#lekkertellen week 7. Een grote naaldhak, een klein mannetje en heel weinig confetti

Dag Lezers en Lezeressen! Een nieuwe week, een versgeslepen potloodje: het is weer tijd voor #lekkertellen, telt u mee?

Hoewel het percentage vrouwen in de bijlagen deze week íets omhoog is gekropen (31%) herhaal ik hier graag nog eens het ongevraagde advies dat ik in De Groene gaf, waar ik mijzelf deze week mocht voorstellen: bespreek meer vrouwen.

De Groene Amsterdammer

coverU moet om te beginnen weten dat ik er in werkelijkheid een stuk minder aardig uitzie dan mijn beeltenis op de cover, maar met de illustratie die Femke van Heerikhuizen maakte bij mijn stuk in Dichters & Denkers heeft ze mijn vele gezichten in ieder geval bijzonder goed gevat. Wat een eer was het om u eens door mijn leesbril naar de culturele en literaire wereld te laten kijken! En wat een taak bedeelt de Groene mij toe: ‘ons literair geweten’. Ik was natuurlijk gevleid, hoewel: eerder hoop ik dat ik soms het geweten van de boekenredacties kietel, dan dat ik ‘t zelf ben. Een extern geweten is hetzelfde als geen geweten, toch?

Ik duwde mijn brilletje op de neus om te gaan tellen en zag dat dit epitheton mij noopt om deze week streng te zijn op de Groene: Niña Weijers en ik zijn de enige vrouwen in het katern. Er wordt geen enkel boek van een vrouw besproken, wel drie boeken van mannelijke auteurs gerecenseerd door drie mannen. Lichtpuntje is dat Colm Toíbín, lovend besproken door Philip Huff, met zijn nieuwe roman Nora Webster in de huid van een vrouw kruipt.

Verder hadden Joost de Vries en Marja Pruis elders in de Groene een stuk over mannen en vrouwen, handig samengevat met de tegenstelling testosteron versus oestrogeen. Bij Joost de Vries was de Man in ‘t Gedrang.  Pruis schreef onder meer over Toch de vrouw van Melvin Konner, die beweert dat vrouwen op vele vlakken superieur zijn aan mannen. Over beide stellingen meer in mijn stukje over Vrij Nederland, die een opmerkelijk gelijkluidend geluid liet horen.

de Volkskrant

Zou maart zijn staart roeren of is bij de Volkskrant een nieuwe lente aangebroken? Deze week trof ik maar liefst 8 stukken van vrouwelijke critici in de boekenbijlage, en met de 9 stukken van mannelijke hand is dat een vrijwel gelijkwaardige verhouding. Helaas valt dat over de besproken auteurs nog niet te zeggen, met 23 mannen om 9 vrouwen. Aleid Truijens opent met een groot stuk over ‘het nieuwe golfje vaderboeken’ dat over de Hollandse dijken klotst, en omdat die worden geschreven door zonen – Visser, Brandt Corstius, Moll – tikt dat al lekker aan voor de mannen. Carel van Schaik en Kai Michel tellen daarbij op met hun biologisch-antropologische interpretatie van de Bijbel, die ik op mijn leeslijstje zet. Zij vragen zich naar aanleiding van ‘het concept van een Eva die schuld draagt aan de zondeval en zich daarna gehoorzaam schikt naar de man’ af: ‘Waarom noemen niet alle vrouwen zich feministen?’ En Wieteke van Zeijl merkt in een terugblik op de Palabras-avonden op dat diversiteit toen zoveel vanzelfsprekender leek: ‘Kijk naar de laatste Nacht van de Poëzie en al wat er op het podium stond: geen kleur.’ Ik ben vandaag hoopvol gestemd, en noem de 28 procent vrouwelijke auteurs een verbetering ten opzichte van de krappe 17 procent van vorige week.

Het Parool

Met 7 recensies, waarvan 2 door vrouwen zit Het Parool weer keurig op zijn eigen gemiddelde. Blijkbaar is dit een man-vrouwverdeling waar de boekenredactie zich comfortabel bij voelt. Wel deze week een openingsstuk over de Amerikaanse Nell Zink, gelukkig. En besproken door een man, een combinatie die zeldzaam is zoals eerder opgemerkt in deze rubriek, maar misschien net iets minder zeldzaam als het om het openingsartikel gaat. ‘Gij nu is iets te veel leven en iets te weinig literatuur’, schrijft Dieuwertje Mertens over Griet Op De Beeck en met deze eenvoudige distinctie tussen leven en literatuur hebben we meteen de enige uitspraak over stijl in dit hele katern te pakken. Ook verder lijkt de redactie een zekere misère over het boekenaanbod te voelen, misschien zou het lezen en bespreken van meer vrouwen hun spleen verlichten. Maarten Moll besluit Murakami, Philip Dröge en David van Reybrouck niet te lezen. Guus Luijters schrijft een negatieve en nietszeggende recensie van Alfred Andersch onder omgekeerd toepasselijke titel “Aan gewichtig nawoord gaat tamelijk lullig verhaal vooraf”. Arie Storm meende blijkbaar dat Shakespeare tot voor kort een geheimtipp in de Nederlandse literatuur was, die nu in zijn vierhonderdste sterfjaar ‘opeens overal opduikt’.

Vrij Nederland

Vrij Nederland heeft het deze week over vrouwenemancipatie en dus wordt de cover gesierd door een naaldhak die een klein mannetje vermorzelt. Hé, een hele grote vrouw en een klein mannetje, waar zagen we dat eerder? O ja, op de cover van het aanstaande boek van Maxim Hartman, in de Suitsupply reclame, in de Man in ‘t Gedrang-IJsbeer-column van Max Pam (die naar Beyond Sleep, de boekverfilming van Nooit meer slapen was geweest, alwaar in een droom een heel klein  W.F. Hermannetje door een reusachtige blote vrouw als een mug dood wordt gemept). Ook in het bijbehorende stuk behandelt Esma Linneman maar weer eens de vraag of vrouwen de mannen voorbij zullen streven omdat ze biologisch superieur zijn aan de hand van, daar was hij weer: Melvin Konner. Nu heb ik dat boek van Konner al in drie grote stukken besproken zien worden (de Volkskrant, de Groene en Vrij Nederland). Zijn betoog sluit blijkbaar haarfijn aan bij de paniek dat er een ‘reusachtige’ vrouw is opgestaan die op het punt staat de man te vertrappen als was hij een lege gebaksdoos. Laat u niet voor de gek houden, de feiten zijn omgekeerd: er is sprake van een stagnatie van emancipatie van vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt, mannen hebben nog altijd veelal de belangrijke machtsposities. Dat is echter een taboe: als Linneman daarover begint, schrijft ze, dan wordt ze voor ‘feminazi’ uitgemaakt.

naaldhak
Grote vrouwen, kleine mannetjes, waar heb ik dat eerder gezien? Ook zo origineel: de naaldhak
pump
Zie bijvoorbeeld deze banner van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) van afgelopen november. Die hebben ook nog niet helemaal begrepen hoe beeldvorming werkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in de boekensectie van Vrij Nederland is de opmars van de vrouw nog ver te zoeken: Jeroen Vullings bespreekt een bundel van Wessel te Gussinklo, die, hoewel hij steevast op bewondering van Vullings kan rekenen, uit het stuk naar voren komt als die typische man van middelbare leeftijd met sombere ideeën over de oppervlakkigheid van onze hedendaagse cultuur (herkent u het profiel?) met een boekenkast vol Grote Nederlandse Schrijvers (heren, inderdaad) en een in mijn ogen wat ongezonde obsessie met Vestdijk. Ook Carel Peeters bespreekt een boek van een man, Better Living Through Criticism van A.O. Scott, dat Peeters ergert omdat Scott ‘zo nodig bijna op zijn knieën [moet] verklaren dat zijn oordelen maar geldig zijn zolang als het duurt, echt nooit enige zekerheid bieden’. Die nederigheid zullen we bij Peeters (die van mening is dat kritiek van ‘een zelfverworven kijk op de wereld’ moet getuigen) niet snel aantreffen. Opnieuw de spanning: zal Peeters volgende week dan eindelijk een vrouw uit zijn boekenkast tevoorschijn toveren?

De Standaard

Op het moment dat Excel de percentages van de Standaard tevoorschijn toverde, scheurde in Huize Lezeres het plafond open en viel er confetti uit de hemel, voor het eerst in mijn tabel was het totaal vrouwen boven de 50 procent uitgekomen! 60 procent vrouwelijke recensenten en 57 procent vrouwelijke auteurs, een memorabel moment. Eenmaal op adem na het vreugdedansje moet ik echter toch een kanttekening plaatsen bij de cijfers, en wel deze: het katern staat deze week in het teken van de Jeugdboekenweek. Het is fantastisch dat de Standaard der Letteren specialiste Vanessa Joosen de ruimte geeft – ze schrijft twee stukken van twee pagina’s. Maar het is toch opmerkelijk dat dit cijfer gehaald wordt in de week der jeugdliteratuur, die in de hiërarchie der genres aanmerkelijk lager genoteerd staat dan de door mannen gedomineerde romankunst.

Trouw

De verhouding mannelijke en vrouwelijke recensenten in Trouw verslechterde ten opzichte van de voorgaande weken: 11 van de 16 is man. Het percentage besproken vrouwelijke auteurs bereikte daarentegen met 46% een recordhoogte. Zo zijn twee pagina’s gewijd aan de ‘ingeleefde, grondige’ biografie van Tatiana de Rosnay over Daphne du Maurier. Het interview met Esther Gerritsen beslaat maar liefs drie pagina’s en gaat niet alleen over haar persoon, maar ook over de inhoud van het boekenweekgeschenk dat zij dit jaar heeft geschreven. In het interview herinnert Trouw ons eraan dat voor het eerst sinds 2002 een vrouw is gevraagd het geschenk te schrijven. Sinds WOII is de verhouding mannelijke-vrouwelijke auteurs van het boekenweekgeschenk met ongeveer 1 op 5 om te huilen. Gerritsen vraagt zich af wat de positieve discriminatie door de CPNB eigenlijk heeft voortgebracht: ‘Laten we wel wezen. De echte uitblinkers zijn de vrouwen.’

Een groot deel van ‘Letter&Geest’ is gewijd aan het thema van de komende Boekenweek: Duitsland. In een zoektocht naar het ontdekken van de Duitse literatuur komen zowel Duitse schrijvers van nu als oude Duitstalige klassiekers aan bod. Jammer dat Trouw enkel een lijstje voorspelbare heren kan oplepelen zodra we de geschiedenis van de Duitse literatuur induiken: Heinrich Heine, Goethe, Franz Kafka, Thomas Mann….

NRC Handelsblad

In NRC deze week een groot interview met twee vrouwelijke debutanten: Roos van Rijswijk en de intussen haast onvermijdelijke Lize Spit. Ze delen het interview en veel van de vragen gaan niet over het werk zelf maar over de zaken eromheen (de uitgeverij, de mediatraining, de soms bijkomende onzekerheid). Omdat Onheilig van Van Rijswijk ook besproken wordt, zijn Spit en Van Rijswijk samen goed voor 3 van de 6 besproken vrouwen in het hele katern. Vooral de man-vrouwverhouding in het aantal recensenten is deze week erg teleurstellend: slechts één recensie werd door een vrouw geschreven en het interview werd voor de helft door een vrouw verzorgd. Mannen daarentegen pakten maar liefst 11 keer de pen op.

En de Loden Leesbril gaat naar…. De Morgen

De Morgen werd helemaal vol geschreven door mannen (0,0 % vrouwelijke recensenten) en 1 klein recensietje voor een vrouwelijke auteur. Verder waren alle boeken door mannen geschreven. Zei ik vorige week dat er een zilver randje rond de Loden Leesbril zat voor De Morgen? Deze week krijgen ze weer de Loden Leesbril, nu zonder zilver randje. Wat een deceptie, 3,85 % vrouwen in een zó grote boekenbijlage.

 

lekkertellen7

Advertenties