Vrouwen in de boekenbijlages: week 2

#lekkertellen: de boekenbijlages der Lage Landen, week 2

De cijfers waren niet zo schokkend als vorige week, maar vrolijk wordt De Lezeres er niet van. Eerst wat goed nieuws:

  • Er waren mannen die over vrouwelijke auteurs schreven, al zijn dit uitzonderingen en zijn er nog steeds veel meer vrouwelijke recensenten die over een man schrijven.
  • Ook goed nieuws: een aantal boekenbijlages openden met een vrouwelijke auteur en/of recensent.
  • 37% van alle artikelen was geschreven door een vrouw, nog geen 50% maar beter dan vorige week. 

Daarmee hebben we de lichtpuntjes wel gehad, want:

  • 25% van alle artikelen (recensies, interviews et cetera) was gewijd aan een vrouwelijke auteur. Beter dan de abominabele 12% van vorige week maar het komt nog niet in de buurt van een evenredige verdeling.
  • De cijfers waren deze week vooral beter omdat Trouw en NRC significant veel meer over vrouwen schrijven dan de rest. Bekijken we de boekenbijlages zonder Trouw en NRC (dus: de Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer, De Morgen, De Standaard, Vrij Nederland) dan was 17% van alle artikelen gewijd aan een vrouw.
  • Er waren vier boekenbijlages waar geen enkel literair werk van vrouwenhand werd besproken (omdat er helemaal geen vrouw in voorkwam of omdat er slechts 1 non-fictie-werk van een vrouw besproken werd): De Groene Amsterdammer, De Standaard, Het Parool en De Morgen

Schermafbeelding 2016-01-30 om 22.35.03

De Groene had een dip

De diepste daler van de week is helaas De Groene Amsterdammer, met slechts één van de vijf bijdragen aan Dichters & Denkers van de hand van een vrouw, en ook de besproken titels hadden een verhouding 1 : 4. Die ene vrouwelijke auteur kwam voor in een essay van Kees ’t Hart, over het literatuuronderwijs in ons mooie vaderland, waarin hij meteen twee boeken bespreekt  (en een daarvan was het literatuurgeschiedkundige Bloed en rozen van Jaqueline Bel) – maar die boeken dienen toch vooral als illustraties bij zijn eigen stream of consciousness. Aan het eind een shout-out voor Carry van Bruggen, dat dan weer wel, al zou het mooi zijn als de heren critici hun canon van serieus te nemen vrouwelijke auteurs nét ietsjes groter zou maken dan altijd en eeuwig maar weer Carry van Bruggen – zij is wat Hanna Arendt is voor de filosofie: die ene vrouw die mannen altijd noemen om te voorkomen dat ze het alleen over hun eigen sekse hebben.* Toch was er ook een stuk dat me blij verraste, al zat het niet in de telling omdat het deze week online verscheen: een uitgebreide, zeer positieve en informatieve bespreking van de poëzie van Warsan Shire, geschreven door Robin Goudsmit. Volgende week in de papieren Groene?

NRC zit op de wip

Troffen we NRC vorige week op een heel slecht moment? Of is juist deze week een eenmalige uitzondering in wat in hart en nieren een oudemannenboekenbijlage is? De komende weken zullen we het gaan zien, maar deze week krulde mijn leesbril in ieder geval van genoegen. De verhouding m/v in de recensenten was 9/7, en in besproken auteurs zijn de verhoudingen 10/6. Nog niet zo progressief als Letter en Geest van Trouw, maar niet slecht. Thomas de Veen besprak Lize Spit en zo was er dus zelfs een man die een vrouw had gelezen. Een groot stuk gewijd aan een van de eerste feministen van Nederland: Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Wel jammer dat we over de inhoud van dat feminisme niets te weten komen behalve de zin: ‘van haar feminisme bleef alleen de bazigheid over’. Ach NRC, het is 2016, bazigheid aan feminisme gelijkstellen is meer iets voor mensen die in 1900 werden geboren.

Het Parool wijdt zijn kostbare recensie-ruimte het liefst aan stomvervelende mannen

Het Parool voegt zich klassiek naar het beeld dat ik vorige week schetste van de vaderlandse kritiek: ze bespreken uitsluitend mannen. In percentages uitgedrukt: 100% man, 0% vrouw. Marginale (in de zin van: kolomruimte) genres als poëzie en kinderliteratuur zijn overgelaten aan de vrouwelijke recensenten. De dagboeken van Max de Jong, neurotische seksist en gluurder worden wél uitgebreid besproken (uitgebreid voor Parool-begrippen), met veel oog voor nare uitspraken over vrouwen. De conclusie van Hans Renders is: ‘Wat een stomvervelend boek.’ Misschien idee om de volgende keer een goed boek van een vrouwelijke auteur te bespreken?

De Standaard neemt de vrouw alleen waar als ze geschiedenis is

Op de cover Elizabeth Taylor ­en Richard Burton omdat er nu eenmaal een boek over het oude Rome wordt besproken ­maar verder een illuster gezelschap heren: Socrates, Joost Vandecasteele en Herman Brusselmans. We tellen in SdL deze week 3 stukken van vrouwelijke redacteuren en 7 stukken van mannelijke redacteuren. Die bespreken samen niet minder dan 8 werken van mannen, en slechts 2 vrouwen. Alleen de eerder genoemde geschiedenis van Rome behelst een nieuw boek van een vrouw (Mary Beard), verder een lang ‘literair toerisme’-babbelstuk over Charlotte Brontë met als titel ‘Gemberkoekjes & overspel’ van de hand van Jolien Janzing, die ruim drie jaar geleden een roman over Brontë schreef. De Lezeres is dol op Brontë en bezoekt menig schrijvershuis, maar kon de zinsnede ‘oude koek’ niet onderdrukken. Misschien was al die krantenruimte beter besteed aan het bespreken van nieuwe literatuur van vrouwenhand? En o ja, ik word intussen ook een beetje moe van alle kostbare recensieruimte die wordt besteed aan not-even-one-trick-pony Brusselmans.

De Morgen is er nog niet helemaal over uit of vrouwen kritieken kunnen schrijven

Vorige week viel De Morgen door omstandigheden van de radar maar De Lezeres hecht aan compleetheid, dus deze bijlage wordt nu ook wekelijks meegeteld. Niet tot mijn genoegen: slechts 1 door een vrouwelijke recensent geschreven stuk te midden van 11 artikelen van mannelijke collega’s (= 8% v). Toch maar even de bijlage van vorige week erbij gepakt: jawel, precies dezelfde getallen. Gelukkig schiet de ratio op het gebied van geïnterviewden/gerecenseerden de hoogte in: 1 op 3 is een vrouw (5 : 15). Maar niet te snel gejuicht. Net als in De Standaard wordt er slechts één nieuw boek van een vrouwelijke auteur gerecenseerd: de biografie van Hans Fallada door Anne Folkertsma. En logischerwijze gaat dat stuk voornamelijk over de mannelijke auteur Fallada. Vrouwelijke auteurs zijn er voor ontspannen gekeuvel: Marnix Verplancke interviewt zijn De Morgen­-collega Gudrun De Geyter over haar leesgewoontes en Maartje Wortel, Nina Weijers en Lize Spit mogen uitgebreid uitleggen waarom het zo leuk is om aan Write Now! deel te nemen. De Morgen sluit af met dat ene beroemde citaat over het vrouwelijk orgasme uit Een liefde. Ruim honderd jaar geleden geschreven door een man, nu weer eens aangehaald door een man. Mooi hoor. Maar heren, lees, citeer en recenseer eens vrouwelijke auteurs die over seksualiteit schrijven. Is een beetje eng maar toch de moeite waard.

Vrij Nederland maakt het niet zo bont als vorige week

Fijn, door Vrij Nederland vliegen we weer heen. Het weekblad (bijna maandblad, toch, of nee, hè, hoe zit het nou?) heeft iets meer ruimte voor vrouwen dan vorige week, maar de balans slaat toch negatief uit naar de manzijde (2 van de 3 stukken over mannen, 2 van de 3 door mannen geschreven**). Jeroen Vullings schreef een lang stuk over Mensje van Keulen. En die goeie oude Carel Peeters vergaapt zich in zijn column nog maar eens aan de ‘libertijn’ en hedonist Bouazza en diens islamkritiek. Heel verantwoord allemaal want helemaal vóór de vrouw en helemaal tégen de Islam van die ‘zandnegers en de opgezwollen scrotumkoppen’. Onbegrijpelijk dat dit blad niet meer lezers heeft.

Trouw rijmt niet voor niets op vrouw

Trouw laat deze week zien dat het heus niet moeilijk is, een uitgebalanceerde boekenbijlage. Die telde vandaag meer stukken van vrouwelijke (10) dan van mannelijke (7) recensenten. Wel moet ik hierbij aantekenen dat vaste Letter & Geest-redacteur Jann Ruyters (v) een uiterst productieve week had en in haar eentje goed is voor maar liefst 5 turfjes, waaronder 4 korte signalementen fictie, samen geteld als 1 stuk. Precies daar zorgt Ruyters zelf voor een vertekening in het beeld door alleen maar mannelijke auteurs te noemen. Jammer! Tot de signalementen ging het namelijk zo goed, met vooraan een spread voor ‘cultheldin’ Angela Carter die onder meer geroemd wordt voor haar ‘originele feminisme’ – hier zonder de flauwigheid van NRC – en aandacht voor Bommen op Jemen van Sarah Rijziger, keurig aangeduid als ‘historicus en schrijver’. Mochten de heren Schouten en Goedegebuure volgende keer eens niet een seksegenoot lezen, dan komt het met het percentage mannen dat over vrouwelijke auteurs schrijft ook wel goed.

de Volkskrant zet de sekse-apartheid krachtig voort

Waar NRC een andere koers lijkt te varen ten opzichte van vorige week, daar houdt de Volkskrant stug het mannenbolwerk in stand. Op de omslagfoto van de Boekenbijlage in Sir Edmund (wie dát ooit bedacht heeft…)  een mannelijke auteur. En geheel in die lijn worden deze week  4 vrouwen besproken, tegenover  27 mannen. Trekken we daar de signalementen vanaf dan is de verhouding 23:2, dat wil zeggen 8,5% ruimte voor vrouwelijke auteurs dus. Dit wordt gedaan door 10 mannelijke recensenten en interviewers en 7 vrouwelijke. Dat is een aardige verhouding, maar wederom zijn de eerste vier stukken in  het katern gereserveerd voor mannen die over mannen schrijven. En dat blijft zo: geen enkele man bespreekt een vrouw. Heel af en toe speelt een vrouwelijk personage een rol in hun besprekingen, maar of de Lezeres daar gelukkig van wordt? Een vrouwelijk personage in een boek van Truman Capote wordt bijvoorbeeld neergezet als een ‘loeder’, en de homoseksuele auteur als een ‘vals kreng’. 

En de Loden Leesbril gaat naar…

Het Parool. Een hoofdstedelijke krant met een provinciaalse mentaliteit. Vorige week regende het daar al mannen en dan deze week helemaal geen vrouw bespreken: neen. En heren Parool-recensenten: vrouwen alleen in je katern dulden als ze kinderboeken bespreken, dat is al helemaal niet meer van deze tijd.

Maar we breken de pootjes van de Loden Leesbril en geven het rechterpootje aan de Vlaamse boekenbijlages. De Standaard en De Morgen presteerden het beide om slechts één recensie te wijden aan een nieuwe titel van vrouwenhand (non-fictie, waarvan één dan nog een auteursbiografie van een man). Niet één literair werk van een vrouw werd besproken. Slechts 18% van alle artikelen in de Vlaamse literaire kritiek werd geschreven door een vrouw. Het is alsof ze daar in Amsterdam leven…

Het linkerpootje is voor de Volkskrant. Een van de grootste boekenbijlages van Nederland presteert het voor de tweede week op rij minder dan 10% van haar stukken te wijden aan een vrouwelijke auteur. En voor de tweede week op rij kon niet één mannelijke auteur zich er toe zetten een vrouw te lezen.

Consumentenadvies

Wederom adviseert De Lezeres aan de vrouw op middelbare leeftijd die peinst waar ze haar stapel boekenbonnen eens aan zal gaan besteden om Letter en Geest van Trouw te lezen om aldaar ideeën op te doen. Sterker nog, misschien is een abonnement een goed idee. In de losse verkoop had de NRC deze week ook met een gerust hart aangeschaft kunnen worden. Laten we volgende week kijken hoe de vlag erbij hangt en of ook hier een abonnement het overwegen waard is.

 

* typerend voorbeeld hoe het er in het Vaderland met het noemen van vrouwen aan toegaat: dit stuk van Dautzenberg opent met Hanna Arendt en eindigt met Carry van Bruggen, om daartussen uitsluitend een lange rij mannelijke auteurs te noemen.

**Het lange stuk over het Herman Heijermans-festival heb ik als toneel gerubriceerd en is dus niet meegegaan met de telling, het interview met Lieven de Cauter heb ik wel meegeteld.

Feminisme: een New Wave?

Een paar weken geleden kreeg hiphopcollectief New Wave, verantwoordelijk voor de zomerhit ‘Drank & Drugs’ de Nederlandse Popprijs 2015. Stephan Sanders kon in Vrij Nederland maar moeilijk begrijpen dat er in dit land een serieuze prijs gaat naar een clubje opgeschoten jongens dat zinnen bezigt als: ‘Als je bitch wil chillen is ’t geen probleem / dan ga ik erheen / ik kom niet alleen / want ik heb drank en drugs / ik heb drank en drugs.’ Zouden de daders in Keulen dit refreintje zachtjes gezongen hebben, vraagt Sanders zich af, een hypothese die hij snel weer verwerpt, maar zo toch maar even hardop gedacht heeft. Teksten als die van New Wave mogen dan ogenschijnlijk slechts slordig geformuleerde provocaties zijn, ze houden volgens Sanders een wereldwijde vrouwenhaat in stand ‘die tussen de noten door even wordt uitgevent’. Het gevaar dat Sanders ziet is dat die haat zich eenvoudig uitstrekt tot homo’s en ‘tegen alles en iedereen die zich niet heel precies voegt naar nauwkeurig omschreven mannen- en vrouwenrollen’.

Het is me nogal een haastige gevolgtrekking: het enorme bereik van populaire cultuur zou dus in potentie schadelijk zijn voor onze westerse verworvenheden. Wat Sanders hier in zijn bezorgdheid alleen over het hoofd ziet, is dat er in diezelfde populaire cultuur tegengestelde ontwikkelingen te ontdekken zijn, als je maar niet na een minuut een clipje van New Wave wegklikt.

De video van ‘Hoog/Laag’ verscheen in oktober 2015 en is meer dan twee miljoen keer bekeken op YouTube. Vijf rappers van New Wave werkten er aan mee: Lil’ Kleine, Ronnie Flex, Idaly, Bokoesam en Jonna Fraser. De tekst van het nummer maakt wegens al te grote banaliteit geen daverende indruk: een jongen in een club kijkt al de hele avond naar een meisje, de interesse lijkt wederzijds en Ronnie Flex maakt haar op eigentijdse wijze het hof: ‘Meisje wij kunnen gek doen / ben je het ermee eens? / Ik zei dit ik zou weggaan, maar ik ben er toch steeds? / Dus wat gaan we doen? / Koffie en thee kunnen we later doen.’ Het rijm verdient geen schoonheidsprijs, maar wat vooral opvalt is dat hier wederzijdse instemming wordt gevraagd: ze kunnen een spannende nacht hebben en daarna samen ontbijten, maar het meisje moet wel willen.

Daarmee is over de vrouwvriendelijkheid van de tekst echter alles wel gezegd, en eerlijk is eerlijk: ik begrijp waar de weerstand van Sanders vandaan komt. Het vrouwbeeld in dit nummer is niet meer dan een lichaam dat zich beschikbaar moet stellen voor seksuele hand- en spandiensten. In de hook wordt het meisje tweemaal via een imperatief opgedragen haar shit ‘hoog, hoog, laag’ te schudden. Het blijkt nu ook geen willekeurig meisje te zijn, maar een stripper: ‘ze houdt van d’r werk’ en krijgt alleen maar ‘brieven’ en ‘fucking euro’s’ tegen haar lichaam gedrukt. De hooghooglaag-beweging heeft niet alleen met schuddende billen te maken, maar ook met de blowjob waar Lil’ Kleine naar verwijst: ‘ze wil weten wat ik rook / en ondertussen geeft ze hoofd / ze gaat omhoog hoog laag’. Bokoesam gebiedt: ‘Breng een bitch, ik heb klusjes voor d’r (kusjes voor d’r)’ en ook Jonna Fraser is uit op bezit: ‘Ik wil je hebben, gooi de feiten nu op tafel.’

Schermafbeelding 2016-01-26 om 11.33.29Bij zulke fantasieloze teksten verwacht je misschien een even platgeslagen clip, met schaars geklede vrouwen, een bubbelbad en champagne. Maar in de video van ‘Hoog/Laag’ voegen de mannen en vrouwen zich op spectaculaire wijze níet naar het welomlijnde en stereotyperende vrouwbeeld dat in de lyrics nog opgeroepen wordt. De video opent met beelden van een kleedkamer waarin vijf stripteasedanseressen zich in bedrukte stilte klaarmaken voor een avond werken. Ze benadrukken al hun vrouwelijke kenmerken, stylen elkaars haar, smeren hun dijen in met olie, maar mijn oog bleef haken aan hun gespierde lichamen, hoekige trekken: travestie in een hiphopvideo, hoe progressief zou dat zijn! Enig googlewerk leerde me dat het wel degelijk vrouwen zijn, van de dansgroep Femme Lethal. Even leesbrilletje verwisselen.

Ronnie-Flex-Idaly-Lil-Kleine-Bokoesam-Jonna-Fraser-Hoog-LaagZodra het nummer begint, bevinden we ons in het interieur van een luxe striptent, denk rood velours en gouden ornamenten. De rappers voeren hun performances uit, stoppen verlekkerd briefgeld achter bh-bandjes, trekken de vrouwen bij de haren richting hun kruis. Na het groepsoptreden volgt een aantal scènes waarin de jongens zich met één van de vrouwen hebben teruggetrokken in een kamertje, waar de lapdance of pijpbeurt lonkt. Maar vlak voor de mannen zich aan hun ultieme genot kunnen overgeven, nemen de vrouwen radicaal het heft in eigen hand. In oplopende mate van gruwelijkheid vermoorden ze hun klanten: Lil’ Kleine wordt subtiel gewurgd, Bokoesam wordt geëlektrocuteerd door een föhn in bad, en Ronnie Flex en Jonna Fraser komen ronduit bloederig aan hun eind door kogels en een in één haal doorgesneden hals. In vier korte shots krijgen we het slagveld gepresenteerd en we weten: four down, one to go.

28_femme-lethal-hoog-laagHet opvallende is dat de video het koele geweld dat de danseressen gebruiken om zich aan hun onderdrukking te ontworstelen lijkt te legitimeren. Zo voelt het dan ook rechtvaardig wanneer we vanuit het perspectief van Idaly, de laatst overgebleven rapper, de vijf vrouwen dreigend op ons af zien komen. De laatste twee seconden van de clip bestaan uit een close-up van het gezicht van de danseres die als enige nog geen dood op haar geweten heeft. In haar uitdrukking balt zich het morele oordeel van de video samen: met afkeurende blik schudt ze zachtjes haar hoofd, dan breekt er langzaam een sardonisch lachje door. Exit Idaly.

De grote verrassing van deze video is dat de mannen geen last lijken te hebben van haat tegen vrouwen die zich niet aan hun strikt afgebakende rol houden, maar gekweld worden door zelfhaat: ze laten zichzelf boeten voor de manier waarop ze vrouwen in hun lyrics tot gebruiksvoorwerp reduceren. Daarmee breken ze niet alleen drastisch met het stereotiepe beeld van vrouwen in hiphopvideo’s, ze problematiseren dat clichématige verwachtingspatroon ook.

Toegegeven, op deze feministische interpretatie valt van alles af te dingen. Het meest voor de hand liggende probleem is dat de clip door te spelen met de conventies in zekere zin alsnog aan precies die conventies voldoet: de kijker kan zich evenzogoed verlustigen aan de lichamen van de danseressen, aan de pikante scènes, zelfs aan het gestileerde geweld. Maar voor het eerst in de geschiedenis is de invulling van wat mannelijkheid zou moeten zijn zo’n doorlopend onderwerp van discussie: bij platenmaatschappij TopNotch moeten ze ook tot de conclusie zijn gekomen dat mannen die vrouwen ongecompliceerd inzetten als lustobject niet meer vanzelfsprekend helden zijn.

Ja, lezer: eerder was ik nog zo streng op middenklassers van middelbare leeftijd die zo nodig ‘iets met rap’ moesten doen. Maar wanneer ik het feminismedebat ontwaar in de flipperkast van de populaire cultuur, schuif ik toch graag mijn leesbril nog eens omhoog. Mocht u, anders dan ik, werkelijk deskundig zijn op het terrein van populaire beeldcultuur en/of hiphop, dan houd ik mij altijd aanbevolen voor een ingezonden brief over de vaderlandse popcultuur: lezeresdesvaderlands@gmail.com.

Sekse-Apartheid: boekenbijlages #lekkertellen

De wekelijkse telling

Kunst- en cultuurbijlagen: wat is er heerlijker dan je (vanonder je 299 euro-wollen plaidje uit de NRC-webshop) onder te dompelen in alles wat cultureel Nederland en Vlaanderen te bieden hebben? Heerlijk, al dat hoge cultuurgoed met een pittig snufje pop! Maar De Lezeres verslikt zich hoe langer hoe meer in haar kwaliteitswijn bij het constateren van de miserabele verhoudingen tussen mannen en vrouwen in de betreffende bijlagen. Niet alleen zijn het vooral mannen die hun inkt mogen spuien, ook wat er besproken wordt heeft opvallend vaak een staartje. Even overwoog ik de papieren bijlages van louter ergernis op de knetterende houtblokken van mijn open haard te werpen, maar toen zette ik mijn leesbril op en begon aan degelijk telwerk.

Vanaf nu inventariseert De Lezeres daarom elke week de bladen en reikt ze de Loden Leesbril uit aan de boekenbijlage die het minste ruimte liet voor vrouwen (al dan niet van middelbare leeftijd). Alhoewel natuurlijk de cultuurbijlagen in zijn geheel onevenwichtig zijn, beperk ik me specifiek tot de boekenbijlagen van NRC Handelsblad, Trouw, De Volkskrant, Het Parool, De Standaard, Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer. Telt u even mee? #lekkertellen

Overzicht

Eerst maar het totale aanbod. Het complete overzicht met alles cijfers alhier:

unnamed

  • Er was in alle boekenbijlagen tezamen deze week niet één mannelijke recensent die over een vrouwelijke auteur (fictie danwel nonfictie) schreef.* Vrouwelijke recensenten schrijven wel over mannen.
  • Van alle verschenen recensies/literaire columns/interviews was 12 % gewijd aan een vrouwelijke auteur, en dus 88 % aan mannen (in absolute aantallen: 99 stukken gingen over mannen, 14 over vrouwen).
  • In twee boekenbijlagen werden helemaal geen vrouwen besproken: De Standaard en Vrij Nederland.
  • Niet één van de boekenbijlages opende door een vrouwelijke auteur in de spotlight te zetten. Bijna altijd komen boeken van vrouwen pas in het midden of achter in de katernen aan de orde.
  • 28 % van alle artikelen was geschreven door een vrouwelijke journalist.
  • Met uitzondering van Trouw, opende niet één boekenbijlage met een artikel door een vrouw geschreven.

Hieronder een korte typering van de verschillende bijlages:

Zoveel Literatuur, daar kan geen vrouw tegenop

Volgens De Standaard hebben de heren nogal wat afgeleverd deze week (al dan niet postuum). Ik telde 14 recensies, waarvan welgeteld 0 (zegge en schrijve nul) over een boek geschreven door een vrouw. Er is gelukkig wel een bespreking van een stripverhaal van een Franse auteur over borsten – het heet niet toevallig ‘Ontboezemingen’.*

Dag papa met de pijp en de sloffen, daaag pijpslofpijp

NRC Handelsblad zette naar aanleiding van de VSB-prijs deze week de poëzie centraal. En poëzie, daar komt slechts sporadisch een vrouw aan te pas. Er werden 3 (drie) vrouwelijke auteurs besproken, tegenover 28 mannelijke auteurs. (De ramsj heb ik niet meegeteld maar ook daar zet de NRC-boekenbijlage zijn beleid daadkrachtig voort: vijf mannen besproken, nul vrouwen) De jongens hebben het vast gezellig, zo onder elkaar. In totaal verschenen er veertien stukken in de NRC-boekenbijlage van deze week, waarvan er 1 (één) geschreven door een vrouw. In snoeiharde percentage uitgedrukt: 7 % van de artikelen is van vrouwenhand, ongeveer 9 % ging over vrouwen. 

Vrouw, ken uw plaats

In De Volkskrant kon er pas over een vrouwelijke auteur geschreven worden nadat er eerst zes lange stukken stonden over mannelijke auteurs, geschreven door mannelijke recensenten. Dat was ook meteen de enige recensie over een werk van een vrouwelijke auteur (natuurlijk door een vrouwelijke criticus geschreven). Nadat de heren gesproken hebben, mogen de vrouwelijke medewerkers hun recensies publiceren. Helemaal aan het einde een interview met Paulien Cornelisse, voorafgegaan door  een signalering nieuwe boeken: alleen maar mannen. In cijfers: 9 % van het katern ging over vrouwen, 91 % over mannen.

Jeroen, Carel en Jamal beleven een avontuur

Bij Vrij Nederland zijn ze waarschijnlijk nog zo in shock over de onttakeling van het ooit zo succesvolle blad (wie herinnert zich niet de Republiek der Letteren als toonaangevende bijlage?) dat ze maar helemaal geen vrouw meer bespraken of een stuk lieten schrijven.

Mijmeren over Knausgård

Afgelopen donderdag waren ook de vrouwen in de PS van Het Parool vér in de minderheid. Astrid Lampe was de enige vrouwelijke auteur die besproken werd. Ook de recensenten zijn man, behalve als er kinderboeken besproken moeten worden (zucht). Wel een zeer boeiende column van een mannelijke recensent die mijmerde over de vraag waar de Nederlandse Knausgård blijft. U mag drie keer raden hoeveel Nederlandse vrouwelijke kunstenaars er in die column genoemd worden. Ha! U had het in één keer goed!

Piet zag iets over het hoofd

De Groene Amsterdammer is wat betreft de critici een positieve uitzondering. De m/v verdeling tussen recensenten was keurig fifty-fifty. Toch iets te zeuren: in zijn kritische stuk over de VSB-prijs noemde Piet Gerbrandy van schrik allerlei redenen waarom de nominaties niet deugden, maar níet de scheve man-vrouw verhouding. Van de wél genomineerde dichters begon zijn snor alleen te krullen bij Boskma. In de rest van dit katern bespreken de mannen de mannen, de vrouwen de vrouwen.

Maar het kan ook anders… (hoewel)

Wat betreft m/v verhouding tussen de recensenten is Trouw eveneens een positieve uitzondering. Alhoewel de stukken geschreven door mannen nog altijd in de meerderheid zijn (9 tegenover 7) mogen vrouwelijke critici hier wel het katern openen met grote stukken. We hebben dan ook goede hoop dat in andere weken de verhoudingen tussen besproken auteurs evenwichtiger zal zijn (nu was dat niet vrolijk stemmend: 18 man tegenover 5 vrouw)

Consumentenadvies

Ben jij ook die vrouw van middelbare leeftijd die de boekenmarkt in stand houdt door boeken te lezen en te kopen? Beter boycot je alle boekenbijlages tot de Vaderlandse kritiek collectief beterschap belooft, want dit is natuurlijk huilen met de pet. Maar als het moet, geef dan je geld uit aan Trouw en De Groene Amsterdammer, waar vrouwelijke recensenten tenminste een prominente plaats hebben. (En tip: Opzij heeft ook een recensierubriek).

En de Loden Leesbril van deze week gaat naar…

In absolute cijfers was Vrij Nederland er het ergst er aan toe: geen vrouw mocht schrijven of werd beschreven. Maar met zulke bedroevende uitslagen verdienen ook De Standaard, De Volkskrant, NRC Handelsblad en Het Parool de Loden Leesbril. De jury kon dus niet kiezen.

 

* Voor de volledigheid: de containerstukken waarin tien dichtbundels / boeken langskomen even buiten beschouwing gelaten, recensies over nieuwe boeken dus

** Nog meer volledigheid: de brief van Naema Tahir aan Hanif Kureishi is niet meegeteld. Anders zou de stand dus op één vrouw moeten komen

 

De literaire canon

Lieve Lezers en Lezeressen!

U denkt misschien dat ik iets tegen de NRC heb, maar ik moet weer even over die krant beginnen. Als trouw abonnee vroeg ik mij af: heeft de erudiete Christiaan Weijts een punt? In een column in NRC van 14 januari trekt hij ten strijde tegen de literaire canon, die het lezen van literatuur voor een hele generaties middelbare scholieren tot een corvee zou maken. Weijts begon en eindigde zijn diepgaande onderzoek naar deze misstand bij een uitzonderlijke gymnasiumleerling, wiens leeslijst er als volgt uitzag: het waren ‘vier kantjes’, waarvan ‘tachtig procent’ in staat was ‘om je voorgoed bij de boekenkasten weg te jagen. Karel ende Elegast, Vondel, Hooft, Bilderdijk, Rhijnvis Feith…’ Genoemde leerling moet ‘uit elke periode wat lezen’.

Bewonderenswaardig, maar ook totaal niet representatief. Havo-leerlingen hoeven in het geheel geen boeken te lezen van vóór 1880 en vwo-leerlingen officieel drie (van de twaalf), maar er gaan stemmen op om dat aantal verder terug te brengen. En de boeken die Weijts noemt zijn evenmin representatief. Het overgrote deel van de havo- en vwo-leerlingen werkt met Lezen voor de Lijst, een website waarop leerlingen boeken kunnen vinden op verschillende niveaus. Feith en Bilderdijk staan daar in ieder geval niet op.

Kijken we naar de hedendaagse boeken waar Weijts voor pleit: ‘Geef ze Gimmick!, Tirza, Joe Speedboot. Geef ze Kartonnen dozen, Giph of De helaasheid der dingen.’ Welnu: deze boeken worden al aan scholieren gegeven. Van deze boeken staan alleen Giph en Gimmick! niet op Lezen voor de Lijst, maar kom, Gimmick! is inmiddels gedateerder dan Warenar. En van dezelfde schrijvers staan wel Phileine zegt sorry en Vals licht erop. Tirza en Joe Speedboot behoren al jarenlang tot de meest gelezen boeken op school. Weijts’ recentste genoemde titels komen trouwens uit 2006 terwijl Lezen voor de Lijst onder meer Kom hier, dat ik u kus (2014), Slaap zacht, Johnny Idaho (2015) en La Superba (2014) bevat. Er staan geen boeken van Weijts zelf op, da’s wel waar.

In plaats van een beetje onderzoek te doen, lijkt Weijts al zijn energie gestoken te hebben in het schrijven van een ronkende column. Immers: docenten die leerlingen Multatuli laten lezen moeten volgens Weijts naar een ‘strafkamp’, en Max Havelaar zelf is een ‘afgrijselijke monumentale baksteen, effectief moordwapen voor elk sluimerend vonkje literaire interesse.’ (Multatuli was inderdaad stilistisch niet begaafd genoeg om ‘Fuck het cultuurstelsel’ te schrijven, daar heeft Weijts wel een punt). De auteur heeft iets met geweld, zo lijkt het. En die agressie gaat dan nog eens een ongemakkelijk verband aan met seks in zijn stuk. ‘Fuck de canon’, schrijft hij tot twee keer toe, en hij verklaart de auteurs uit het verleden tot ‘vergeelde murmelaars van vroeger die in muffe kamertjes hun belegen aftrekfantasietjes neerpenden.’ Ah, dus er woedt in dit stuk een seksuele strijd tussen viriele mannen en halfslachtige, onanistische wezens, tussen echte mannelijke auteurs en nepschrijvers want nepmannen (géén vrouwen!). De tekst moet van Weijts ondertussen de gedaante aannemen van een verleidelijke vrouw, ‘opwindend’ en ‘genot’ veroorzakend – maar let wel: zonder dat dat genot omslaat in ‘angst en weerzin’.

Het venijn van Weijts’ stuk zit in de staart. ‘Geen enkel boek hoort het geestelijk equivalent te zijn van een besnijdenis.’ Excusez-moi? Het zou in lijn met Weijts’ pleidooi voor viriliteit zijn geweest als hij hier het woord ‘castratie’ had gebruikt, maar hij verspreekt zich op wonderlijke wijze. Hij weet toch wel het belangrijke verschil tussen die twee zaken, of komen hier plots de islamofobie en het antisemitisme het stuk binnen? Laten we hopen van niet. En laten we hopen dat Weijts’ pleidooi voor een ‘opwindende’ canon heimelijk en onbewust een verlangen prijsgeeft naar het incorporeren van vrouwelijke auteurs in zijn persoonlijke leeslijst. Want kom op, het noemen van zeven mannelijke auteurs en zeven boeken van mannelijke auteurs in een stuk van 469 woorden, zonder ook maar één vrouw te noemen, dat is zó 1860.

Het probleem dat Weijts benoemt, namelijk dat leerlingen zouden moeten worstelen met een canondraak, is dus grotendeels een schijnprobleem. Er zijn prangender debatten in onderwijsland: of het literatuuronderwijs niet zo ver in de marge is beland, dat leerlingen helemaal niets meer binnenkrijgen dat enige literaire waarde heeft. En of je dat probleem oplost door young adult-novels of fantasyboeken aan te bieden (zoals al grootschalig gebeurt) of zelfs door leerlingen games te laten analyseren (zoals bij een enkele avant-gardistische docent het geval is). Kortom: ieder debat over de literaire canon lijkt welkom voor middelbareschooldocenten, maar nu net níet op basis van deze verkeerde informatie.

 

 

 

 

Het sausje van de slijpsteen

NRC Handelsblad beschouwt zichzelf als de krant voor de well-to-do en weldenkende Nederlanders: de liberale, academisch geschoolde, maatschappelijk succesvolle lezers. Mensen dus die de ruimte voor, maar daarmee ook de plicht tot, reflectie en nuance hebben.

De plicht weldenkend te blijven is in hysterische tijden best lastig.Terwijl er nog zeer weinig feiten rondom Keulen bekend en bevestigd zijn, moet er natuurlijk wel al volop geopinieerd worden. Of nu ja, opiniëren. Dat is misschien een beetje te duur woord voor het Opinie & Debat katern van dit weekend.

Met uw goedvinden zet ik daarom mijn close-readingglasses op en ga even met u de omslag van het katern bekijken.

 

Wat we zien is een klassiek oriëntalistisch beeld: de grijnzende Arabier die met plezier de weerloze naakte vrouw als seksslaaf aanbiedt aan de hoogste bieder. De kijker ontleent een tweeledig genot aan deze voorstelling.  Die kan  immers ‘foei!’ roepen over die seksbeluste en immorele Arabieren (en zich dus zoveel beschaafder dan die Arabieren wanen) en ondertussen zich verlustigen aan het naakte vrouwenlichaam. Want dat lichaam wordt niet alleen aangeboden aan de hoogste bieder maar ook aan ons, de kijkers.

Dit negentiende-eeuws schilderij is een typisch product van de toenmalige imperialistische ideologie. Dergelijke toen zeer populaire afbeeldingen legitimeerden de kolonisatie en uitbuiting van wat zo gemakkelijk ‘de Oriënt’ werd genoemd. En zoals gezegd sneed het mes aan twee kanten, want behalve dat dergelijke afbeeldingen de veronderstelde superioriteit van het Westen duidelijk maakten, kreeg je ook nog je portie seksuele prikkeling mee. Deze hele negentiende-eeuwse context is echter op het NRC-omslag afwezig: het is net alsof dit beeld een directe illustratie is van de actualiteit.

Ik vind het verbazingwekkend dat het NRC besluit om dergelijk giftige beelden, die onderdeel zijn van een zo problematische Europese geschiedenis, helemaal uit die historische context te halen en juist nu en in deze actuele context nieuw leven in te blazen. Is er dan op de redactie niemand die nadenkt over de effecten van beelden die je de wereld inslingert?

En alsof dat allemaal nog niet ontluisterend genoeg is, wordt het beeld begeleid door twee retorische vragen: ‘Is dit van alle tijden (en van alle culturen)?’  Dit verschilt natuurlijk niets van Wilders die vraagt: ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ Want de NRC-lezer die op zondag zijn ei onthoofdt en zijn ogen laat schieten tussen tekst en beeld, zal verschrikt antwoorden: Maar welnee! Dit is niet van alle culturen! Dit is typisch iets voor Arabieren!

Mocht er desalniettemin nog twijfel zijn over het juiste antwoord dan is er in het katern zelf Hafid Bouazza. In diens recente boek De akker & de mantel. Over de vrouw en de islam moet vooral Edward Saïd het ontgelden. Oriëntalisme is volgens Bouazza geen bruikbare kritische categorie, maar het resultaat van een antiwesters complotdenken waar Saïd zich schuldig aan zou maken.

Nu wil ik niet beweren dat Saïd buiten kritiek staat, maar Bouazza denkt niet, hij wentelt zich in intellectuele regressie. Wat zich bij hem voltrekt is de terugval in de typisch koloniale fantasie dat je het westen zonder meer als het centrum van de beschaving mag beschouwen en de ander per definitie als barbaars. De stijl van Bouazza is precies een manifestatie van dat niet denken: het is een stijl waarin alleen de grofste tegenstellingen en de grofste beledigingen in uitgedrukt kunnen worden, een stijl die machteloos staat tegenover ambivalenties en dus, waar deze dreigen op te doemen, onmiddellijk om zich heen begint te slaan.

De NRC kiest er dus  voor om ruim baan te maken voor iemand die ons ontslaat van de plicht geduldig en precies te kijken naar de ingewikkelde en vaak paradoxale wegen waarop  het koloniale verleden doorwerkt in het heden. Dat we ontslagen worden van de plicht tot de traagheid en de omwegen van het kritisch denken zal voor sommigen een opluchting zijn. Ik denk echter dat we van het sluiten van onze geest voor reflectie eindeloos veel meer spijt gaan krijgen dan van de opname van asielzoekers.

In zijn opiniestuk bespreekt Bouazza enkele oriëntalistische mythes, maar op een volstrekt apolitieke, ahistorische en vooral warrige manier. Hij rept met geen woord over de imperialistische context en doet net alsof verhalen uit de Oriënt zelf op één lijn gesteld kunnen worden met Westerse verhalen over die Oriënt. Toch lijkt hij zich ervan bewust te zijn dat het in deze verhalen gaat om beeldvorming en niet om realiteit. Om beeld en actualiteit tóch op elkaar te kunnen leggen, komt hij met een simpele uitweg: ‘het probleem met mythes is dat het subject ervan er vaak in gaat geloven’.

Zo is dat! Ons imperialistisch superioriteitsgevoel mag dan in het verleden allerlei karikaturen tevoorschijn getoverd hebben, die Arabieren zijn er in gaan geloven en zich er naar gaan gedragen. En zie, dan vallen de actuele  gebeurtenissen in Keulen en racistische negentiende-eeuwse koortsdromen volledig samen.

Wat aan dit alles pas echt onverdraaglijk is, is dat NRC niet eens de moed heeft rechtuit te kiezen voor deze stemmingmakerij. Want naast het stuk van Bouazza staat een artikel van Mieke van der Linden, die stelt dat mannelijke agressie van alle tijden is (de vraag naar de culturele bepaaldheid van seksueel geweld is overigens op wonderbaarlijke wijze van tafel verdwenen, dus een écht tegenwicht tegen Bouazza is het niet eens). Nadat alle analytische distantie eerst is losgelaten, wordt er alsnog nog een sausje slijpsteen overheen gegoten, een wikken en wegen, een: ‘je kan er zus tegenaan kijken, maar ook zo’.

Maar nee NRC, werkelijk genuanceerd denken en debatteren is geen sausje dat je opdient nadat je eerst de onderbuik zijn zegje hebt laten doen. Sterker nog: laat dat sausje voortaan maar zitten. Want de moeizame plicht tot kritisch denken eerst onder de trein gooien, om daarna de resten van het lijk op te dienen als een smakelijk toetje, daar word ik nog misselijker van dan die hele onderbuik zelf.