Op een stuiterende bal verlangen naar een écht gesprek over seks

 

 

Nina Polak, correspondent Romantische Liefde, leidt sinds kort ook bijdragen van Daan Borrel in, gastcorrespondent Seksuele Geletterdheid. Ik klikte op vrijdagochtend aan de ontbijttafel de zoveelste saga over de teloorgang van pornoster en excuustruus James Deen haastig weg toen de titel van Borrels nieuwste stuk voorbij kwam. Waarom zijn het altijd vrouwen die over seks schrijven? Huh? De van opwinding trillende leesbril werd stevig op mijn neus gedrukt. De voorlopige conclusie luidde immers dat het goede gesprek over seks op De Correspondent alvast begonnen was.

Helaas. Het warrige exposé dat me bij Deens brandstapel vandaan trok, gaat over veel zaken een beetje, maar amper over de gechargeerde vraag waarom het altijd vrouwen zijn die over seks schrijven. Na de samenvatting van een aantal lezersreacties op Borrels vorige stuk (van ‘oh nee, toch geen feministe’ tot van opwinding trillende brillen) somt Borrel uiteenlopende vragen over seks op. Vervolgens verwijst ze vluchtig naar een onderzoek van twee sekswetenschappers die verschillen in heteroseksuele en homoseksuele seksbeleving onderzochten. Interessant. Heeft ‘genderempathie’ alleen te maken met even veel genieten van geven en ontvangen?

Ik blijf op m’n honger zitten; het artikel scheurt kort door de bocht meteen door naar de penis en clitoris. Dit onderwerp wordt aangekondigd als ‘vrij abstract en algemeen’. Ook een gemiste kans. Na het stuk van Alma Matthijsen op NRC.next een paar maanden geleden vraag ik me immers vaak af of mijn clitoris inwendig inderdaad groter is dan het lekkende zwaard van pak-hem-beet Ilja Leonard Pfeijffer. Lekker concreet en sorry, een beetje flauw van de Lezeres. Begrijpt u dat ik, hoe verder het stuk vorderde, steeds meer het gevoel kreeg dat ik op een blauwe bal zat die nergens heen stuiterde?

In de voorlaatste alinea verwijst Borrel eindelijk naar de prangende vraag uit de titel. Ze heeft navraag gedaan bij ‘een paar mensen’ waarom er meer vrouwen over seks praten én schrijven. Het zou volgens die mensen te maken hebben met mannelijke onzekerheid. Vrouwen hebben vooral last van weinig zin. Behalve Alma dan? Helaas wordt ook dit stellige onderscheid slechts slordig onderbouwd. De enige bron die Borrel naast ‘een paar mensen’ aanhaalt, is seksexpert Marleen Janssen.

Ik ben benieuwd. Waar gaat het gesprek over seks op De Correspondent precies over? Waar gaan de vragen die Borrel vrijdagochtend in haar stuk opwierp heen? Zo zou ik graag snappen wat het verschil is tussen ‘schrijven’ en ‘praten’, of op welke manier dit verschil relevant is. Gaat het om keuvelen enerzijds en representeren anderzijds? Als James Worthy in een roodgloeiend gelezen stuk schrijft dat hij zich vaak schuldig maakte aan ‘langs elkaar heen vrijen’, als hij dit wijt aan het normatieve cliché dat een man nu eenmaal altijd wil, schrijft hij dan? Of opent hij vooral verder het maatschappelijke debat over seksueel misbruik? Heeft Worthy het over zijn onzekerheid om af te durven wijken van het cliché van de man die altijd zin heeft? Of vertelt hij vooral dat mannen net als vrouwen vaak geen zin hebben, een nuance die blijkbaar niet door de door Borrel aangehaalde seksexpert gemaakt wordt? Zit in dit soort kwesties de échte vraag?

In het beste geval is het een kwestie van geduldig wachten op een volgend stuk van Daan Borrel dat minder vaag en beter onderbouwd blijkt. Maar als er verder in clichés gekeuveld wordt, in plaats van dat er over geconditioneerde verschillen heen naar gemeenschappelijkheid wordt gezocht, betwijfel ik of De Correspondent het voortouw kan nemen in dit ‘goede gesprek over seks’. Begrijp me niet verkeerd: de Lezeres vindt dit gesprek razend belangrijk en hoopt net als Daan Borrel in haar eerste seksueel geletterde bijdrage dat het verlost wordt van zijn normatieve karakter.

Wie weet verschijnt er binnenkort nog eens een verhelderend zwart-op-wit whatsappgesprek tussen Daan Borrel en seksexpert Marleen Janssen. Ik hoop dan beter te snappen welke vragen zo hartstochtelijk om een antwoord verlangen en waar ze vandaan komen. En vooral: hoe boude stellingen onderbouwd worden. In afwachting van dat goede gesprek vul ik de kattenbak met snippers krantenpapier, in heel veel tinten grijs en nergens zo concreet dat ik er rode oortjes van krijg. Daarnaast leg ik straks Mieke Maaike op mijn nachtkastje. In afwachting van een echte James Deen – de nepperd kon al voor z’n teloorgang de pot op – ga ik weer vooral lezen.

 

Advertenties