Het sausje van de slijpsteen

NRC Handelsblad beschouwt zichzelf als de krant voor de well-to-do en weldenkende Nederlanders: de liberale, academisch geschoolde, maatschappelijk succesvolle lezers. Mensen dus die de ruimte voor, maar daarmee ook de plicht tot, reflectie en nuance hebben.

De plicht weldenkend te blijven is in hysterische tijden best lastig.Terwijl er nog zeer weinig feiten rondom Keulen bekend en bevestigd zijn, moet er natuurlijk wel al volop geopinieerd worden. Of nu ja, opiniëren. Dat is misschien een beetje te duur woord voor het Opinie & Debat katern van dit weekend.

Met uw goedvinden zet ik daarom mijn close-readingglasses op en ga even met u de omslag van het katern bekijken.

 

Wat we zien is een klassiek oriëntalistisch beeld: de grijnzende Arabier die met plezier de weerloze naakte vrouw als seksslaaf aanbiedt aan de hoogste bieder. De kijker ontleent een tweeledig genot aan deze voorstelling.  Die kan  immers ‘foei!’ roepen over die seksbeluste en immorele Arabieren (en zich dus zoveel beschaafder dan die Arabieren wanen) en ondertussen zich verlustigen aan het naakte vrouwenlichaam. Want dat lichaam wordt niet alleen aangeboden aan de hoogste bieder maar ook aan ons, de kijkers.

Dit negentiende-eeuws schilderij is een typisch product van de toenmalige imperialistische ideologie. Dergelijke toen zeer populaire afbeeldingen legitimeerden de kolonisatie en uitbuiting van wat zo gemakkelijk ‘de Oriënt’ werd genoemd. En zoals gezegd sneed het mes aan twee kanten, want behalve dat dergelijke afbeeldingen de veronderstelde superioriteit van het Westen duidelijk maakten, kreeg je ook nog je portie seksuele prikkeling mee. Deze hele negentiende-eeuwse context is echter op het NRC-omslag afwezig: het is net alsof dit beeld een directe illustratie is van de actualiteit.

Ik vind het verbazingwekkend dat het NRC besluit om dergelijk giftige beelden, die onderdeel zijn van een zo problematische Europese geschiedenis, helemaal uit die historische context te halen en juist nu en in deze actuele context nieuw leven in te blazen. Is er dan op de redactie niemand die nadenkt over de effecten van beelden die je de wereld inslingert?

En alsof dat allemaal nog niet ontluisterend genoeg is, wordt het beeld begeleid door twee retorische vragen: ‘Is dit van alle tijden (en van alle culturen)?’  Dit verschilt natuurlijk niets van Wilders die vraagt: ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ Want de NRC-lezer die op zondag zijn ei onthoofdt en zijn ogen laat schieten tussen tekst en beeld, zal verschrikt antwoorden: Maar welnee! Dit is niet van alle culturen! Dit is typisch iets voor Arabieren!

Mocht er desalniettemin nog twijfel zijn over het juiste antwoord dan is er in het katern zelf Hafid Bouazza. In diens recente boek De akker & de mantel. Over de vrouw en de islam moet vooral Edward Saïd het ontgelden. Oriëntalisme is volgens Bouazza geen bruikbare kritische categorie, maar het resultaat van een antiwesters complotdenken waar Saïd zich schuldig aan zou maken.

Nu wil ik niet beweren dat Saïd buiten kritiek staat, maar Bouazza denkt niet, hij wentelt zich in intellectuele regressie. Wat zich bij hem voltrekt is de terugval in de typisch koloniale fantasie dat je het westen zonder meer als het centrum van de beschaving mag beschouwen en de ander per definitie als barbaars. De stijl van Bouazza is precies een manifestatie van dat niet denken: het is een stijl waarin alleen de grofste tegenstellingen en de grofste beledigingen in uitgedrukt kunnen worden, een stijl die machteloos staat tegenover ambivalenties en dus, waar deze dreigen op te doemen, onmiddellijk om zich heen begint te slaan.

De NRC kiest er dus  voor om ruim baan te maken voor iemand die ons ontslaat van de plicht geduldig en precies te kijken naar de ingewikkelde en vaak paradoxale wegen waarop  het koloniale verleden doorwerkt in het heden. Dat we ontslagen worden van de plicht tot de traagheid en de omwegen van het kritisch denken zal voor sommigen een opluchting zijn. Ik denk echter dat we van het sluiten van onze geest voor reflectie eindeloos veel meer spijt gaan krijgen dan van de opname van asielzoekers.

In zijn opiniestuk bespreekt Bouazza enkele oriëntalistische mythes, maar op een volstrekt apolitieke, ahistorische en vooral warrige manier. Hij rept met geen woord over de imperialistische context en doet net alsof verhalen uit de Oriënt zelf op één lijn gesteld kunnen worden met Westerse verhalen over die Oriënt. Toch lijkt hij zich ervan bewust te zijn dat het in deze verhalen gaat om beeldvorming en niet om realiteit. Om beeld en actualiteit tóch op elkaar te kunnen leggen, komt hij met een simpele uitweg: ‘het probleem met mythes is dat het subject ervan er vaak in gaat geloven’.

Zo is dat! Ons imperialistisch superioriteitsgevoel mag dan in het verleden allerlei karikaturen tevoorschijn getoverd hebben, die Arabieren zijn er in gaan geloven en zich er naar gaan gedragen. En zie, dan vallen de actuele  gebeurtenissen in Keulen en racistische negentiende-eeuwse koortsdromen volledig samen.

Wat aan dit alles pas echt onverdraaglijk is, is dat NRC niet eens de moed heeft rechtuit te kiezen voor deze stemmingmakerij. Want naast het stuk van Bouazza staat een artikel van Mieke van der Linden, die stelt dat mannelijke agressie van alle tijden is (de vraag naar de culturele bepaaldheid van seksueel geweld is overigens op wonderbaarlijke wijze van tafel verdwenen, dus een écht tegenwicht tegen Bouazza is het niet eens). Nadat alle analytische distantie eerst is losgelaten, wordt er alsnog nog een sausje slijpsteen overheen gegoten, een wikken en wegen, een: ‘je kan er zus tegenaan kijken, maar ook zo’.

Maar nee NRC, werkelijk genuanceerd denken en debatteren is geen sausje dat je opdient nadat je eerst de onderbuik zijn zegje hebt laten doen. Sterker nog: laat dat sausje voortaan maar zitten. Want de moeizame plicht tot kritisch denken eerst onder de trein gooien, om daarna de resten van het lijk op te dienen als een smakelijk toetje, daar word ik nog misselijker van dan die hele onderbuik zelf.

 

Advertenties