Boekenballin’: Brillen uitdelen op het feestje van de culturele elite

Je kon er moeilijk omheen: gisteren verzamelde tout literair Nederland zich in de Stadsschouwburg voor het jaarlijkse Boekenbal. Er was een NTR-documentaire over 65 jaar boekenbal, er werden diverse DWDD-uitzendingen aan literatuur gewijd, er was verslaggeving en druk getwitter. Foto’s van vrolijke auteurs met melige Duitse teksten sieren dit weekend de boekenbijlagen ten teken dat de Boekenweek is begonnen, het grote boeken kopen kan beginnen.

Enig, toch? Niet helemaal. Het is tijd om een scherpe blik te werpen op het feest, de organisatie ervan (de CPNB) en de Nederlandse literaire wereld. Die voegen zich in een traditie waarin zogenaamd literaire hiërarchieën worden bestendigd en vrouwen nog steeds het onderspit delven ten opzichte van de ‘grote’ mannelijke auteurs, niet alleen qua aantallen, maar ook in hardnekkige beeldvorming.

De Lezeres bedacht daarom een list: ze verloor haar Gouden Leesbril en liet die in veelvoud opduiken op het bal, vergezeld van informatieve Wist-u-datjes over het gebrek aan diversiteit in de literaire wereld (wist u bijvoorbeeld dat Esther Gerritsen de tweede vrouwelijke auteur in zeventien jaar is die het boekenweekgeschenk mocht schrijven?) Het was een uitnodiging om een scherpe blik te delen, want wie de bril past, zette hem op. Dat leverde spannende zoektochten en mooie plaatjes op, maar omdat een drankfeestje niet zo’n geschikte plek is om een kritisch gesprek te voeren, licht ik het graag nog even toe. Leest u mee?

Schermafbeelding 2016-03-12 om 19.31.09.png

Literaire pikorde  

Dat tout literair Nederland op het boekenbal aanwezig is, is natuurlijk niet waar: alleen de bovenlaag daarvan mag komen. Maar wie behoren daar eigenlijk toe? Op een AT5 livestream zei een verslaggever tegen Robert Anker, ‘kom, help me even, jij bent…’ – waarna de meermaals gelauwerde auteur en voormalig stadsdichter geduldig zijn eigen naam in de camera moest zeggen.

Het geval van Robert Anker toont genadeloos aan dat literaire kwaliteit er op deze avond niet vreselijk toe doet. Wel wordt op zo’n avond nog eens vastgesteld wie hoog en wie laag op de aandachtspiramide zit – een spel dat allang niet meer zonder media-logica kan functioneren. De auteurs met de meeste institutionele macht zijn diegene die het goed doen in het DWDD-mediacircuit én er tegelijkertijd in slagen om in diezelfde media een tot cliché gereduceerd idee van de ‘hoge cultuur’ uit te dragen. Enter: Connie Palmen. Precies dit type auteur verzucht in de NPO-documentaire  ‘dat het wel elitair moet blijven’ (dixit Palmen) en er te veel gepeupel op het bal rondloopt: actrices die een boek hebben geschreven, of hebben laten schrijven door een ander, zoals Jessica Durlacher schamperde.

Pijpen en onderrepresentatie

In deze vortex van kritiekloze zelfverheerlijking is het blijkbaar cruciaal dat men kan blijven geloven dat een hiërarchisch onderscheid tussen de ‘echte elite’ en wufte ‘BN-ers’ nog een zinvolle zou zijn. En heel klassiek wordt ‘het vrouwelijke’ steevast geassocieerd met minderwaardige want oppervlakkige camera-gerichtheid. De actrices die zo goed zijn hun mediaal kapitaal te delen met de literaire wereld worden daarom consequent naar beneden gehaald, niet alleen door Durlacher. De immer gefrustreerde Theodoor Holman repte van vrouwen die er alleen maar zijn omdat ‘ze misschien af en toe een schrijver hebben gepijpt’.

Ook menig vrouwelijke auteur wordt er toch altijd weer even aan herinnerd dat áls ze dan in de spotlight staat, ze dat aan haar uiterlijk te danken heeft. In de seksistische introductie van DWDD, bij een item waarin enkel vrouwelijke auteurs zaten, werd zonder omhaal gesteld dat ze er zaten omdat ze ‘de mooiste’ zijn. 

De NTR documentaire sprak eveneens onbeschaamd van ‘groupies’ op het feest, en schrijvers als Peter Buwalda waren heerlijk aan het opscheppen over wat er allemaal in de donkere hoekjes van de schouwburg gebeurt. (Let wel: in de documentaire werd dit alles uitsluitend vanuit mannelijk perspectief opgetekend, hoe die vrouwen een en ander ervaren hebben bleef onopgehelderd).

In het kader van die hardnekkige clichés is het geen wonder, maar daarom niet minder kwalijk, dat de scheve verhoudingen zelden onderwerp van debat zijn. Als beelden van vrouwen in ondergeschikte posities (bij Benali blijven ze niet voor niets naamloos) zo alomtegenwoordig zijn, hoeft het niet te verbazen dat er een zekere blindheid voor ongelijkheid optreedt.

Beeldvorming en de paradox van de politieke correctheid

Nog iets  over die column van Theodor Holman, die weer eens aan de paradox van de politieke correctheid raakt. Zijn verongelijktheid over zijn ‘ongewenstheid’ wentelt hij af op een veronderstelde politieke correctheid van de organisatie – als cynische waarheidszegger zou hij niet worden geaccepteerd. De CPNB ‘politiek correct’? Zou ‘t heus? In 2014 lanceerde de organisatie een campagne rond Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa, waarbij op de radio de slogan luidde:

Dit jaar krijgt u een mooie jonge vrouw cadeau. Daar mag u mee doen wat u wilt. Even wegleggen of meteen verslinden.

Grappig is dat die campagne precies dezelfde truc uithaalt als die waar Holman zijn hele columnisten-carrière aan dankt: de slogan is zó ver over de rand, dat de politiek correcte norm er impliciet (en als afzetpunt) al in wordt opgeroepen. Kijk mij, ik zet mij af, ik doe iets brutaals normuitdagends en verrassends. Ondertussen hebben columnist en CPNB  institutionele macht en zijn ze met hun seksisme de norm – het politiek-correcte afzetpunt bestaat alleen maar in de vorm van een mythe.

De tegenstelling politiek correct – incorrect is een valse en verhult wat hier echt op het spel staat. Wat vele Nederlandse media- en cultuurmakers uit zo ongeveer het gehele politieke spectrum opeisen, is het privilege om op een frivole manier met beeld en beeldvorming om te gaan. Dat privilege staat haaks op wat de werkelijke taak is van de de culturele sector, te weten: niet onnadenkend met beeld om te gaan.

Het privilege op onnadenkendheid betreft niet alleen een luchthartige omgang met seksistische beeldtaal. Dit jaar was het thema Duitsland en was Checkpoint Charlie omgebouwd tot ‘Checkpoint Angela’. Wat wil de organisatie hier nu mee zeggen? Angela Merkel is opgegroeid in een dictatuur waar Checkpoint Charlie een bittere realiteit was die mensen het leven heeft gekost. Of is Checkpoint Angela een grapje over hoe er in Duitsland nú met grenzen en vluchtelingen wordt omgegaan? Ook dan zie ik niet in wat hier zo lollig aan is: Merkels ethische gravitas is welhaast het enige lichtpuntje in deze Europese politieke tragedie.

The image takes its revenge on those who do not look at it’. U mag zelf opzoeken wie dat  schreef. Maar een duister voorgevoel, lieve feestende culturele elite van Nederland, kan ik jaar na jaar minder goed van mij afschudden.

Advertenties

Een gedachte over “Boekenballin’: Brillen uitdelen op het feestje van de culturele elite

Reacties zijn gesloten.