Sterren uitdelen aan de boekenbijlages: #lekkertellen week 10

De afgelopen weken was er veel te doen over de aandachtseconomie rondom het boek. Romanschrijver Anne Eekhout constateerde in NRC dat je in interviews steeds meer panklare oneliners over je fenomenale rotjeugd klaar moet hebben staan om als auteur boven te komen drijven, Marja Pruis werd een beetje simpel van al het voorspelbare mediagedoe over As in tas (over de fenomenale rotjeugd van JBC). In reactie op het Haro Kraak-stuk over de veredelde marktkraam die het DWDD-boekenpanel is, verklaarden diverse critici (Fortuin en Jann Ruyters) dat ze helemaal niet zuur zijn. Ze bespreken de meeste boeken boeken positief – wat mij op zichzelf ook niet onverdeeld een positieve ontwikkeling lijkt, maar ik ben zuur geboren. (Nee hoor. Kunnen we ophouden kritisch met zuur te verwarren?)

Over sterren gesproken: ik heb ook een sterrensysteem ontwikkeld, speciaal voor de boekenbijlages en hun nog altijd wonderlijke relatie tot de vrouw. Ook zo benieuwd hoe ze ‘t gedaan hebben?schoonmaakzijndef

* = your gender bias is showing

** = een vrouw is geen paasei, verstop haar niet

*** = het patriarchaat gaan we er niet mee bestrijden, maar redelijk evenwichtige boekenbijlage

**** = vrouwen krijgen net zo veel ruimte als mannen en worden zonder gegenderde taal besproken!

***** = blaast lachend het patriarchaat omver

Het Parool

Eenderde van de recensenten deze week is vrouw, 14% van de besproken boeken is ook van een vrouw. In deze telling heb ik de wilde associatiedrift die Maarten Moll opschreef bij wijze van column niet meegeteld, dan hadden de statistieken er nog slechter uitgezien. Moll komt, zo uit de losse pols, op 10 mannelijke auteurs en 20 mannelijke personages in een krappe column. Ik vind de nonchalance waarmee recensenten steeds toevallig gewoon geen vrouwelijke auteurs of personages noemen in hun stukjes met de week weerzinwekkender worden. Wat wel besproken wordt is de nieuwste roman van Marja Pruis onder de kop “Pruis’ superieure vorm van babbelen.” Een positieve recensie onder een neerbuigende kop. De enige andere schrijfster die besproken wordt, Evie Wyld, mag het doen met de kop “Liefelijk is de roman Overal vogelzang absoluut niet”. Een beetje in dezelfde categorie. Gelukkig bemant Joukje Akveld trouw iedere week de laatste kolom van het katern met de jeugdliteratuur.

** voor Het Parool: een vrouw is geen paasei, verstop haar niet

Trouw

Critici, redacteuren, uitgevers van Nederland, het is tijd voor een ernstige vraag: waarom blijven vrouwen in het non-fictiesegment zo ondervertegenwoordigd? Dat ze er heus zijn blijkt deze week uit Mien. Een vergeten geschiedenis, waarin Mariska Tjoelker het levensverhaal van Mien van Bree optekent, de vrouw die in 1938 de eerste wereldkampioen wielrennen werd. Toeval of niet, Tjoelker wordt geinterviewd door Nicole Lucas (v). Alle andere non-fictietitels komen van mannen en worden veelal besproken door mannen. De vertekening in de percentages van Trouw komt deze week dan ook geheel en al op het conto van redacteur Wils Rebergen (m). Zonder zijn non-fictiesignalementen was het percentage vrouwelijke auteurs deze week 35,8% geweest, sowieso een kleine terugslag in de cijfers van Trouw, maar met zijn signalementen daalt het zelfs onder de 30%. Rebergen bespreekt vier non-fictietitels van vijf mannen, met als dieptepunt 500 jaar Utopia van Michel Bronzaer en Joost van der Net: ‘Aan deze bundel hebben de filosofen Rudi te Velde, Joost van der Net, Inigo Bocken en Donald Loose bijgedragen, alsmede emeritus bisschop Ad van Luyn.’ Is het te utopisch gedacht dat een beetje ingevoerde redacteur best een vrouw voor in dat rijtje had kunnen vinden?

*** voor Trouw: het patriarchaat gaan we er  niet mee bestrijden, maar redelijk evenwichtige boekenbijlage

De Standaard

Bij De Standaard kunnen ze het deze week wel, non-fictie van vrouwen vinden. Marc Cloostermans bespreekt Roaring nineties van Jannah Loontjens, en onder de kop ‘De oorlog heeft ook een vrouwengezicht’ leest Johan De Boose het vorige week ook al genoemde boek van Svetlana Aleksijevtisj. Kathy Mathys mag openen met een recensie van Evie Wyld, Annelies Verbeke prijst de verhalenbundel van Breece D’J Pancake aan, en met 40% vrouwelijke recensenten en bijna 37% vrouwelijke auteurs doet De Standaard der Letteren het dit weekend niet slecht.

*** voor De Standaard: het patriarchaat gaan we er  niet mee bestrijden, maar redelijk evenwichtige boekenbijlage

de Volkskrant

Het kan toch niet zo zijn dat ik de enige ben die het zat is? In de boekenbijlage van de Volkskrant komen wéér De Grote Drie langs, terwijl er slechts twee vrouwelijke auteurs in totaal worden besproken (plus twee in de ultrakorte signalementen). Drie pagina’s worden er gewijd aan W.F. Hermans en natuurlijk komen Reve en Mulisch dan ook weer voorbij. Op de foto’s bij het stuk over de nieuwe uitgaven van Mandarijnen op zwavelzuur staan vrouwen, maar dan wel een ‘slave girl’, een vrouw in badpak (met ‘Anna Blaman’ erboven) en een vrouwenlichaam met roofvogelhoofd. Nee, daar wordt mijn weekend niet beter van. Het hoogtepunt deze week is Persis Bekkering die aan de hand van Henry James uitlegt wat mansplaining is (de gewoonte van mannen om vrouwen dingen uit te leggen die die vrouwen zelf al weten). Maar het feit dat Bekkering slechts één van de in totaal drie vrouwelijke recensenten is (tegenover twaalf mannelijke) zorgt er toch voor dat Sir Edmund nog vóór het middaguur in de kattenbak ligt.

* voor de Volkskrant: your gender bias is showing

Vrij Nederland

In de VN van deze week het vertrouwde duo Vullings & Peeters. Vullings bespreekt een klassieker, Peeters waagt zich (alweer!) aan een vrouw. Het laatste boek van Jannah Loontjens, over volwassen worden in de jaren ’90 en de blijvende invloed van het poststructuralisme, kan op weinig waardering rekenen want ‘Ze [de poststructuralisten] vergaten dat er eerst tegenstellingen moeten zijn om ze te kunnen doorbreken’. Als Peeters’ parafrase klopt, dan wordt onder handen van Loontjens het poststructuralisme plotsklaps een genderneutrale djembe-sessie, in plaats van het rigoreus kritische project dat het in werkelijkheid was.  Verderop in de VN worden die onmisbare tegenstellingen nog eens benadrukt in een artikel van Daan Doesborgh over leesclubs. Hij gaat op bezoek bij een damesleesclub, waar romans uitgebreid besproken worden, onder andere door de psychologie van de personages te ontwarren, en bij een herenleesclub waar alleen gepensioneerde artsen worden toegelaten die zich via romans verdiepen in de wortels van de Europese cultuur. Need I say more?

NB. De stukken van Doesborgh en Japin zijn niet meegeteld omdat het geen besprekingen zijn.

** voor Vrij Nederland: één vrouw is geen paasei

NRC Handelsblad

Het is Pasen en dus heb ik vol goede moed ook in NRC de verstopvrouwen gezocht in de boekenbijlage. Gelukkig stuitte ik (na een stuk over Judas en Jezus dat vermoedelijk voor Paasbespreking door moet gaan) op een groot interview met Nobelprijswinnaar Svetlana Alexijevitsj, die deze week Nederland aandeed. De volgende vrouw staat in de leader bij een bespreking van Robert Anker: ‘Vrouwen hebben geen essayistisch hoofd’. Janet Luis eindigt haar bespreking van de roman over (tadaa!) een uitgerangeerde schrijver van middelbare leeftijd die de vrouwen de schuld geeft van de oppervlakkigheid van onze hedendaagse cultuur, met een positieve noot: de hoop dat Ankers volgende roman over ‘een ouder wordende powerwoman’ zal gaan. Komaan, Robert!

** voor NRC: een vrouw is geen paasei, verstop haar niet

De Morgen

De m/v-verhoudingen in De Morgen deze week zijn even wisselvallig als het weer deze Paasmaandag.  In totaal zijn er 9 boeken besproken, 5 van een mannelijke auteur en 4 van een vrouwelijke auteur. Maar kijk ik naar wie die recensies en interviews schreef, dan glijdt mijn leesbril van mijn neus: geen enkele vrouw zit daartussen! Twee artikelen werden uit de Volkskrant van vorige we(e)k(en) gelift. Vorige week was er ook al een artikel dat eerder in de Volkskrant verschenen was. Nu gebeurt dat vaker in kranten- en tijdschriftenland, het ‘doorplaatsen’ van artikelen, maar zo veel en uit maar één publicatie? De Morgen zou haar budget beter aan een goede vrouwelijke recensent besteden.

** voor De Morgen: een vrouw is geen paasei, verstop haar niet

En de Loden Leesbril is voor De Groene Amsterdammer

De ultieme gender bias vinden we deze week in De Groene Amsterdammer: Dichters & Denkers opent met een stuk van Fouad Laroui die drie non-fictietitels van mannen bespreekt, Christiaan Weijts heeft het in zijn column over Carmiggelt, over — hee! weer een verstopvrouw gevonden — een ‘van de schaarsere vrouwelijke zeikerds, Sylvia Witteman’, en verrek, een ‘zinnetje uit De avonden van Reve’. Kees ‘t Hart leest de roman van Alfred Birney, Thijs Kleinpaste bespreekt Paul Frissen, en dat waren de dichters en denkers voor deze week alweer (als we bovengenoemde column van Marja Pruis niet meerekenen). Aantal vrouwen: nul. Dat is geen zeldzaamheid bij de Groene. Terugkijkend in mijn Excel-sheetje zie ik dat in de tien weken dat ik nu aan het tellen ben De Groene Amsterdammer vijf van de tien weken 0% scoorde op besproken boeken van vrouwen. In totaal zijn er in die tien weken 58 boeken besproken, waarvan 13 van een vrouwelijke auteur.

* en de Loden Leesbril voor De Groene Amsterdammer: your gender bias is  most definitely showing

lekkertellen week 12 (10)

Advertenties

#lekkertellen week 9: Carel Peeters bespreekt een vrouw!

Vandaag begint de lente, lieve Lezeressen en Lezers, en terwijl de dagen lengen tel ik onverminderd voort. Ik vernam deze week dat er mannen zijn die de boodschap van mijn geturf – hoe belangrijk ze die ook vinden – na twee maanden wel door hebben, maar ik geloof dat ze dan precies aan mijn punt voorbij gaan: inzicht is natuurlijk prachtig, alleen niet voldoende zolang er niets fundamenteel verandert. Laten we dus de cijfers weer eens nader bekijken.

LdV_infographic_week9-01

de Volkskrant

Hoera! Sir Edmund opent deze week met een vijf pagina’s tellend interview met Nobelprijswinnaar Svetlana Alexijevitsj. Interviewer Bert Lanting besteedt veel aandacht aan haar nieuwste boek, De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht, over de rol van vrouwen in het Sovjetleger. Een grote foto van drie ‘Sovjetboerinnen in 1941’ krijgt als bijschrift een citaat van Alexijevitsj: ‘Er werd in de Sovjettijd alleen met de stemmen van mannen over de oorlog gesproken.’ Vijf pagina’s aandacht voor stemloze vrouwen die eindelijk gehoord worden, u kunt zich voorstellen hoe verheugd ik was. Maar enkele pagina’s verder was het feestje helemaal over. In een artikel over de Matthäus-Passion worden zes boeken getipt over dit onderwerp: vijf geschreven door mannen, één door een vrouw. In het artikel wordt bovendien een selectie ‘dirigenten, zangers en instrumentalisten’ aan het woord gelaten over het muziekstuk: 14 mannen, nul vrouwen. Oh nee, er wordt toch nog één vrouw aangehaald: Anna Enquist, die volgens de tekst een ‘outsider’ is (samen met Ramsey Nasr). Ik neem aan dat haar conservatoriumdiploma niet genoeg is om over deze kwestie te praten. de Volkskrant heeft nog ver te gaan: de vrouwelijke recensenten en de besproken vrouwelijke auteurs bij elkaar opgeteld komen uit op slechts 25%.

Het Parool

Wat kan ik nog zeggen over Het Parool, behalve dat ze consistent excelleren in een ondermaatse vertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs en recensenten? Deze week 28% besprekende en besproken vrouwen. Natuurlijk wordt de jeugdliteratuur altijd door een vrouw besproken en worden in dat hoekje meteen ook relatief de meeste vrouwelijke auteurs genoemd. Joukje Akveld bespreekt boek met knalroze kaft uit een ‘typische meidenserie’ van Barbara Tammes, dit beslaat 2/3 kolom en is daarmee meteen de helft van de vertegenwoordiging van vrouwen in dit katern. Verder méér kolomruimte dan alle besproken en besprekende vrouwen bij elkaar voor het openingsstuk van Arie Storm over Rob van Essen. Storm meent dat de verzorgingsstaat van de bewoners van volksbuurten luie uitkeringstrekkers maakte én goede schrijvers produceerde. Wat een luxe, als je na jaren van kaalslag nog steeds denkt dat dat de meest noemenswaardige elementen zijn van een verdwijnende verzorgingsstaat.

De Standaard

Nog een laatste dingetje over het Boekenbal: Maria Vlaar observeert in haar openingscolumn dat de beste plekken bij het voorprogramma waren gereserveerd voor jonge schrijfsters. Omdat de CPNB een ‘strikt kaartenbeleid’ hanteert, kan het volgens Vlaar ‘geen toeval zijn dat de (jonge) mannelijke schrijvers naar de zijkanten geschoven zaten’. Zoals Vlaar het omschrijft riekt het inderdaad naar doordachte placering, maar met welke motivaties precies zou de CPNB de jonge vrouwen zo goed zichtbaar hebben neergezet? De Lezeres denkt er het hare van. Ook in De Standaard der Letteren staan deze week twee jonge schrijfsters in het middelpunt van de belangstelling: een dubbelinterview met debutantes Lize Spit en Roos van Rijswijk… maar wacht eens, zagen we dat stuk van Arjen Fortuin en Toef Jaeger in week 7 ook niet al in NRC Handelsblad? Zulke journalistieke efficiency doet mij snel doorbladeren. Desondanks volg ik de conjunctuurbeweging in deze Vlaamse boekenbijlage nauwgezet, want terwijl zij in de eerste week #lekkertellen nul vrouwen bespraken, klommen ze in de weken daarna op tot de eerste bijlage waarin ik voor elke categorie een meerderheid vrouwen turfde. (Waarbij ik nog eens in herinnering roep dat het hier de Jeugdboekenweek betrof.) Vorige week zat De Standaard der Letteren in een dalletje, deze week revancheren ze zich weer, met 58% van de stukken geschreven door een vrouw, 38% van de stukken over een vrouw en een totaal van 48%. Doe uw naam eer aan, Standaard, en houd dit vast.

Trouw

Vanmorgen maakte ik de fout het interview van Marco Visscher met Camille Paglia te lezen dat deze week in ‘Letter&Geest’ is opgenomen. De ene generalisatie na de andere vliegt je om de oren, met als dieptepunt de uitspraak: ‘alleen zwakke vrouwen kunnen niet met mannen omgaan.’ Eenmaal bekomen van Paglia’s oorverdovende sekse-ideologie begon ik met frisse moed aan de boekrecensies. Bij de ontdekking van Janita Monna’s bespreking van Rodaan Al Galidi’s nieuwste bundel Koelkastlicht, waaruit Trouw tevens paginagroot een gedicht afdrukte, keerde mijn goede humeur weer terug. Op de volgende bladzijde trof ik Jann Ruyters’ drie kolommen tellende bespreking aan van de roman Overal Vogelzang van Evie Wyld, daarna meteen een even grote recensie door Ger Leppers van Virginie Despentes’ nieuwste roman Het leven van Vernon en vervolgens nog een lang stuk door Emilia Menkveld over Kwellende liefde van Elena Ferrante. Een bladzijde verder besteedt Ruyters in een korter stukje aandacht aan Het ABC van Annie MG samengesteld door Joke Linders. In dit stuk memoreert Ruyters de journaliste Wim Hora Adema die eind jaren 70 door het Parool werd ontslagen ‘vanwege de voltooiing van de emancipatie’. Als geen ander weet ik dat vergelijkbare overtuigingen krap 50 jaar later nog altijd overal opduiken, zo bleek afgelopen week op Twitter waar een mannelijke recensent verkondigde dat hij de boodschap van De Lezeres inmiddels wel had begrepen. Bas Maliepaard citeert in zijn Trouw-recensie de zestienjarige Simon uit het nieuwe kinderboek van Becky Alberttalli: ‘Het is ontzettend irritant dat hetero’s (blanke hetero’s, welteverstaan) de norm zijn, en dat de enige mensen die over hun identiteit moeten nadenken, degenen zijn die niet aan die norm voldoen’. Ik vond dat wel toepasselijk, en citeer het hier daarom nog eens. Over de verhouding m/v in Trouw kan ik deze week wederom alleen maar mijn lof uitspreken: van de recensenten is 44% vrouw, van de besproken auteurs is 43% vrouw. 

Vrij Nederland

Al weken houd ik Vrij Nederland voor mezelf spannend met de Carel Peeters Cliffhanger, en lieve lezers, het wonder is geschied: de man bespreekt een vrouw! Mag u een keer raden welke vrouw precies, dan verklap ik u in de tussentijd dat Jeroen Vullings na zijn uitstapje van vorige week weer vertrouwd een man bespreekt. As in tas, het boek van Jelle Brandt Corstius over zijn vader Hugo, wordt door Vullings geprezen omdat het ‘compact, suggestief en licht’ is, wat Vullings vooral een prestatie vindt ‘wanneer je je realiseert dat dit in wezen een therapeutisch boek is, een genre dus waarin navelstaarderderig geëmmer doorgaans niet van de lucht is’. Ik kon het niet laten een klein gedachte-experiment uit te voeren en me voor te stellen wat Vullings van een boek van Jelles zus over hun vader zou hebben gevonden, omdat zij ook zo graag persoonlijke en banale ongemakken beschrijft. Vullings vindt het namelijk ‘weldadig ironisch’ dat Jelle zich gedurende zijn fietstocht nogal zorgen maakt ‘om zijn “lul”, die door de dracht van zo’n eng wielrennersbroekje gevoelloos is geworden en onthecht lijkt van de rest van zijn body’. Snel terug naar Peeters: het is Annie M.G. Schmidt! Gewaagde keuze, Carel.

NRC Handelsblad

Het leek even écht ‘lekker tellen’ in de NRC want bijna de helft (46,7%) van het aantal recensenten is een vrouw. Een korte blik op het kolommetje besproken auteurs volstaat echter om te weten dat mijn vreugde van korte duur was. Op één uitzondering na is alle besproken fictie door een man geschreven: Saskia Pieterse recenseert de roman van Alicja Geschinska, waarin ‘de vaderfiguur in ere [wordt] hersteld’. Margot Dijkgraaf mocht de ‘jonge, knappe Zwitser’ Joël Dicker interviewen en smolt voor zijn ‘ijsblauwe ogen boven een af en toe stralende glimlach’. Maar ze schakelt snel over van zijn uiterlijk naar zijn ambitie, die er natuurlijk al vroeg in zat. Jammer genoeg heeft hij die ingezet voor nog een roman over verveelde millennials en social media. In de afdeling non-fictie komen twee vrouwen aan bod, onder wie Femke Halsema die in Pluche schreef over het seksisme dat ze in Den Haag heeft ervaren. Het adagium ‘een week geen Grote Drie is een week niet geleefd’ dat de Hollandse boekenbijlagen lijken te hanteren, wordt deze week door de NRC dubbel en dwars bevestigd: op de cover prijkt ‘de über-bluf van W.F. Hermans’. Hermans-kenner Wilbert Smulders opent met een groot stuk over zijn Mandarijnen op zwavelzuur, dat onlangs opnieuw is uitgegeven.

De Groene Amsterdammer

Niña Weijers omschrijft in haar column de trots die ze voelde toen Esther Gerritsen op het Boekenbal (dit is echt de laatste verwijzing, beloofd) het applaus in ontvangst mocht nemen. Want: ‘De lezers van Nederland, dat weet iedere schrijver die haar of zijn huur betaalt met optredens door het land, zijn bijna allemaal lezeressen. En die lezeressen zouden het nog bijna gaan geloven ook: dat het beeld van de boekenweek­schrijver universaliteit uitstraalt; dat je een (witte) man moet zijn om in aanmerking te komen voor de heilige graal van de CPNB.’ Ze memoreert de gouden leesbrilletjes die ik op het Bal achterliet, en stelt dat ik mijn feminisme niet met mijn ‘tieten, kut of polyamorie’ verkoop. Dat heeft ze goed gezien. Maar alle gekheid op een stokje, het verheugt de Lezeres ten zeerste dat de interesse in feminisme aangewakkerd wordt en om in dat kader genoemd te worden. Des te teleurstellender om te zien dat in de Groene deze week geen boeken van vrouwelijke auteurs worden besproken. Niet één. Wel een bespreking van Robert Ankers laatste teerling, De Vergever, waarin een voorzichtig begin wordt gemaakt met een kritische analyse van de specifieke opvatting van masculiniteit zoals die in dit boek tot uiting komt. Het was mij wat al te voorzichtig, maar hierbij spoor ik alle recensenten aan dit pad wat vaker te bewandelen. En volgende week ook weer vrouwelijke auteurs te bespreken, graag.

En de Loden Leesbril gaat wéér naar De Morgen…

Niet om Niña Weijers alsnog ongelijk te geven, maar de boekenbijlage van De Morgen deze week, daar zakt werkelijk mijn onderbroek van af. Eén van de zeven mensen die bijdroegen aan de bijlage was een vrouw, en dat was niet eens een van de recensenten. Geen enkele bespreking ging over een boek geschreven door een vrouw, of was zelfs maar een interview met een vrouw. Dit is de derde Loden Leesbril die De Morgen ontvangt, en de situatie lijkt alleen maar droeviger te worden. De Morgen, hup, schouders eronder.

lekkertellen week 11 (9)

Met lege handen: Bedelaars in NRC Handelsblad

Het NRC-artikel ‘zo werd een groep dronken PSV Supporters wereldnieuws’ van Koen Greven lijkt een poging tot meta-media-analyse te zijn. Het stuk werpt de vraag op welke journalistieke krachten ervoor gezorgd hebben dat PSV-supporters (die in Madrid  vrolijk lachend vrouwelijke bedelaars vernederden, onder meer door ze in ruil voor een muntje te laten opdrukken en voor hun ogen geld te verbranden), plotseling wereldwijd als schoften veroordeeld werden. Het antwoord lijkt me in dit geval een volstrekte no-brainer en helemaal geen meta-analyse waard: omdat het daadwerkelijk van een bodemloze schofterigheid wás wat zich op dat plein heeft voltrokken. Maar blijkbaar mag dat het antwoord niet zijn.

Welk antwoord prefereert Greven? Laten we de close-reading glasses opzetten en kijken welke retorische krachten er in de NRC aan het werk zijn. Hoe wordt in het stuk getracht het sadisme van de supporters om te buigen tot de kwestie: ‘hoe je tegenwoordig zomaar wereldwijd aan de virtuele schandpaal genageld kan worden’?

Parasieten

Het stuk  laat ons in de opening kennismaken met de Bulgaarse Julia, één van de vrouwen die in het filmpje vernederd werd. Daarmee krijgt ze ogenschijnlijk een naam en dus een identiteit. Ze is ook nu, na het vertrek van de supporters, nog steeds op het plein aan het bedelen. Als een Spanjaard haar wegjaagt en voor parasiet uitmaakt noteert de verslaggever dat ze ‘niet verblikt of verbloost’. Boodschap: vernederingen zijn aan de orde van de dag en raken deze vrouwen al lang niet meer. En dat is een boodschap die in de rest van het stuk nog een aantal keer herhaald zal worden.

Waarom vindt de journalist dat van belang te vermelden? Als excuus? Mag je mensen die op de bodem van een samenleving zijn beland en inderdaad vaak in veel opzichten afstompen, een stomp geven? (Van empathie word je mens. Maar empathie is een luxe-product waar zij die altijd met lege handen staan in ons beschaafde Europa geen toegang toe hebben). Of is het nóg kinderachtiger: kijk, de Spanjaarden doen het zelf ook, bedelaars schofferen, dus wat valt die Nederlanders nu helemaal te verwijten?

Er staat nergens letterlijk: die vrouwen halen iedereen het bloed onder de nagels en hebben geen enkele eigenwaarde dus logisch dat dit gebeurde. De hele tekst echter masseert de lezer richting die gedachte. Het is interessant dat Greven in het artikel nergens zijn eigen opinie direct formuleert, maar wel via de selectie van zijn bronnen aan de vrouwen menselijkheid ontzegt. Want Julia mag een naam krijgen, mens wordt ze nergens. Een anonieme Spanjaard vindt zoals gezegd de bedelende vrouwen ‘parasieten’. Greven rept zelf van ‘zigeunerinnen waarin in ieder reisgidsje over Madrid wordt gewaarschuwd’ (overigens: sinds wanneer mogen journalisten reisgids-clichés aanhalen als relevante inzichten? ) Ook komen er collega-journalisten aan het woord die benadrukken dat deze vrouwen vroegen om het gooien van dat geld. Informatie waarmee aan de vrouwen een eigen geschiedenis en een eigen context had kunnen worden gegeven, ontbreekt echter.

Racisme en balorigheid

In de derde alinea wordt het eigenlijke onderwerp van het stuk geïntroduceerd: de negatieve beeldvorming rond PSV-supporters.

Vriend en vijand is het er snel over eens dat het gedrag van een klein deel van de PSV-aanhang verwerpelijk is. Als de beelden via internet worden verspreid, groeien ze in twee dagen uit tot wereldnieuws. […] Het imago van de PSV-supporter is aan diggelen.

Tijdens het incident stonden deze bedelende vrouwen tegenover een overmacht van in welvaart badende jongemannen. Maar waar gaat de sympathie van de journalist naar uit? Naar de supporters, waarvan een ‘klein deel’ zich misdragen heeft en die nu collectief onder ‘imago-schade’ lijden.

Dat het sadisme van de supporters hand in hand ging met ordinaire buitenlanderhaat, blijkt als er door Greven gemeld wordt dat er fans waren die zongen: ‘Don’t cross the border’. Met dat ene zinnetje moeten we het doen, want Greven heeft er verder geen onderzoek naar gedaan. Hoe breed gedragen is dat xenofobe sentiment? We komen het niet te weten, want supporters heeft hij niet geïnterviewd, laat staan kritische vragen aan ze gesteld.

Wel werpt Greven de vraag op of wat er op het plein gebeurd is, een kwestie was van óf ‘een smakeloze grap’, óf ‘racisme’.  Het stuk tendeert duidelijk naar de eerste verklaring (de vrouwen worden ‘opdringerig’ genoemd, de dronkenschap van de mannen wordt benadrukt). Het is echter een tweedeling die geen hout snijdt. Grap en racisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: al eeuwenlang vindt racisme in smakeloze en vernederende grappen een krachtige uitdrukkingsvorm. Anders geformuleerd: alleen bij iemand met racistische ideeën over ‘zigeuners’ werkt zoiets als wat in Madrid gebeurde op de lachspieren – en moet er niet spontaan van huilen, zoals een Spaanse omstander overkwam.

Een menselijk gezicht

Greven maakt het stuk retorisch ‘mooi rond’ door terug te keren  naar Julia, de vrouw uit de opening. Die krijgt aldus het woord:

‘Waarom ik de munten van de grond raapte en mezelf opdrukte? Voor het geld.’ En dan houdt ze met een smekend gezicht het bekertje voor zich. ‘Money. Please?’

Het aller-pijnlijkste aan dit stuk is dit slotcitaat. Wat doet het er immers toe waarom Julia deed wat ze deed? Waarom moet zij zich verantwoorden en wordt ze gedwongen nogmaals voor haar vernederende antwoorden te geven? Het gaat erom dat de supporters hebben gedaan wat ze hebben gedaan. Met deze retorische inkleding lijkt het alsof de zogenaamd ‘opdringerige’ en gretig muntjes rapende Julia  medeplichtig was aan het hele gebeuren. En dat iemand dat durft te suggereren, is inderdaad om te huilen.

De Lezeres stelt zich voor in De Groene

Illustratie: Femke van Heerikhuizen
Illustratie: Femke van Heerikhuizen

Twee weken geleden mocht ik mijzelf voorstellen in De Groene Amsterdammer. Het stuk, waarin ik vertel waarom ik nodig ben en wat ik doe, staat nu online. Met een prachtige illustratie van Femke van Heerikhuizen.

Door mijn leesbril

U kent mij niet, maar u herkent mij onmiddellijk. Ik ben de vrouw die tegenover u in de trein aandachtig een boek zit te lezen. Verstandige schoenen en een leesbril. In onderzoeken over de toekomst van het boekenvak komt u mij tegen als ‘de vrouw van middelbare leeftijd’, dat wil zeggen, dat deel van de samenleving dat boeken koopt en leest. Ik ben dus de literatuur-­minnende én economische kurk waarop het gehele Nederlandse boekenbedrijf drijft. En zelfs bij uitbreiding een groot deel van de culturele sector, want ook ik ben het die schouwburgen en theaterzalen bezoekt, een lang­lopend krantenabonnement heeft, intensief die museum­jaarkaart gebruikt en een strippenkaart voor de bioscoop in de portemonnee heeft.

Met veel egards word ik ondertussen niet behandeld.

Lees verder op de website van De Groene

 

#lekkertellen 8: 30% vrouwen in de boekenweek

Ook deze week heeft De Lezeres trouw de boekenbijlagen van acht grote kranten en tijdschriften geteld. De boekenweek brengt extra veel boeken, maar het doet weinig goeds voor de vrouwen. Het percentage besproken boeken van vrouwen en het percentage vrouwelijke recensenten blijven beide rond de inmiddels vertrouwde 30% steken. De Loden Leesbril gaat deze week naar Vrij Nederland, voor het stelselmatig weinig bespreken van vrouwen en voor de bedroevende uitkomst van deze week.


Trouw

Dat ‘Letter&Geest’ springlevend is, bewijst de redactie door onvervaard politieke actualiteit en kunst met elkaar in verband te brengen: het overgrote deel van de bijlage was gewijd aan interviews met en werk van gevluchte Syrische kunstenaars die in Nederland wonen en werken (of werk zoeken). Een dag eerder ging de Franse krant Libération nog een stapje verder door de krant helemaal te laten maken door Syrische journalisten, fotografen en schrijvers. Mijn vreugde kon niet op, want het dossier zoals dat van Trouw staat in schril contrast met de futiele sterretjes of onverschillige samenvattingen van plots die we zo vaak in de boekenbijlages tegenkomen.

Eén van die vluchtelingen in ‘Letter&Geest’ is Mathanius Aldaoud, van wie het gedicht ‘Dansen’ paginagroot is afgedrukt. De bespreking van Alfred Birney’s nieuwe roman De tolk van Java meegerekend, kom ik tot de conclusie dat de boekenbijlage eindelijk een keer niet overwegend bevolkt wordt door witte mannelijke schrijvers. Waarom hoogleraar Nederlandse letterkunde Jaap Goedegebuure – veel geschreven over Jan Wolkers, Frans Kellendonk en Jan Cremer – de roman van Birney is toegewezen? Met zijn vernietigende slotwoorden laat hij zien dat hij allicht niet de aangewezen persoon is om de belangrijke postkoloniale vernieuwing te zien die Birney in de Nederlandse literatuur brengt.

Het percentage vrouwen dat de pen mocht vasthouden in Trouw is deze week voor het eerst onder de 31% gezakt. Vooral Elke Geurts wekt de nieuwsgierigheid in haar bespreking van De kust van Sara Taylor. Daarin worden vrouwen voor de verandering niet geportretteerd als ‘mooi, aardig, of in lijdzame afwachting van wat er gebeuren gaat’. Hoera voor de vrouwen van Taylor, als we Geurts mogen geloven, want die zijn ‘intelligent, wilskrachtig, […] grofgebouwd, geloven in zelfbeschikking, en nemen telkens opnieuw […] het heft in handen.’

De m/v-verhouding onder de besproken auteurs biedt perspectief want die ligt met 42% iets boven het gemiddelde van de afgelopen weken.

de Volkskrant

De Volkskrant portretteert op pagina 3 auteurs op het Boekenbal. Aandacht voor de literatuur? Dat we vijf vrouwen te zien krijgen en slechts één man, Özcan Akyol, lijkt helaas meer te maken hebben met de jurken dan met boeken. Die blijven in de onderschriften onbenoemd. We komen dankzij Story – ik bedoel de Volkskrant – te weten dat Marente de Moor zich het meest comfortabel voelt in kaplaarzen, dat dan weer wel. Ook Sir Edmund besteedt voor het boekengedeelte aandacht aan de literatuur, of vooral aan de mallemolen die Het Boek van de Maand bij DWDD heet. In een stuk van maar liefst zes pagina’s bespreekt de Volkskrant allerlei verhoudingen in het Boek van de Maand (fictie/non-fictie, Nationaliteit, binnenkomst en notering in top-60), maar slaagt er daarbij in om met niet één woord te reppen over de erbarmelijke genderverhoudingen. Ik vinkte dus zelf maar even het aantal vrouwelijke auteurs aan, best een speurwerk om de V’tjes te vinden, hè? (Oplossing: 5 van de 26).

volkskrant

We lezen gelukkig wel verheffende inzichten over wat iemand een waardige tafelgast maakt. Zo verklapt boekhandelaar Wim Krings: ‘Je moet het echt menen dat je het mooi vindt. Dat helpt tijdens je praatje’. Ik moet u zeggen: op dit soort zinnen kan ik nog wéken verder.

De boekenbijlage opent met een ‘absurdistische roadtrip door het hedendaagse literaire landschap bij de oosterburen’: Sterre Lindhout bespreekt zeven boeken, drie geschreven door vrouwen, vier door mannen. Dat evenwicht verwatert omdat daarop zeven stukken volgen die door mannen geschreven zijn – als vanouds vaak Arjan Peters – vóór Wineke de Boer een oordeel mag vellen over De glasblazers van Daphne du Maurier. Opvallend is ook de nietszeggende bespreking van het Pussy Album van Stella Bergsma. Enkel de cover, waarop een gespleten roos prijkt die onmiskenbaar op een vagina lijkt, krijgt aandacht.

De Morgen

Slechts één recensie van een roman van een vrouwelijke auteur en één recensie van een verhalenbundel van een vrouwelijke auteur deze week, beide korte recensies geschreven door een vrouwelijke recensent. De rest van de besproken vrouwelijke auteurs zijn ofwel kinderboeken(mede)auteurs (vijf van de tien besproken vrouwelijke auteurs deze week zijn kinderboekenauteurs) ofwel non-fictie-(mede)auteurs. En dan heb ik het nog niet eens over de kolomruimte die de mannelijke recensenten en gerecenseerden innemen t.o.v. de vrouwelijke recensenten en gerecenseerden. Huilen met de pet op, de lichten uit en de aardappels net niet gaar.

NRC

Dat Duitsland niet alleen een mannenthema is (zie Vrij Nederland) blijkt uit de boekenbijlage van de NRC, waarin twee vrouwelijke Duitse debutanten worden besproken (Kristine Bilkau en Mirna Funk) en een lang interview is opgenomen met Jenny Erpenbeck over haar roman over de vluchtelingencrisis. De getipte klassiekers blijven helaas wel allemaal boeken van de voorspelbare (dode) mannen en in combinatie met het door mannen gedomineerde non-fictie-gedeelte blijft het percentage besproken vrouwelijke auteurs steken op een schamele 25%. In de Amsterdam-bijlage van de krant wordt de boekenbalmythe nog eens bestendigd: de geschiedenis van dit ‘steeds gewilder feestje’ wordt geschetst aan de hand van schandaaltjes uit het verleden.

De Standaard

In de ‘Standaard der Letteren’ deze week een treurig beeld: maar 1 (zegge: één) van alle besproken boeken werd geschreven door een vrouwelijke auteur. De verhouding bij de recensenten lijkt wat vrolijker (6 mannen om 5 vrouwen), maar die vrouwen beginnen pas tegen het eind van het katern in beeld te komen en schrijven ook kleinere stukken – sowieso een bekend fenomeen in de boekenbijlagen: mannen schrijven de grote stukken voorin de katern, vrouwen schrijven de kleinere stukken achterin.

Het Parool

Deze week had Het Parool 25% besprekende vrouwen en zowaar 40% besproken vrouwen, hoera! Het boekenkatern opent met een interview met uitgever en auteur Christoph Buchwald door Maarten Moll. Buchwald noemt zijn favoriete Duitse auteurs en van de 15 auteurs die in sneltreinvaart voorbij komen zijn er 4 vrouwen. Met 26% zit hij daarmee ook ongeveer op het Parool-gemiddelde. Het andere grote stuk was Arie Storm over Thomas Mann en Goethe. Van die schrijvers was ik ondertussen genoegzaam op de hoogte en de kop ‘Personage ontmoet haar schepper’ deed mijn bloed ook niet sneller stromen. ‘Dommig en overbodig’ om Storm over confrère Pfeijffer te citeren. Het boekenweekgeschenk van Esther Gerritsen wordt besproken in een signalement (daar konden ze niet omheen) en nog een signalement voor de veelbesproken Duitse Kristine Bilkau. Dan blijven er nog twee vrouwen over: L.S. Hilton, volgens Maarten Moll (wederom) de schrijfster van de komende zomerbestseller op stranden en vliegvelden en M.G. Leonard, kinderboekenschrijfster. Zou het toeval zijn dat beide vrouwen schrijven onder initialen? En zou het een idee zijn als Maarten Moll ook eens plaats maakt voor een recensente?

De Groene Amsterdammer

Ook in de Groene deze week een extra lange editie van Dichters & Denkers i.v.m. de boekenweek. In tegenstelling tot veel andere bijlagen betekent dat hier gelukkig wel dat er evenveel boeken van vrouwelijke auteurs als van mannelijke auteurs besproken worden. Helaas blijft de verhouding tussen mannelijke recensenten en vrouwelijke recensenten daar jammerlijk bij achter, slechts een derde van de artikelen werd door een vrouw geschreven. Verder een uitstekend openingsstuk over geëngageerde Duitse literatuur.

De Loden Leesbril gaat naar… Vrij Nederland

Vrij Nederland heeft deze week een lekker dik boekenweekkatern en er staat een vrouwelijke auteur op de cover (in focus, maar achter haar schrijvende vriend), dus verheugd sloeg ik het open! Maar (spoileralert) het valt vies tegen.

De coverfoto hoort bij een groot interview met Elfie Tromp en Jerry Hormone (u weet wel, van die mannelijke bloedneus), waarin ze niet alleen over hun werk spreken maar ook zorgvuldig hun imago vormgeven. ‘Dat studentikoze getrut aan de grachten’ wordt verruild voor een rock-’n-roll auteurschap. Onder het genot van cocktails spreken ze erover met Jeroen Vullings. De fotoshoot waarin Elfie stoer de lens in kijkt terwijl Jerry met zijn blote billen naar ons toe gekeerd staat – dat alles tegen de achtergrond van de Maasvlakte – is een bewuste omkering van de cover van Jan Wolkers’ Zomerhitte. Jerry mag nog zo mannelijk en stoer zijn, moet de boodschap zijn, Elfie ‘domineert’. Dat neemt niet weg dat Hormone in het interview doorbouwt aan zijn hypermannelijke imago en dat Tromp in dat verhaal vaak degene is die hem uit zijn ongezonde levensstijl sleurt en tot nieuwe creatieve hoogten brengt – terwijl ze ondertussen haar eigen schrijfcarrière in de lucht houdt.

Carel Peeters heeft in deze editie extra veel ruimte gekregen voor zijn ‘literaire kroniek’ en dus kan hij eindelijk… vier mannen bespreken. Verder biedt Vrij Nederland nog een ‘literaire lente’ waarin alleen maar mannen bloeien: vier romans van mannen worden besproken door mannelijke critici. Daarnaast is er een uitgebreide reportage over de boekenkast van Joost Zwagerman, waaruit zijn vrienden een keuze mochten maken. Ik ben ruim geweest en heb die vrienden voor deze keer meegeteld als ‘besproken auteurs’ aangezien zij de ruimte krijgen om over hun literatuuropvatting en hun band met Zwagerman te spreken.

Het enige werk van een vrouw dat besproken wordt is het boekenweekgeschenk Broer van Esther Gerritsen dat door Jeroen Vullings genadeloos wordt afgefakkeld. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Vullings liever iets had gelezen over een oudere man die sombert over de oppervlakkigheid van onze cultuur dan over het hoofdpersonage Olivia dat ‘haar eigen leven heeft ontworpen’. Uiteindelijk serveert hij Olivia af door middel van een focalisatie door haar broer Marcus die haar een ‘heel hysterische vrouw’ vindt en moet Vullings ‘even bijkomen’ van het feit dat er sprake is van positiviteit in plaats van nihilisme in de novelle.

De Lezeres kan een lichte teleurstelling niet onderdrukken nu Vrij Nederland de extra ruimte in dit katern heeft gebruikt heeft om vooral nog meer mannen te bespreken. Behalve het boekenweekgeschenk wordt er geen enkel boek van een vrouw besproken er er is geen enkele vrouwelijke recensent aan het woord gelaten. Het percentage vrouwen is deze week bovendien het laagst van alle bijlagen en daarom gaat de Loden Leesbril deze week naar Vrij Nederland.

week 10

 

Boekenballin’: Brillen uitdelen op het feestje van de culturele elite

Je kon er moeilijk omheen: gisteren verzamelde tout literair Nederland zich in de Stadsschouwburg voor het jaarlijkse Boekenbal. Er was een NTR-documentaire over 65 jaar boekenbal, er werden diverse DWDD-uitzendingen aan literatuur gewijd, er was verslaggeving en druk getwitter. Foto’s van vrolijke auteurs met melige Duitse teksten sieren dit weekend de boekenbijlagen ten teken dat de Boekenweek is begonnen, het grote boeken kopen kan beginnen.

Enig, toch? Niet helemaal. Het is tijd om een scherpe blik te werpen op het feest, de organisatie ervan (de CPNB) en de Nederlandse literaire wereld. Die voegen zich in een traditie waarin zogenaamd literaire hiërarchieën worden bestendigd en vrouwen nog steeds het onderspit delven ten opzichte van de ‘grote’ mannelijke auteurs, niet alleen qua aantallen, maar ook in hardnekkige beeldvorming.

De Lezeres bedacht daarom een list: ze verloor haar Gouden Leesbril en liet die in veelvoud opduiken op het bal, vergezeld van informatieve Wist-u-datjes over het gebrek aan diversiteit in de literaire wereld (wist u bijvoorbeeld dat Esther Gerritsen de tweede vrouwelijke auteur in zeventien jaar is die het boekenweekgeschenk mocht schrijven?) Het was een uitnodiging om een scherpe blik te delen, want wie de bril past, zette hem op. Dat leverde spannende zoektochten en mooie plaatjes op, maar omdat een drankfeestje niet zo’n geschikte plek is om een kritisch gesprek te voeren, licht ik het graag nog even toe. Leest u mee?

Schermafbeelding 2016-03-12 om 19.31.09.png

Literaire pikorde  

Dat tout literair Nederland op het boekenbal aanwezig is, is natuurlijk niet waar: alleen de bovenlaag daarvan mag komen. Maar wie behoren daar eigenlijk toe? Op een AT5 livestream zei een verslaggever tegen Robert Anker, ‘kom, help me even, jij bent…’ – waarna de meermaals gelauwerde auteur en voormalig stadsdichter geduldig zijn eigen naam in de camera moest zeggen.

Het geval van Robert Anker toont genadeloos aan dat literaire kwaliteit er op deze avond niet vreselijk toe doet. Wel wordt op zo’n avond nog eens vastgesteld wie hoog en wie laag op de aandachtspiramide zit – een spel dat allang niet meer zonder media-logica kan functioneren. De auteurs met de meeste institutionele macht zijn diegene die het goed doen in het DWDD-mediacircuit én er tegelijkertijd in slagen om in diezelfde media een tot cliché gereduceerd idee van de ‘hoge cultuur’ uit te dragen. Enter: Connie Palmen. Precies dit type auteur verzucht in de NPO-documentaire  ‘dat het wel elitair moet blijven’ (dixit Palmen) en er te veel gepeupel op het bal rondloopt: actrices die een boek hebben geschreven, of hebben laten schrijven door een ander, zoals Jessica Durlacher schamperde.

Pijpen en onderrepresentatie

In deze vortex van kritiekloze zelfverheerlijking is het blijkbaar cruciaal dat men kan blijven geloven dat een hiërarchisch onderscheid tussen de ‘echte elite’ en wufte ‘BN-ers’ nog een zinvolle zou zijn. En heel klassiek wordt ‘het vrouwelijke’ steevast geassocieerd met minderwaardige want oppervlakkige camera-gerichtheid. De actrices die zo goed zijn hun mediaal kapitaal te delen met de literaire wereld worden daarom consequent naar beneden gehaald, niet alleen door Durlacher. De immer gefrustreerde Theodoor Holman repte van vrouwen die er alleen maar zijn omdat ‘ze misschien af en toe een schrijver hebben gepijpt’.

Ook menig vrouwelijke auteur wordt er toch altijd weer even aan herinnerd dat áls ze dan in de spotlight staat, ze dat aan haar uiterlijk te danken heeft. In de seksistische introductie van DWDD, bij een item waarin enkel vrouwelijke auteurs zaten, werd zonder omhaal gesteld dat ze er zaten omdat ze ‘de mooiste’ zijn. 

De NTR documentaire sprak eveneens onbeschaamd van ‘groupies’ op het feest, en schrijvers als Peter Buwalda waren heerlijk aan het opscheppen over wat er allemaal in de donkere hoekjes van de schouwburg gebeurt. (Let wel: in de documentaire werd dit alles uitsluitend vanuit mannelijk perspectief opgetekend, hoe die vrouwen een en ander ervaren hebben bleef onopgehelderd).

In het kader van die hardnekkige clichés is het geen wonder, maar daarom niet minder kwalijk, dat de scheve verhoudingen zelden onderwerp van debat zijn. Als beelden van vrouwen in ondergeschikte posities (bij Benali blijven ze niet voor niets naamloos) zo alomtegenwoordig zijn, hoeft het niet te verbazen dat er een zekere blindheid voor ongelijkheid optreedt.

Beeldvorming en de paradox van de politieke correctheid

Nog iets  over die column van Theodor Holman, die weer eens aan de paradox van de politieke correctheid raakt. Zijn verongelijktheid over zijn ‘ongewenstheid’ wentelt hij af op een veronderstelde politieke correctheid van de organisatie – als cynische waarheidszegger zou hij niet worden geaccepteerd. De CPNB ‘politiek correct’? Zou ‘t heus? In 2014 lanceerde de organisatie een campagne rond Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa, waarbij op de radio de slogan luidde:

Dit jaar krijgt u een mooie jonge vrouw cadeau. Daar mag u mee doen wat u wilt. Even wegleggen of meteen verslinden.

Grappig is dat die campagne precies dezelfde truc uithaalt als die waar Holman zijn hele columnisten-carrière aan dankt: de slogan is zó ver over de rand, dat de politiek correcte norm er impliciet (en als afzetpunt) al in wordt opgeroepen. Kijk mij, ik zet mij af, ik doe iets brutaals normuitdagends en verrassends. Ondertussen hebben columnist en CPNB  institutionele macht en zijn ze met hun seksisme de norm – het politiek-correcte afzetpunt bestaat alleen maar in de vorm van een mythe.

De tegenstelling politiek correct – incorrect is een valse en verhult wat hier echt op het spel staat. Wat vele Nederlandse media- en cultuurmakers uit zo ongeveer het gehele politieke spectrum opeisen, is het privilege om op een frivole manier met beeld en beeldvorming om te gaan. Dat privilege staat haaks op wat de werkelijke taak is van de de culturele sector, te weten: niet onnadenkend met beeld om te gaan.

Het privilege op onnadenkendheid betreft niet alleen een luchthartige omgang met seksistische beeldtaal. Dit jaar was het thema Duitsland en was Checkpoint Charlie omgebouwd tot ‘Checkpoint Angela’. Wat wil de organisatie hier nu mee zeggen? Angela Merkel is opgegroeid in een dictatuur waar Checkpoint Charlie een bittere realiteit was die mensen het leven heeft gekost. Of is Checkpoint Angela een grapje over hoe er in Duitsland nú met grenzen en vluchtelingen wordt omgegaan? Ook dan zie ik niet in wat hier zo lollig aan is: Merkels ethische gravitas is welhaast het enige lichtpuntje in deze Europese politieke tragedie.

The image takes its revenge on those who do not look at it’. U mag zelf opzoeken wie dat  schreef. Maar een duister voorgevoel, lieve feestende culturele elite van Nederland, kan ik jaar na jaar minder goed van mij afschudden.

#lekkertellen week 7. Een grote naaldhak, een klein mannetje en heel weinig confetti

Dag Lezers en Lezeressen! Een nieuwe week, een versgeslepen potloodje: het is weer tijd voor #lekkertellen, telt u mee?

Hoewel het percentage vrouwen in de bijlagen deze week íets omhoog is gekropen (31%) herhaal ik hier graag nog eens het ongevraagde advies dat ik in De Groene gaf, waar ik mijzelf deze week mocht voorstellen: bespreek meer vrouwen.

De Groene Amsterdammer

coverU moet om te beginnen weten dat ik er in werkelijkheid een stuk minder aardig uitzie dan mijn beeltenis op de cover, maar met de illustratie die Femke van Heerikhuizen maakte bij mijn stuk in Dichters & Denkers heeft ze mijn vele gezichten in ieder geval bijzonder goed gevat. Wat een eer was het om u eens door mijn leesbril naar de culturele en literaire wereld te laten kijken! En wat een taak bedeelt de Groene mij toe: ‘ons literair geweten’. Ik was natuurlijk gevleid, hoewel: eerder hoop ik dat ik soms het geweten van de boekenredacties kietel, dan dat ik ‘t zelf ben. Een extern geweten is hetzelfde als geen geweten, toch?

Ik duwde mijn brilletje op de neus om te gaan tellen en zag dat dit epitheton mij noopt om deze week streng te zijn op de Groene: Niña Weijers en ik zijn de enige vrouwen in het katern. Er wordt geen enkel boek van een vrouw besproken, wel drie boeken van mannelijke auteurs gerecenseerd door drie mannen. Lichtpuntje is dat Colm Toíbín, lovend besproken door Philip Huff, met zijn nieuwe roman Nora Webster in de huid van een vrouw kruipt.

Verder hadden Joost de Vries en Marja Pruis elders in de Groene een stuk over mannen en vrouwen, handig samengevat met de tegenstelling testosteron versus oestrogeen. Bij Joost de Vries was de Man in ‘t Gedrang.  Pruis schreef onder meer over Toch de vrouw van Melvin Konner, die beweert dat vrouwen op vele vlakken superieur zijn aan mannen. Over beide stellingen meer in mijn stukje over Vrij Nederland, die een opmerkelijk gelijkluidend geluid liet horen.

de Volkskrant

Zou maart zijn staart roeren of is bij de Volkskrant een nieuwe lente aangebroken? Deze week trof ik maar liefst 8 stukken van vrouwelijke critici in de boekenbijlage, en met de 9 stukken van mannelijke hand is dat een vrijwel gelijkwaardige verhouding. Helaas valt dat over de besproken auteurs nog niet te zeggen, met 23 mannen om 9 vrouwen. Aleid Truijens opent met een groot stuk over ‘het nieuwe golfje vaderboeken’ dat over de Hollandse dijken klotst, en omdat die worden geschreven door zonen – Visser, Brandt Corstius, Moll – tikt dat al lekker aan voor de mannen. Carel van Schaik en Kai Michel tellen daarbij op met hun biologisch-antropologische interpretatie van de Bijbel, die ik op mijn leeslijstje zet. Zij vragen zich naar aanleiding van ‘het concept van een Eva die schuld draagt aan de zondeval en zich daarna gehoorzaam schikt naar de man’ af: ‘Waarom noemen niet alle vrouwen zich feministen?’ En Wieteke van Zeijl merkt in een terugblik op de Palabras-avonden op dat diversiteit toen zoveel vanzelfsprekender leek: ‘Kijk naar de laatste Nacht van de Poëzie en al wat er op het podium stond: geen kleur.’ Ik ben vandaag hoopvol gestemd, en noem de 28 procent vrouwelijke auteurs een verbetering ten opzichte van de krappe 17 procent van vorige week.

Het Parool

Met 7 recensies, waarvan 2 door vrouwen zit Het Parool weer keurig op zijn eigen gemiddelde. Blijkbaar is dit een man-vrouwverdeling waar de boekenredactie zich comfortabel bij voelt. Wel deze week een openingsstuk over de Amerikaanse Nell Zink, gelukkig. En besproken door een man, een combinatie die zeldzaam is zoals eerder opgemerkt in deze rubriek, maar misschien net iets minder zeldzaam als het om het openingsartikel gaat. ‘Gij nu is iets te veel leven en iets te weinig literatuur’, schrijft Dieuwertje Mertens over Griet Op De Beeck en met deze eenvoudige distinctie tussen leven en literatuur hebben we meteen de enige uitspraak over stijl in dit hele katern te pakken. Ook verder lijkt de redactie een zekere misère over het boekenaanbod te voelen, misschien zou het lezen en bespreken van meer vrouwen hun spleen verlichten. Maarten Moll besluit Murakami, Philip Dröge en David van Reybrouck niet te lezen. Guus Luijters schrijft een negatieve en nietszeggende recensie van Alfred Andersch onder omgekeerd toepasselijke titel “Aan gewichtig nawoord gaat tamelijk lullig verhaal vooraf”. Arie Storm meende blijkbaar dat Shakespeare tot voor kort een geheimtipp in de Nederlandse literatuur was, die nu in zijn vierhonderdste sterfjaar ‘opeens overal opduikt’.

Vrij Nederland

Vrij Nederland heeft het deze week over vrouwenemancipatie en dus wordt de cover gesierd door een naaldhak die een klein mannetje vermorzelt. Hé, een hele grote vrouw en een klein mannetje, waar zagen we dat eerder? O ja, op de cover van het aanstaande boek van Maxim Hartman, in de Suitsupply reclame, in de Man in ‘t Gedrang-IJsbeer-column van Max Pam (die naar Beyond Sleep, de boekverfilming van Nooit meer slapen was geweest, alwaar in een droom een heel klein  W.F. Hermannetje door een reusachtige blote vrouw als een mug dood wordt gemept). Ook in het bijbehorende stuk behandelt Esma Linneman maar weer eens de vraag of vrouwen de mannen voorbij zullen streven omdat ze biologisch superieur zijn aan de hand van, daar was hij weer: Melvin Konner. Nu heb ik dat boek van Konner al in drie grote stukken besproken zien worden (de Volkskrant, de Groene en Vrij Nederland). Zijn betoog sluit blijkbaar haarfijn aan bij de paniek dat er een ‘reusachtige’ vrouw is opgestaan die op het punt staat de man te vertrappen als was hij een lege gebaksdoos. Laat u niet voor de gek houden, de feiten zijn omgekeerd: er is sprake van een stagnatie van emancipatie van vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt, mannen hebben nog altijd veelal de belangrijke machtsposities. Dat is echter een taboe: als Linneman daarover begint, schrijft ze, dan wordt ze voor ‘feminazi’ uitgemaakt.

naaldhak
Grote vrouwen, kleine mannetjes, waar heb ik dat eerder gezien? Ook zo origineel: de naaldhak
pump
Zie bijvoorbeeld deze banner van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) van afgelopen november. Die hebben ook nog niet helemaal begrepen hoe beeldvorming werkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in de boekensectie van Vrij Nederland is de opmars van de vrouw nog ver te zoeken: Jeroen Vullings bespreekt een bundel van Wessel te Gussinklo, die, hoewel hij steevast op bewondering van Vullings kan rekenen, uit het stuk naar voren komt als die typische man van middelbare leeftijd met sombere ideeën over de oppervlakkigheid van onze hedendaagse cultuur (herkent u het profiel?) met een boekenkast vol Grote Nederlandse Schrijvers (heren, inderdaad) en een in mijn ogen wat ongezonde obsessie met Vestdijk. Ook Carel Peeters bespreekt een boek van een man, Better Living Through Criticism van A.O. Scott, dat Peeters ergert omdat Scott ‘zo nodig bijna op zijn knieën [moet] verklaren dat zijn oordelen maar geldig zijn zolang als het duurt, echt nooit enige zekerheid bieden’. Die nederigheid zullen we bij Peeters (die van mening is dat kritiek van ‘een zelfverworven kijk op de wereld’ moet getuigen) niet snel aantreffen. Opnieuw de spanning: zal Peeters volgende week dan eindelijk een vrouw uit zijn boekenkast tevoorschijn toveren?

De Standaard

Op het moment dat Excel de percentages van de Standaard tevoorschijn toverde, scheurde in Huize Lezeres het plafond open en viel er confetti uit de hemel, voor het eerst in mijn tabel was het totaal vrouwen boven de 50 procent uitgekomen! 60 procent vrouwelijke recensenten en 57 procent vrouwelijke auteurs, een memorabel moment. Eenmaal op adem na het vreugdedansje moet ik echter toch een kanttekening plaatsen bij de cijfers, en wel deze: het katern staat deze week in het teken van de Jeugdboekenweek. Het is fantastisch dat de Standaard der Letteren specialiste Vanessa Joosen de ruimte geeft – ze schrijft twee stukken van twee pagina’s. Maar het is toch opmerkelijk dat dit cijfer gehaald wordt in de week der jeugdliteratuur, die in de hiërarchie der genres aanmerkelijk lager genoteerd staat dan de door mannen gedomineerde romankunst.

Trouw

De verhouding mannelijke en vrouwelijke recensenten in Trouw verslechterde ten opzichte van de voorgaande weken: 11 van de 16 is man. Het percentage besproken vrouwelijke auteurs bereikte daarentegen met 46% een recordhoogte. Zo zijn twee pagina’s gewijd aan de ‘ingeleefde, grondige’ biografie van Tatiana de Rosnay over Daphne du Maurier. Het interview met Esther Gerritsen beslaat maar liefs drie pagina’s en gaat niet alleen over haar persoon, maar ook over de inhoud van het boekenweekgeschenk dat zij dit jaar heeft geschreven. In het interview herinnert Trouw ons eraan dat voor het eerst sinds 2002 een vrouw is gevraagd het geschenk te schrijven. Sinds WOII is de verhouding mannelijke-vrouwelijke auteurs van het boekenweekgeschenk met ongeveer 1 op 5 om te huilen. Gerritsen vraagt zich af wat de positieve discriminatie door de CPNB eigenlijk heeft voortgebracht: ‘Laten we wel wezen. De echte uitblinkers zijn de vrouwen.’

Een groot deel van ‘Letter&Geest’ is gewijd aan het thema van de komende Boekenweek: Duitsland. In een zoektocht naar het ontdekken van de Duitse literatuur komen zowel Duitse schrijvers van nu als oude Duitstalige klassiekers aan bod. Jammer dat Trouw enkel een lijstje voorspelbare heren kan oplepelen zodra we de geschiedenis van de Duitse literatuur induiken: Heinrich Heine, Goethe, Franz Kafka, Thomas Mann….

NRC Handelsblad

In NRC deze week een groot interview met twee vrouwelijke debutanten: Roos van Rijswijk en de intussen haast onvermijdelijke Lize Spit. Ze delen het interview en veel van de vragen gaan niet over het werk zelf maar over de zaken eromheen (de uitgeverij, de mediatraining, de soms bijkomende onzekerheid). Omdat Onheilig van Van Rijswijk ook besproken wordt, zijn Spit en Van Rijswijk samen goed voor 3 van de 6 besproken vrouwen in het hele katern. Vooral de man-vrouwverhouding in het aantal recensenten is deze week erg teleurstellend: slechts één recensie werd door een vrouw geschreven en het interview werd voor de helft door een vrouw verzorgd. Mannen daarentegen pakten maar liefst 11 keer de pen op.

En de Loden Leesbril gaat naar…. De Morgen

De Morgen werd helemaal vol geschreven door mannen (0,0 % vrouwelijke recensenten) en 1 klein recensietje voor een vrouwelijke auteur. Verder waren alle boeken door mannen geschreven. Zei ik vorige week dat er een zilver randje rond de Loden Leesbril zat voor De Morgen? Deze week krijgen ze weer de Loden Leesbril, nu zonder zilver randje. Wat een deceptie, 3,85 % vrouwen in een zó grote boekenbijlage.

 

lekkertellen7

De Nationale Uitgeversspotgids

Sinds ik Lezeres des Vaderlands ben, heb ik de aandacht van uitgevers. Hun aanbiedingsfolders voor dit voorjaar vond ik zelfs in mijn mailbox!

Dat was wel even schrikken. Dat het slecht gaat in de boekenbranche, dat wist ik. Dat er steeds meer fantasieloos gemarket wordt op mannen-zijn-zus en vrouwen-zijn-zo vanuit een troosteloos doelgroepdenken: check.

Maar uitgeverij Podium gaat daar nog eens drie keer overheen, en waarom? Tsja, waarom. Het goede nieuws was dat ik zelf ook op het idee kwam voor een onverbiddelijke bestseller! Hieronder eerst mijn eigen nieuwe boek, vers uit de aanbiedingsfolder. Bestellen kan bij uitgeverij Bodem. En daaronder het origineel van Podium dat ik aantrof in mijn mailaccount.

 

Schermafbeelding 2016-03-04 om 22.01.47
Uit de voorjaarscatalogus van uitgeverij Bodem, 2016

 

Schermafbeelding 2016-03-04 om 18.25.49
Uit de voorjaarscatalogus van uitgeverij Podium, 2016