Let me get a close up: Madonna, Beyoncé, Peaches & Showry

Lieve Lezers,

Deze keer een longer-than-longread over kijken. Kijken naar vrouwen. En over discipline, het geven van opdrachten en een verlangen naar onkwetsbaarheid. Stapt u mee op deze achtbaan? We zwaaien naar Madonna & Beyoncé, om al snel in de kurkentrekker te belanden die wat minder bekende vrouwelijke kunstenaars voor ons hebben gecreëerd: Peaches en Showry. Hang on, and enjoy the ride.

Naaktheid als kledingstuk: Madonna

Madonna rolde in de vorige eeuw vaak over de verhitte tongen van mijn vriendinnen. Omdat ze in True Blue belangrijke thema’s als tienerzwangerschap en huiselijk geweld aansneed en daarmee een prominente stem en voorloper was, waren we haar dankbaar. Madonna was bovendien media savvy genoeg de dubbelzinnige rol van de blik zelf aan de orde te stellen: ‘You didn’t want to see life through my eyes’. Niet het latex pakje, maar vooral Madonna’s aandacht voor het perspectief kon dus midden jaren negentig in Human Nature op kritische aandacht rekenen. ‘Did I have a point of view?’

Maar hoe baanbrekend die kritische bevraging van het perspectief ook klonk: toen in 2014 Denise Jolly de beroemde foto van een naakt liftende Madonna recreëerde, werd daar vooral met walging over gesproken. Niet om aan te zien, zo’n obees lijf! Moet dit? Madonna is naakt maar niet kwetsbaar, ze is een koningin, gehuld in de mantel van lichamelijke superioriteit. Jolly was met haar imperfecte lichaam weggehoond. De eisen waaraan het vrouwelijk lichaam moet voldoen bleken anno 2014 nog altijd net zo nauw gedefinieerd als de latexpakjes van Madonna in de jaren negentig waren.

Het onvolmaakte lijf van Jolly mag boven alles gestraft worden met bakken verbale hoon. Buiten die straf-en-beloning structuur lijkt het vrouwenlichaam nauwelijks te kunnen bestaan in de media. Ook bij Madonna belandden we in dit schema. Toegegeven, Madonna leidde ons binnen in háár gedisciplineerde SM-theater (waar alleen de afgetrainde lijven bestaansrecht hebben), waarin opdrachten uitgedeeld en opgevolgd werden volgens de regels die Madonna heeft opgesteld. Dat leek emancipatie. Maar wat moeten we met Madonna’s omkering van de straf & beloning spelregels, als die straf zó eenvoudig opnieuw ingezet kan worden tegen een vrouw die haar lichaam niet volgens de regels heeft gedisciplineerd.

Koningin van de imperatief: Beyoncé

Aan deze bezwaren dacht ik toen deze week aan mijn mouw werd getrokken. ‘Lezeres, zag je Beyoncé’s Superbowl-optreden met referenties aan de Black Panthers? Wat een feministische krachttoer, hé!’ Hmm. Dat zijn verschillende vragen waar ik, zeker met een uiterst beperkte kennis van black feminism en Amerikaanse geschiedenis, niet zomaar op kan antwoorden. Ik begrijp dat Beyoncé verschillende overzeese feministen in de pen laat kruipen, als ze ‘Ladies, let’s get in formation’ roept en daarmee het vrouwelijk lichaam in een meerduidige opstelling boordevol historisch-politieke echo’s plaatst. Dat ze voor opschudding zorgt, is naast begrijpelijk ook hoopgevend, al is het maar omdat de rol van vrouwen in revolutionaire bewegingen nog te vaak over het hoofd wordt gezien.

Maar los van het feit dat ik grote delen van de context mis die dit nummer zijn veelgelaagde zeggingskracht geeft, blijft Queen Bey in mijn hoofd toch bovenal de nieuwe koningin van de imperatief (bow down!). Bij Beyoncés opdracht in formation te gaan staan kon ik niet anders dan óók denken aan de discipline die ze zichzelf en haar dansers oplegt om tot het perfecte lijf te komen. Net als bij Madonna gaat het hier om topsport, kijk ik naar een lichaam waarachter een indrukwekkend work-out regime schuilgaat waar ik me niets bij kan voorstellen. Achter Beyoncé’s radicaal-politieke opdracht jezelf te informeren zag ik óók de schim van die arme masochistische Britney Spears, allang uitgespogen door de genadeloze beeldcultuur, die zichzelf de opdracht toebeet: you better work, bitch. Want wie niet werkt, krijgt slappe dijen, en als je slappe dijen hebt dan is het gedaan met je koninginnenstatus.

Clichés als kostuum: Peaches

En nu ja, zo zat ik dus tot over mijn oren in het denken over de imperatief, de blik en het gedisciplineerde vrouwenlichaam. Er waren deze weken twee dames die me ver nog voorbij mijn kijk-comfortzone duwen en verschrikt naar mijn bril doen grijpen, maar die ik na grondiger onderzoek wel onmisbaar durf noemen in de bewustwording die, net als mijn #lekkertellen-acties, aan de basis ligt van elke structurele verandering. Hartpatiënten wordt afgeraden verder te lezen. Madonna die zich Human Nature liet vastbinden om enkele shots verder zelf het zweepje ter hand te nemen, lijkt immers bijna lieflijk als twintig jaar later dit soort zinnen door dreunende beats worden gedragen: ‘Circle jerk girls who spray / we’ve got a male in the middle and we bukake’. Nog eentje: ‘Tell on my pussy / whistle blow my clit / watch it open up / cuz it can’t keep a secret.’ Aan het woord is de Canadese muzikante Peaches. Laten we één ding afspreken: de woorden die u niet begrijpt, zoekt u zelf op.

Dat Peaches in Close up, het openingsnummer van haar nieuwste plaat Rub, samenwerkte met Kim Gordon, frontvrouw van wijlen Sonic Youth en auteur van Girl in a Band: A Memoir, een verslag van veertig jaar seksisme in de muzieksector, was dé trigger om Peaches’ nieuwste te beluisteren. In de videoclip van Close up is Kim Gordon de geld tellende, stoere testosteronmanager van bokser Peaches. Peaches betreedt, onder het toeziend oog van Gordon, met gebalde vuisten de boksring en neemt het op tegen een runderkarkas, om daarna een roze poppetje dat verwilderd de kleren van haar eigen lijf scheurt te lijf te gaan. Terwijl bizarre creaturen zich morfend losvechten van stereotypen en op hun rug worden gegooid, zingt Peaches bezwerend: ‘Set up in the mirror for a peek of the clone / You’re a person alone with a person alone.’

De blik is in haar muziekcarrière een terugkerend thema. Vaak is die blik mannelijk en wordt hij alle kanten uit gedraaid, waarbij ook de heren zelf niet aan verregaande objectivering ontkomen – heb u dat moeilijke woord al opgezocht? Peaches steekt daarnaast graag de draak met fallocentrische taal. Op de cover van de plaat Fatherfucker kijkt ze ons met volle baard onbevreesd aan; één van de vele compromisloze confrontaties waarin geconstrueerde gendergrenzen smelten. Dat ze de geile blik tot in het extreme problematiseert en omdraait, komt lang niet bij elke fan aan. ‘I think I just found my new favorite video for jacking off’; deze reactie van een illuster heerschap onder de video van Close Up is exemplarisch.

Voedselporno: Showry

Peaches is niet de enige sensatie die op verontrustende wijze haar kijkers opwindt. ‘I have the weirdest boner’: de oorzaak is Showry, een internetsensatie met anderhalf miljoen Facebooklikes op haar naam. Bij onze eerste kennismaking raakte ik niet eens tot bij de reacties op haar video’s. Toen Showry op mijn scherm haar borsten besmeurde, een colafles suggestief op en neer schudde en zich besproeide met het vocht, klikte ik de beelden snel weg. Maar toen werd er bestraffend op mijn leesbril getikt. Hoe beperkt is het een vrouw af te schrijven omdat ze mannen opwindt, als ze deze opwinding ook zichtbaar weet te parodiëren?

Wat blijkt? Showry’s YouTube-video’s problematiseren de blik op Aziatische vrouwen. De obscene beelden waarin ze dode vissen kust en in een bak ketchup baddert, vormen een ongemakkelijke satire van muk-bang, een ‘food porn’ trend die in Korea ontzettend lucratief is. Showry kijkt ons met onschuldige blik aan, kiest als een kirrend poppetje vrijwillig voor de meest vulgaire vernederingen en kijkt schattig-beteuterd als die uit de hand lopen. In haar infantiele peepshows neemt ze dus niet enkel overconsumptie op de naaldhak, maar vooral de culturele clichés waarmee naar vrouwen gekeken wordt, eindeloos gerecycleerd in de porno-industrie. Zelfspot heeft Showry zeker. Treffender is het nietsontziende cynisme dat de video’s uitstralen.

Wat ons rest

Toch blijft ver voorbij de initiële afkeer die ene grote vraag over. Wat rest ons voorbij duistere akeligheid, voorbij de satire en parodie, de uitvergroting, omkering en het cynisme? Want Peaches hanteert nog maar één taal – die van de agressie. Ze weigert kwetsbaar te zijn en is dus net zo agressief als de man die nog voordat hij het in zijn hoofd zou kunnen halen Peaches te beoordelen op haar lijf al door haar verbaal en visueel knock-out werd gemept. Ook Showry gebruikt agressie om de agressie van het lijf te houden: ze vergroot het visuele geweld waar vrouwen aan bloot staan uit om het zo te bespotten. Maar met al die woede blijven we in het blinde cirkeltje van de pornografische imperatief draaien: eat this, rub that.

In Peaches’ spiegel zie ik een witte vrouw met beginnende presbyopie. Ze kan niet langer wegkijken en is daarbij bereid haar eigen blik te bevragen. Maar kan er nog wel gekeken worden als kwetsbaarheid niet meer mag? Blijven we niet gevangen in een blik die uiteindelijk doodsbang is op een zwak moment betrapt te worden?

Kortom: wat écht kijken betekent te midden van nieuw mediaal spektakel waar we iedere dag mee gevoed worden, daar ben ik nog niet uit. Hoewel. Het spannende spel dat Showry met conventies speelt, ontdekte ik door een discussie op de Facebookpagina van een Indonesische vriendin in de gaten te houden. Vervolgens viel een ‘like’ van een Surinaamse buurman mij op. Dat maakt me nieuwsgierig: zou er ook een Antilliaanse Showry bestaan? Ze zou een welkome blik kunnen werpen op hoe in ons eigenste Vaderland met een cultureel gedetermineerde én determinerende blik naar vrouwelijke seksualiteit gekeken wordt. Ik wil haar graag een leesbril lenen. En nog liever dan Madonna of Beyoncé, vraag ik de Nederlandse Perziken om een blozende soundtrack.

Advertenties