De Bibelebontse berg van literatuurmuseum.nl

Ik hou van musea en ik hou van literatuur, dus het literatuurmuseum op het internet, waarvoor je niet eens je luie bureaustoel van de studeerkamer op zolder (de voormalige slaapkamer van onze jongste) voor uit hoeft te komen, leek me ideaal!

De website ziet er fris uit, heel fris. Je kunt eeuwig doorscrollen en de felle moderne kleuren schitteren je tegemoet. Van alle auteurs op de website zijn kunstige portretjes gemaakt. Waar heb ik dat eerder gezien? De website doet me ook aan een ander website met literatuur denken, maar ik kan maar niet op de naam komen. Nu ja, het ontwerp is van Vruchtvlees, misschien weet u waarom het me zo bekend voorkomt. Alles ziet er in ieder geval gelikt en professioneel uit, daar is zeker een goeie duit subsidie in gaan zitten en ook hun doelstellingen zijn erg lovenswaardig:

“De Stichting Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum ziet het als haar missie de kracht van literatuur én de rijkdom van het Nederlands literaire erfgoed zichtbaar te maken. Het doet dit door publiek uit alle lagen van de bevolking literaire verhalen te laten ontdekken, beleven en zelf te laten maken. Omdat literatuur ons leven verrijkt.”

Nadat ze dit hadden geschreven vulden de vaderlandse literatuurprofessionals de website met bijdrages van de volgende auteurs: Alma Mathijsen, Walter van den Berg, Thomas Heerma van Voss, Bregje Hofstede, Hanna Bervoets, Philip Huff, Christiaan Weijts, Elfie Tromp en Roman Helinski.

Deze schrijvers vertonen een opmerkelijke overeenkomst in leeftijd, kleur en sociale achtergrond. Ze zijn allemaal geboren tussen 1976 en 1990, blijkbaar 14 gouden jaren voor de Nederlandse literatuur. Ze wonen allemaal in de Randstad en zelfs bijna allemaal in Amsterdam. Geen dichters, essayisten of experimentelen. En ze hebben, op Walter van den Berg na, allemaal een universitaire studie doorlopen. Lieve lezers, begin nu niet meteen dat het wel logisch is dat de hoger opgeleiden oververtegenwoordigd zijn in boekenland en de omliggende met subsidie overgoten digitale moerassen, simpelweg omdat ze meer boeken publiceren. Dat snap ik ook wel. Het probleem is dat je een groep schrijvers zegt te selecteren om alle lagen van de bevolking te vertegenwoordigen en dan alleen op deze namen kan komen. Over die selectie uit een bijzonder kleine poule later meer. De verdeling man/vrouw is mooi, dat moet ik ze nageven, maar verder hebben deze literatuurminnende organisatoren de oogkleppen nog eens flink aangedrukt.

Niet alleen krijgt de jonge generatie ruimte om over literatuur te schrijven, ook besteedt het Literatuurmuseum aandacht aan de volgende coryfeeën: W.F. Hermans, Charlotte Mutsaers (vroegtijdig bijgezet in deze reeks), Remco Campert, Anna Blaman, Fritzi Harmsen van Beek, Cees Nooteboom, Hella Haasse en Simon Vestdijk. Ietsje diverser dan de jonge generatie. Maar Waar zijn Astrid Roemer, Frank Martinus Arion, Marion Bloem, Tip Marugg, Kader Abdolah, Hans Faverey, Rodaan Al Galidi en Boeli van Leeuwen? Om zo maar wat willekeurige, gelauwerde auteurs van voor 1976 te noemen.

Kortom, hoe kun je een heel specifieke sociaaleconomische laag van de bevolking vertegenwoordigen, zowel in de jonge als oudere generatie scribenten, en toch het gebruik van publieke middelen in de colofon goedpraten? Door simpelweg te beweren dat je iets creëert voor “alle lagen van de bevolking”. Ik herhaal het gewoon nog maar een keer, het staat er echt. En vervolgens de vormgever van, en bijna uitsluitend auteurs die bij de uitgeverij of in het tijdschrift DasMag publiceren vragen om de site te vullen. Kan de canonisering van die auteurs ook in één moeite door een handje geholpen worden.

Advertenties