Max Oxazepam: intellectuele gemakzucht & ’t feminismedebat

Max Pam was nog lang niet klaar met ijsberen en schreef een tweede meta-column over zijn eerste ophef-column. In dat eerste stuk had Pam met droge ogen beweerd: ‘de macht van de man is in alle opzichten tanende’. De eerbiedwaardige columnist liet vervolgens weten regelmatig naar de film te gaan, alwaar hij een vrouwelijk personage zag dat hem niet in staat van opwinding wist te brengen. Zo’n non-entiteit ‘kan je nauwelijks een vrouw noemen’.

Er kwam Twitter-ophef, Sylvia Witteman reageerde op die ophef, Arnon Grunberg citeerde op zijn beurt weer Witteman, waarna Pam nog eens op de hele zaak terugkwam.

En moiom hier ’s wereld beroemdste varken te citeren? Moi, de  Lezeres des Vaderlands, zat zich ondertussen stierlijk te vervelen. Waarom schrijven zoveel columnisten in de Volkskrant maar raak over het feminisme zonder enige interesse te tonen voor de meest basale beginselen ervan? Zo ontstaat er nooit een debat waarbij we wakker blijven en de zaak vooruit geholpen wordt.

sleeping

Dat het feitelijk niet klopt dat mannen ‘overal’ hun macht aan het verliezen zijn , liet Sander Philipse al overtuigend zien. Er wordt hier dus een angstbeeld gecreëerd dat geen enkele grond vindt in de realiteit. Maar ook op het niveau van de ideeën klopt er weinig van dit soort betogen. Zijn feministes vrouwen die proberen de macht te veroveren ten koste van de mannen? Neen. Het feminisme begint met de constatering dat het altijd de man is geweest die de macht bezat om de criteria op te stellen waaraan ‘de vrouw’ moest voldoen, in zowel juridisch, sociaal, psychologisch als seksueel opzicht. Het feminisme wil die aloude  definiëringsmacht aan banden leggen door te streven naar een gelijkwaardige rechtspositie voor vrouwen. Het gaat dus om het intomen van macht door recht, en niet om een strijd waarin de ene vorm van absolute macht wordt vervangen door de andere.

De ooit ongebreidelde macht van de man stuit nu op een vrouw die op verschillende terreinen haar rechten opeist. Dat roept bij sommige heren nogal wat weerzin en vooral veel geestelijk ongemak op.

Dat ongemak laat zich eenvoudig exploiteren. Ik geloof meteen dat er een markt is voor columns die de angst aanwakkeren voor ‘de tanende macht van de man’, om in één moeite door zichzelf aan te bieden als kalmeringstabletje door er lafjes wat denigrerende zinnen over lelijke vrouwen in te verwerken. Hè gelukkig, het was even schrikken maar alles blijft bij het oude. De handige jongens van Suit Supply gebruiken precies hetzelfde procedé in hun nieuwe marketingcampagne. Piepkleine mannetjes verdwijnen daar in de mond van levensgrote vrouwen, of glijden van hun borsten als glijbanen. Ook hier wordt eerst het angstbeeld van ‘de vrouw die vandaag de dag de macht heeft overgenomen’ opgeroepen. Het fabeltje van de ‘machtige vrouw’ dient dan als excuus om de misogyne en pornografische voorstelling van de vrouw als dierlijke mannenverslindster nog maar weer eens van stal te halen. Ophef is natuurlijk gegarandeerd en daarmee aandacht.

04-1767

Van de website van Suit Supply: “SOMETIMES IT SEEMS LIKE IT’S A WOMAN’S WORLD THESE DAYS, AND WE JUST LIVE IN IT. THE MODERN WOMAN IS A CONFIDENT TOWER OF POWER, WHO KNOWS EXACTLY WHAT SHE WANTS. SHE’S BEAUTIFUL. SHE’S BRILLIANT. SHE’S A BONA FIDE TITAN. IT’S HARD NOT TO FEEL…WELL, DWARFED.”

Wat ik minder goed begrijp is het gebrek aan intellectueel weerwerk in de krant. Na de column van Pam boog de Nederintelligentsia zich nog eens gezapig over het vraagstuk van het feminsime. Sylvia Witteman verzon voor het gemak een definitie van het feminisme waaruit een volslagen desinteresse voor de geschiedenis van het feministisch denken sprak: ‘Feminisme is schijt hebben aan wat mannen van je denken’. Het stukje van Witteman werd vervolgens instemmend aangehaald door Grunberg in zijn voetnoot, die meende dat in dit soort debatten ‘verontwaardiging’ vaak de plaats inneemt van ‘analyse’.

Als ik Witteman goed begrijp is ‘A room of one’s own’ dus niet feministisch, want Woolf had duidelijk géén schijt aan de woede die schrijvende vrouwen bij mannen weten op te roepen. De Beauvoir: ook geen belangrijke denker voor het feminisme, want die nam door mannen gecreëerde definities van vrouwelijkheid al even ernstig in plaats van daar schijt aan te hebben. Nu Witteman ons heeft verlicht met haar inzichten in het feminisme, kunnen we het moeizame denkwerk voortaan overslaan en simpelweg altijd onze schouders ophalen. Vervolgens worden we door Grunberg gemaand te analyseren wat we zojuist besloten hebben niet meer ernstig te nemen.

Ik kreeg het narcotiserende beeld van een ijsbeer die in een kaal, wit landschap eindeloos hetzelfde rondje loopt maar niet van m’n netvlies.

Advertenties