laten we de close-reading glasses opzetten en kijken welke retorische krachten er in de NRC aan het werk zijn. Hoe wordt in het stuk getracht het sadisme van de supporters om te buigen tot de kwestie: ‘hoe je tegenwoordig zomaar wereldwijd aan de virtuele schandpaal genageld kan worden’?

Parasieten

Het stuk  laat ons in de opening kennismaken met de Bulgaarse Julia, één van de vrouwen die in het filmpje vernederd werd. Daarmee krijgt ze ogenschijnlijk een naam en dus een identiteit. Ze is ook nu, na het vertrek van de supporters, nog steeds op het plein aan het bedelen. Als een Spanjaard haar wegjaagt en voor parasiet uitmaakt noteert de verslaggever dat ze ‘niet verblikt of verbloost’. Boodschap: vernederingen zijn aan de orde van de dag en raken deze vrouwen al lang niet meer. En dat is een boodschap die in de rest van het stuk nog een aantal keer herhaald zal worden.

Waarom vindt de journalist dat van belang te vermelden? Als excuus? Mag je mensen die op de bodem van een samenleving zijn beland en inderdaad vaak in veel opzichten afstompen, een stomp geven? (Van empathie word je mens. Maar empathie is een luxe-product waar zij die altijd met lege handen staan in ons beschaafde Europa geen toegang toe hebben). Of is het nóg kinderachtiger: kijk, de Spanjaarden doen het zelf ook, bedelaars schofferen, dus wat valt die Nederlanders nu helemaal te verwijten?

Er staat nergens letterlijk: die vrouwen halen iedereen het bloed onder de nagels en hebben geen enkele eigenwaarde dus logisch dat dit gebeurde. De hele tekst echter masseert de lezer richting die gedachte. Het is interessant dat Greven in het artikel nergens zijn eigen opinie direct formuleert, maar wel via de selectie van zijn bronnen aan de vrouwen menselijkheid ontzegt. Want Julia mag een naam krijgen, mens wordt ze nergens. Een anonieme Spanjaard vindt zoals gezegd de bedelende vrouwen ‘parasieten’. Greven rept zelf van ‘zigeunerinnen waarin in ieder reisgidsje over Madrid wordt gewaarschuwd’ (overigens: sinds wanneer mogen journalisten reisgids-clichés aanhalen als relevante inzichten? ) Ook komen er collega-journalisten aan het woord die benadrukken dat deze vrouwen vroegen om het gooien van dat geld. Informatie waarmee aan de vrouwen een eigen geschiedenis en een eigen context had kunnen worden gegeven, ontbreekt echter.

Racisme en balorigheid

In de derde alinea wordt het eigenlijke onderwerp van het stuk geïntroduceerd: de negatieve beeldvorming rond PSV-supporters.

Vriend en vijand is het er snel over eens dat het gedrag van een klein deel van de PSV-aanhang verwerpelijk is. Als de beelden via internet worden verspreid, groeien ze in twee dagen uit tot wereldnieuws. […] Het imago van de PSV-supporter is aan diggelen.

Tijdens het incident stonden deze bedelende vrouwen tegenover een overmacht van in welvaart badende jongemannen. Maar waar gaat de sympathie van de journalist naar uit? Naar de supporters, waarvan een ‘klein deel’ zich misdragen heeft en die nu collectief onder ‘imago-schade’ lijden.

Dat het sadisme van de supporters hand in hand ging met ordinaire buitenlanderhaat, blijkt als er door Greven gemeld wordt dat er fans waren die zongen: ‘Don’t cross the border’. Met dat ene zinnetje moeten we het doen, want Greven heeft er verder geen onderzoek naar gedaan. Hoe breed gedragen is dat xenofobe sentiment? We komen het niet te weten, want supporters heeft hij niet geïnterviewd, laat staan kritische vragen aan ze gesteld.

Wel werpt Greven de vraag op of wat er op het plein gebeurd is, een kwestie was van óf ‘een smakeloze grap’, óf ‘racisme’.  Het stuk tendeert duidelijk naar de eerste verklaring (de vrouwen worden ‘opdringerig’ genoemd, de dronkenschap van de mannen wordt benadrukt). Het is echter een tweedeling die geen hout snijdt. Grap en racisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: al eeuwenlang vindt racisme in smakeloze en vernederende grappen een krachtige uitdrukkingsvorm. Anders geformuleerd: alleen bij iemand met racistische ideeën over ‘zigeuners’ werkt zoiets als wat in Madrid gebeurde op de lachspieren – en moet er niet spontaan van huilen, zoals een Spaanse omstander overkwam.

Een menselijk gezicht

Greven maakt het stuk retorisch ‘mooi rond’ door terug te keren  naar Julia, de vrouw uit de opening. Die krijgt aldus het woord:

‘Waarom ik de munten van de grond raapte en mezelf opdrukte? Voor het geld.’ En dan houdt ze met een smekend gezicht het bekertje voor zich. ‘Money. Please?’

Het aller-pijnlijkste aan dit stuk is dit slotcitaat. Wat doet het er immers toe waarom Julia deed wat ze deed? Waarom moet zij zich verantwoorden en wordt ze gedwongen nogmaals voor haar vernederende antwoorden te geven? Het gaat erom dat de supporters hebben gedaan wat ze hebben gedaan. Met deze retorische inkleding lijkt het alsof de zogenaamd ‘opdringerige’ en gretig muntjes rapende Julia  medeplichtig was aan het hele gebeuren. En dat iemand dat durft te suggereren, is inderdaad om te huilen.

Advertenties