Lijstjestijd: indrukwekkende vrouwelijke personages

Toen young adult / sciencefiction / allround auteur Neil Gaiman gevraagd werd hoe het toch kon dat hij als man zulke overtuigende vrouwelijke personages wist te creëren, antwoordde hij: ik schrijf altijd vanuit de radicale gedachte dat vrouwen mensen zijn. Helaas is nog niet iedere auteur rijp voor die radicaliteit, maar ach, er is op dit blog wel genoeg gemopperd voor een jaar. Het is de tijd van verzoening en vergeving en daarom: een lijstje indrukwekkende vrouwelijke karakters, niet noodzakelijkerwijs uit 2015, maar wel in dit jaar ge- of herlezen. Ter inspiratie.

Noenka in Over de gekte van een vrouw van Astrid Roemer

De Lezeres was juist Astrid Roemer aan het herlezen toen ze deze maand de prestigieuze P.C. Hooftprijs kreeg toegekend (o kosmisch toeval!). Een terechte bekroning want Roemer is een unieke figuur in de Nederlandse letteren. Niet alleen ontleedde ze de recente geschiedenis van Suriname en de verknooptheid daarvan met het koloniale verleden in haar trilogie, in 2002 verzameld als Roemers drieling, ze schreef ook op magnifieke wijze over vrouwelijke (postkoloniale) subjectiviteit in zowel haar proza als poëzie.

Daarom open ik met Noenka, het hoofdpersonage uit Over de gekte van een vrouw (1982). Gek gemaakt door haar omgeving (haar agressieve man Louis voorop), die haar continu probeert in te tomen, blijft Noenka op zoek naar een eigen stem. Ze onderzoekt én ondergaat wat het betekent om een zwarte vrouw in Suriname te zijn en ontdekt haar seksualiteit, niet alleen bij Louis (bij wie ze aan vaginisme lijdt) en Ramses, maar ook bij Gabriëlle. Ja, ze belandt in een psychiatrische inrichting nadat ze haar pijn met pillen en drank heeft geprobeerd te stillen, maar ze geeft de controle over haar leven niet op: de roman is haar biografie, door Noenka zelf geschreven in de inrichting. Ook die biografie weigert zich te laten vatten in een vast narratief; ze is opgetekend in de fragmentarische en poëtische stijl die Roemer zo eigen is.

Elizabeth Costello in Elizabeth Costello van John Coetzee

Ook Coetzee heeft begrepen dat vrouwen mensen zijn. Ga even na, hoeveel mannelijke auteurs zijn er die vrouwelijke hoofdpersonen kiezen* voor hun romans? Niet veel, en de teller daalt verder wanneer het gaat over vrouwelijke personages van (je mag het eigenlijk sinds de seventies niet meer zeggen van neerlandici) vlees en bloed. En het wordt al helemaal een droevige bedoening wanneer het gaat om boeken waarin een vrouwelijke hoofdpersoon wordt neergezet als een vanzelfsprekend intelligent en intellectueel mens – maar gelukkig vormt Elizabeth Costello een uitzondering. Een personage dat denkt over schrijverschap, Afrikaanse politiek, ethische kwesties (en niet alleen over moederschap, de natuur en feminisme) en wiens redeneringen, overwegingen en heroverwegingen volkomen serieus worden genomen en niet exclusief in de context van haar vrouw-zijn geplaatst – zoals dat hoort bij mensen. Wat een boek.

Het meisje in Als je een meisje bent van Maartje Smits

In Als je een meisje bent (2015), het poëziedebuut van Maartje Smits, gaat een meisje shoppen, praat ze met haar therapeut over een eetstoornis, leest ze hoe ze haar lijf bikiniklaar moet maken en steekt een jongen zijn penis naar haar uit. De bundel is ‘een gebruiksaanwijzing voor meisjes (m/v), alsook de definitieve omhelzing en tegelijkertijd het afscheid van het meisje’, aldus het omslag. Gelukkig weet je na het lezen van de bundel niet hoe het moet, een vrouw worden, maar heeft het meerstemmig meisje je het web van verwachtingen over het meisje- en vrouw-zijn laten zien en er zachtjes aan getornd.

DE DERDE GOLF

boven de gootsteen hangen de borsten die ik zou willen hebben
voorgevormde deksels tepelloos gebied
een stranddag druipt af
vocht glibberig plafond

ik had een broekje zonder schaamhaar aan
waterresistant gold voor al het vloeibare
een lipje splitte de zee en ik (padded)
dreef mijn borsten hoger en hoger

Uit: Maartje Smits, Als je een meisje bent. (De Harmonie, 2015)

Nedra Berland in Light Years van James Salter

Het overlijden van James Salter op 20 juli dit jaar was aanleiding om zijn beste roman weer eens te lezen. Salter staat bekend als mannenschrijver (ooit gaf Tommy Wieringa toe een keukenweegschaal te hebben gekocht alleen omdat-ie van het merk Salter was) maar in tegenstelling tot een testosteronauteur als Hemingway is Salter geen misogyn. Op onnadrukkelijke wijze is Nedra het hoofdpersonage van Light Years (1975) en de psychologische verfijning waarmee hij haar tekent is verbluffend én vooruitstrevend.

De rolverdeling binnen het upper middle class huwelijk van Nedra en haar man Viri is naar hun beider tevredenheid onwankelbaar traditioneel: Viri brengt als architect het geld binnen om hun idyllische huis net buiten New York te bekostigen, terwijl Nedra hun huiselijk leven tot in de haarvaten perfectioneert. Haar warmte, goede smaak en ongrijpbare schoonheid bedwelmen iedereen, van haar echtgenoot en twee dochters tot elke gast die aan komt schuiven bij een van de vele copieuze diners die ze verzorgt.

Ik hoor u denken: dat lijkt de ultieme mannenfantasie! Toch verdient ze een plek op dit lijstje, Nedra denkt en handelt namelijk totaal onafhankelijk. Ergens in de roman noemt een andere vrouw haar egoïstisch, en dat klinkt niet voor niets jaloers. Nedra ontleent haar kracht aan het feit dat ze verwachtingen van het leven heeft en niet bang is om voor de inlossing daarvan risico’s te nemen. Ze begint een affaire met huisvriend Jivan (bijzonder is dat de vertelinstantie op geen enkele manier een moreel oordeel velt over haar overspel, hij lijkt haar het egocentrische genot te gunnen) en wanneer ze inziet dat de geest uit haar huwelijk is, besluit zíj te scheiden. Op een vanzelfsprekende manier aanvaardt ze dat keuzes consequenties hebben en neemt ze. Bij alledaagse en grote beslissingen vraag ik me nog vaak af: wat zou Nedra doen?

Isabel bij Ogden Nash en Natalie Merchant

Ogden Nash kennen we allemaal van de onsterfelijke regels ‘Candy is dandy, but liquor is quicker’. Dat rijmt en het is nog waar ook. Nash schreef tevens hilarische kindergedichten die gebundeld zijn onder de titel The bad Parents’ Garden of Verse (1936). In ‘The Adventures of Isabel’ maken we kennis met een meisje dat wel weet wat je moet doen als er beren op de weg zijn:

Isabel, Isabel, didn’t worry.
Isabel didn’t scream or scurry.
She washed her hands and she straightened her hair up,
Then Isabel quietly ate the bear up

Isabel ontmoet naast die beer ook nog een afstotelijke heks en een imposante reus. Maar Isabel wordt niet boos, ze gaat niet gillen en ze zet ‘t niet op een lopen. ‘Isabel continued self-reliant’. Isabel verandert de heks in een gezond glaasje melk. De reus die dreigt haar botten tot pulp te vermalen, verliest zijn hoofd onder haar hakbijltje.

Ik ontmoette Isabel niet via de literatuur maar via de popmuziek. Op het dubbelalbum Leave Your Sleep zette Natalie Merchant veelal vergeten negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse kinderpoëzie op muziek, waaronder dus dit gedicht van Nash. De stem van Merchant is net als die Victoriaanse kinderliteratuur een universum op zich: stoïcijns, kalm, in staat een geheim te bewaren en toch zinderend. Een stem met een androgyne kwaliteit en misschien vind ik dat bijna altijd de mooiste vrouwenstemmen. Als er niemand in de buurt is dan zet ik Leave Your Sleep op en dans ik op één been door de kamer op de fiddle waarmee ‘The Adventures of Isabel’ inzet. Dan weet ik weer hoe het leven geleefd moet worden. Poets je schoenen, flos je tanden, was je handen en borstel je haar uit je gezicht. En dan hak je gewoon die beer in de pan.

Mary Berry en Monica Galetti in The Great British Bake-Off en Masterchef

Dan nog een eervolle vermelding voor niet-fictionele personages, twee vrouwen op tv: Mary Berry (geen artiestennaam) en Monica Galetti, juryleden van respectievelijk The Great British Bake-Off en Masterchef: the Professionals. Het food-obsessed landschap van BBC 2 kan soms erg overdadig en karikaturaal-onherbergzaam zijn, maar deze twee vrouwen maken alles weer goed.

Terwijl Mary Berry’s mede-jurylid Paul Hollywood vooral lijkt te hopen dat de baksels van de kandidaten enorm mislukken zodat hij er dan weer uit kan springen als meesterbakker, staat Mary bejaard en bedaard oprecht te genieten van alle taarten en koekjes en is ze altijd bereid tot kundig commentaar als er iets is aangebrand of niet goed opgesteven.

In de Bake-Off-tent is er nog een mooi evenwicht tussen M en V, maar de wereld van de professionele chefs blijkt a man’s man’s man’s world. Geen wonder dat als er eens een vrouw opduikt, zoals Monica, ze al snel de reputatie krijgt heel streng te zijn. Of zoals een van de kandidaten van dit jaar, Danilo (in het dagelijks leven hoofdchef van de Italiaanse ambassadeur), het verwoordde: “She should smile more! She looks very good when she smiles.” Monica geeft nog eens een klein glimlachje en blijft professioneel.

Ook indrukwekkende vrouwelijke personages ontmoet in boek, film, serie, theater of lied? Mail het de Lezeres en we voegen het toe op de lijst! lezeresdesvaderlands@gmail.com

*Kiezen, door de muze ingefluisterd krijgen, doorhalen wat niet van toepassing is

Kerst, drugs & rock ‘n’ roll

Ook de Lezeres des Vaderlands bekent: Kerst zorgt voor veel ongemak. Al ga ik niet zover als publiciste Sofie Roozendaal (1987) onlangs in NRC: die gaf in een column de feestdagen bij de schoonfamilie de schuld van haar recente scheiding. In mijn geval had de scheiding van de Eerste Man er niets mee te maken, maar dat je op derde kerstdag je erdoor moet slaan met een halve fles champagne, een fles chardonnay en vooruit nog drie glaasjes stroperige port uit een fles die al jaren in het drankenkabinet van je schoonvader staat te verkommeren, komt me meer dan bekend voor.  De Lezeres is ervan overtuigd dat Sofie net als Hanneke Groenteman en ondergetekende de drank beter had ingeruild voor een pilletje.

In haar Volkskrant-column verklapte haar schoondochter Aaf Brandt Corstius (1975) immers dat Groenteman – intussen 76 – wel eens een pilletje popt tijdens de feestdagen. Toegegeven, als Aaf haar schoondochter was, dan had de Lezeres ook een pilletje nodig.

Nauwelijks was de inkt van Aafs column droog of de hele ‘vader’-landsche pers sprak er schande van. ‘Ons Hanneke’ een slecht voorbeeld voor de jeugd? En erger nog voor haar peers? Onmogelijk! Hanneke zelf zwakte het af; en Aaf riep snel dat het een grapje was. De ‘rehab’-strategie dus. Maar met welk doel? Je zou dus voor minder seks met mannen – die al zuur lopen te doen over dat ene pilletje per jaar – eraan geven. Zoals Groenteman onlangs in een candid interview ‘bekende’.

Nadenkend over ‘de pil van Hanneke’ kwam de Lezeres tot de vaststelling dat er tegenwoordig aardig wat ’stoute oudere vrouwen’ te zien zijn in films en tv-series. Maar waar Catherine Deneuve en Charlotte Rampling doorgaans zuipend en kettingrokend de algehele familiale disfunctionaliteit rond de feestdagen en vakanties trachten te vergeten dan wel negeren en er schouderophalend mee wegkomen, worden ‘stoute oudere vrouwen’ in Nederlandse en Amerikaanse series telkens opnieuw in het gareel gedwongen.

Zo slaat Elsie in Overspel vele witte wijntjes achterover en vliegt Jaqueline (Volgens Jaqueline) flink in de margarita’s. Aan het einde van Overspel kiest Elsie weliswaar voor zichzelf – maar maakt toch van haar zoon dan maar de directeur van het familiebedrijf – en in Volgens Jaqueline zit nog een verontschuldigend toontje. Ja, ze zuipt zich een keer te pletter maar wat wil je ook als je vent na dertig jaar plots ‘onder de stolp vandaan wilt’. Aandachtspuntje, dus.

En ook de nieuwe heldin van de Lezeres – Helen Solloway in de Amerikaanse serie The Affair – mag dan wel na een heisje van haar cannabis-vaporizer de nieuwe verloofde van haar ex-man wijzen op de relativiteit van een en ander, ze wordt uiteindelijk betrapt door de NYPD. Als ze compleet dolgedraaid – haar huwelijk is naar de klote, haar minnaar is een lul, haar vader is er vandoor met een studente, haar moeder is een heks en haar oudste dochter een bitch – wordt betrapt stoned zijnde, krijgt ze ook nog ‘huisarrest’ van haar ouders. Uiteindelijk komt er een knappe pediater om haar weer op het rechte pad te brengen (en o ja, hij kan ook nog goed met haar vier kinderen overweg).

Dubbele standaarden toepassen voor vrouwen. Het is eeuwenoud. Laten we als goed voornemen voor 2016 er gewoon mee ophouden. Als Jules Deelder en Remco Campert hun illegale pleziertjes mogen hebben, dan  Hanneke ook. Zeker aan de kerstdis. En dat is geen grapje. Om de kortstondige familiale disfunctionaliteit rond de feestdagen te overleven, zijn een paar hulpmiddeltjes allesbehalve een slecht idee.

Misschien voorkomt het zelfs echtscheidingen. Immers, Aaf en Gijs are going strong, alles is chill bij de Groentemans.

Leestip voor onder de kerstboom: William S. Burroughs’ Naked Lunch. Drugs voor de hele familie. Zo kunnen een paar theelepeltje van het volledig legale  nootmuskaat in de authentieke kerststamppot wonderen doen. Het effect duurt lang genoeg om alvast eerste en tweede kerstdag te overleven. Go Hanneke Go!

Echte vriendinnen bespreken alles

De Lezeres des Vaderlands ging vorige week weer eens naar het theater, met een goede vriend die schappelijk geprijsde kaartjes had weten te bemachtigen voor Lange dagreis naar de nacht door Toneelgroep Amsterdam. Vooraf dronken we een aperitiefje in een strak ingericht etablissement nabij het Leidseplein, waar we naast de wijnkaart en de ginkaart ook een vermouthkaart onder onze neus kregen – van de weeromstuit bestelde ik een biertje. Dat hielp om in de stemming te komen, want het stuk van Eugene O’Neill (gepubliceerd in 1956, sindsdien geldt het als zijn meesterwerk) is van alcohol doordrenkt. We zien één dag uit het leven van de disfunctionele familie Tyrone, bestaande uit vader James, een verlopen acteur en gierigaard; moeder Mary, een aan morfine verslaafde huisvrouw; zoon Jamie, een alcoholische klaploper; en zoon Edmund, een romanticus met gefnuikte dichterlijke ambities en tbc. Rechts vooraan op het sober ingerichte podium staat een tafeltje met één overzichtelijke fles whisky, waar gedurende de avond steeds vaker door de mannen naar wordt gegrepen.

Het stuk opent in pais en vree, met de familie in een innige omhelzing: Mary is net terug uit de afkickkliniek en haar echtgenoot en zoons hebben goede moed dat ze deze keer clean zal blijven. Maar die hoop is van korte duur. Zodra Mary voor het eerst reumatisch mankend de metershoge wenteltrap bestijgt, vliegt de angst de mannen naar de keel: wat gaat ze doen daarboven, in haar eentje? Aanvankelijk houdt Mary de schijn op, maar wanneer ze hysterisch ratelend de trap weer afdaalt, is het duidelijk dat ze nog steeds niet zonder de verdoving kan. Edmund, haar meest sensitieve zoon, ziet waarvoor ze vlucht en verwoordt heel precies wat hij het pijnlijkst vindt aan de verslaving van zijn moeder: dat ze bewust de mist in loopt, alsof ze even wil vergeten dat ze haar mannen heeft om voor te zorgen, alsof ze niet van ze houdt maar hen haat.

De Tyrone-mannen lijken het Mary elk op hun eigen manier kwalijk te nemen dat ze niet het veilige huis creëert waar ze zo naar verlangen. Deze vrouw heeft kinderen gekregen omdat het voor de hand lag, maar het moederschap heeft haar gesloopt en fundamenteel eenzaam gemaakt. In een vlaag wanhopig verdriet verzucht Mary dat ze zo graag iemand zou hebben om mee te praten. Niets ernstigs, gewoon, wat lachen en een beetje roddelen. Maar vrienden heeft ze niet.

Vriendinnencomedy

U kunt zich voorstellen dat de Lezeres zeer onder de indruk was van het stuk. Zodanig zelfs dat ik gister, in gedachten verzonken, waarschijnlijk tegen een lantaarnpaal was opgelopen als er geen kleurig affiche tegenaan zat geplakt: OPVLIEGERS stond er in vurige letters. Ik was getriggerd, want zoals u onlangs hebt kunnen lezen, stijgt het bloed mij ook nog wel eens naar de wangen. Boven de titel rezen tegen een tropische achtergrond vier vrouwen op, een keurig representatief palet: een bleke met kort donker haar, een blozende langharige blondine, een donkere met kroezende krullen en een wulpse redhead, alle vier een waaier in de hand – handig natuurlijk, om wat koelte mee toe te wuiven tijdens een opvlieger op een palmenstrand. ‘Een échte vriendinnen comedy!’ riep het affiche me nog toe, gepresenteerd door Rick Engelkes Producties.

Ach, dokter Simon in GTST, denkt u ook nog wel eens met warme gevoelens aan hem terug? Ik vergaf hem dan ook meteen het opmerkelijke spatiegebruik – want is Opvliegers volgens u een échte comedy voor vriendinnen of een comedy waar je met échte vriendinnen naartoe moet? Thuis googelde ik het antwoord en voor uw beeld parafraseer ik even de synopsis van het stuk: vier vriendinnen gaan met hun reisclub ‘De opvliegers’ op vakantie, alle vier zijn ze net of al volop in de overgang, en daarbij lopen ze tegen wat problemen aan.

De overgang! In november 2012 zat Linda de Mol bij Pauw & Witteman aan tafel om te praten over het succes van haar magazine LINDA. Het blad staat erom bekend geen taboe te schuwen, maar een themanummer over de overgang was desondanks uitgesloten, dat vond De Mol ‘helemaal geen sexy onderwerp’. Dat Rick Engelkes het drie jaar later aandurft er een musical over te maken, zouden we dus vooruitgang kunnen noemen – en voor een productiebedrijf dat zichzelf bedruipt zonder overheidssubsidies, en vooruit, met wat sponsoring van koffergigant.nl en yogamat-online.nl, ook een dappere keuze.

Sexy opvliegers

En toch struikelt de Lezeres over de insteek van de publiciteitscampagne. Ik citeer de website:

De overgang geen sexy onderwerp? Jawel hoor, bewijzen Anne-Mieke Ruyten, Antje Monteiro, Anousha Nzume en Hymke de Vries in de comedy Opvliegers. In dit muzikale feestje spelen zij vier vriendinnen die op vakantie gaan naar Bali. De menopauze is niet het enige thema dat onder de zon wordt besproken. “Van een huwelijkscrisis tot het emptynestsyndroom en een partner die er met een jongere meid vandoor gaat”, aldus Monteiro. Want echte vriendinnen bespreken álles met elkaar.

Mijn goede voornemens ten spijt werd ik er alsnog opvliegend van. Blijkbaar is de overgang alleen de moeite van het bespreekbaar maken waard wanneer dat sexy kan. Nog benauwender vind ik de nadrukkelijke normen die gepresenteerd worden voor echte vriendschap. In de vriendschapsopvatting van Engelkes & Co. is er blijkbaar geen ruimte voor persoonlijke geheimen, en is de aard van de relatie nogal genderspecifiek. Wat is dat toch met die sjablonen voor mannen- en vrouwenvriendschappen als marketinginstrument voor boeken, films, theater? Amper zijn we bekomen van de mannen die hun midlifecrisis overwinnen door zwijgzaam een Franse berg op te fietsen, of we krijgen de vrouwen in menopauze die samen op vakantie gaan naar Bali.

Toen mijn goede vriend en ik afscheid namen op het Leidseplein beloofde ik voor de volgende keer een stuk uit te zoeken. Opvliegers kan ik doorstrepen, want samen behoren we duidelijk niet tot de strikt afgebakende doelgroep. Ik dacht aan Mary. Had ze vrienden gehad, man of vrouw, die zich uit principiële solidariteit om haar gemoedstoestand hadden bekommerd, die ze niet álles had hoeven vertellen, waarmee ze alleen wat had kunnen lachen, wat kunnen roddelen, dan had ze de eenzaamheid van het moederschap wellicht beter kunnen verdragen. Maar met vriendinnen in de overgang naar een musical over vriendinnen in de overgang, dat is haar in ieder geval bespaard gebleven.

Op een stuiterende bal verlangen naar een écht gesprek over seks

 

 

Nina Polak, correspondent Romantische Liefde, leidt sinds kort ook bijdragen van Daan Borrel in, gastcorrespondent Seksuele Geletterdheid. Ik klikte op vrijdagochtend aan de ontbijttafel de zoveelste saga over de teloorgang van pornoster en excuustruus James Deen haastig weg toen de titel van Borrels nieuwste stuk voorbij kwam. Waarom zijn het altijd vrouwen die over seks schrijven? Huh? De van opwinding trillende leesbril werd stevig op mijn neus gedrukt. De voorlopige conclusie luidde immers dat het goede gesprek over seks op De Correspondent alvast begonnen was.

Helaas. Het warrige exposé dat me bij Deens brandstapel vandaan trok, gaat over veel zaken een beetje, maar amper over de gechargeerde vraag waarom het altijd vrouwen zijn die over seks schrijven. Na de samenvatting van een aantal lezersreacties op Borrels vorige stuk (van ‘oh nee, toch geen feministe’ tot van opwinding trillende brillen) somt Borrel uiteenlopende vragen over seks op. Vervolgens verwijst ze vluchtig naar een onderzoek van twee sekswetenschappers die verschillen in heteroseksuele en homoseksuele seksbeleving onderzochten. Interessant. Heeft ‘genderempathie’ alleen te maken met even veel genieten van geven en ontvangen?

Ik blijf op m’n honger zitten; het artikel scheurt kort door de bocht meteen door naar de penis en clitoris. Dit onderwerp wordt aangekondigd als ‘vrij abstract en algemeen’. Ook een gemiste kans. Na het stuk van Alma Matthijsen op NRC.next een paar maanden geleden vraag ik me immers vaak af of mijn clitoris inwendig inderdaad groter is dan het lekkende zwaard van pak-hem-beet Ilja Leonard Pfeijffer. Lekker concreet en sorry, een beetje flauw van de Lezeres. Begrijpt u dat ik, hoe verder het stuk vorderde, steeds meer het gevoel kreeg dat ik op een blauwe bal zat die nergens heen stuiterde?

In de voorlaatste alinea verwijst Borrel eindelijk naar de prangende vraag uit de titel. Ze heeft navraag gedaan bij ‘een paar mensen’ waarom er meer vrouwen over seks praten én schrijven. Het zou volgens die mensen te maken hebben met mannelijke onzekerheid. Vrouwen hebben vooral last van weinig zin. Behalve Alma dan? Helaas wordt ook dit stellige onderscheid slechts slordig onderbouwd. De enige bron die Borrel naast ‘een paar mensen’ aanhaalt, is seksexpert Marleen Janssen.

Ik ben benieuwd. Waar gaat het gesprek over seks op De Correspondent precies over? Waar gaan de vragen die Borrel vrijdagochtend in haar stuk opwierp heen? Zo zou ik graag snappen wat het verschil is tussen ‘schrijven’ en ‘praten’, of op welke manier dit verschil relevant is. Gaat het om keuvelen enerzijds en representeren anderzijds? Als James Worthy in een roodgloeiend gelezen stuk schrijft dat hij zich vaak schuldig maakte aan ‘langs elkaar heen vrijen’, als hij dit wijt aan het normatieve cliché dat een man nu eenmaal altijd wil, schrijft hij dan? Of opent hij vooral verder het maatschappelijke debat over seksueel misbruik? Heeft Worthy het over zijn onzekerheid om af te durven wijken van het cliché van de man die altijd zin heeft? Of vertelt hij vooral dat mannen net als vrouwen vaak geen zin hebben, een nuance die blijkbaar niet door de door Borrel aangehaalde seksexpert gemaakt wordt? Zit in dit soort kwesties de échte vraag?

In het beste geval is het een kwestie van geduldig wachten op een volgend stuk van Daan Borrel dat minder vaag en beter onderbouwd blijkt. Maar als er verder in clichés gekeuveld wordt, in plaats van dat er over geconditioneerde verschillen heen naar gemeenschappelijkheid wordt gezocht, betwijfel ik of De Correspondent het voortouw kan nemen in dit ‘goede gesprek over seks’. Begrijp me niet verkeerd: de Lezeres vindt dit gesprek razend belangrijk en hoopt net als Daan Borrel in haar eerste seksueel geletterde bijdrage dat het verlost wordt van zijn normatieve karakter.

Wie weet verschijnt er binnenkort nog eens een verhelderend zwart-op-wit whatsappgesprek tussen Daan Borrel en seksexpert Marleen Janssen. Ik hoop dan beter te snappen welke vragen zo hartstochtelijk om een antwoord verlangen en waar ze vandaan komen. En vooral: hoe boude stellingen onderbouwd worden. In afwachting van dat goede gesprek vul ik de kattenbak met snippers krantenpapier, in heel veel tinten grijs en nergens zo concreet dat ik er rode oortjes van krijg. Daarnaast leg ik straks Mieke Maaike op mijn nachtkastje. In afwachting van een echte James Deen – de nepperd kon al voor z’n teloorgang de pot op – ga ik weer vooral lezen.

 

Kerstshoppen

De Sint en zijn racistische karikatuur zijn het land uit, dus is het tijd voor kerstcadeaus! Benieuwd wat de betere boekhandel en het warenhuis voor verantwoorde cultuurconsumenten zoals u in het verschiet hebben? De Lezeres maakte een top 6.

 

1. Gedichten voor mannen

Dat grote poëzie door mannen geschreven wordt weten we natuurlijk allemaal. Dat mannen en vrouwen elkaar niet begrijpen ook. Gelukkig namen Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens de moeite een bundel poëzie speciaal voor mannen samen te stellen. De Lezeres kon het niet beter verwoorden en citeert:

 

De gemiddelde man heeft het zwaar in het leven. Dat komt meestal door een vrouw. Zij begrijpt hem niet. Dichters treft hetzelfde lot. Bertus Aafjes legde dit besef neer in de bittere regels: ‘Een dichter schrijft slechts voor een dichter verzen / en voor wat vrou- wen die ze niet begrijpen.’

In deze bloemlezing staan ze allemaal bij elkaar, de poëtische gedachten over emancipatie, de buitenspelval en de vraag of een man mag huilen (liever niet).

Een prachtig geschenk voor man, vader, broer of vriend. En natuurlijk voor alle nieuwsgierige vrouwen, die iets willen opsteken van mannen en grote poëzie.

 

2. Poëzie voor vrouwen

Leuk, zo’n bloemlezing voor mannen, maar was will das Weib? Ook daar hebben ze bij Uitgeverij Marmer over nagedacht, Poëzie voor vrouwen is het antwoord. Ook hier gelukkig een leven vol herkenbaarheden:

In Poëzie voor vrouwen volgen de gedichten de levensloop van de vrouw: van de vroege jeugd de kalverliefdes, van vriendschappen tot relaties, moederschap, (on)trouw, ouder worden en de dood.

 

3. Planten voor mannen

Altijd gedacht dat je met een plant niet aan kunt komen bij je vriend of oom? Omdat vrouwen nu eenmaal beter voor een levend ding, dier of mens kunnen zorgen? Mis! Planten zijn er ook voor mannen. Nu ja, stoere planten zijn voor mannen, lekker tough. Voor mannen met baarden, die racefietsen aan de muur hebben hangen en een koffiezaak runnen. Dus geef deze kerst een plant in plaats van een sigaar cadeau om die vriend of oom in zijn mannelijkheid te bevestigen. Tip: denk eens aan de krachtige cactus.

 

4. Chicks Love Food – Skinny Six-kookboek

Het Skinny Six Kookboek is een fijn cadeau voor alle tienerdochters die al een tijdje niet meer willen eten. Want eindelijk kan het: ‘eten zonder schuldgevoel’! De hippe skinny en niet te vergeten superhealthy meiden van Chicks Love Food (kippetjes houden van eten, LdV) gaan helemaal los met maximaal 6 ingrediënten per gerecht. Zo hoeft uw dochter haar anorectische obsessie niet helemaal opzij te schuiven en weet u dat ze in elk geval iets binnen krijgt. Misschien slaat u er zelf ook nog wel een slaatje uit, want eerlijk is eerlijk, het is de hoogste tijd om die slaafvrije chocolade en ambachtelijke stoofvlees frites in te ruilen voor ‘skinny sinners’, anders moet die skinny jeans van u snel plaatsmaken voor een mom jeans.

 

5. LEGO voor meisjes

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met een meisje zijn! Geef je (klein)kinderen daarom LEGO Friends cadeau, een hele collectie LEGO speciaal voor meisjes. Omdat meisjes geen technisch inzicht hebben, maar des te liever met beauty bezig zijn, valt er maar weinig te bouwen. Ze kunnen spelen met een schoonheidssalon voor katten, een popsterstudio en een cupcakecafé. Leer je kleindochter of nichtje ook vast dat de supermarkt the place to be is voor haar en haar vriendinnen, als ze later groot zijn. Want ook die kun je maken met LEGO Friends.

6. Een Deense kandelaar en al het andere uit de webwinkel van NRC

De Slijpsteen voor de Geest heeft sinds enige jaren zijn tokootje flink uitgebreid. In de advertentiebijlage LUX kunt u wekelijks uw hart ophalen aan producten die u niet kunt betalen en de webwinkel van het NRC liegt er niet om, daar kunt u heerlijk intellectueel consumeren. Wat dacht u van deze kandelaar? De Lezeres meende hem als een Chanoeka te herkennen, maar zat op een nette christelijke basisschool, dus kan zich vergist hebben. Hoe dan ook staat dit juweeltje prachtig in de huiskamer in de donkere dagen voor kerst. Fijn in combinatie met Heer Bommel onder een wollen dekentje (slechts €300 in plaats van €350, sla die slag) met een uitgelezen wijn binnen handbereik. U heeft toch zeker niet voor niets een abonnement op het NRC Handelsblad? Neem het ervan! (en vergeet niet uw kranten op een voetstuk, pardon piëdestal (€99), te bewaren)

Het poldermodel tussen lezer en schrijver

 

Je moet literatuur niet tot een morele boodschap willen reduceren, zo luidde de boodschap  van de column van Niña Weijers in De Groene Amsterdammer. Weijers ving in de trein een gesprek op tussen twee meisjes die over On Chesil Beach van Ian McEwan spraken. Een roman waar, o kosmisch toeval, Weijers zelf drie dagen van slag was geweest. Het ene meisje zocht naar een concrete levensles bij McEwan, had deze niet gevonden en vond de roman dus een teleurstelling. U begrijpt dat Weijers als lezer tegenover dergelijke meisjes-onnozelheid zelf een stuk diepzinniger afstak.

Maar Weijers is een veel te scherpzinnige auteur  om het bij deze retorische manoeuvre te laten, en dus kiest ze een alinea verder een veel steviger opponent: Rebecca Solnit. Die schreef een stuk over een lijst ‘boeken die mannen zouden moeten lezen’ door Esquire opgesteld. Op de lijst van tachtig romans komt slechts één vrouwelijke auteur voor. Het invloedrijke mannenblad leert zijn lezers dat een echte man alleen maar mannen leest – en uit onderzoek weten we dat veel mannen inderdaad weinig vrouwelijke auteurs lezen, terwijl omgekeerd de meeste vrouwen wel veel literaire werken van mannen lezen.

Solnit wil in haar stuk duidelijk terugduwen tegen dit ‘ijzeren gordijn’ van gender-essentialisme. Ze stelt dat de lijst van Esquire veel beter omgedoopt zou kunnen worden tot ‘boeken die geen vrouw zou moeten lezen’. Solnit bedoelt niet dat er in alle ernst een zwarte lijst zou moeten zijn (‘I believe everyone should read anything they want’) maar wél dat je je kunt afvragen wat de negatieve effecten van vrouwbeelden in de literatuur kunnen zijn:

I just think some books are instructions on why women are dirt or hardly exist at all except as accessories or are inherently evil and empty. Or they’re instructions in the version of masculinity that means being unkind and unaware, that set of values that expands out into violence at home, in war, and by economic means.

Waarop Weijers dan weer reageert:

Ik begrijp Solnits woede, en haar typering van Hemingway is eerlijk gezegd behoorlijk raak, maar het probleem van haar betoog is dat ze romans blijft zien als instructies. Noem me een estheet, maar ik vind dat net zo killing als William Burroughs die zijn vrouw een kogel door haar hoofd schoot.

 

 

Weijers poneert  dat romans niet als instructies gezien moeten worden. Blijkbaar heeft zij daarmee Solnits constatering dat romans treurig genoeg vaak instructies in vrouwenhaat zijn, van tafel geveegd.  Wat wonderlijk is, omdat ook Weijers onderkent dat canonieke auteurs soms volstrekt clichématig over mannen en vrouwen schrijven. Alleen impliceert haar stellingname dat die stereotypen op het ideologische vlak niets uitrichten bij de lezer.  Waarom eigenlijk niet? Omdat die lezer door een eenvoudig poëticaal wilsbesluit over een soort magisch anti-ideologisch schild beschikt? ‘Ik heb bedacht dat Grote Literatuur niet normatief op mij kan uitwerken, en dus werkt deze roman ook niet normatief op mij uit.’ Zoiets?

Toegegeven, zelfs maar op een speelse manier schrijven over een ‘no reading list’ roept allerlei negatieve associaties met censuur op. In Nederland doet het onmiddellijk denken aan een tijd waarin er vanuit religieuze hoek geageerd werd tegen auteurs als Hermans, Reve en Wolkers. Ik durf er overigens mijn leesbril onder te verwedden dat dit religieuze verleden tot op de dag van vandaag het debat over de Nederlandse literatuur in de greep heeft.  Het beeld is toch dat mensen die literatuur gevaarlijk vinden types zijn met een dichtgemetseld wereldbeeld die precies weten hoe het zit met moraal, seksualiteit en God. Want waarom is er in Nederland geen equivalent voor Rebecca Solnit te vinden? Mij lijkt het antwoord: die intellectuelen zijn er wel, maar hun kritische positie dringt heel moeilijk tot de mainstream door, omdat we nooit écht aan het ezeltjesproces tegen Reve voorbij zijn gekomen.

In de ogen van de mainstream is zoiets als feminisme toch een soort religieuze orthodoxie maar dan vertaald naar politieke strijd: die feministen zouden ook geen twijfel kennen over hoe je ‘politiek correct’ over mannen en vrouwen moet schrijven, en alles wat daarbuiten valt komt onmiddellijk op de zwarte lijst terecht. De kaarten zijn dus geschud. Aan de ene kant heb je de collectieve en dogmatische overtuiging (religieus danwel politiek) die je voorschrijft hoe je over zaken x,y en z moet nadenken. Aan de andere kant heb je de individuele stem van de literatuur, die dat dogmatische denken ondermijnt. Zo bezien komt literatuur al snel als de sympathieke underdog uit de strijd.Als Lezeres des Vaderlands vroeg ik mij vooral af wat de relatie is tussen goed lezen en niet lezen. Een vreemde combinatie, ik geef het toe. Want ik moest door deze discussie denken aan Andreas Burnier, waar net een mooie biografie over is verschenen. Die besloot op zeker moment Gerard Reve niet meer te lezen. Helemaal niet vanuit een feministische of theologische redenering overigens, maar vanuit een ander type morele overweging. Zijn romans vond ze te verontrustend om ze te kunnen consumeren als vermakelijke ironie. Die weigering van Burnier om Reve ironisch te lezen is me altijd bijgebleven. Alhoewel ik zelf Reve altijd ben blijven lezen, spookt sindsdien de vraag wel door mijn hoofd of Burnier niet een veel betere Reve-lezer was dan dat leger aan adepten dat al begon te gniffelen als Reve aanstalten maakte een scheet te laten. Wat nu als er in dat oeuvre inderdaad iets wordt gevierd waar we om goede redenen in buitenliteraire context helemaal niet om gniffelen?

Nu zult u zeggen: precies daar is de literatuur voor, om binnen de grenzen van het boek ons te verhouden tot zaken die we buiten het boek ver van ons moeten houden. Jawel, maar dan blijft nog altijd de vraag hoe we het gewicht en de inhoud van die grensoverschrijdingen in zicht krijgen, als we altijd maar blijven steken in de constatering dat Reve zo’n groot stilist was? (Nog afgezien van het feit dat de stijl onderdeel is van de inhoudelijke transgressies).

Het interessante is in dit geval dat het juist Burnier is die tegen het collectief in durfde te denken, als individu. De weldenkende goegemeente had bedacht dat Reve een groot schrijver was die tot De Grote Literatuur behoorde. En Burnier besloot geheel in haar eentje dat dat te makkelijk was. Soms is het de literaire wereld zelf die er een dichtgemetseld beeld over esthetiek op nahoudt, en is het de individuele lezer die dat doorkruist.

Een boek wordt interessant als je voelt: dit boek had ook niet geschreven kunnen worden. De auteur heeft schaamte moeten overwinnen, haar of zijn zelfcensuur, om tóch dit verhaal te publiceren. De mogelijkheid van niet-schrijven geeft aan literatuur gewicht. Maar misschien is het omgekeerde ook waar. Misschien is er een lezer nodig die de mogelijkheid van niet-lezen altijd openhoudt om scherp te kunnen lezen. Als we bij voorbaat al vaststellen dat boeken ‘geen instructies’ bevatten en dus per definitie nooit verworpen kunnen worden, dan wordt het een obligaat spel waarvan de uitslag vaststaat.

Het lijkt mij een zegening voor een levende literatuur als er geen poldermodel bestaat tussen boek en lezer. Dat wil zeggen: als we niet bij voorbaat het er al over eens zijn dat literatuur geen instructie bevat, of een transgressie waar de lezer besluit nee tegen te zeggen.

 

Willkommen, Bienvenue, Welcome, Readers and Readsters!

Toffe foto in de Volkskrant vandaag, eentje waarvan ik kan blijven snoepen. Hij doet mij denken aan de registraties van militaire parades in China of Rusland, van die beelden met eindeloze rijen uniformen, waardoor je je een beetje betrapt voelt in je vanzelfsprekende ideaal genaamd ‘ontplooiing van het individu’. Er rest mij bij de aanblik van zulke haast mathematische landschappen niets anders dan vanuit een stil protest op zoek te gaan naar de verschillen in houdingen en gezichten, die er volgens mij toch echt zouden moeten zijn… Zo’n speurtocht tussen tientallen parallel gestrekte armen en benen is een bijzondere bezigheid, vind ik. Niet alleen omdat het me confronteert met mijn ingebakken drang om uniek te zijn, even goed omdat het een zuiver esthetisch genot genereert.

Tussen haakjes: door die foto van vandaag word ik weer een beetje tegenstander van het tabloid-formaat. Als de krant niet zo klein was geweest, hadden mijn ogen er namelijk nog veel meer details uit weten los te peuteren. De weergave, die nochtans van de linkerkant van de linkerpagina tot de rechterkant van de rechterpagina loopt, is mij te schetsmatig. Er is te veel dat ik niet zie dat toch de moeite waard moet zijn. Voordeel: door zijn miniaturale karakter is deze foto wel uitermate geschikt om me er tijdens langdurigere wc-bezoeken eindeloos aan te vergapen.

De foto is trouwens slim geplaatst. De rechterkant, diegene waar de lezer nu eenmaal zijn blik het eerst op laat vallen, heeft het meest regelmatige ritme. De poppetjes staan er met hun neuzen enigszins in dezelfde richting en lijken vanuit je ooghoeken eendrachtig gekleed, allemaal in pak met das, concludeer ik voorbarig. Maar dan… bij nader inzien…

Twee zwarte mannen met blauwe pakken vormen de eerste onregelmatigheid die ik tussen de anderen signaleer, vervolgens het enige paar ontblote onderbenen op de hele foto en dan een felblauw colbert boven een zwarte broek! Schuin achter het blauwe colbert doemt ineens een witte hoofdbedekking op. En nu pas valt me in de rechterhoek op de tweede rij een vreemd toefje blauw op dat van een sjaal moet zijn. De foto heeft me nu definitief in zijn greep. Van wie is die sjaal? Ik kan het niet goed zien. Zou dat Merkel zijn? Oh, kijk, en er staat ook een rood damesjasje op de tweede rij, echt goed gecamoufleerd achter die zwarte pakken! Een Aziatische, vermoedelijk. Hoe verder naar links mijn pupillen bewegen, hoe meer er ineens te onthullen valt. Ik begin te tellen: hoeveel rode dassen, hoeveel blonde haren, hoeveel zwarte hoofden…

Dit is de eerste keer dat ik onze wereldleiders als een soort klas aanschouw. De wereld is een speelplaats geworden. Themaweek ‘Klimaat’.

Als er niet toevallig eentje op de wc heeft gezeten, staat op deze foto de voltallige club wereldleiders die bij de opening present tekende. In de bijhorende tekst lees ik “150 leiders van 195 landen.” Dat begrijp ik niet helemaal, maar daarvoor duik ik later wel eens in mijn atlas.
Het is natuurlijk niet al goud wat glittert. Net zoals er al eens iemand kritiek heeft op de aanpak van deze o zo noodzakelijke top, wekt dit prachtige staaltje fotografie toch wat weerzin bij mij op. Die wordt versterkt door de uitgelichte citaten erboven, waarbij ronde gezichtsportretjes staan van degenen die ze hebben geuit. Aan politieke m/v-correctheid wordt hier niet gedaan: ik zie overal mannen. Dat is nog begrijpelijk ook: voor de veertien vrouwen die ik uiteindelijk uit die klasfoto heb weten te pulken, moest ik oprecht inspanning leveren.

Gelukkig stond vandaag in diezelfde krant dat het verschil in hersenen tussen mannen en vrouwen totaal overroepen is. Ik surf dan maar zorgeloos verder. Over al die mannenhoofden zitten de capaciteiten van mijn hersens dus kennelijk wel verdeeld.