Willkommen, Bienvenue, Welcome, Readers and Readsters!

Toffe foto in de Volkskrant vandaag, eentje waarvan ik kan blijven snoepen. Hij doet mij denken aan de registraties van militaire parades in China of Rusland, van die beelden met eindeloze rijen uniformen, waardoor je je een beetje betrapt voelt in je vanzelfsprekende ideaal genaamd ‘ontplooiing van het individu’. Er rest mij bij de aanblik van zulke haast mathematische landschappen niets anders dan vanuit een stil protest op zoek te gaan naar de verschillen in houdingen en gezichten, die er volgens mij toch echt zouden moeten zijn… Zo’n speurtocht tussen tientallen parallel gestrekte armen en benen is een bijzondere bezigheid, vind ik. Niet alleen omdat het me confronteert met mijn ingebakken drang om uniek te zijn, even goed omdat het een zuiver esthetisch genot genereert.

Tussen haakjes: door die foto van vandaag word ik weer een beetje tegenstander van het tabloid-formaat. Als de krant niet zo klein was geweest, hadden mijn ogen er namelijk nog veel meer details uit weten los te peuteren. De weergave, die nochtans van de linkerkant van de linkerpagina tot de rechterkant van de rechterpagina loopt, is mij te schetsmatig. Er is te veel dat ik niet zie dat toch de moeite waard moet zijn. Voordeel: door zijn miniaturale karakter is deze foto wel uitermate geschikt om me er tijdens langdurigere wc-bezoeken eindeloos aan te vergapen.

De foto is trouwens slim geplaatst. De rechterkant, diegene waar de lezer nu eenmaal zijn blik het eerst op laat vallen, heeft het meest regelmatige ritme. De poppetjes staan er met hun neuzen enigszins in dezelfde richting en lijken vanuit je ooghoeken eendrachtig gekleed, allemaal in pak met das, concludeer ik voorbarig. Maar dan… bij nader inzien…

Twee zwarte mannen met blauwe pakken vormen de eerste onregelmatigheid die ik tussen de anderen signaleer, vervolgens het enige paar ontblote onderbenen op de hele foto en dan een felblauw colbert boven een zwarte broek! Schuin achter het blauwe colbert doemt ineens een witte hoofdbedekking op. En nu pas valt me in de rechterhoek op de tweede rij een vreemd toefje blauw op dat van een sjaal moet zijn. De foto heeft me nu definitief in zijn greep. Van wie is die sjaal? Ik kan het niet goed zien. Zou dat Merkel zijn? Oh, kijk, en er staat ook een rood damesjasje op de tweede rij, echt goed gecamoufleerd achter die zwarte pakken! Een Aziatische, vermoedelijk. Hoe verder naar links mijn pupillen bewegen, hoe meer er ineens te onthullen valt. Ik begin te tellen: hoeveel rode dassen, hoeveel blonde haren, hoeveel zwarte hoofden…

Dit is de eerste keer dat ik onze wereldleiders als een soort klas aanschouw. De wereld is een speelplaats geworden. Themaweek ‘Klimaat’.

Als er niet toevallig eentje op de wc heeft gezeten, staat op deze foto de voltallige club wereldleiders die bij de opening present tekende. In de bijhorende tekst lees ik “150 leiders van 195 landen.” Dat begrijp ik niet helemaal, maar daarvoor duik ik later wel eens in mijn atlas.
Het is natuurlijk niet al goud wat glittert. Net zoals er al eens iemand kritiek heeft op de aanpak van deze o zo noodzakelijke top, wekt dit prachtige staaltje fotografie toch wat weerzin bij mij op. Die wordt versterkt door de uitgelichte citaten erboven, waarbij ronde gezichtsportretjes staan van degenen die ze hebben geuit. Aan politieke m/v-correctheid wordt hier niet gedaan: ik zie overal mannen. Dat is nog begrijpelijk ook: voor de veertien vrouwen die ik uiteindelijk uit die klasfoto heb weten te pulken, moest ik oprecht inspanning leveren.

Gelukkig stond vandaag in diezelfde krant dat het verschil in hersenen tussen mannen en vrouwen totaal overroepen is. Ik surf dan maar zorgeloos verder. Over al die mannenhoofden zitten de capaciteiten van mijn hersens dus kennelijk wel verdeeld.

Advertenties