Wachten op de barbaren

(bron afbeelding)

De Lezeres des Vaderlands had zin de koker van haar leesbril naar de televisie te smijten toen het Achtuurjournaal (item begint op 20 minuten) de verruwing op de Nederlandse hockeyvelden behandelde. Want wat was het geval? Ook het hoi polloi doet sinds enkele jaren massaal haar kinderen op hockey. En jawel, daar was de meneer van de Gooische Hockey Club die betoogde dat de toename van verbaal en fysiek geweld te wijten was aan de nieuwkomers uit wat hij besmuikt ‘niet hockey-gezinnen’ noemde. Er werd door Gerri Eickhof zelfs in alle ernst beweerd dat pas sinds de komst van het klootjesvolk er ‘kut!’ wordt geroepen bij een gemiste goal.

De opstand der horden! Als je even niet oplet voeren ze het palingtrekken opnieuw in en snijden ze elkaar de neuzen open op de kermis. En dat is allemaal nog tot daar aan toe, maar niet op onze hockeyvelden!

Zonder dollen. Lezers, als mijn familie een wapen zou hebben dan zou dat het stijfselkissie zijn dat mijn voorvaderen tot wiegie diende. U begrijpt dat zo’n man van de Gooische Hockey Club dus onmiddellijk onverwerkt klassenleed in mij opriep. Al was het maar omdat ik als scholier die als eerste in de familie toegang had tot hoger onderwijs, nogal geschokt was door de boertigheid van mijn hockeyende klasgenoten.  Ik kan het journaal in ieder geval verklappen dat die klasgenoten niet de lagere klasse nodig hadden om het woord ‘kut’ te ontdekken.

In mijn ogen is hockey – en in het verlengde daarvan het studentencorps – voor veel mesen één groot traineeship in hufterigheid. They own the world en dat eigenaarschap leidt in enkele gevallen tot voorbeeldig burgerschap maar veel vaker tot de misvatting dat de wereld hun hoogstpersoonlijke vuilnisemmer is. Enige verschil is dat het onfatsoen van de bovenklasse meestal binnenskamers blijft en zelden nieuws wordt. Het zal klasse-rancune mijnerzijds zijn, maar ik kan maar moeilijk vergeten dat de hoofdredacteuren van onze landelijke media bijna zonder uitzondering ook op zo’n hockeyveld hebben rondgehold. Alleen in de ander wordt het tekort aan beschaving waargenomen.

Laat ik in plaats van mijn brillenkoker er eens een wilde hypothese tegenaan gooien. Nee, het is niet de ‘lagere klasse’ die haar ‘natuurlijke’ ruwheid meeneemt naar het hockeyveld. Ons vaderland denkt egalitair te zijn, maar ondertussen is er sprake van een strikte hiërarchische scheiding tussen sociale groepen. Dat zo’n hockey-woordvoerder op het journaal onbekommerd zijn minachting voor mensen die niet OSM*-zijn de vrije loop laat, dát is de oorzaak van de verruwing. De nieuwe groep voelt hoe onwelkom zij is, de oude groep voelt zich bedreigd door het wegvallen van een sociale scheidingswand waar zij decennia op kon vertrouwen. Het is het proces van democratisering zelf dat geweld bij alle partijen oproept, want de een voelt zich buitengesloten en de ander voelt zijn oude machtsbasis door de vingers glippen.

Voor wat het waard is. Is er geen leuke socioloog (m/v) die dit tot op de bodem uit wil zoeken? Want ik heb zo maar het vermoeden dat als we snappen hoe het op de hockeyvelden werkt, we misschien ook beter het ongenoegen begrijpen dat zich in onze samenleving aan het opkroppen is

 *OSM = Ons Soort Mensen, dwz a) hockey, b) Matthäus-Passion in Naarden en c) een serieuze aandelenportefeuille.

 

 

Blokkenschema’s breien

Ook de Lezeres des Vaderlands gaat naar festivals. Muziekfestivals. Hippe muziekfestivals zoals Le Guess Who?. Met dotjes oude gloriën in een zee van jong grut. Tot diep in de nacht. In skinny jeans. En ze leest blokkenschema’s.

Net na middernacht moet de nieuwe man naar huis, ik kan blijven hangen in TivoliVredenburg. Ik mag lekker uitslapen; hij moet over een paar uur het bed uit om kindlief naar school te brengen.

Bij Le Guess Who? denken ze duidelijk in traditioneler rolpatronen. Nieuwe man en ik overleggen. Wordt het het post-punk kwartet Ought en het Amerikaanse drone-gezelschap Om? Of toch de IJslandse celliste Hildur Guðnadóttir en popartieste Julia Holter? De nieuwe man wil die laatste twee absoluut niet missen. Hij vindt hun werk uitermate sterk en absoluut van nu. Ik ben benieuwd naar Saltland (Esmerine). Eén van de weinige vrouwelijke acts van het Canadese Constellation-label. 

Dan valt het me op: de 3 vrouwelijke soloartiesten op dag 1 van Le Guess Who? 2015 mogen al lang vóór middernacht terug naar hun hotelkamer. Hildur Guðnadóttir mag om 18.40 uur het festival openen. Een hele eer, toch? En Julia Holter – onlangs nog hoofdact op November Music in Den Bosch – werd gedegradeerd naar het even onchristelijke 20.00 uur. Nieuwe man is nog aan wachten op de babysit, ik haast me van het werk naar TivoliVredenburg om ze te kunnen zien.

Het kan natuurlijk zijn dat vrouwelijke muzikanten vroeg op moeten voor de kids die ze meenemen op tour. Of dat in gerandomiseerd dubbelblind onderzoek intussen onomstotelijk is bewezen dat vrouwelijke muzikanten na middernacht aanzienlijk minder goed spelen. Misschien is het omdat festivals leven van bier: laat in de nacht gaan deze muzikale verleidsters het mannelijke deel van het publiek afleiden van bier en interessante conversaties over Aphex Twins limited editions. Dan gaat natuurlijk een deel van de charme van het festival meteen verloren. En zakt de bierconsumptie gelijk in.

De eerste dag van Le Guess Who? 2015 telt 24 acts, waarvan slechts 3 vrouwelijke solo-artiesten en 1 band met zangeres. 1 op 6… Praktische redenen, mevrouw de Lezeres. We hebben echt gezocht, mevrouw de Lezeres. Of gunnen festivals vrouwelijke headliners simpelweg nog steeds niet dezelfde gage als vergelijkbare mannelijke headliners?

Of bedoelt de programmeur met headliners 3 breiende (!) vrouwen in de spotlights? In het donker rol ik steeds harder met mijn ogen bij de Duitse krautrocklegende Faust. Leuke ritmes. En experimentele intermezzo’s. En politiek geëngageerd. Enthousiast publiek met veel m/v/x van middelbare leeftijd. Allemaal fijn. Maar wat in Germaine Greers naam doen die drie stoïcijns breiende vrouwen op het podium? Mutsen en sjaals zijn wel nuttig nu koning winter er is. Of koningin winter? Enfin, ik dwaal af…. Een klassieke soit belle, tricote et tais-toi? Ik knijp de nieuwe man heel hard.

Liefste programmeur, mag ik bij deze een warme oproep plaatsen? Voor een keertje? Toe? Als je voortaan zelf een beetje op tijd naar bed gaat, kun je met een helder hoofd de blokkenschema’s samenstellen. En nog een leestip: I Love Dick (1997) van Chris Kraus. Onlangs heruitgegeven, dus met twee keer tikken op je touchpad heb je het op het nachtkastje. Slaap zacht, mijnheer de programmeur.

Whatsappen over vrouwen en poëzie – hoe Vivianne (18) haar vader een lesje leert

Mijn nichtje Vivianne (18) stuurde mij een whatsappgesprek dat ze met haar vader Vincent had over de VSB-poëzieprijs en vrouwen in de literatuur. Prachtig hoe de vroegwijze Vivianne probeert de ogen van haar vader, criticus bij een nationale kwaliteitskrant, te openen. Hoe dat afloopt? Lezers, lezen!

Vivianne’s profielwerkstuk ging over de vraag waarom iedereen Annie M.G. Schmidt kent maar ‘De Grote Drie’ toch allemaal mannen zijn. Nu doet ze haar Erasmusjaar in Lille. Dit is het whatsappgesprek dat ze afgelopen donderdag met haar vader voerde.

leestijd: 10 – 12 minuten

 

Vincent: Hi Viv.

Vivianne: Hoi pap. Heb je je ook zo aan de nominaties voor de VSB-poëzieprijs geërgerd? Ik lees er nergens wat over.

Vincent: Waarom zou ik me ergeren, dat is toch een prachtige lijst? Weet je niet meer hoe we vroeger Toon Tellegen lazen, met die eekhoorn?

Vivianne: Niets ten nadele van Toon Tellegen en de eekhoorn, maar heb je even gekeken hoe die hele lijst eruit ziet? Er staan vier mannen op, Geert van Istendael, Toon Tellegen, Ilja Leonard Pfeijffer en Pieter Boskma. Allemaal de 45 gepasseerd!

Vincent: Ik ben toch ook een man die de 45 gepasseerd is, wat is daar nu mis mee? Die mannen schrijven al geruime tijd en hebben nu misschien wel eens recht op een mooie prijs, toch? Ik vind Pfeijffers poëzie bijvoorbeeld écht heel sterk. Zijn nieuwe bundel barst van de ronkende, verpletterende gedichten, afgewisseld met ontroerende momenten van inzicht. Ik pak het er even bij.

En alles wat ik in mijn leven heb geleerd,
wordt door een visboer met drie sneden gefileerd.
Met lekkend zwaard lig ik gebalsemd in het zuur
en zeil onder de golven naar het blauwe uur.
Iets trekt mij terug. Was jij dat? Iemand riep mijn naam.

Dat is toch treffend!👌

Vivianne: Iew pap, een ‘lekkend zwaard’?!

Vincent: Trouwens, ik zie nu dat er ook een vrouw op de lijst staat, Maud Vanhauwaert!

Vivianne: Maud Vanhauwaert is cool 😃, maar ook een verrassing op de lijst: ze is niet alleen de enige vrouw, maar heeft ook als enige net haar tweede bundel gepubliceerd. Waarom dan geen talentvolle jonge mannen erbij?

Vincent: Wat heb jij toch tegen oude mannen? Hier, de bundel van Geert van Istendael. Zijn werk lijkt op het eerste gezicht klein en idyllisch, maar door zijn heldere en stevige gebaren weten we toch dat we met beide benen in de realiteit staan. Die Vlamingen weten het dan altijd net weer ‘schoner’ te zeggen hè. Hij heeft nota bene een gedicht over jou, bijna dan, ‘Viviane’ heet het.

Z’ is nu al veel te schoon.
Wat moet dat later worden?
Daar zal veel mansvolk achter draaien.
Amai.

Vivianne: Bedankt voor het compliment, pap. Leuk dat Vlaams ook. Maar terug naar waar het me eigenlijk om ging, dat gebrek aan vrouwen. Hoe denk jij dat dat komt?

Vincent: Ik snap je probleem niet zo, het gaat toch om de kwaliteit van het werk zelf? Ik heb je net wat voorbeelden gegeven.

Vivanne: Jij leest literair recensenten, ik heb mijn profielwerkstuk. Wacht, ik pak het er even bij. Dan mag jij ondertussen uitleggen wat je met kwaliteit bedoelt.

Vincent: Kwaliteit is: Dat wat het meest vernieuwend is, zowel in vorm als in thematiek, het meest poëtisch, het best in staat om universele gevoelens uit te drukken etc. Logisch toch?

Vivianne: Ja oké, ik ken het cliché. Maar wil je nou beweren dat vooral mannen kwalitatief goed werk schrijven? Het is niet zo dat vrouwen slechter poëzie kunnen schrijven dan mannen. Jij hebt ook altijd gezegd dat ik alles net zo goed of beter zou kunnen, toch? En wie hebben die criteria door de geschiedenis heen bedacht, denk je? Alle vrouwen die nog aan het fornuis gekluisterd zaten zeker!

Vincent: Lieverd, jij zou een prachtige dichtbundel bij elkaar kunnen schrijven. ❤️❤️ Maar misschien is het niet eens zo scheef als jij denkt. Ik heb even naar de inzendingen gekeken en er zijn nu eenmaal véél meer bundels door mannen dan door vrouwen ingezonden, dus zo beschouwd zijn de nominaties een goede afspiegeling.

Vivianne: Volgens mij wijst dat op een dieper liggend probleem. Het gaat me niet eens zozeer om de vraag of die bundels nu goed zijn of niet (al is dat lekkende zwaard me wat te, eh, episch en vind ik de poëzie van Tellegen wat weinig vernieuwend). Hoe kan het dat er überhaupt minder inzendingen van vrouwelijke dichters zijn?

Vincent: Tja, dat is nou eenmaal de realiteit: soms zijn er meer mannen, soms meer vrouwen. Misschien wilden die vrouwen ook niet, dit jaar. Je kunt ze ook niet dwingen hè. Overigens, kijk je naar de samenstelling van het bestuur van de VSB-poëzieprijs, dan zie je dat de vrouwen juist in de meerderheid zijn.

Vivianne: De realiteit? De afgelopen 21 jaar wonnen slechts 4 vrouwen de prijs…

Vincent: Viv, ik kén al die juryleden persoonlijk, het zijn kenners die daar uit pure liefde voor de poëzie zitten. Het laatste wat die willen is vrouwen buitensluiten.

Vivianne: Pap, jij weet ook dat alleen de genomineerde dichters aandacht krijgen! Boekhandels leggen hun bundels neer op een speciaal tafeltje, voor mensen die wel eens een dichtbundel willen kopen maar niet zo goed weten waar ze moeten beginnen. Alle vrouwen die niet genomineerd zijn krijgen die aandacht niet.

Vincent: Ja, nou ja, kwaliteit komt sowieso wel bovendrijven.

Vivianne: Kijk, in mijn werkstuk heb ik de literaire wereld vanaf de jaren zestig bekeken. Dan zie je dat ‘De Grote Drie’ ook maar een bedenksel is van een criticus. Mannelijke recensenten en mannelijke wetenschappers schreven over mannelijke auteurs en voor je het weet is de literatuur teruggebracht tot een drietal heren. Mijn lerares Nederlands gaf me Baard boven baard, over de literaire kritiek tot 1960, waarin Marianne Vogel dit mechanisme laat zien. Ken je het?

Vincent: Is die Vogel een literatuurwetenschapper? Laat dan maar zitten hoor. Je weet wat Karel van ‘t Reve daar in Het raadsel der onleesbaarheid over heeft geschreven?👍Hilarisch! Nee, literatuurwetenschappers die lees ik niet.

Vivianne: Het boek van Vogel is anders heel overtuigend en met veel feitenmateriaal onderbouwd.

Vincent: Viv, wind je niet zo op, dat gaat over vroeger. Anno 2015 heb ik ook best wel veel vrouwelijke collega-recensenten, er zitten vrouwen in de jury, vrouwen in het bestuur van de VSB-prijs…

Vivianne: Er zijn altijd nog meer mannen dan vrouwen die poëzie recenseren, pap.

Vincent: En over ‘De Grote Drie’ hebben we het ook niet meer tegenwoordig. Kun je je Ilja Pfeijfffer herinneren op de cover van De man van vele manieren? Of Leonard Nolens op Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen? Nou die gaan we nu echt niet meer ‘De Grote Twee’ noemen hoor hahahaha

Vivianne: Pap, niet grappig en je luistert niet. Die covers laten nu net het verschil zien: een vrouw zou dat nooit kunnen doen, zo op de cover. Mannen mogen alle ruimte innemen die ze willen, zelfs naakt en koketterend met hun lichamelijk verval. Als een vrouw dat zou doen, zou niemand haar meer serieus nemen, laat staan het over haar poëzie hebben.

Vincent: Schat, ze hebben prachtige bundels genomineerd. Lees maar, ik vind weer een mooi fragmentje uit de bundel van Pieter Boskma over de liefde tussen man en vrouw.

Zie de glinstering van zweet,
hoor het slurpendsmachtend
lied dat hijgt van pik en spleet,

het platte hijgendharde raggen
en het tederwrijvend zachte
van het likken, van de beet

pure lyriek! 👏

Vincent: toch, schat?

Vincent: schat?

*Vivianne heeft de whats-app groep Viv-in-Lille verlaten*

Das Machozin

Toen ik jong was ging ik naar teach-ins in Paradiso, om de hele avond in een hoekje al sjekkies draaiend Anja Meulenbelt te bewonderen. Ja lezers, dat was lang geleden.

Nu bevond ik mij gisteravond door raar toeval weer in een hoekje in Paradiso. Er werd een nieuwe uitgeverij gelanceerd: de Das Mag-uitgeverij, spin-off van tijdschrift Das Magazin.

Verschil: waar we toen in Paradiso elkaar de schedels in timmerden tijdens felle debatten die uitsluitend over politiek en ideologie gingen, daar hing er gisteren een onuitgesproken verbod op inhoud. Niemand, maar dan ook niemand van de auteurs nam inhoudelijk stelling. Niet over de wereld,  zelfs niet eens over de literaire wereld. Het was kortom een warm bad van positieve energie, ons kent ons en vriendschappelijke hugs. Ik moet zeggen: dat had ook wel wat.

Alle mogelijke negativiteit werd meteen geneutraliseerd door er ironische aanhalingstekens omheen te zetten. Zo  was er een quiz met allerlei citaten van mensen die iets kritisch over Das Magazin hadden gezegd, maar die kritiek werd middels de quiz-vorm een leuk lachtertje voor het publiek. Een citaat uit de politiek meest gevoelige kritiek (Literatuur blijft te wit van Ebissé Rouw in NRC) ontbrak. Ach, het had de gezelligheid ook acuut bedorven. Er stonden immers weer alleen maar witte mensen op en voor het podium.

Nou ja, met uitzondering van rapper Fresku. Ik ben vrijwilliger in het buurtcomité, waar we als weldenkende middenklassers van middelbare leeftijd proberen onze naastbijliggende plicht vorm te geven. Als we voor onze activiteiten ook een wat gemengder publiek  willen trekken, roept Anke of Marie-Henriëtte steevast altijd wel een keer vertwijfeld: “iets met rap, anders?”. Ik kijk dan streng over mijn leesbril en meestal eindigt het daar mee. Ik meen hier uit af te kunnen leiden dat ze bij Das Mag niet iemand hebben die af en toe streng over een leesbril kijkt.

Enfin.

Ruimte voor zelfkritiek was er dus nog niet, maar wel voor kritiek op anderen en dat is ook een begin. Auteurs lazen namelijk fanmails voor en bespotten de stilistische en inhoudelijke fouten die mensen maken als ze (licht zenuwachtig waarschijnlijk)  een beroemd auteur aanschrijven. Ik vertrouw er dus op dat de boeken die bij Das Mag gaan verschijnen nagenoeg foutloos geredigeerd zullen zijn.

Ik was kortom optimistisch gestemd, al kwam dat misschien ook omdat ik een aantal keer had laten huggen door jongens die mijn zoon hadden kunnen zijn. Pas terug op de fiets schoven de teach-ins van lang geleden en deze avond weer naar elkaar toe. Het publieke gezicht van Das Mag zijn de twee mannelijke uitgevers. Al het secretariële en logistieke werk  wordt gedaan door twee vrouwen. Achter de schermen, voor de schermen. Wat denkt u: welke sekse heeft er over tien jaar het meeste verdiend aan dit warme bad van positieve vernieuwingsdrift?

Meulenbelt wist het wel, lang geleden, maar ach, die heeft volgens mij uiteindelijk ook nooit een rooie cent verdiend aan al haar maatschappijkritiek.

 

 

Peeping tom

Welbespraakt Nederland was dit weekend druk met het thema “wit privilege”, naar aanleiding van een artikel in NRC-Handelsblad Witte mensen moeten eens leren luisteren, waarin vier zwarte vrouwen (2 journalisten en 2 activisten) werden geïnterviewd.

De foto’s bij het stuk waren van Merlijn Doomernik. In de Weekendbijlage, pagina W6, kon de lezeres zien hoe Doomernik er zelf uitziet. Daar werden namelijk alle fotografen van NRC aan ons voorgesteld: 16 witte mannen en 2 witte vrouwen maken de foto’s  voor de krant. ‘De ogen van NRC‘, stond er boven. Één meneer heeft ‘oog voor de dingen die niemand ziet’, een ander ‘ontgaat niets’.

Nu het beeld meer en meer de tekst verdringt in de krant  is het misschien aardig niet alleen de vraag te stellen: wie mag er aan het woord komen in Nederland, maar ook: wie kijkt er en wie wordt er bekeken?