Vrouwen in de boekenbijlages: week 2

#lekkertellen: de boekenbijlages der Lage Landen, week 2

De cijfers waren niet zo schokkend als vorige week, maar vrolijk wordt De Lezeres er niet van. Eerst wat goed nieuws:

  • Er waren mannen die over vrouwelijke auteurs schreven, al zijn dit uitzonderingen en zijn er nog steeds veel meer vrouwelijke recensenten die over een man schrijven.
  • Ook goed nieuws: een aantal boekenbijlages openden met een vrouwelijke auteur en/of recensent.
  • 37% van alle artikelen was geschreven door een vrouw, nog geen 50% maar beter dan vorige week. 

Daarmee hebben we de lichtpuntjes wel gehad, want:

  • 25% van alle artikelen (recensies, interviews et cetera) was gewijd aan een vrouwelijke auteur. Beter dan de abominabele 12% van vorige week maar het komt nog niet in de buurt van een evenredige verdeling.
  • De cijfers waren deze week vooral beter omdat Trouw en NRC significant veel meer over vrouwen schrijven dan de rest. Bekijken we de boekenbijlages zonder Trouw en NRC (dus: de Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer, De Morgen, De Standaard, Vrij Nederland) dan was 17% van alle artikelen gewijd aan een vrouw.
  • Er waren vier boekenbijlages waar geen enkel literair werk van vrouwenhand werd besproken (omdat er helemaal geen vrouw in voorkwam of omdat er slechts 1 non-fictie-werk van een vrouw besproken werd): De Groene Amsterdammer, De Standaard, Het Parool en De Morgen

Schermafbeelding 2016-01-30 om 22.35.03

De Groene had een dip

De diepste daler van de week is helaas De Groene Amsterdammer, met slechts één van de vijf bijdragen aan Dichters & Denkers van de hand van een vrouw, en ook de besproken titels hadden een verhouding 1 : 4. Die ene vrouwelijke auteur kwam voor in een essay van Kees ’t Hart, over het literatuuronderwijs in ons mooie vaderland, waarin hij meteen twee boeken bespreekt  (en een daarvan was het literatuurgeschiedkundige Bloed en rozen van Jaqueline Bel) – maar die boeken dienen toch vooral als illustraties bij zijn eigen stream of consciousness. Aan het eind een shout-out voor Carry van Bruggen, dat dan weer wel, al zou het mooi zijn als de heren critici hun canon van serieus te nemen vrouwelijke auteurs nét ietsjes groter zou maken dan altijd en eeuwig maar weer Carry van Bruggen – zij is wat Hanna Arendt is voor de filosofie: die ene vrouw die mannen altijd noemen om te voorkomen dat ze het alleen over hun eigen sekse hebben.* Toch was er ook een stuk dat me blij verraste, al zat het niet in de telling omdat het deze week online verscheen: een uitgebreide, zeer positieve en informatieve bespreking van de poëzie van Warsan Shire, geschreven door Robin Goudsmit. Volgende week in de papieren Groene?

NRC zit op de wip

Troffen we NRC vorige week op een heel slecht moment? Of is juist deze week een eenmalige uitzondering in wat in hart en nieren een oudemannenboekenbijlage is? De komende weken zullen we het gaan zien, maar deze week krulde mijn leesbril in ieder geval van genoegen. De verhouding m/v in de recensenten was 9/7, en in besproken auteurs zijn de verhoudingen 10/6. Nog niet zo progressief als Letter en Geest van Trouw, maar niet slecht. Thomas de Veen besprak Lize Spit en zo was er dus zelfs een man die een vrouw had gelezen. Een groot stuk gewijd aan een van de eerste feministen van Nederland: Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Wel jammer dat we over de inhoud van dat feminisme niets te weten komen behalve de zin: ‘van haar feminisme bleef alleen de bazigheid over’. Ach NRC, het is 2016, bazigheid aan feminisme gelijkstellen is meer iets voor mensen die in 1900 werden geboren.

Het Parool wijdt zijn kostbare recensie-ruimte het liefst aan stomvervelende mannen

Het Parool voegt zich klassiek naar het beeld dat ik vorige week schetste van de vaderlandse kritiek: ze bespreken uitsluitend mannen. In percentages uitgedrukt: 100% man, 0% vrouw. Marginale (in de zin van: kolomruimte) genres als poëzie en kinderliteratuur zijn overgelaten aan de vrouwelijke recensenten. De dagboeken van Max de Jong, neurotische seksist en gluurder worden wél uitgebreid besproken (uitgebreid voor Parool-begrippen), met veel oog voor nare uitspraken over vrouwen. De conclusie van Hans Renders is: ‘Wat een stomvervelend boek.’ Misschien idee om de volgende keer een goed boek van een vrouwelijke auteur te bespreken?

De Standaard neemt de vrouw alleen waar als ze geschiedenis is

Op de cover Elizabeth Taylor ­en Richard Burton omdat er nu eenmaal een boek over het oude Rome wordt besproken ­maar verder een illuster gezelschap heren: Socrates, Joost Vandecasteele en Herman Brusselmans. We tellen in SdL deze week 3 stukken van vrouwelijke redacteuren en 7 stukken van mannelijke redacteuren. Die bespreken samen niet minder dan 8 werken van mannen, en slechts 2 vrouwen. Alleen de eerder genoemde geschiedenis van Rome behelst een nieuw boek van een vrouw (Mary Beard), verder een lang ‘literair toerisme’-babbelstuk over Charlotte Brontë met als titel ‘Gemberkoekjes & overspel’ van de hand van Jolien Janzing, die ruim drie jaar geleden een roman over Brontë schreef. De Lezeres is dol op Brontë en bezoekt menig schrijvershuis, maar kon de zinsnede ‘oude koek’ niet onderdrukken. Misschien was al die krantenruimte beter besteed aan het bespreken van nieuwe literatuur van vrouwenhand? En o ja, ik word intussen ook een beetje moe van alle kostbare recensieruimte die wordt besteed aan not-even-one-trick-pony Brusselmans.

De Morgen is er nog niet helemaal over uit of vrouwen kritieken kunnen schrijven

Vorige week viel De Morgen door omstandigheden van de radar maar De Lezeres hecht aan compleetheid, dus deze bijlage wordt nu ook wekelijks meegeteld. Niet tot mijn genoegen: slechts 1 door een vrouwelijke recensent geschreven stuk te midden van 11 artikelen van mannelijke collega’s (= 8% v). Toch maar even de bijlage van vorige week erbij gepakt: jawel, precies dezelfde getallen. Gelukkig schiet de ratio op het gebied van geïnterviewden/gerecenseerden de hoogte in: 1 op 3 is een vrouw (5 : 15). Maar niet te snel gejuicht. Net als in De Standaard wordt er slechts één nieuw boek van een vrouwelijke auteur gerecenseerd: de biografie van Hans Fallada door Anne Folkertsma. En logischerwijze gaat dat stuk voornamelijk over de mannelijke auteur Fallada. Vrouwelijke auteurs zijn er voor ontspannen gekeuvel: Marnix Verplancke interviewt zijn De Morgen­-collega Gudrun De Geyter over haar leesgewoontes en Maartje Wortel, Nina Weijers en Lize Spit mogen uitgebreid uitleggen waarom het zo leuk is om aan Write Now! deel te nemen. De Morgen sluit af met dat ene beroemde citaat over het vrouwelijk orgasme uit Een liefde. Ruim honderd jaar geleden geschreven door een man, nu weer eens aangehaald door een man. Mooi hoor. Maar heren, lees, citeer en recenseer eens vrouwelijke auteurs die over seksualiteit schrijven. Is een beetje eng maar toch de moeite waard.

Vrij Nederland maakt het niet zo bont als vorige week

Fijn, door Vrij Nederland vliegen we weer heen. Het weekblad (bijna maandblad, toch, of nee, hè, hoe zit het nou?) heeft iets meer ruimte voor vrouwen dan vorige week, maar de balans slaat toch negatief uit naar de manzijde (2 van de 3 stukken over mannen, 2 van de 3 door mannen geschreven**). Jeroen Vullings schreef een lang stuk over Mensje van Keulen. En die goeie oude Carel Peeters vergaapt zich in zijn column nog maar eens aan de ‘libertijn’ en hedonist Bouazza en diens islamkritiek. Heel verantwoord allemaal want helemaal vóór de vrouw en helemaal tégen de Islam van die ‘zandnegers en de opgezwollen scrotumkoppen’. Onbegrijpelijk dat dit blad niet meer lezers heeft.

Trouw rijmt niet voor niets op vrouw

Trouw laat deze week zien dat het heus niet moeilijk is, een uitgebalanceerde boekenbijlage. Die telde vandaag meer stukken van vrouwelijke (10) dan van mannelijke (7) recensenten. Wel moet ik hierbij aantekenen dat vaste Letter & Geest-redacteur Jann Ruyters (v) een uiterst productieve week had en in haar eentje goed is voor maar liefst 5 turfjes, waaronder 4 korte signalementen fictie, samen geteld als 1 stuk. Precies daar zorgt Ruyters zelf voor een vertekening in het beeld door alleen maar mannelijke auteurs te noemen. Jammer! Tot de signalementen ging het namelijk zo goed, met vooraan een spread voor ‘cultheldin’ Angela Carter die onder meer geroemd wordt voor haar ‘originele feminisme’ – hier zonder de flauwigheid van NRC – en aandacht voor Bommen op Jemen van Sarah Rijziger, keurig aangeduid als ‘historicus en schrijver’. Mochten de heren Schouten en Goedegebuure volgende keer eens niet een seksegenoot lezen, dan komt het met het percentage mannen dat over vrouwelijke auteurs schrijft ook wel goed.

de Volkskrant zet de sekse-apartheid krachtig voort

Waar NRC een andere koers lijkt te varen ten opzichte van vorige week, daar houdt de Volkskrant stug het mannenbolwerk in stand. Op de omslagfoto van de Boekenbijlage in Sir Edmund (wie dát ooit bedacht heeft…)  een mannelijke auteur. En geheel in die lijn worden deze week  4 vrouwen besproken, tegenover  27 mannen. Trekken we daar de signalementen vanaf dan is de verhouding 23:2, dat wil zeggen 8,5% ruimte voor vrouwelijke auteurs dus. Dit wordt gedaan door 10 mannelijke recensenten en interviewers en 7 vrouwelijke. Dat is een aardige verhouding, maar wederom zijn de eerste vier stukken in  het katern gereserveerd voor mannen die over mannen schrijven. En dat blijft zo: geen enkele man bespreekt een vrouw. Heel af en toe speelt een vrouwelijk personage een rol in hun besprekingen, maar of de Lezeres daar gelukkig van wordt? Een vrouwelijk personage in een boek van Truman Capote wordt bijvoorbeeld neergezet als een ‘loeder’, en de homoseksuele auteur als een ‘vals kreng’. 

En de Loden Leesbril gaat naar…

Het Parool. Een hoofdstedelijke krant met een provinciaalse mentaliteit. Vorige week regende het daar al mannen en dan deze week helemaal geen vrouw bespreken: neen. En heren Parool-recensenten: vrouwen alleen in je katern dulden als ze kinderboeken bespreken, dat is al helemaal niet meer van deze tijd.

Maar we breken de pootjes van de Loden Leesbril en geven het rechterpootje aan de Vlaamse boekenbijlages. De Standaard en De Morgen presteerden het beide om slechts één recensie te wijden aan een nieuwe titel van vrouwenhand (non-fictie, waarvan één dan nog een auteursbiografie van een man). Niet één literair werk van een vrouw werd besproken. Slechts 18% van alle artikelen in de Vlaamse literaire kritiek werd geschreven door een vrouw. Het is alsof ze daar in Amsterdam leven…

Het linkerpootje is voor de Volkskrant. Een van de grootste boekenbijlages van Nederland presteert het voor de tweede week op rij minder dan 10% van haar stukken te wijden aan een vrouwelijke auteur. En voor de tweede week op rij kon niet één mannelijke auteur zich er toe zetten een vrouw te lezen.

Consumentenadvies

Wederom adviseert De Lezeres aan de vrouw op middelbare leeftijd die peinst waar ze haar stapel boekenbonnen eens aan zal gaan besteden om Letter en Geest van Trouw te lezen om aldaar ideeën op te doen. Sterker nog, misschien is een abonnement een goed idee. In de losse verkoop had de NRC deze week ook met een gerust hart aangeschaft kunnen worden. Laten we volgende week kijken hoe de vlag erbij hangt en of ook hier een abonnement het overwegen waard is.

 

* typerend voorbeeld hoe het er in het Vaderland met het noemen van vrouwen aan toegaat: dit stuk van Dautzenberg opent met Hanna Arendt en eindigt met Carry van Bruggen, om daartussen uitsluitend een lange rij mannelijke auteurs te noemen.

**Het lange stuk over het Herman Heijermans-festival heb ik als toneel gerubriceerd en is dus niet meegegaan met de telling, het interview met Lieven de Cauter heb ik wel meegeteld.

Advertenties

Een gedachte over “Vrouwen in de boekenbijlages: week 2

Reacties zijn gesloten.