#lekkertellen: De Morgen

LdV_suitsupply_laatste-01

Goedemiddag, Lieve Lezers en Lezeressen,

Op deze zalige zonovergoten zondag gaan uw en mijn humeur niet bedorven worden door de Nederlandstalige boekenkaternen. Nee hoor. Ook al zou je als lezer de boekenbijlage van de Volkskrant bijna gaan ervaren als een slechte remake van een John Wayne-film, omdat ze wéér maar 17 % ruimte hadden voor vrouwen. Pas bij de signalementen, op de laatste pagina, turf ik het tweede boek van een vrouw. Daarvoor alleen een spread van een non-fictie boek van Laura Cumming. Met twee grote afbeeldingen van schilderijen van Velázquez waarop te zien zijn: mannen.

Maar nee, we gaan op deze gezegende dag niets voor de zon laten komen, ook al krijgt de Lezeres langzamerhand het bange vermoeden dat De Groene Amsterdammer die naam heeft omdat Dichters en Denkers de vorm heeft van een grote groene komkommer, in de schaduw waarvan vrouwen als delicate bloempjes mogen bloeien.

Ook blijven we volstrekt zen een kopje koffie op het balkon drinken als De Standaard wederom de eerste vier stukken aan een man wijdt, om vervolgens weer (weer!) bij het eerste artikel dat gewijd is aan een vrouwelijke auteur voor een dode schrijver te kiezen. Daarna een interview met de deze weken onvermijdelijke Nell Zink, en toen was het alweer gedaan voor de vrouwen die bij machte zijn boeken te schrijven.

Verder kwam ik deze week twee keer P.F. Thomése dwepend tegen. De eerste keer in Trouw in een stuk over Jeroen Brouwers. In Thoméses zelfportret als ‘gymnasiumjongen’ met literaire ambities kwam niet één vrouwelijke auteur voor, wel natuurlijk de Grote Drie. Zal ik een geheimpje verklappen: de Nederlandse literatuur is zo weinig ideeënrijk omdat ze voor een groot deel bezet wordt door mannen die hun schoolpleincomplexen cultiveren. Get over it en schrijf eens een jaar helemaal niet over die Grote Drie. Zul je zien hoe de puistjes wegtrekken en de intellectuele wasdom met sprongen toeneemt. O en de tweede keer in De Standaard over Annabel (een personage van Edgar Alllan Poe) die hij een ‘heerlijk schepsel’ noemt. Jaja, zolang vrouwen maar niet als collega-auteur aan de horizon opdoemen kun je ze heerlijke schepselen noemen.

He, nu voel ik toch wat stress tussen de schouderbladen kruipen. Weet u wat? We geraken deze week in de vakantiestemming en mijmeren over een fijn weekendje België. Deze week heb ik de kolomruimte geteld in De Morgen in alle #lekkertellen katernen tot nu toe. Herkenbare grafiekjes, zo herkenbaar dat ik nauwelijks het verschil met de Volkskrant-kolomtelling van twee weken geleden zag. Behalve dan dat deze week (week 8) een écht positieve uitzondering was. Is de boel daar bij de Zuiderburen stilletjes toch in beweging?

De Morgen_fin

Maar niet te vroeg gejuicht. Want het is bij De Morgen droevig gesteld met het aantal vrouwen die voor het katern schrijven. Ook deze week telde ik slechts 1 vrouwelijke recensent. Omgerekend naar hoeveelheid kolomruimte kom je regelmatig rond een miserabele 10 % uit voor vrouwelijke critici, want vaak schrijven ze ook nog de 1-kolom recensies. Daarmee is De Morgen qua representatie van vrouwen vaak nog slechter af dan de Volkskrant, want die hebben in hun bestand aan critici ten minste aardig wat vrouwen. Komaan, De Morgen, doe uw naam eer aan en ga op zoek naar een veel bredere poel aan stukkenschrijvers!

De oplettende lezer zag ‘m al aankomen: De Loden Leesbril is voor De Morgen. Maar met een zilveren randje hoop, dat wel, en zo komt aan het einde toch altijd alles weer goed.

 

Overzicht week 8:

 

week 8

 

Uitleg telling Kolompunten

Stukken over mannen en vrouwen zijn aan dezelfde, enigszins rudimentaire, maar systematische telmethode onderworpen:

  • de kleinste eenheid, een signalement = 1 punt
  • de recensies van 1 kolom = 2 punten
  • de recensies van 2 kolommen = 3 punten
  • 1 pagina kolomruimte = 4 punten
  • 1 pagina kolomruimte + 1 kolom = 6 punten
  • 1 pagina kolomruimte + 2 kolommen = 7 punten
  • spread = 8 punten
  • spread + 1 pagina: 12 punten
  • spread + 1 pagina + 1 kolom = 14 punten
  • spread + 1 pagina + 2 kolommen = 15 punten
  • bonus voor het openingsstuk = 2 punten
Advertenties

Mannen als poppetjes

“Die mannen, dat zijn tot kinderen gereduceerde poppetjes, ze zijn ridicuul, ondergeschikt aan de vrouw. De meeste zien het alsof we de mannen hier een beetje in de zeik proberen te nemen”

Aldus Fokke de Jong, Suitsupply-oprichter.

Grote vrouwen, kleine mannen, en dús is er geen sprake van seksisme maar eerder van spotten met mannen? Een ding is waar: de campagne is niet je run of the mill seksistische reclameboodschap. Bij de doorsnee tietenborsten-reclame  is zo ongeveer altijd de strekking: koop deze auto/sigaretten/eudeklonje en mooie naakte vrouwen vallen voor je in katzwijm. De maatpakken-grootgrutter gaat nog een flinke stap verder: hier worden misogyne beelden ingezet. De vrouwen hebben in de campagne bovenmenselijke proporties aangenomen en behandelen mannen als hun poppen. Dat is een troop die nog altijd voorkomt in de populaire cultuur maar een eeuw geleden ook al gebruikt werd. Even de leesbril op en vergelijken:

pop
Ludwig von Hofmann ‘The Valley of Innocence’ (1897). Naast de naakte vrouw onthoofde mannen  die ten prooi zijn gevallen aan de ‘spelende’ vrouw
rops5
F. Rops, ‘De dame met de ledepop’ (detail) De man als marionet van de vrouw, zij schudt lachend geld uit zijn zak

In de voorbeelden van Von Hofmann en Rops is de vrouw een duivelse figuur die de man naar zijn ondergang leidt. Dat vrouwen uiteindelijk mannenverslinders zijn maakt de campagne van Suitsupply óók duidelijk:

 

Rops en Von Hofmann waren actief rond het fin de siècle, toen vrouwenhaat steeds virulentere vormen begon aan te nemen. Het was allemaal niet onschuldig – en waarom niet, is uitstekend uitgelegd en gedocumenteerd in Bram Dijkstra’s Idols of Perversity. 

Ik snap heus wel dat in het geval van Suitsupply de bewust zichtbaar gelaten fotoshop de hele zaak tussen aanhalingstekens plaatst. Zoals altijd tegenwoordig is er ironische distantie ingebouwd: we zijn natuurlijk niet écht bang voor de seksualiteit van vrouwen zoals ze dat rond 1900 nog waren. Welnee. Haha, de vrouw is een man-eater but not really, wink wink, nudge nudge. Ondertussen worden de vrouwen wel in alle ernst getoond als niets anders dan een larger than life lichaam. Dat is niet niet-seksistisch: aan de vrouw boven- of onmenselijke (vaak: dierlijke) seksuele macht toeschrijven is nu net een standaard onderdeel van het seksisme.

Niet toevallig wordt de levensgrote vrouw voorgesteld als een gevoelloos object waartegen de man op kan klimmen, van af kan glijden en pornografische handelingen mee kan verrichten. De vrouwen blijven volmaakt onbewogen – maar niet omdat ze krachtig zijn, maar omdat ze ontmenselijkt zijn. Is er immers één kijker die zich zal identificeren met deze emotieloze reuzinnen? En daarom geloof ik dat een debat over de dit type beelden hoognodig is, zelfs als dat koren op de molen is van de handige maatpakken-jongens.

Max Oxazepam: intellectuele gemakzucht & ’t feminismedebat

Max Pam was nog lang niet klaar met ijsberen en schreef een tweede meta-column over zijn eerste ophef-column. In dat eerste stuk had Pam met droge ogen beweerd: ‘de macht van de man is in alle opzichten tanende’. De eerbiedwaardige columnist liet vervolgens weten regelmatig naar de film te gaan, alwaar hij een vrouwelijk personage zag dat hem niet in staat van opwinding wist te brengen. Zo’n non-entiteit ‘kan je nauwelijks een vrouw noemen’.

Er kwam Twitter-ophef, Sylvia Witteman reageerde op die ophef, Arnon Grunberg citeerde op zijn beurt weer Witteman, waarna Pam nog eens op de hele zaak terugkwam.

En moiom hier ’s wereld beroemdste varken te citeren? Moi, de  Lezeres des Vaderlands, zat zich ondertussen stierlijk te vervelen. Waarom schrijven zoveel columnisten in de Volkskrant maar raak over het feminisme zonder enige interesse te tonen voor de meest basale beginselen ervan? Zo ontstaat er nooit een debat waarbij we wakker blijven en de zaak vooruit geholpen wordt.

sleeping

Dat het feitelijk niet klopt dat mannen ‘overal’ hun macht aan het verliezen zijn , liet Sander Philipse al overtuigend zien. Er wordt hier dus een angstbeeld gecreëerd dat geen enkele grond vindt in de realiteit. Maar ook op het niveau van de ideeën klopt er weinig van dit soort betogen. Zijn feministes vrouwen die proberen de macht te veroveren ten koste van de mannen? Neen. Het feminisme begint met de constatering dat het altijd de man is geweest die de macht bezat om de criteria op te stellen waaraan ‘de vrouw’ moest voldoen, in zowel juridisch, sociaal, psychologisch als seksueel opzicht. Het feminisme wil die aloude  definiëringsmacht aan banden leggen door te streven naar een gelijkwaardige rechtspositie voor vrouwen. Het gaat dus om het intomen van macht door recht, en niet om een strijd waarin de ene vorm van absolute macht wordt vervangen door de andere.

De ooit ongebreidelde macht van de man stuit nu op een vrouw die op verschillende terreinen haar rechten opeist. Dat roept bij sommige heren nogal wat weerzin en vooral veel geestelijk ongemak op.

Dat ongemak laat zich eenvoudig exploiteren. Ik geloof meteen dat er een markt is voor columns die de angst aanwakkeren voor ‘de tanende macht van de man’, om in één moeite door zichzelf aan te bieden als kalmeringstabletje door er lafjes wat denigrerende zinnen over lelijke vrouwen in te verwerken. Hè gelukkig, het was even schrikken maar alles blijft bij het oude. De handige jongens van Suit Supply gebruiken precies hetzelfde procedé in hun nieuwe marketingcampagne. Piepkleine mannetjes verdwijnen daar in de mond van levensgrote vrouwen, of glijden van hun borsten als glijbanen. Ook hier wordt eerst het angstbeeld van ‘de vrouw die vandaag de dag de macht heeft overgenomen’ opgeroepen. Het fabeltje van de ‘machtige vrouw’ dient dan als excuus om de misogyne en pornografische voorstelling van de vrouw als dierlijke mannenverslindster nog maar weer eens van stal te halen. Ophef is natuurlijk gegarandeerd en daarmee aandacht.

04-1767

Van de website van Suit Supply: “SOMETIMES IT SEEMS LIKE IT’S A WOMAN’S WORLD THESE DAYS, AND WE JUST LIVE IN IT. THE MODERN WOMAN IS A CONFIDENT TOWER OF POWER, WHO KNOWS EXACTLY WHAT SHE WANTS. SHE’S BEAUTIFUL. SHE’S BRILLIANT. SHE’S A BONA FIDE TITAN. IT’S HARD NOT TO FEEL…WELL, DWARFED.”

Wat ik minder goed begrijp is het gebrek aan intellectueel weerwerk in de krant. Na de column van Pam boog de Nederintelligentsia zich nog eens gezapig over het vraagstuk van het feminsime. Sylvia Witteman verzon voor het gemak een definitie van het feminisme waaruit een volslagen desinteresse voor de geschiedenis van het feministisch denken sprak: ‘Feminisme is schijt hebben aan wat mannen van je denken’. Het stukje van Witteman werd vervolgens instemmend aangehaald door Grunberg in zijn voetnoot, die meende dat in dit soort debatten ‘verontwaardiging’ vaak de plaats inneemt van ‘analyse’.

Als ik Witteman goed begrijp is ‘A room of one’s own’ dus niet feministisch, want Woolf had duidelijk géén schijt aan de woede die schrijvende vrouwen bij mannen weten op te roepen. De Beauvoir: ook geen belangrijke denker voor het feminisme, want die nam door mannen gecreëerde definities van vrouwelijkheid al even ernstig in plaats van daar schijt aan te hebben. Nu Witteman ons heeft verlicht met haar inzichten in het feminisme, kunnen we het moeizame denkwerk voortaan overslaan en simpelweg altijd onze schouders ophalen. Vervolgens worden we door Grunberg gemaand te analyseren wat we zojuist besloten hebben niet meer ernstig te nemen.

Ik kreeg het narcotiserende beeld van een ijsbeer die in een kaal, wit landschap eindeloos hetzelfde rondje loopt maar niet van m’n netvlies.

Lieve Lezeres

Lieve Lezers en Lezeressen!

Jullie kennen me intussen goed genoeg om te weten dat ik her en der wel eens een ongevraagd advies geef. Vanaf nu geef ik in deze rubriek gevraagde adviezen over allerhande zaken. Van je misogyne buurman tot je eigen faalangst, mijn schouder en mijn geslepen potloodje staan voor je klaar. Ik heb mijzelf tenslotte niet voor niets enige autoriteit toebedeeld.

Liefs, de Lezeres des Vaderlands

Heb je ook een vraag voor De Lezeres? Stuur hem naar lezeresdesvaderlands@gmail.com.

Gemiddelde Cultuurconsument

Lieve Lezeres,

Ik denk dat ik een gemiddelde cultuurconsument ben. Wat nu?

Annemieke, 65 jaar, Arnhem

Lieve Annemieke,

Je hoeft maar naar DWDD te kijken of bij top-10-tafels in de buurt te komen en je dreigt er één te worden, een gemiddelde cultuurconsument. Muziek van middelmatige bandjes van bemutste jongens, oude en nieuwe literaire beloftes uit de grachtengordel – berg je of het komt je kant op. Shop je online, dan is het aanbod afgestemd op je persoonlijke informatie en als je je eenmaal tot de aankoop van een literaire thriller hebt laten verleiden krijg je er genadeloos meer voorgeschoteld onder ‘misschien ben je ook geïnteresseerd in…’. Ga je te rade bij de boekenbijlagen voor wat ‘goede smaak’ dan is het niet veel beter gesteld. Voor je het weet zit je als gemiddelde cultuurconsument dus middenin de belevingswereld van witte boys uit Amsterdam, een schrijver in een midlifecrisis of een onaardige vent met een clichématig onderbouwde fetish in vijftig tinten.

Nu is een van de leuke dingen van lezen dat het je de wereld door de ogen van een ander laat zien. Maar moeten dat altijd de ogen van een witte hippe of juist midlife-bezwerende man zijn? Lieve Annemieke, er is zoveel meer. Tijd om je innerlijke Anja Meulenbelt los te laten, je Rebecca Solnit  te laten floreren, de uitgestoken hand van Astrid Roemer aan te pakken!

Druk je leesbril aan, begin eens een babbeltje met de leukst uitziende medewerker van de lokale boekwinkel of bieb. Negeer voor de lol eens de boekenbijlagen voor een maandje of wat. Dan komt het allemaal goed.

Warme groeten voor jou en alle andere gemiddelde cultuurconsumenten,

De Lezeres

Werken in een Middelgrote Culturele Instelling

Lieve Lezeres,

Ik werk al tien jaar in de culturele sector en hoewel die sector hoe langer hoe meer naar de knoppen wordt geholpen doe ik dat al tien jaar met plezier. Nu is er één probleem: de leidinggevende van de organisatie waar ik werk (joviale man, well travelled, sort of well read, overtuigd van zijn eigen aantrekkelijkheid) geeft jonge jongens met branie en jonge meisjes met lang haar de schaars beschikbare extra uren, terwijl ik die extra 0,2 fte al praktisch voor niets werk en bovendien nodig heb om mijn werk goed te doen. Mijn cv is veel steviger dan dat van mijn jongere collega’s en men is erg enthousiast over mijn werk. Zouden mijn herhaalde pleidooien voor meer vrouwen in de programmering (steevast ontvangen met besmuikt gelach en tegengesproken met ‘kwaliteits’-argumenten) mij die extra 0,2 fte hebben gekost of ben ik gewoon een zure vrouw?

– Een humorloze feministe

Beste Lezeres,

Eerst iets over mijzelf: ik ben directeur van een middelgrote culturele instelling. We werken hier allemaal uit liefde voor de kunst, als ik rijk had willen worden was ik wel in het bedrijfsleven gegaan nietwaar. Maar waar was ik, eerst iets over mijzelf. Ik ben dol op enthousiaste jonge mensen en geef die graag een kans in de vorm van een stage en soms een kleine tijdelijke aanstelling. Dat het hier meestal gaat om jonge vrouwen met lang haar die om mijn grapjes lachen heeft daar verder niets mee te maken, alles uit liefde voor de cultuur nietwaar. Of is het mijn fout dat de studies geesteswetenschap voor 80 % gevuld worden door vrouwen die vervolgens bij mij op de stoep belanden voor een eerste baan? Nou dan.

De reden dat ik u schrijf is de volgende. Het gaat om mijn vaste medewerker en rechterhand, L. Zij werkt al 10 jaar langer dan ik bij mijn middelgrote culturele instelling. Haar haar wordt steeds korter en haar mond steeds smaller. Ook is ze steeds bozer dat ik haar verzoeken om salarisverhoging of uitbreiding fte’s afwijs. Ik snap dat niet, zij kent de begroting van onze middelgrote culturele instelling even goed als ik. Het is natuurlijk ondenkbaar dat ik een stap terug zou nemen.

[3 alinea’s ingekort door De Lezeres]

Lieve Lezeres, wat moet ik doen? Ik ben zo teleurgesteld dat zo iemand alleen maar bezig is met zichzelf, haar eigen salaris en positie. En bovendien: niet dat het mij aangaat maar wie vangt dan die kinderen op woensdagmiddag op? Alsof ze aan de naschoolse opvang niet al het geld zou moeten spenderen dat ik haar zou geven bij uitbreiding van de aanstelling. Tel uit je winst, denk ik dan.

Open kaart: ik speel soms met de gedachte haar te ontslaan en ruim baan maken voor een jonge hond. Laatst op een borrel lang gepraat met de zoon van een goede studievriend, die zou ik zo tot mijn rechterhand willen maken. Herken veel van mezelf in hem. Maar ja. Komt zo’n vrouw nog elders aan de slag? Dat knaagt toch aan me. Ook heeft zij een heel goed geheugen en een heel uitgebreid archief waar mails van mij inzitten, ook zonde als zij daarmee thuis komt te zitten.

U ziet, deze vrouw van middelbare leeftijd wordt zo langzamerhand een ethisch probleem voor mij. Kunt u mij helpen hoe ik het weer een beetje gezellig kan maken op mijn werk? Ze heeft sinds drie weken een leesbril en daar kan ze me over de rand heen op een manier aankijken die me de koude rillingen bezorgt. U leek me iemand die net als ik alles doet uit liefde voor de cultuur en een kenner is van dit type vrouw nietwaar. De uitgelezen persoon dus voor een weloverwogen maar toch gratis advies.

Een groet,

xxx [Naam geanonimiseerd, LdV]

Directeur Middelgrote Culturele Instelling

Quote van de week: It may be that the deep necessity of art is the examination of self-deception. –Robert Motherwell

Beste humorloze feminist en Directeur Middelgrote Culturele Instelling,

Fijn dat jullie (inderdaad, jullie allebei) geschreven hebben! Dit is een arbeidsconflictje naar mijn hart dat ik wel vaker tegenkom. Vaak zit het zo: terwijl de Directeur door alle netwerkborrels voor zijn gevoel wat overwerkt is geraakt heeft de humorloze feministe zich al jaren in de schaduw de pleuris gewerkt. Een korte blik op de culturele sector laat zien dat jullie niet de enige zijn: ja, de sector wordt bevolkt door vrouwen, die ook wel eens directeur zijn, maar niet zelden blijven ze steken in ondersteunende functies zoals productie, terwijl de heren het gezicht van de organisatie zijn.

Directeur, u klinkt toch echt wat gestresst, de Lezeres maakt zich zorgen over uw welzijn en dat van uw middelgrote culturele instelling. Tijd om wat gas terug te nemen om eens te bezinnen op uw eigen zorg-werk-balans – een mindfullnessweekend kan al helpen. Uw middelgrote culturele instelling kunt u gerust in de capabele handen van uw feministische medewerkster achterlaten. Kan ook een les in loslaten zijn. Geef haar eens wat meer uren! Die woensdagmiddag kan geen bezwaar zijn. Als uw zure medewerkster zelf om meer fte. vraagt, zal ze dat niet hebben gedaan zonder erover na te denken of dat wel een goed idee is. Wie weet heeft ze een man, of een vrouw, die op woensdag voor de kinderen kan zorgen. Wie weet zijn die kinderen al volwassen.

En lieve humorloze feministe, ga zo door! In mijn leesclub is de leidinggevende midlifeman een veelbeklaagd onderwerp en het tekort dat je in de programmering signaleert zie ik van grote festivals tot in onze buurtbieb – we werden werkelijk overspoeld door jonge dichters die veel te lijden hadden. Werkt het herhaaldelijk doen van goede voorstellen niet, haal dan je glimlach van je gezicht en confronteer je directeur met dit probleem. Haalt het allemaal niets uit en houdt hij zelfgenoegzaam voet bij stuk? Beklim zelf eens het podium voor boekpresentaties en evenementen in plaats van  alles tot de puntjes te regelen en je terug te trekken in de coulissen. Stop met yoga en besteed dat geld aan een goede coach en een vrouwennetwerk. Leer de skills die nodig zijn om zelf directeur te worden, of als je daar geen zin in hebt, push één van die jonge vrouwen die aangenomen worden richting een leidinggevende positie. Net zo lang tot er een organisatie ontstaat waar je een leidinggevende hebt met wat feministisch bloed in de aderen.

Liefs,

De Lezeres

Weekje stressvrij voor boekenredacties: #lekkertellen week 5

Lieve Lezeressen en Lezers,

Een vrouw van middelbare leeftijd heeft altijd honderd-en-één bezigheden, ze zijn soms niet te tellen. Om niet uitgeteld aan een nieuwe week te beginnen, koos de Lezeres des Vaderlands deze keer voor een korte editie #lekkertellen. Vrees niet, nu de lente naderbij kruipt, komen er weer genoeg weken om alle nog onderbelichte katernen nader te bespreken!

LdV_infographic_week5-01

Het Parool

De boekenbijlage van Het Parool opent met een interview met Mensje van Keulen door Maarten Moll. ‘Een ziener speelt er een belangrijke rol in’ staat in de kop en nog een stuk of vier keer in het artikel zelf. Het stuk is nogal, euh, impressionistisch. Met 37,5% van de besproken auteurs vrouw is er gelukkig wel een (flauwe) stijgende lijn te zien. Maar de enige vrouwelijke recensente, Marjon Kok, is helaas weer in het hoekje kinderliteratuur geparkeerd. Daarmee heeft de krant weliswaar 16% aan vrouwelijke recensenten, maar in kolomoppervlak gaat de vertegenwoordiging meer richting een bedroevende 10%.

NRC

NRC blijft het warm-koud-principe toepassen. Vorige week leek het prachtig evenwichtig, met een mooie illustratie bij het stuk over De Beauvoir. Maar deze week zakken de m/v-verhoudingen weer terug naar 31,2% vrouwelijke recensenten en 25% vrouwelijke auteurs. Arjen Fortuin opent de boekenbijlage met de opmerkelijke disbalans in de longlist voor de Europese Literatuurprijs: ‘Eén (1) vrouw tussen negentien kerels.’ De grote openingsartikelen en interviews die op zijn column volgen zijn dan weer geschreven door mannen en gaan over mannen. Wel nieuwe vrouwelijke recensenten gespot!

Trouw

Ik wilde bijna voorbarig tweeten: ‘Een primeur: Trouw bespreekt meer vrouwen dan mannen!’ Maar toen viel mijn oog op de besproken non-fictieboeken bij de signalementen: vijf mannen, nul vrouwen. Zijn er dan echt geen vrouwen die zinnige dingen schrijven over topmanagers en verdienmodellen? Of zijn er bovenal ook Lezeressen voor andere krantenkaternen nodig, zoals wetenschap, politiek, economie? Verder ben ik blij met de aandacht voor Veertig dagen. Mijn zoektocht naar troost van Samira Dainan. Doordat de schrijfster in de rubriek ‘vandaar dit boek’ echter uitsluitend vertelt over de ontstaansgeschiedenis van het boek, blijf ik een beetje op mijn honger zitten. Dit was toch net een kans om iets te vertellen over de Literaire Kwaliteiten van een jonge Nederlandse vrouw met Marokkaanse achtergrond?

#lekkertellen_LdV

De Groene Amsterdammer

De m/v-verhoudingen zitten wat betreft wie de stukken voor ‘Dichters & Denkers’ schreef deze week wel snor, maar slechts één van de bijdragen is geheel gewijd aan een boek geschreven door een vrouw. Toch jammer. Evenals het grote essay buiten D&D, over het begrijpen van terrorisme via literatuur. Joost de Vries noemt in dit essay geen enkele vrouw – met één uitzondering, een kleine cameo voor Beatrice de Graaf. Alsof Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin nooit tot de literaire verbeelding hebben gesproken. En alsof Charlotte Mutsaers nooit een hele roman over ecoterrorisme schreef.

Vrij Nederland

Jeroen Vullings las Anton Valens en verlangde naar wat sublimatie tussen al dat getuinier (het hoofdpersonage is tenslotte een mannelijke schrijver) terwijl Carel Peeters zich in Alain de Botton verdiepte. Zo benieuwd of er in Peeters’ boekenkast überhaupt boeken van vrouwen staan! 0+0=0 vrouwen in de literaire afdeling deze week.

de Volkskrant

Arjan Peters heeft lovende woorden voor X&Y van Franca Treur, maar zijn 4-sterrenrecensie kan niet maskeren dat het deze week wederom abominabel is gesteld met de verhoudingen in de boekenbijlage. Van de 19 pagina’s is er een pagina toebedeeld aan Treur, krijgt Griet Op de Beeck twee kolommen, zijn er korte recensies voor Kira Wuck en Petina Gappa en is er zegge en schrijve één signalement van de acht voor een vrouw. That’s it.

De Standaard

2015 was het jaar van BesteBuren, ‘een jaar waarin we Vlaams-Nederlandse creativiteit en culturele samenwerking vierden’. NRC klonk uiterst terneergeslagen over het afsluitende feest, maar wie dit weekend de Vlaamse boekenbijlages opensloeg, zag hoop aan de horizon. De Standaard stak twee keer de grens over, met ruimbemeten aandacht voor het vorig jaar verschenen poëziedebuut van Ineke Riem en de nieuwe verhalenbundel van Kira Wuck. Ook de m/v-verhoudingen gingen de zonnige kant op, met bijna 43% aandacht voor vrouwelijke auteurs. Als in het stripsegment ruimte was geweest voor 1 vrouw naast 4 mannen, in plaats van de 5 mannen die nu worden besproken, dan was de verdeling een zuivere fifty-fifty geweest.

De Morgen

De Morgen pakte groot uit met meerdere artikelen over de achterstelling van vrouwen op de werkvloer. Ook hoopvol: het onderwerp leeft dus wel, nu moeten ze bij de boekenbijlage alleen nog maar inzien dat zij óók werkvloer zijn. Het katern opende groot, 4 pagina’s voor een interview met en bespreking van Griet Op de Beeck. Daarna was het katern precies als voorgaande weken: nauwelijks vrouwelijke recensenten en nauwelijks vrouwelijke auteurs.

Omdat de Lezeres ijverige boekenredacties ook een weekje stressvrij gunt, wordt er deze editie geen Loden Leesbril uitgereikt. Tot volgende week!

#lekkertellen week 5

 

Let me get a close up: Madonna, Beyoncé, Peaches & Showry

Lieve Lezers,

Deze keer een longer-than-longread over kijken. Kijken naar vrouwen. En over discipline, het geven van opdrachten en een verlangen naar onkwetsbaarheid. Stapt u mee op deze achtbaan? We zwaaien naar Madonna & Beyoncé, om al snel in de kurkentrekker te belanden die wat minder bekende vrouwelijke kunstenaars voor ons hebben gecreëerd: Peaches en Showry. Hang on, and enjoy the ride.

Naaktheid als kledingstuk: Madonna

Madonna rolde in de vorige eeuw vaak over de verhitte tongen van mijn vriendinnen. Omdat ze in True Blue belangrijke thema’s als tienerzwangerschap en huiselijk geweld aansneed en daarmee een prominente stem en voorloper was, waren we haar dankbaar. Madonna was bovendien media savvy genoeg de dubbelzinnige rol van de blik zelf aan de orde te stellen: ‘You didn’t want to see life through my eyes’. Niet het latex pakje, maar vooral Madonna’s aandacht voor het perspectief kon dus midden jaren negentig in Human Nature op kritische aandacht rekenen. ‘Did I have a point of view?’

Maar hoe baanbrekend die kritische bevraging van het perspectief ook klonk: toen in 2014 Denise Jolly de beroemde foto van een naakt liftende Madonna recreëerde, werd daar vooral met walging over gesproken. Niet om aan te zien, zo’n obees lijf! Moet dit? Madonna is naakt maar niet kwetsbaar, ze is een koningin, gehuld in de mantel van lichamelijke superioriteit. Jolly was met haar imperfecte lichaam weggehoond. De eisen waaraan het vrouwelijk lichaam moet voldoen bleken anno 2014 nog altijd net zo nauw gedefinieerd als de latexpakjes van Madonna in de jaren negentig waren.

Het onvolmaakte lijf van Jolly mag boven alles gestraft worden met bakken verbale hoon. Buiten die straf-en-beloning structuur lijkt het vrouwenlichaam nauwelijks te kunnen bestaan in de media. Ook bij Madonna belandden we in dit schema. Toegegeven, Madonna leidde ons binnen in háár gedisciplineerde SM-theater (waar alleen de afgetrainde lijven bestaansrecht hebben), waarin opdrachten uitgedeeld en opgevolgd werden volgens de regels die Madonna heeft opgesteld. Dat leek emancipatie. Maar wat moeten we met Madonna’s omkering van de straf & beloning spelregels, als die straf zó eenvoudig opnieuw ingezet kan worden tegen een vrouw die haar lichaam niet volgens de regels heeft gedisciplineerd.

Koningin van de imperatief: Beyoncé

Aan deze bezwaren dacht ik toen deze week aan mijn mouw werd getrokken. ‘Lezeres, zag je Beyoncé’s Superbowl-optreden met referenties aan de Black Panthers? Wat een feministische krachttoer, hé!’ Hmm. Dat zijn verschillende vragen waar ik, zeker met een uiterst beperkte kennis van black feminism en Amerikaanse geschiedenis, niet zomaar op kan antwoorden. Ik begrijp dat Beyoncé verschillende overzeese feministen in de pen laat kruipen, als ze ‘Ladies, let’s get in formation’ roept en daarmee het vrouwelijk lichaam in een meerduidige opstelling boordevol historisch-politieke echo’s plaatst. Dat ze voor opschudding zorgt, is naast begrijpelijk ook hoopgevend, al is het maar omdat de rol van vrouwen in revolutionaire bewegingen nog te vaak over het hoofd wordt gezien.

Maar los van het feit dat ik grote delen van de context mis die dit nummer zijn veelgelaagde zeggingskracht geeft, blijft Queen Bey in mijn hoofd toch bovenal de nieuwe koningin van de imperatief (bow down!). Bij Beyoncés opdracht in formation te gaan staan kon ik niet anders dan óók denken aan de discipline die ze zichzelf en haar dansers oplegt om tot het perfecte lijf te komen. Net als bij Madonna gaat het hier om topsport, kijk ik naar een lichaam waarachter een indrukwekkend work-out regime schuilgaat waar ik me niets bij kan voorstellen. Achter Beyoncé’s radicaal-politieke opdracht jezelf te informeren zag ik óók de schim van die arme masochistische Britney Spears, allang uitgespogen door de genadeloze beeldcultuur, die zichzelf de opdracht toebeet: you better work, bitch. Want wie niet werkt, krijgt slappe dijen, en als je slappe dijen hebt dan is het gedaan met je koninginnenstatus.

Clichés als kostuum: Peaches

En nu ja, zo zat ik dus tot over mijn oren in het denken over de imperatief, de blik en het gedisciplineerde vrouwenlichaam. Er waren deze weken twee dames die me ver nog voorbij mijn kijk-comfortzone duwen en verschrikt naar mijn bril doen grijpen, maar die ik na grondiger onderzoek wel onmisbaar durf noemen in de bewustwording die, net als mijn #lekkertellen-acties, aan de basis ligt van elke structurele verandering. Hartpatiënten wordt afgeraden verder te lezen. Madonna die zich Human Nature liet vastbinden om enkele shots verder zelf het zweepje ter hand te nemen, lijkt immers bijna lieflijk als twintig jaar later dit soort zinnen door dreunende beats worden gedragen: ‘Circle jerk girls who spray / we’ve got a male in the middle and we bukake’. Nog eentje: ‘Tell on my pussy / whistle blow my clit / watch it open up / cuz it can’t keep a secret.’ Aan het woord is de Canadese muzikante Peaches. Laten we één ding afspreken: de woorden die u niet begrijpt, zoekt u zelf op.

Dat Peaches in Close up, het openingsnummer van haar nieuwste plaat Rub, samenwerkte met Kim Gordon, frontvrouw van wijlen Sonic Youth en auteur van Girl in a Band: A Memoir, een verslag van veertig jaar seksisme in de muzieksector, was dé trigger om Peaches’ nieuwste te beluisteren. In de videoclip van Close up is Kim Gordon de geld tellende, stoere testosteronmanager van bokser Peaches. Peaches betreedt, onder het toeziend oog van Gordon, met gebalde vuisten de boksring en neemt het op tegen een runderkarkas, om daarna een roze poppetje dat verwilderd de kleren van haar eigen lijf scheurt te lijf te gaan. Terwijl bizarre creaturen zich morfend losvechten van stereotypen en op hun rug worden gegooid, zingt Peaches bezwerend: ‘Set up in the mirror for a peek of the clone / You’re a person alone with a person alone.’

De blik is in haar muziekcarrière een terugkerend thema. Vaak is die blik mannelijk en wordt hij alle kanten uit gedraaid, waarbij ook de heren zelf niet aan verregaande objectivering ontkomen – heb u dat moeilijke woord al opgezocht? Peaches steekt daarnaast graag de draak met fallocentrische taal. Op de cover van de plaat Fatherfucker kijkt ze ons met volle baard onbevreesd aan; één van de vele compromisloze confrontaties waarin geconstrueerde gendergrenzen smelten. Dat ze de geile blik tot in het extreme problematiseert en omdraait, komt lang niet bij elke fan aan. ‘I think I just found my new favorite video for jacking off’; deze reactie van een illuster heerschap onder de video van Close Up is exemplarisch.

Voedselporno: Showry

Peaches is niet de enige sensatie die op verontrustende wijze haar kijkers opwindt. ‘I have the weirdest boner’: de oorzaak is Showry, een internetsensatie met anderhalf miljoen Facebooklikes op haar naam. Bij onze eerste kennismaking raakte ik niet eens tot bij de reacties op haar video’s. Toen Showry op mijn scherm haar borsten besmeurde, een colafles suggestief op en neer schudde en zich besproeide met het vocht, klikte ik de beelden snel weg. Maar toen werd er bestraffend op mijn leesbril getikt. Hoe beperkt is het een vrouw af te schrijven omdat ze mannen opwindt, als ze deze opwinding ook zichtbaar weet te parodiëren?

Wat blijkt? Showry’s YouTube-video’s problematiseren de blik op Aziatische vrouwen. De obscene beelden waarin ze dode vissen kust en in een bak ketchup baddert, vormen een ongemakkelijke satire van muk-bang, een ‘food porn’ trend die in Korea ontzettend lucratief is. Showry kijkt ons met onschuldige blik aan, kiest als een kirrend poppetje vrijwillig voor de meest vulgaire vernederingen en kijkt schattig-beteuterd als die uit de hand lopen. In haar infantiele peepshows neemt ze dus niet enkel overconsumptie op de naaldhak, maar vooral de culturele clichés waarmee naar vrouwen gekeken wordt, eindeloos gerecycleerd in de porno-industrie. Zelfspot heeft Showry zeker. Treffender is het nietsontziende cynisme dat de video’s uitstralen.

Wat ons rest

Toch blijft ver voorbij de initiële afkeer die ene grote vraag over. Wat rest ons voorbij duistere akeligheid, voorbij de satire en parodie, de uitvergroting, omkering en het cynisme? Want Peaches hanteert nog maar één taal – die van de agressie. Ze weigert kwetsbaar te zijn en is dus net zo agressief als de man die nog voordat hij het in zijn hoofd zou kunnen halen Peaches te beoordelen op haar lijf al door haar verbaal en visueel knock-out werd gemept. Ook Showry gebruikt agressie om de agressie van het lijf te houden: ze vergroot het visuele geweld waar vrouwen aan bloot staan uit om het zo te bespotten. Maar met al die woede blijven we in het blinde cirkeltje van de pornografische imperatief draaien: eat this, rub that.

In Peaches’ spiegel zie ik een witte vrouw met beginnende presbyopie. Ze kan niet langer wegkijken en is daarbij bereid haar eigen blik te bevragen. Maar kan er nog wel gekeken worden als kwetsbaarheid niet meer mag? Blijven we niet gevangen in een blik die uiteindelijk doodsbang is op een zwak moment betrapt te worden?

Kortom: wat écht kijken betekent te midden van nieuw mediaal spektakel waar we iedere dag mee gevoed worden, daar ben ik nog niet uit. Hoewel. Het spannende spel dat Showry met conventies speelt, ontdekte ik door een discussie op de Facebookpagina van een Indonesische vriendin in de gaten te houden. Vervolgens viel een ‘like’ van een Surinaamse buurman mij op. Dat maakt me nieuwsgierig: zou er ook een Antilliaanse Showry bestaan? Ze zou een welkome blik kunnen werpen op hoe in ons eigenste Vaderland met een cultureel gedetermineerde én determinerende blik naar vrouwelijke seksualiteit gekeken wordt. Ik wil haar graag een leesbril lenen. En nog liever dan Madonna of Beyoncé, vraag ik de Nederlandse Perziken om een blozende soundtrack.

#lekkertellen: de Volkskrant-editie

Lieve Lezeressen, Lezers ook,

Alles kan altijd beter. Ook #lekkertellen. Want: het maakt natuurlijk uit of een auteur een signalement krijgt (een paar regels) of 4 pagina’s met 2 grote foto’s erbij. Het maakt uit of een auteur een katern opent, of ergens achterin staat. In het telsysteem geeft De Lezeres echter altijd aan alles 1 turfje.

Wat gebeurt er als ik wél kolomruimte tel? Welnu: dan gaat De Loden Leesbril (de prijs die ik wekelijks uitreik aan de boekenbijlage die het minst over vrouwen schrijft) deze week naar de Volkskrant. En omdat ik niet van half werk hou, heb ik de kolomruimte voor mannen en vrouwen in de VK-boekenbijlages van de afgelopen vier weken eens bestudeerd. (Dus: vanaf 23 januari tot heden). Laat mij u er nog even aan herinneren dat de Volkskrant een van de belangrijkste en grootste Nederlandse boekenbijlages heeft.

lezeres_fez_highq

Het precieze systeem van toekenning van punten voor kolomruimte treft u onderaan deze blog, laten we hier maar meteen de uitslag geven. De mannen kregen in de Volkskrant in totaal 304 punten, de vrouwen 68 punten. Dat betekent dat in % uitgedrukt, in een maand tijd de vrouwen 17,4% kolomruimte toebemeten hebben gekregen. En de mannen dus 82,6%.

Er is één week, die van 30 januari, waar 94,8% kolomruimte voor de man was, en 5,2% voor de vrouw. Deze week kreeg de vrouw de meeste kolomruimte (28,8%) en dat kwam hoofdzakelijk omdat Roos van Rijswijk een heel groot openingsstuk én een recensie kreeg. 

 

staafdiagram!

 

staaf2

Staafdiagram 1 en 2: ‘Geen level playing field’

Dat is sowieso een kenmerkend fenomeen in veel boekenbijlages: structureel krijgen vrouwen heel weinig ruimte, maar eens in de maand, of twee maanden, wordt een vrouwelijke debutant groot besproken. Nu Van Rijkswijk, eerder Spit (en daarvoor was het Weijers). Dat is die desbetreffende vrouwelijke debutanten zeer gegund (hoera, zelfs), maar is op geen manier een werkelijk tegenwicht tegen de structurele marginalisering van vrouwen. Ongetwijfeld hebben veel boekenjournalisten het idee dat er niets aan de hand is, want: er wordt best regelmatig een vrouw ‘op het schild gehesen’. Dat zijn echter de incidenten, de cijfers leggen de echte en veel bepalender patronen bloot. En dan zie je dat vrouwelijke auteurs gewoon significant en structureel ernstig benadeeld worden als het gaat om krantenruimte. Zeker als ze willen bouwen aan een oeuvre en al langer meedraaien, moeten vrouwelijke auteurs dus de heuvel oprennen, terwijl een staart tussen de benen betekent dat je de heuvel af kunt trippelen. Geen level playing field, kortom.

Als we bedenken dat iedere bijlage 25% van het totaal is, dan betekent dat dat je na vier weken niet eens één hele Volkskrant-boekenbijlage met louter vrouwen zou kunnen vullen. En omgekeerd heb je meer dan drie volledige puur mannelijke bijlages. De Lezeres vraagt zich af: is dat niet een vorm van broodroof voor vrouwelijke auteurs, die zo niet alleen literair, maar ook heel simpel puur economisch veel minder ruimte krijgen om een lezers- (en dus koperspubliek) te vinden. Misschien zouden vrouwelijke auteurs zich eens wat beter moeten verenigen, denkt De Lezeres soms wel eens, want waarom zou je dit accepteren?

potgieter

Of begint het probleem veel eerder in de boekenketen: worden er dan zo weinig vrouwen uitgegeven? Jann Ruyters constateert deze week in Trouw dat 33% van de verschenen literaire fictie van vrouwen komt. Maar daar trekt de Volkskrant nog eens de helft vanaf! Hierdoor komen vrouwen echt in een situatie die doet denken aan de negentiende eeuw, toen Potgieter met een komisch Fez-hoedje het nog voor het zeggen had in literatuur-land. Verlangt de Volkskrant soms terug naar dat pre-stemrecht-tijdperk en worden de kolomruimtes daar op aangepast?

Maar nog iets over dat argument: 33% vrouw wordt uitgegeven, dus zoiets zou er ook besproken moeten worden. Nee. Heel veel boeken worden sowieso niet besproken, dus de boekenredactie die wil, kan makkelijk streven naar een 50/50 verhouding uit de titels die ze selecteren uit die enorme boekenberg. Boekenbijlages lopen toch niet aan de leiband van uitgeverijen? Iedere speler in het veld moet verantwoording nemen voor zijn eigen selecties. En er verschijnt genoeg. Trouw laat bijvoorbeeld zien dat wie wil, heel makkelijk tot een evenredige verdeling kan komen.

En de overige boekenbijlagen? Hieronder de tabel, nog geturfd volgens het oude systeem. Volgende week weer een ander fijn literair katern centraal!

 

Schermafbeelding 2016-02-13 om 16.43.09

Telsysteem:

Stukken over mannen en vrouwen zijn aan dezelfde, enigszins rudimentaire, maar systematische telmethode onderworpen:

  • de kleinste eenheid, een signalement = 1 punt
  • de recensies van 1 kolom = 2 punten
  • de recensies van 2 kolommen = 3 punten
  • 1 pagina kolomruimte = 4 punten
  • 1 pagina kolomruimte + 1 kolom = 6 punten
  • 1 pagina kolomruimte + 2 kolommen = 7 punten
  • spread = 8 punten
  • spread + 1 pagina: 12 punten
  • spread + 1 pagina + 1 kolom = 14 punten
  • spread + 1 pagina + 2 kolommen = 15 punten
  • bonus voor het openingsstuk = 2 punten

De Bibelebontse berg van literatuurmuseum.nl

Ik hou van musea en ik hou van literatuur, dus het literatuurmuseum op het internet, waarvoor je niet eens je luie bureaustoel van de studeerkamer op zolder (de voormalige slaapkamer van onze jongste) voor uit hoeft te komen, leek me ideaal!

De website ziet er fris uit, heel fris. Je kunt eeuwig doorscrollen en de felle moderne kleuren schitteren je tegemoet. Van alle auteurs op de website zijn kunstige portretjes gemaakt. Waar heb ik dat eerder gezien? De website doet me ook aan een ander website met literatuur denken, maar ik kan maar niet op de naam komen. Nu ja, het ontwerp is van Vruchtvlees, misschien weet u waarom het me zo bekend voorkomt. Alles ziet er in ieder geval gelikt en professioneel uit, daar is zeker een goeie duit subsidie in gaan zitten en ook hun doelstellingen zijn erg lovenswaardig:

“De Stichting Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum ziet het als haar missie de kracht van literatuur én de rijkdom van het Nederlands literaire erfgoed zichtbaar te maken. Het doet dit door publiek uit alle lagen van de bevolking literaire verhalen te laten ontdekken, beleven en zelf te laten maken. Omdat literatuur ons leven verrijkt.”

Nadat ze dit hadden geschreven vulden de vaderlandse literatuurprofessionals de website met bijdrages van de volgende auteurs: Alma Mathijsen, Walter van den Berg, Thomas Heerma van Voss, Bregje Hofstede, Hanna Bervoets, Philip Huff, Christiaan Weijts, Elfie Tromp en Roman Helinski.

Deze schrijvers vertonen een opmerkelijke overeenkomst in leeftijd, kleur en sociale achtergrond. Ze zijn allemaal geboren tussen 1976 en 1990, blijkbaar 14 gouden jaren voor de Nederlandse literatuur. Ze wonen allemaal in de Randstad en zelfs bijna allemaal in Amsterdam. Geen dichters, essayisten of experimentelen. En ze hebben, op Walter van den Berg na, allemaal een universitaire studie doorlopen. Lieve lezers, begin nu niet meteen dat het wel logisch is dat de hoger opgeleiden oververtegenwoordigd zijn in boekenland en de omliggende met subsidie overgoten digitale moerassen, simpelweg omdat ze meer boeken publiceren. Dat snap ik ook wel. Het probleem is dat je een groep schrijvers zegt te selecteren om alle lagen van de bevolking te vertegenwoordigen en dan alleen op deze namen kan komen. Over die selectie uit een bijzonder kleine poule later meer. De verdeling man/vrouw is mooi, dat moet ik ze nageven, maar verder hebben deze literatuurminnende organisatoren de oogkleppen nog eens flink aangedrukt.

Niet alleen krijgt de jonge generatie ruimte om over literatuur te schrijven, ook besteedt het Literatuurmuseum aandacht aan de volgende coryfeeën: W.F. Hermans, Charlotte Mutsaers (vroegtijdig bijgezet in deze reeks), Remco Campert, Anna Blaman, Fritzi Harmsen van Beek, Cees Nooteboom, Hella Haasse en Simon Vestdijk. Ietsje diverser dan de jonge generatie. Maar Waar zijn Astrid Roemer, Frank Martinus Arion, Marion Bloem, Tip Marugg, Kader Abdolah, Hans Faverey, Rodaan Al Galidi en Boeli van Leeuwen? Om zo maar wat willekeurige, gelauwerde auteurs van voor 1976 te noemen.

Kortom, hoe kun je een heel specifieke sociaaleconomische laag van de bevolking vertegenwoordigen, zowel in de jonge als oudere generatie scribenten, en toch het gebruik van publieke middelen in de colofon goedpraten? Door simpelweg te beweren dat je iets creëert voor “alle lagen van de bevolking”. Ik herhaal het gewoon nog maar een keer, het staat er echt. En vervolgens de vormgever van, en bijna uitsluitend auteurs die bij de uitgeverij of in het tijdschrift DasMag publiceren vragen om de site te vullen. Kan de canonisering van die auteurs ook in één moeite door een handje geholpen worden.

It’s raining men: #lekkertellen

#lekkertellen week 3

Stel, u bent een vrouwelijke romanschrijver of dichter en als u uw pols controleert, dan leeft u nog. Hoeveel boekenkaternen wijdden deze week een volledige pagina aan iemand van uw sekse? Het antwoord is: slechts één, namelijk die van Trouw (gelooft u mij, De Lezeres heeft geen aandelen in Trouw).

Stel, u bent een levende mannelijke romanschrijver of dichter. Welke boekenkaternen wijdden een volledige pagina aan iemand van uw sekse? Het antwoord is: alle acht de boekenkaternen deden dat. En niet met slechts één stuk over een mannelijke schrijver, maar vaak met tussen de drie en de vijf artikelen. Meestal mag u er ook nog mooi bij op de foto.

Heeft het dan als vrouw zin om naar non-fictie over te stappen? Nee, want daar zijn de getallen precies hetzelfde.

Met uitzondering van Trouw hadden de vrouwen weer in alle katernen de kleine recensies, ergens achterin geplaatst. Het percentage besproken vrouwen is al treurig (totaal 21%), maar als je dit om zou rekenen naar kolomruimte dan kom je ergens tussen de 10 en 15% uit.  Maar niet getreurd, er is altijd muziek, en met een goede playlist slaan we ons ook door deze week #lekkertellen

NRC

Zoals zangeres Katy Perry al zong: you’re hot then your cold // you’re yes then you’re no. Kreeg de Lezeres vorige week even het idee dat de boekenbijlage van de NRC met haar flirtte, zo gelijkwaardig was de m/v-verdeling, deze week was hij weer ijskoud. 3 kleine recensies voor vrouwelijke auteurs, bij elkaar opgeteld dus 1 pagina voor de vrouwen. De andere 12 pagina’s waren helemaal voor de mannen. Recensenten: idem. In kolomruimte uitgedrukt was 10% van het katern voor de vrouwen, 90% voor de mannen.

De Morgen

Zoals Jay-Z rapte: I got 99 problems but a bitch ain’t one. 1 vrouwelijke auteur in een éénkolomstuk besproken helemaal achter in het katern, wederom geschreven door de enige vrouwelijke recensent die aan deze bijlage meewerkte. Verder nog twee korte signalementjes over twee boeken van vrouwen.* Zelfde verhoudingen als de NRC dus. De Morgen sluit af met een gewelddadige passage uit Boon waarin een vrouw gewurgd wordt.

De Standaard

Zoals Prince ooit zijn grote voorbeeld James Brown echode: I like ‘em fat // I like ‘em proud. Bij De Standaard zingen ze op de redactie vast: I like ‘em dead, I like ‘em foreign. Want net als vorige week wederom geen Nederlandstalige vrouwelijke auteur uit het heden gerecenseerd, enkel Angela Carter en Daphne du Maurier. Wel twee interessante grote stukken over deze bijzondere auteurs. En ook hoera: heel veel stukken door vrouwelijke critici, 3 man, 6 vrouw! Geen man schreef over een vrouw, andersom wel.

Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer

Elvis zong het al: A little less conversation, a little more action please. Beide katernen bespraken geen vrouwen. En dat door boekenredacties die heus wel beter weten.

Trouw

Zo harmonieus als Kenny Rogers en Dolly Parton zongen: Islands in the stream, that is what we are, zo evenwichtig verdeelde Trouw deze week de recensieruimte tussen mannen en vrouwen. Van de auteursverhoudingen kan dat, wederom door de signalementen, niet worden gezegd: die sectie blijft helaas een mannenbolwerk waar deze week slechts 1 vrouw een bres in wist te slaan. Daar staat tegenover dat twee non-fictietitels van vrouwen werden besproken door een man.

Het Parool

‘If you don’t know me by now….You will never never never know me (Oh)’ zingen Harold Melvin & The Blue Notes. Vooral dat (Oh) is diepgevoeld in een nummer boordevol emotie. Na drie weken tellen vrees ik voor Het Parool. Ze presteerden het al eens een boekenkatern te publiceren zonder vrouwen en er blijft het gevoel hangen dat de vrouwen die er wél in staan welwillend geduld worden. Ik tel natuurlijk wekelijks trouw om voorbij dat gevoel te geraken. Dit keer hebben ze net de nul-besproken-vrouwen-grens weten te vermijden door een prentenboek over Karel Appel te bespreken: het is geschreven door Imme Dros en geïllustreerd door Harry Geelen, die dan ook eerlijk de aandacht moeten delen in een stukje van een halve kolom. Wie niet op ruimte heeft hoeven beknibbelen is boekenredacteur Maarten Moll, de opruiming van zijn boekenkast neemt een hele pagina in beslag. De vraag is of J. M. Coetzee in de kast mag blijven, vervolgens noemt hij 24 schrijvers en 2 schrijfsters. Moll lijkt zich er half-bewust van te zijn dat dit problematisch is en lost dat op met een zin tussen haakjes: ‘En alle vrouwen mogen in mijn boekenkast blijven staan.’ Oh, wat goed van je. Liever had ik een stuk meer gelezen over de ‘Lesbische boekjes’ die een pagina eerder al te kort werden besproken.

De Volkskrant

Ik moest denken aan de openingszin van Ciara’s ‘Like a boy’: ‘2007. Ladies, I think it’s time to switch roles’. Trudeau en zijn progressieve, genderevenwichtige kabinet krijgen twee pagina’s in het achtergrond- en opiniekatern Vonk. Enthousiast bladerde ik verder, om een stuk van Marjolein van de Water aan te treffen die het werk van de Argentijnse schrijfster Nadia Fink bespreekt, die in haar kinderboeken het Zuid-Amerikaanse machismo en genderclichés flink uitdaagt. Kinderboeken die niet over prinsessen maar over Violeta Parra, Frida Kahlo en Juana Azurduy gaan? I like!

Maar waarom tref ik dit stuk buiten de boekenbijlage aan? Aarde aan de Lezeres; de boekenbijlage zelf opent met een ‘good old’ navelstaarderig interview met Menno Wigman door John Schoorl. Derde week op rij: man over man opent groot het boekenkatern. Er werd in de hele boekenbijlage geen enkel stuk gewijd aan literatuur geschreven door vrouwen, alleen heel kort in de signalementen een paar regeltjes, en een kort stuk over een thriller. Wel wordt tot twee keer toe de biografie van Olga de Haas van Femke van Wiggen, Opzij-redactrice, de grond in geboord (door Peters en Truijens). En daarmee was de koek voor de vrouwelijke auteur al weer op. Alle grote stukken met foto’s: man, man, man, man. Ironisch is daarom de aandacht voor feminisme als onderwerp. Marcel Hulspas is heel negatief over Toch de vrouw van Melvin Kommer – noemt het boek vreselijk generaliserend in zijn manbeeld (stuk wordt begeleid door een iconische foto van Ed van der Elsken: 3 paar blote vrouwenbenen die blijkbaar de geestelijke superioriteit van de vrouw moeten illustreren). Een mooie bijdrage is het interview met uitgever Eric Visser, oprichter van De Geus en nu uitgever bij het nieuwe World Editions. Hij praat over de disbalans in uitgegeven en bekroonde schrijfsters en dat het niet zo moeilijk is het anders te doen: ‘Ik wilde net zoveel mannen als vrouwen uitgeven, en dat is gelukt.’ Inderdaad, de Volkskrant, zo moeilijk kan een evenwichtige verdeling toch niet zijn? Stap voor stap, vrouw na vrouw. Deze editie is ondanks alles een hoopgevend bewaarexemplaar, want misschien leest een criticus als Arjan Peters wel ook iets anders dan zijn eigen stukken in zijn katern en neemt hij de boodschap daarin ter harte.

Schermafbeelding 2016-02-06 om 19.02.58

De loden leesbril van week 3 gaat naar De Groene Amsterdammer. De Lezeres proberen mild te stemmen met kattenplaatjes: nice try, maar niet gelukt. 

*Een  interview met Xandra Brood die samen met een mannelijke ghostwriter een boek over haar man schreef is niet meegeturfd als een vrouwelijke auteur centraal. Interview gaat uiteraard over de mannelijke kunstenaar en ik ben gekke henkie niet.

Anonieme mannenhanden: Keulen

 

Het begint een genre te worden: Keulen (en in het verlengde daarvan dat onontwarbare kluwen van xenofobe angst voor de seksuele aantasting van ‘onze vrouwen’ door de moslim, de vreemdeling, de donkere man) verbeeld door een vrouw die door anonieme handen betast wordt. De Lezeres denkt verder na over dit beeld, maar nu alvast twee dingen:

  1. De gezichtloze man is niet voor niets gezichtloos: zo blijft de bron van angst vaag, ongeïdentificeerd en kan er dus inderdaad van alles in geprojecteerd worden.
  2. Beeldontwerpers, verzin eens iets nieuws

 

 

 

 

 

 

 

Een alerte lezer wees me op dit boekomslag, een racistisch traktaat uit de VS waarin wordt gewaarschuwd tegen ‘diversiteit’ omdat blanke vrouwen dan aangerand gaan worden:

 

 

 

En dan is er als Figuur 6 nog deze cartoon van Joep Bertrams over Keulen, verschenen in de Volkskrant en De Groene Amsterdammer.